Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Analyse

TTIP en de aanzet voor een nieuwe wereldorde

Er is veel verzet en protest tegen het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringsakkoord. Wie het goed bestudeert, begrijpt dat het om meer gaat dan de toegang tot onze markt voor chloorkippen of hormonenvlees, of het afschaffen van het Comité voor Veiligheid en Hygiëne op het werk. Het gaat hier namelijk om het verderzetten van een neoliberale agenda, die de fundamenten legt van een hegemoniale wereldvisie voor de volgende decennia.
donderdag 26 februari 2015

Sinds iets meer dan tien jaar is de Europese Unie een nieuwe weg ingeslagen wat betreft haar internationaal handelsbeleid. Na het falen van de onderhandelingen in de context van de Wereldhandelsorganisatie, de beruchte Doha Ronde in 2001, werd het moratorium op nieuwe bilaterale vrijhandelsakkoorden opgeheven. De EU zocht, buiten de afgesproken multilaterale handelsrondes om, nieuwe partners en zo is deze nieuwe handelsvisie zich gestaag gaan uitbreiden.

Toen toenmalig handelscommissaris Peter Mandelson in 2006 aankondigde dat het handelsbeleid van de EU een nieuwe richting zou inslaan, doelde hij erop dat de EU zich diende aan te passen aan de globalisering door competitiever en doelgerichter te functioneren.[1] De concurrentiekracht moest de hoogte in, en de EU moest op alle mogelijke manieren de externe markten aanboren. Daar waar binnen de WTO de onderhandelingen gestagneerd waren door de opkomst van de nieuwe geïndustrialiseerde landen, zag de Commissie haar kans schoon om het handelsbeleid in te schakelen in de marktgerichte en competitieve visie. Toen al werd amper rekening gehouden met de eindigheid van onze planeet.


WTO-plus of ondermijnen van het multilateralisme?

Ook al bleef de WTO centraal staan, de politiek van bilateralisering[2] van de handelscontacten zorgde voor een einde aan de globale visie, en zo kon de publieke tegenkanting tegen deze globale handelsmodellen omzeild (denk aan de betogingen in Seattle in 1999) worden. De visie van Pascal Lamy (handelscommissaris van de EU in 1999) werd begraven. Daar waar de multilaterale benadering uitging van gebalanceerde onderhandelingen, in een zoektocht naar globale consensus (a priori althans), werd in de nieuwe bilaterale visie het marktpotentieel van de nieuwe partners naar voor geschoven. Daarnaast mobiliseerde eveneens de mate van tarifair protectionisme, dit wil zeggen, de mate waarin hoge tarieven in het nadeel werkten van EU-exporteurs.

De commerciële focus betekende eveneens een krachtige breuk met de traditionele handelsbenadering van de EU. Voordien vormde de doelstelling zich op veeleer politieke leest, zoals onder andere de ontwikkeling (of postkoloniale controle) van voormalige Europese kolonies binnen de ACP-groep, verbonden onder de Lomé en Cotonou akkoorden[3], of de uitbreiding naar het Oosten (en strategische omsingeling van Rusland?) en de Middellandse Zee via het Europees Nabuurschap. Nu is deze doelstelling vervangen door een economische wederkerigheid. De EU is sinds april 2007, dankzij het mandaat van de Raad van Ministers, onderhandelingen aangegaan met bijvoorbeeld ASEAN, India, Zuid-Korea, de Andesgemeenschap, Centraal-Amerika, Mercosur, Canada, Singapore, maar nu dus ook met de Verenigde Staten.

Zoals aangegeven stagneerde de vooruitgang tijdens de Doha Ontwikkelingsronde van de Wereldhandelsorganisatie. De hoofreden hiervoor was te vinden in de onvrede die de ontwikkelende landen, waaronder Brazilië, India en Argentinië, tentoonspreidden omtrent de landbouw-hoofdstukken. De onwil tot liberalisering van de markten vanwege de EU en de VS leidde tot een stagnatie. Toen dus was gebleken dat de EU en de VS hun wil niet langer konden opdringen, besloten ze om via bilaterale akkoorden een één-op-één-onderhandeling aan te gaan om verder te kunnen liberaliseren dan op onderwerpen voorzien in de WTO, en kon de EU eveneens verder onderhandelen dan door de WTO was toegelaten. De VS joeg deze zogenoemde “WTO-plus”-benadering van bilaterale handelsakkoorden zeer fel door.

De Europese Commissie begon op haar beurt een actieve lobby binnen de Europese instellingen, en binnen de Raad, om iedereen ervan te overtuigen dat Europa niet kon achterblijven op de VS, met de kans om met slechtere handelsvoorwaarden geconfronteerd te worden. Toen ultraliberaal Karel de Gucht aan het roer kwam te staan van het Directoraat voor Buitenlandse Handel, nam deze benadering een hoge vlucht. De Gucht slaagde erin om Handelsakkoorden te sluiten met Zuid Korea (2011), Colombia en Peru (2013), Centraal-Amerika, Singapore, Georgië, Moldavië en Oekraïne (2014), dat, zoals we allemaal weten, ondertussen heeft geleid tot de volatiele situatie aldaar. In oktober 2014 slaagde hij er bovendien in om een vrijhandelsakkoord te ondertekenen met Canada. Naast de “geslaagde onderhandelingen” gaf hij de aanzet om de gesprekken met Japan en Vietnam te starten en begon de EU opnieuw met de Mercosur te praten.


Regulatoire convergentie. Hoe zegt u?

De inhoud van deze akkoorden zijn in het geval van de EU nooit op voorhand vastgelegd. Ze dienen enkel te voldoen aan enkele vereisten. Zo dienen ze overeen te komen met de eis van de WTO die stelt dat vrijwel alle handel in een akkoord geliberaliseerd dient te worden. De Europese Commissie ziet dit dan ook als een noodzaak, en legt zichzelf de verplichting op om minimaal 90% van alle goederen tariefvrij te maken. Bovendien zoekt de EU steeds naar akkoorden die verder gaan en die zoeken naar de eliminatie van niet-tarifaire belemmeringen. Dit wil zeggen regels die dienen om de arbeidsmarkt of consumptiegoederen te beschermen.

De eliminatie van deze niet tarifaire belemmeringen worden in het jargon met een mooi eufemisme aangeduid als regulatoire convergentie, wat het beeld schept van een ontwikkeling van nieuwe regels die zouden moeten dienen ter bescherming van de consument, de werknemer, de burger. Helaas betreft het hier evenwel het wegnemen van de meest hinderlijke wetten voor multinationals, die op deze wijze kunnen gaan shoppen tussen de wetgevingen, in de zoektocht naar de minst ergerlijke omgeving, waarna de laagste gemene deler door de beide onderhandelende staten als nieuwe waardemeter wordt aanvaard.

De creatie van de vrijhandelsovereenkomsten op bilateraal vlak brengt uiteraard gevolgen met zich mee. Op een bijna dogmatische wijze worden we eraan herinnerd dat nieuwe akkoorden, en algehele liberalisering, welvaartsverhogingen zullen opleveren. Er wordt zelfs gezegd dat hoe verregaander een vrijhandelsovereenkomst is, hoe groter de welvaartscreatie. Er bestaat evenwel geen enkel model dat een correcte weergave kan zijn van een onzekere economische realiteit. De economische projecties, die een kosten-batenanalyse maken, kunnen onmogelijk een correcte weerspiegeling geven van iets dat zich op de middellange tot lange termijn gaat uitspelen. In een onstabiel kapitalistisch systeem, waar de speculatieve economie vele malen groter is dan de reële economie, kan vandaag de dag geen enkele macro-economische langetermijnvoorspelling als waar gelden.


Ongelijke onderhandelingen

De nadelen van deze vrijhandelsovereenkomsten zullen zich evenwel ook op een minder abstracte wijze realiseren. Wanneer bijvoorbeeld Congo aan de EU exportaandelen zullen verliezen, door relatief ongunstigere markttoegangsvoorwaarden, zal dit leiden tot een direct verlies van export. Dit is relevant voor ontwikkelingslanden, die door de ontwikkeling van bilaterale handelsakkoorden hun preferentiële toegang tot de Europese markt zien afbrokkelen. Voor landen die dus niet deelnemen aan de vrijhandelsakkoorden hebben deze een indirecte welvaartsverlagende werking. In de traditionele newspeak van de euro-bubbel worden deze handelverschuivende effecten van bilaterale akkoorden buiten beschouwing gelaten, en wordt er zelden met een woord gerept over de uitdieping van de ongelijkheid die zulke verdragen met zich meebrengen.

Deze bilaterale ongelijke onderhandelingen hebben als voordeel gehad dat de EU steeds de dominante onderhandelingspositie kan innemen. De EU is de sterke economische speler, en lokt met een mogelijke afzetmarkt van 500 miljoen ‘kapitaalkrachtige’ consumenten. Ondanks deze beloftes is de asymmetrie zodanig sterk, dat we vaak zien dat de markten worden geopend naar een grootschalige import van afgewerkte producten van de Europese Unie en een verderzetting van de afhankelijkheidsrelaties. Hierdoor wordt de lokale industrie en vaak ook de landbouw van deze landen gewurgd. Dit leidt ertoe dat deze landen niet langer kunnen voorzien in hun export en zo komen ze vaak in een negatieve spiraal.

Sinds de goedkeuring van de associatie-akkoorden met Centraal-Amerika (Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama) en het tijdelijk in voege treden van deze akkoorden, in afwachting van hun ratificatie, zien we dat de akkoorden focussen op de ontwikkeling van grootschalige economische projecten, die weinig arbeidsintensief zijn, maar die voornamelijk gebruikmaken van de natuurlijke grondstoffen van de partnerlanden. Onomwonden stelt bijvoorbeeld Aprodev, een koepelorganisatie voor Centraal Amerikaanse NGO’s, dat de akkoorden de duurzame ontwikkeling en armoedereductie in de regio zullen tegenwerken, en dat de druk op natuurlijke grondstoffen zoals land en water zullen leiden tot een vermindering van de voedselproductie, tot ontbossing, verlies aan biodiversiteit en een stijging van de sociale conflicten, in een regio die vandaag al geterroriseerd wordt door geweld.

De asymmetrische handelsakkoorden bevatten regelmatig, om niet te zeggen bijna altijd, clausules die de onderhandelende landen verplichten om hun kapitaalmarkten te openen voor het buitenlandse kapitaal, voor zover dat nog niet het geval is. Dit leidt in vele gevallen tot de privatisering van openbare sectoren zoals het onderwijs, de gezondheidszorg, transport en de watervoorziening, en het vrije spel van de financiële speculatie in amper gereguleerde markten. Bovendien worden er clausules inbegrepen in de akkoorden die het nadien onmogelijk maken om terug te keren op deze beslissingen behalve op straffe van boetes.

Desalniettemin is de verhoging van de inmenging van de EU een van de belangrijkste elementen van de vrijhandelsakkoorden. Niet enkel op vlak van handelsbarrières, fytosanitaire normen en financiële regelingen verhoogt de EU zijn zeg in de zaken van de partnerlanden. Op vlak van veiligheid, politiek en geostrategische belangen zorgen de vrijhandelsakkoorden voor een inschakeling in een economische wereldvisie van de EU.


Onderhandelen met ‘gelijken’

Daar waar Europa vanaf begin de jaren 2000 is begonnen met de ontwikkeling van deze bilaterale akkoorden, zijn de Verenigde Staten er sinds 2004 in geslaagd om vrijhandelsakkoorden te ondertekenen met Australië, Chile, Singapore, Bahrein, Marokko, Oman, Peru, Dominicaanse Republiek en de Centraal-Amerikaanse Staten (Costa Rica, El Salvador, Guatemala, Honduras en Nicaragua), Panama, Colombia en Zuid-Korea. De Verenigde Staten heeft sinds het begin van 2000 zijn hegemonische economische positie onder druk zien te komen staan. Het ongebreidelde kapitalisme en de verplichte inschakeling van de algehele wereldeconomie (met enkele uitzonderingen) hebben ervoor gezorgd dat groeilanden – minder gehinderd door minimum werkomstandigheden, lonen en een rigide fiscale structuur – stilletjes aan de VS begonnen voorbij te steken.

We hebben ondertussen al gehoord van de BRICS (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika), vijf economische molochs die qua groeicijfers de VS en Europa ver achter zich hebben gelaten aan het begin van deze eeuw. Door hun stijgende economische macht, gekoppeld aan demografische voordelen werd het gewicht van deze landen in de wereldeconomie steeds belangrijker. De dwangmatige financiële speculatie die de VS koppelde aan haar dorst naar olie en het waanzinnige verspillen van de helft van het budget aan militaire uitgaven, hebben ervoor gezorgd dat de VS ingehaald is door flexibelere, en voornamelijk assertieve spelers die de wereld opnieuw proberen te kalibreren. De multipolaire wereld heeft ingang gevonden.

Ondanks deze ontegensprekelijke realiteit hebben de Verenigde Staten laten zien dat ze zich hier niet bij gaan neerleggen. Integendeel, sinds president Barack Obama verkozen is, heeft de Verenigde Staten haar “manifest destiny” niet onder stoelen of banken gestoken,[4] en wordt de economische visie van het kapitalisme zonder grenzen, oftewel het neoliberalisme gebruikt als wapen in de strijd voor globale dominantie.


De EU als meeloper

De EU als – in theorie – onafhankelijke economische actor heeft zich ingeschakeld in de visie van de Verenigde Staten, en heeft in 2013 de onderhandelingen gestart voor het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringsverdrag. Op het hoogtepunt van de economische crisis werd er in 2011 gestart met gesprekken om te zien hoe het Trans-Atlantisch verdrag, de natte droom van de businesslobby's in Brussel en Washington sinds de jaren ’80, gekaderd zou kunnen worden in een discours dat jobs zou beloven en een einde zou maken aan de recessie.

Aangezien de Europese en Amerikaanse markten voor goederen op dit moment amper gehinderd worden door zeer weinig tarifaire beperkingen, dienden de onderhandelaars op zoek te gaan naar andere elementen. Er werd dus al gauw gekeken naar intellectuele eigendomsrechten, diensten, investeringen, overheidsaankopen en diensten, regelgeving en niet-tarifaire barrières, met onder andere een hoofdstuk rond sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Regelgeving aan beide zijden van de oceaan zou “compatibel” gemaakt worden, en men zou de minst hinderlijke regelgeving opstellen als nieuwe basis. De officiële onderhandelingen gingen van start begin 2013.


Karel De Gucht: o nee!

Ondanks de onduidelijke economische gevolgen op korte termijn voor de burgers in de EU en de VS, wordt het akkoord verkocht als zijnde de oplossing voor het failliet van het kannibalistische financiële kapitalisme. Commissaris Karel De Gucht had nochtans willen doen geloven, vooraleer hij zijn post verliet eind 2014, dat TTIP vele positieve voordelen met zich mee zou brengen, onder andere een groei van de economische activiteit (0,5% over tien jaar), honderdduizenden jobs (2 miljoen voorspeld in een periode van tien tot twintig jaar, wat niet meer dan 0,6% betekent van de naar schatting 360 miljoen die actueel werken in de VS en de EU), en een groei van het inkomen van de burgers (gemiddeld 527 euro, gebaseerd op?…).[5]

In een ondertussen legendarisch interview waar hij vrijelijk kon spreken, werd hem het vuur aan de schenen gelegd door een journalist van de WDR, en viel De Gucht door de mand. Op geen enkel moment kon hij concrete voordelen naar voor schuiven. De factuele beweringen die de Europese Commissie naar voor bracht, werden nadien tevens door verscheidene onderzoeken ontkracht. Dit wil zeggen dat er nog altijd geen duidelijkheid bestaat over wat de concrete economische voordelen kunnen zijn van het akkoord.

De onderhandelingen van het akkoord worden bovendien heftig bekritiseerd omwille van het geheimzinnige karakter dat ze hebben. Toegang is gelimiteerd tot de onderhandelaars, en een heel kleine selectie Europarlementariërs die niet eens mogen becommentariëren wat ze hebben mogen lezen in een afgesloten leeskamertje. De documenten mogen ze niet mee naar huis nemen, noch fotokopiëren. Als we weten dat de grote Europese bedrijven en industriële lobby’s meer dan vijfhonderd maal hebben samengezeten met vertegenwoordigers van de Europese Commissie om hun eisen vast te leggen, en dat de zorgen van de civiele maatschappij, vakbonden en milieuorganisaties maar een dertigtal vertegenwoordigd zijn kunnen worden, dan raken de vragen over de democratische legitimiteit van het onderhandelingsmandaat alleen maar urgenter. 

Als we weten dat de voordelen van dit akkoord hoogstwaarschijnlijk niet door jou en mij gevoeld gaan worden, en de nadelen des te meer, dan rest er de vraag: cui bono? De transnationale bedrijven die al jaren proberen om de Europese normen qua consumentenbescherming en beschermingsmaatregelen qua arbeidsomstandigheden te doorbreken en die langs de andere kant van de oceaan de protectionistische maatregelen van de VS willen afbreken, zijn de eersten om het akkoord toe te juichen.


Waar draait het echt om?

Zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie zien stap voor stap hun economische en politieke dominantie in de wereld afbrokkelen. De opkomst van de BRICS, die hun intrede in 2015 niet hebben gemist met de uitbouw van hun eigen ontwikkelingsbank en de aankondiging van een eigen ratingbureau, baart de traditionele macht zorgen. Ter gelegenheid van hun zesde topontmoeting kondigden de vertegenwoordigers van de BRICS de uitbouw van hun ontwikkelingsbank (New Development Bank, NDB) aan, met activa ter waarde van 100 miljard dollar en een reservefonds van hetzelfde bedrag.

De genomen stappen waren een reactie op de geëiste hervormingen van het Internationaal Monetair Fonds, aangekondigd in 2010 – die er niet kwamen. De oprichting van de NDB is een duidelijke stap en een intentieverklaring van de vijf belangrijkste groei-economiën, die samen 41,6% van de wereldbevolking vertegenwoordigen en 19,8% van het totale globale Bruto Binnenlands Product, om de verhoudingen binnen het globale kapitalisme te herkalibreren. We zien een de facto verschuiving van het economische zwaartepunt van het Westen, naar het Oosten en het Zuiden.

President Vladimir Poetin zei het tijdens de top in Fortaleza nog: “We zien een hele set convergerende strategische belangen. Ten eerste is het een gemeenschappelijke doelstelling om het internationaal monetair en financieel systeem te hervormen. In haar huidige vorm is ze onrechtvaardig ten behoeve van de BRICS-landen, en tegenover nieuwe economieën in het algemeen. We zouden een actievere rol moeten opnemen in het besluitvormingssysteem van het FMI en de Wereldbank. Het internationaal monetair systeem hangt te veel af van de Amerikaanse dollar, of beter gezegd, van het monetaire en financiële beleid van de overheden van de VS. De BRICS willen hier verandering in brengen.“

TTIP zou daarentegen de fundamenten leggen voor een quasi-eengemaakte gigantische markt waar de handelsregels vastgelegd worden voor de komende jaren. Het zou de VS en de EU in staat stellen om hun handelsvisie op te leggen aan elke bilaterale partner, en zou de wereld vastleggen in een economisch systeem waar de macht wordt uitgemaakt door het grootkapitaal en het cynisme en de dehumanisering van het marktmechanisme. Wie denkt dat de gevolgen van TTIP stoppen bij deze onderhandelingen, dient ook het volgende in rekening te nemen.


TTIP – TPP – EPA: het einde is nog niet in zicht

Parallel met Europa onderhandelt de VS met elf staten, die grenzen aan de Stille Oceaan (Australie, Brunei, Canada, Chile, Japan, Maleisië, Mexico, Nieuw-Zeeland, Peru, Singapore en Vietnam), het zogenaamde Trans Pacific Partnership (TPP). De VS heeft al aangegeven dat dit akkoord afgesloten zal worden voordat de onderhandelingen met de EU tot een conclusie komen. Dit zorgt er niet enkel voor dat er op bepaalde niveaus aanpassingen aan de TTIP-onderhandelingen zullen komen om conform te zijn met de akkoorden die onder TPP verkregen worden, maar ook dat de EU op die manier indirect akkoorden afsluit met de andere landen.

De impact van TTIP en TPP kan nauwelijks overschat worden. Wat we hier zien, is de geostrategische inschakeling van het Europese handelsbeleid. De Europese Unie en de Verenigde Staten hebben op deze wijze impliciet een economische oorlog ontketend met de opkomende economische grootmachten China, Rusland, Brazilië en India. Zoals Europarlementslid Bart Staes het recent nog zei: “Beide spelers geven openlijk aan dat ze via TTIP een wereldwijde standaard willen neerzetten de facto dicteren. Na het falen van de Doharonde binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zijn de EU en VS langzaam bezig de centrale rol van de WTO te ondergraven, ten voordele van bilaterale akkoorden. TTIP moet het kroonjuweel van de nog steeds neoliberale vrijmarktideologie worden.”[6]

Wanneer in 2020 de preferentiële handelsregimes die Europa heeft afgesloten met de ACP-landen (het zogeheten Cotonou-akkoord) aflopen, dan zullen de 74 landen die de regio’s Afrika, Stille Oceaan (Pacific) en de Caraïben uitmaken, ofwel onafhankelijk, ofwel in regio, moeten onderhandelen met de EU. Als het TTIP-akkoord er komt, kunnen we ervan op aan dat er nog geen einde in zicht is voor de ontketende multinationals, die zullen feesten als nooit tevoren over onze uitgeholde rechten. Duurzame samenwerking, ontwikkeling, sociale gelijkheid en het milieu zullen te lijden krijgen, en de politici die verkozen worden om het collectieve welzijn te verdedigen, zullen zich ondergeschikt weten aan de privébelangen van het transnationale grootkapitaal. De toekomst ziet er bleek uit, als we niet samen in opstand komen.


[1] Europa als wereldspeler: wereldwijd concurreren. Een bijdrage aan de EU-strategie voor groei en werkgelegenheid, Brussel, Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, 2006.

[2] Het ontwikkelen van een op een handelsrelaties in de plaats van met meerdere partners.

[3] Via deze akkoorden hadden 79 voormalige Europese kolonies uit Afrika, de Stille Oceaan (Pacific) en de Caraïben, preferentiële toegang tot de Europese markten.

[4] Recent nog door de National Security Strategy voor 2015 : http://www.whitehouse.gov/the-press-office/2015/02/06/fact-sheet-2015-national-security-strategy:

  • We will lead with purpose, guided by our enduring national interests and values and committed to advancing a balanced portfolio of priorities worthy of a great power.
  • We will lead with strength, harnessing a resurgent economy, increased energy security, an unrivaled military, and the talent and diversity of the American people.
  • We will lead by example, upholding our values at home and our obligations abroad. 
  • We will lead with capable partners, mobilizing collective action and building partner capacity to address global challenges.
  • We will lead with all instruments of U.S. power, leveraging our strategic advantages in diplomacy, development, defense, intelligence, science and technology, and more.
  • We will lead with a long-term perspective, influencing the trajectory of major shifts in the security landscape today in order to secure our national interests in the future. 

[5] Interview "Freihandelsabkommen: Das Märchen vom Jobmotor" van WDR http://www1.wdr.de/daserste/monitor/index.html; laatst bekeken op https://www.youtube.com/watch?v=vnOTyOjV4I4

[6] “Bart Staes: “TTIP ontmantelt nationale rechtspraak en wetgeving”, 25 februari 2015 http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2015/02/25/bart-staes-ttip-ontmantelt-nationale-rechtspraak-en-wetgeving

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

2 reacties

  • door Roland Horvath op zaterdag 28 februari 2015

    1/ Het TTIP is de moeite niet waard. De kosten ervan zijn de afbraak van de maatschappij structuur. En kwantitatief zal het resultaat het tegengestelde zijn van wat beloofd wordt door het EU bestuur. Zoals ook de door de EU opgelegde besparingen uitgedraaid zijn op het tegendeel: Minder koopkracht, - productie KMO, - export, - waarde van de euro tegenover de dollar. We zijn/worden er ingeluisd door het EU bestuur zelf.

    2/ De VS hebben het momentum gemist om een globale samenwerking tot stand te brengen in monetaire aangelegenheden. De BRICS landen hebben zich afgescheurd want de VS wilden de quota in internationale instellingen als het IMF niet aanpassen aan de reële verhoudingen en noden. De VS denken nog steeds -onrealistisch- dat ze de wereldleider kunnen blijven en ze willen de EU voor hun kar spannen. De VS zijn vijanden van collectieve voorzieningen, Sociale Zekerheid. Ze zijn neoliberaal, anti democratisch, anti egalitair en nationalistisch. De EU moet overwegen mee te doen met de BRICS.

    3/ Kwantitatief. In de eurocrisis was de propaganda concurrentie vermogen, van de GMO ten bate van hun exportwinst. De EU export is 15% van het EU BBP. Voor die 15% werd de hele interne markt verstoord met besparingen en een te lage koopkracht. Terwijl de export maar een bijproduct is van een bloeiende interne markt op korte - en lange termijn.

    4/ Kwalitatief. Niet alleen de koopkracht maar de hele maatschappij structuur moet opgeofferd ten bate van wat export, van wat GMO die slechts een klein deel van de economische activiteit omvatten. Daarbij tellen alleen de GMO als individuen niet de burgers of de KMO.

    5/ Meer lokaal minder globaal. Er is een combinatie nodig van vrijhandel en protectionisme. Alleen 1 van de 2 is funest.

    • door chris debruyne op vrijdag 24 april 2015

      "Helaas betreft het hier evenwel het wegnemen van de meest hinderlijke wetten voor multinationals, die op deze wijze kunnen gaan shoppen tussen de wetgevingen, in de zoektocht naar de minst ergerlijke omgeving, waarna de laagste gemene deler door de beide onderhandelende staten als nieuwe waardemeter wordt aanvaard." Verhelderend artikel, kernachtig uitgedrukt!

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties