about
Toon menu

De mislukking voorbij

Sinds Merkel en Sarkozy, en niet alleen zij, een paar jaar geleden verklaarden ‘dat de multiculturele samenleving mislukt is’, lijkt dit failliet een vrij algemeen aanvaard idee. De daaropvolgende debatten – die tot op heden aanhouden – gingen dan altijd door op het multiculturalisme als project. Maar misschien wel veel problematischer is de idee ‘mislukking’ zelf. Voor de realiteit van vandaag is een ander denkkader nodig. Uit een Rekto:verso-dossier.
maandag 23 februari 2015

© Sofie Decleene

Multiculturalisme. Het is een -isme dat er te veel aan lijkt te zijn, in een tijdperk dat de strijd heeft aangebonden tegen alle vormen van ‘-ismen’: populisme, socialisme, liberalisme, fascisme. Multiculturalisme is een jonge ideologie die, in onze postideologische tijden, net te laat komt om eenduidig gevierd te worden. Dit gedachtegoed zou te lang de schijn van een romantische idylle met de culturele diversiteit hebben hooggehouden, en moet daarom onverbiddelijk ontmaskerd worden. Dat gebeurt op vele manieren, van underground reportages à la Femme de la Rue of casussen als die van Jejoen Bontinck, tot complexe kwesties als het probleem van de radicalisering of de verschillende aanslagen sinds 9/11. Allemaal zijn het voorbeelden van hoe het multiculturele model zich niet langer in ‘onschuld’ kan hullen, hoe de ‘malaise’ zou overheersen. Multiculturalisme is niet alleen in crisis, maar – als we de Merkels en Sarkozy’s van vandaag mogen geloven – zelfs onherroepelijk ‘mislukt’.

Al in 2005 schreef Erwin Jans in het magazine Courant dat onze relatie tot multiculturaliteit zich baseerde op een misleidende afstandelijkheid. ‘De ja/nee-debatten geven de verkeerde indruk dat er over “de multiculturele samenleving” nog een beslissing te nemen valt, dat ze bijvoorbeeld alsnog afgewend kan worden en dat alles weer wordt zoals het vroeger was.’ Terwijl de ‘realiteit’ er juist op neerkomt dat multiculturaliteit een ‘demografisch en historisch feit is’. Onafwendbaar, onoverkomelijk. Niet meer te negotiëren. Dat inzicht is gewapend met cijfers over de verschuivende demografische realiteiten van onze Belgische grootsteden, en fundeert zich op de positieve bijdragen van die migratie en het complexe karakter van diemeerlagige realiteit. Velen trachten dan ook een charme- of tegenoffensief te voeren tegen de terdoodverklaringen van dit model, ondersteund door nieuwe concepten als ‘superdiversiteit’ en ‘interculturaliteit’, want elke semantische hulp is welkom.

Maar de strijd is verre van gestreden. Sinds het einde van de jaren 1990 lijken opiniemakers van alle slag – de signatuur ‘links’ of ‘rechts’ lijkt daarbij weinig van tel – verwikkeld in een onverbiddelijke strijd rond dit concept. Ze redetwisten over het statuut van dit multicultureel model, haar wenselijkheid, haar onafwendbaarheid, haar aanvaardbaarheid. Die ideologische bekamping drukt een onzekerheid uit rond hoe we moeten omgaan met de toenemende aanwezigheid van etnisch-culturele minderheden uit de oud-kolonies in ‘onze’ centra. Die minderheden lijken zich immers niet langer te beperken tot de perifere zones van onze geografische, politieke, culturele en economische ruimtes. Ze bekleden intussen een substantieel aandeel van het centrum. Hetzij door mee te dingen naar ‘onze’ welstand, hetzij door gevestigde modellen en concepten als integratie, neutraliteit of het Nederlands in vraag te stellen. Het multiculturele model bevragen kan dan begrepen worden als een poging om die ogenschijnlijke onafwendbaarheid te controleren, door die telkens te willen presenteren als een ‘keuze’. Als een keuze van politiek-correcte apologeten die in naam van culturele diversiteit hun ‘beschaving’ te grabbel gooien.

Twee termen komen in deze controverse zo vaak terug dat ze om nadere beschouwing vragen. De eerste term is ‘crisis’. Een crisis agendeert het niet langer functioneren van een welbepaald model, en behoeft daarom een oplossing. De tweede term is ‘mislukking’. Hij werd gemunt in Paul Scheffers beruchte essay van 2000, en groeide uit tot een internationale mantra toen de groten der aarde hem gingen overnemen. 'Crisis' en 'mislukking': twee termen die in één adem worden gebruikt om de huidige staat van onze multiculturele realiteit te duiden, maar die verschillende posities suggereren. Terwijl ‘crisis’ nog een zekere onvoorspelbaarheid en openheid toelaat, velt het failliet-denken een onverbiddelijk oordeel over deze verandering. Het gebruik van deze woordenschat is dan ook niet neutraal. Het vraagt om een antropologische bewustwording over de effecten ervan in het multiculturele debat. Dat biedt ons niet alleen de nodige kritische afstand tegenover dat debat, maar opent ook de mogelijkheid voor andere – zachtere – woorden die ons in de permanente zoektocht naar (multiculturele) verbeeldingskracht kunnen begeleiden en ondersteunen.

Multiculturalisme in crisis

De Duitse historicus en cultuurwetenschapper Reinhart Kosselleck stelde in zijn artikel ‘Crisis’ van 2006 dat de moderniteit beschreven kan worden als een tijdperk van crisissen. Het woord ‘crisis’ komt van het Griekse woord ‘beslissen’, maar zal via de medische wetenschap vanaf de negentiende eeuw breed ingang vinden in het politieke en historische taalgebruik, om situaties van onzekerheid en/of onvoorspelbaarheid te beschrijven. Het begrip werd toen gebruikt in gevallen van verdeelde loyaliteiten ten tijde van burgeroorlogen, om te wijzen op de gestage aftakeling van een gevestigde politieke orde, om revolutionaire situaties te beschrijven (Clausewitz, Burke, Rousseau) of om het functioneren van het kapitalisme te vatten (Marx en Engels). Zo zal het crisis-denken een centraal onderdeel van het moderne conceptuele kader en tijdsbesef gaan vormen. Onze visie op de maatschappij wordt niet langer als voorspelbaar, lineair of progressief gezien. Die zekerheid dreigt telkenmale onderbroken te worden door crisissen. Onze zekerheden worden dus gevormd met het besef dat alles, te allen tijde, ineen kan storten. Het is altijd wachten op de volgende aanval – of crisis – die ons zal nopen tot grondige hervormingen of wijzigingen.

Onze zekerheden worden gevormd met het besef dat alles, te allen tijde, ineen kan storten

Het is tegen deze achtergrond van het alomtegenwoordige crisis-denken dat we de crisis van het multiculturalisme moeten situeren. Want het is niet enkel het multiculturele model dat in crisis is. Ook ons politiek of economisch stelsel gedijt op opeenvolgende crisissen. Het idee ‘communautaire crisis’ is één van de centrale cementbegrippen in de politieke woordenschat van ons land, en de financiële crisis van 2008 is slechts een van de vele crisissen die onze economie heeft gekend. De huidige staat van ‘crisis’ van het multiculturele denken is dus geen uitzondering, maar past eerder naadloos in onze tijdgeest. De vraag is echter wat achter deze specifieke crisis schuilgaat, en welke permanente instabiliteit hier dreigt?

Wanneer we de verschillende elementen die achter deze crisis schuilen in overschouw nemen, lijkt de bezorgdheid niet institutioneel noch economisch te zijn, maar eerder cultureel. Er tekent zich een bezorgdheid af rond het idee dat bepaalde culturele evidenties niet langer zouden opgaan. Dat heersende (seculiere en liberale) normen en waarden, of culturele patronen zouden komen te verdwijnen omwille van migratie. De angst voor de ‘islamisering van de maatschappij is er zo één. Deze angst drukt het idee uit dat er een permanente dreiging uitgaat van een religieuze minderheidsgroep. Die wordt in staat geacht een nieuwe culturele en religieuze orde te vestigen die de heersende zou vervangen. Een ander voorbeeld vinden we in de bezorgdheid om het Nederlands en de verschillende maatregelen om het te blijven waarborgen: inburgeringscursussen, boetes, straffen of andere disciplinerende maatregelen die de dreigende meertaligheid moeten voorkomen en tegenhouden.

De dominante samenleving wordt in dit verhaal begrepen als zwak en weerloos, en de effecten van (bepaalde) migratieprocessen voelen bedreigend. Men gaat voorbij aan de culturele kruisbestuivingen die een permanente onderlaag vormen van iedere samenleving. Of aan het feit dat elke maatschappij altijd in verandering is. De term 'crisis' zal, daarentegen, bepaalde elementen in deze verandering begrijpen als het gevolg van slecht beheer. En het is tegen die achtergrond dat de term ‘mislukking’ een belangrijke rol komt spelen.

De mislukte integratie

Het idee dat de integratie van etnisch-culturele minderheden mislukt is, is niet nieuw. Men zou zelfs kunnen stellen dat het per definitie het idee van integratie voorafgaat. Integratie veronderstelt immers elementen die niet kunnen opgaan in een groter geheel en daarom een extra ondersteuning behoeven. Sinds de jaren 1990, met de oprichting van het Koninklijk Commissariaat voor Migratiebeleid (de voorloper van het huidige Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding), ging men integratie zien als een middel tegen de torenhoge werkloosheidscijfers bij migranten en de groeiende sympathieën voor extreemrechts bij de autochtone bevolking. ‘Integratie’ zou de oplossing bieden. Het zou een ultieme poging zijn om een harmonieuze samenleving te herstellen. Deze inspanningen mochten echter niet baten, want faillietverklaringen bleven zich opstapelen. En niet alleen autochtonen, ook ‘allochtonen’ gingen zich mengen en verklaarden de integratie mislukt. Zo wees Tarik Fraihi in 2000 in het beruchte essay ‘Het failliet van de integratie-industrie’ op het paternalistische karakter van het integratiebeleid, dat er niet in slaagde de reële problemen te onderkennen en op te lossen.

Wat de term mislukking hier doet, is niet alleen wijzen op een crisis. Die crisis wordt ook begrepen als een anomalie, een malaise die een goed functioneren van het systeem in de weg staat. De term ‘mislukking’ geeft daarom de indruk van controle over alle complexiteit. Hij biedt een kristalheldere uitweg op moeilijke kwesties, die zich moedwillig blijven opstapelen. Die kwesties worden niet langer ervaren als een maatschappelijke uitdaging, maar eerder als het gevolg van niet-efficiënte, niet-aangepaste gebruiken, ideeën, religies, ideologieën en gebruiken. De term 'mislukking' hangt in die zin nauw samen met een tijdskader dat de maatschappij opdeelt in termen van ‘kosten’ en ‘baten’, en de ‘waarde’ van elke actor beoordeelt en evalueert vanuit diens bijdrage tot de samenleving. Recent waren we getuige van hoe een zittend staatssecretaris vraagtekens plaatste bij de ‘meerwaarde’ van Congolese, Marokkaanse en Algerijnse migranten.

Stellen dat de integratie of het multiculturele model is mislukt, is tevens stellen dat de geleverde inspanningen (het integratiebeleid, de aanwezigheid van migranten) niet hebben opgebracht. De term ‘mislukking’ sluit daarom, bij voorbaat, pogingen tot remediëring of herstel uit. Je kan andere, nieuwe, pogingen ondernemen. Maar je kan geen mislukking herstellen. Een mislukking valt slechts te liquideren, failliet te verklaren, weg te cijferen, uit het systeem te weren.

Pleidooi voor vertrouwen

Kunnen we geen andere termen verzinnen om over onze relatie tot de multiculturele samenleving na te denken? Termen die de complexiteit ervan niet als crisis aanschouwen, en die loskomen van de permanente drang naar zekerheid en controle die de gevestigde woordenschat laat uitschijnen?

Misschien behoeft de relatie tot de (multiculturele) samenleving geen ‘oplossing’, geen nutsanalyse, maar vertrouwen

De term vertrouwen kan ons misschien in een bepaalde richting helpen. Het is een term die, op het eerste gezicht, weinig weerklank biedt, maar hij bevat wel een aantal elementen die een ander pad moeten kunnen uittekenen om over de huidige maatschappelijke veranderingen na te denken. Het idee van vertrouwen is omringd door onzekerheid, kwetsbaarheid en subjectiviteit – en dat laatste staat juist haaks staan op onze neoliberale drang naar zekerheid, succes en objectiviteit. Vertrouwen veronderstelt immers een onzekerheid, want men kan nooit op voorhand weten of het al dan niet zal worden geschonden. Vertrouwen wijst ook op een positie van kwetsbaarheid: door vertrouwen te geven, geef je jezelf bloot. Vertrouwen, ten slotte, is hoogstpersoonlijk: jij – en niemand anders – beslist je vertrouwen te schenken. Het is een subjectieve en onzekere daad, maar levensnoodzakelijk om het sociale mogelijk te maken.

Misschien behoeft de relatie tot de (multiculturele) samenleving dus geen ‘oplossing’, geen nutsanalyse, geen kosten-baten-dictaat, geen faillietverklaring, maar eerder vertrouwen. Het vertrouwen dat de veelheid aan vreemde talen onze collectieve verbeeldingskracht kan voeden en zelfs verrijken. Het vertrouwen dat geldende waarden en normen voortdurend ter discussie gesteld worden en het zogeheten ‘multiculturele debat’ daar geen uitzondering op is. Het vertrouwen dat een minder eurocentrische kijk op de wereld ons tot weerbare wereldburgers kan maken. Het vertrouwen dat de Islam noch het Westen monolithische blokken zijn. Het vertrouwen dat een sterk herverdelingsverhaal álle burgers ten goede komt en daarom broodnodig is. Het vertrouwen dat we elkaar misschien niet altijd kunnen vinden, maar gedoemd zijn om elkaar te blijven tegenkomen. Het vertrouwen, ten slotte, dat het niet beheersen van een situatie – of ze niet kunnen of willen beheersen – misschien niet op een mislukking wijst, maar het begin kan betekenen van een antwoord.

Nadia Fadil is docent bij de vakgroep antropologie aan de KU Leuven en verricht onderzoek naar multiculturalisme, etniciteit en ras, religie en islam. Haar tekst is ook hier bij Rekto:verso te vinden.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

13 reacties

  • door ismail spada op maandag 23 februari 2015

    Beste zuster Nadia,

    Islamisme ben je vergeten opsommen.

    Dat islamisme houdt al langer de schone schijn op dan welk -isme dan ook. Het zit namelijk ingebakken in de ideologie van het Moslim Broederschap, van de politieke islam en al wie gebruik maakt van het geloof om andere doelen na te streven.

    Als geëngageerd moslim vind ik niet dat er geen weg terug is om een multiculturele, interreligieuze, en gemengde maatschappij een vruchtbare bodem te geven maar dan moeten moslims die toch het voortouw in het aanklagen van islamofobie, racisme en discriminatie eens ophouden met klagen en eens kijken welk steentje zij kunnen bijdragen om dat allemaal te verwezenlijken.

    Het is daarbij niet voldoende om anderen aan te klagen en de eigen ideeën te promoten als in werkelijkheid en de facto geen verdraagzaamheid bestaat.

    Ze bestaat niet eens in de eigen geloofsgemeenschap en de rest is praat voor de vaak.

    Wij stellen onze moskeeën open voor iedereen. Iedereen is welkom ongeacht hun geloof of overtuiging. Kom dus zelf vast stellen dat wij de beste voornemens hebben om in vrede samen te leven maar hou op met uw vrije meningsuiting en uw cartoons en films en allerhande kunst die ons zou kunnen storen.

    Want ziet u, wij zijn niet echt verdraagzaam. Wij kunnen er niet tegen dat iemand onze Profeet in een slecht daglicht stelt. Wij kunnen er niet tegen dat men IS, al Qaeda en ons moslims over 1 kam scheert.

    Neen, wij zijn anders. Wij zijn braaf. Wij willen wel dat niemand aan de shari'a tornt en dat vrouwen hoofddoeken dragen (al draag je er zelf geen) maar het kalifaat willen we wel op termijn en de steniging, homo's, afvalligen, kind-huwelijken en vrouwenbesnijdenis zien we wel als we de macht eens in handen hebben gekregen.

    Enfin, de plaats is op.

    • door Jan Willems op maandag 23 februari 2015

      ‘Multiculti’ heeft een negatieve inhoud gekregen. Dat negatieve is niet langer meer alleen bon ton bij de aanhangers van het rechtse gedachtengoed, want ook in het dagelijks spraakgebruik zijn er hoe langer meer mensen die het in de mond nemen. Ter linkerzijde, zeer gevoelig voor elke vorm van ongelijkheid en intolerantie, ging men op zoek naar een manier om dit rechtse offensief af te blokken. “Ondersteund door nieuwe concepten als ‘superdiversiteit’ en ‘interculturaliteit’ , want elke semantische hulp is welkom”, schrijft Nadia Fadil hierboven zeer terecht. Een nieuw paradigma, zoals dat in intellectuele middens heet, moest worden uitgevonden. Daar zijn inmiddels al veel publicaties over verschenen. Het is zoals in de modewereld: een new look die de snit van vorig jaar doet belanden in een winkel van tweedehandskledij of vintage - maar die eigenlijk nog altijd bruikbaar is! ‘Taal verandert de werkelijkheid niet’, schreef www.trouw.nl in zijn editie van 12 februari jongstleden dat over hetzelfde onderwerp ging. Lees dat maar. Met het verbannen van het begrip ‘multiculturalisme’ hebben de parochianen van links een stap achteruit gezet. Het voorstel van Nadia Fadil is derhalve de moeite waard om eens over na te denken. En persoonlijk hou ik het bij ‘multiculti’.

  • door HELENE PASSTOORS op maandag 23 februari 2015

    Interessant stuk. Ik borduur even voort: vertrouwen heeft te maken met toenadering. Met luisteren. Nadia Fadil gebruikt even de woorden ethnocentrisme en antropologische benadering. Dan denk je aan de manier waarop Europeanen de wereld gingen verkennen en overheersen. Dat ging altijd met praten, zelden of nooit met luisteren. Behalve de antropologen die echter ook vaak slecht luisterden of wat ze hoorden vlug in hun eigen hokjes stopten en dachten dat ze het zo begrepen. Maar mettertijd begrepen ze dat ze weinig begrepen en luisterden meer en meer. Inderdaad begonnen ze wel altijd met vertrouwen. Je valt niet met een bootje of 2de handse jeep bij een gemeenschap of volk binnen en vraagt of je een tijdje bij ze mag wonen tenzij je vertrouwen hebt.

    Columbus of Jan van Riebeeck kwamen daarentegen allerminst met vertrouwen, maar met geweren. 'Integratie' doet mij vaak denken aan zo'n geweer in aanslag: als je niet binnen de kortste tijd doet en praat en denkt en gelooft en eet zoals wij, dan... We zijn nu nog vriendelijk, maar...

    Dat leidt gegarandeerd tot 'mislukking'. En erger: tot open of bedekt conflict dat generaties lang vertrouwen kan bespoken.

    Noch Columbus, noch van Riebeeck en hun volgers waren 'wereldburgers', een ander woord dat Nadia Fadil zachtjes laat vallen. Ze dachten er niet aan!

    Je wordt ook geen wereldburger omdat je vaak in een vliegtuig zit of in een toeristencomplex of safaripark of op rondttocht langs de pyramiden met bezoek aan een Soek voor de folklore. Zelfs niet als je 14 dagen op 'alternatief toerisme' bij arme mensen binnen gaat gluren. Hoeveel Belgen zijn wereldburgers? Als ze zelfs niet het stukje 'wereld' bij de buren willen verkennen, hun vingers in hun oren stoppen?

    • door ismail spada op maandag 23 februari 2015

      Kwam het ANC niet eerst met bomauto's? Of vergis ik mij?

      Sorry maar een dialoog met mijn imam krijg ik niet eens voor mekaar.

      Dialogeren met moslims die "open" staan voor dialoog eindigt steeds met "jij kent geen Arabisch" en "de Koran moet uitgelegd worden door mensen van kennis."

      Op een bepaald moment houdt het dan op. Het moet van twee kanten komen. Vele moslims zijn gewoon onverdraagzaam maar ze projecteren hun onverdraagzaamheid op een ander en beginnen met hen te verwijten.

      • door HELENE PASSTOORS op woensdag 25 februari 2015

        Heb zo'n gevoel dat Nadia Fadil niet uw 'zuster' wil zijn.

        Als zogenaamde moslim zou u ook geen klokken moeten horen luiden. En zeker niet zonder te weten waar de klepel hangt.

        Begrijp ook 'uw imam' volkomen. Maar betwijfel of die bestaat. Want een nepmoslim - zoals iemand anders hier al zei - is geen moslim maar een troll. Onzintroll. Gefrustreerde troll?

        Inshallah droogt het modderstroompje ooit op. Salaam.

        • door ismail spada op woensdag 25 februari 2015

          Het zou spijtig zijn als Nadia Fadil mijn zuster niet zou willen zijn, voor haar dan.

          Dan zou ze mij uit de islam zetten.

          Ik wil namelijk wel haar broer zijn.

          En ik heb geen enkel probleem met de Islam maar enkel met de leugens die in naam van de islam de ronde doen.

          En wat u van mij vindt interesseert mij niet. Ik deel uw mening ook niet maar u mag ze uiteraard uiten.

        • door Bertje op donderdag 26 februari 2015

          Je hoort vaak dat de ene moslim over de andere zegt: dat is geen (echte) moslim.

          Sommige soennieten beschouwen sjiieten als afvalligen, en dus geen echte moslims.

          De retoriek van de IS zit vol met verklaringen dat zij de enige echte moslims zijn, en al degenen die hen en hun jihad niet volgen, zijn bijgevolg geen moslims.

          Gematigde moslims zeggen dan weer: de IS, dat zijn geen echte moslim. Echte moslims moorden geen minderheden uit. Rachida Aziz beweerde zelfs in een opinie dat de IS een Hollywood-perversie van de islam in de praktijk brengt. Op die manier maken gematigde moslims zich ervan af. De IS heeft niets met de islam te maken, dus je moet ons niet om verduidelijking vragen, of vragen er afstand van te nemen. Het heeft namelijk niets met ons geloof te maken, want dat is volmaakt en vredevol.

          Al die vormen van uitsluiting en ontkenning beschouw ik als een groot probleem. Soennieten zijn moslims. Sjiieten ook. Islamisten ook. De IS terroristen ook. Gematigde moslims ook. En Ismail Spada ook. Om de eenvoudige reden dat hij zegt dat hij er één is. Punt.

          Er bestaat een grote diversiteit onder de 1.5 miljard moslims. Die diversiteit aanvaarden is een eerste stap, zowel voor moslims zelf als voor niet-moslims. Dat betekent dus dat moslims het oneens kunnen zijn onder mekaar. Dat betekent dat niet alle moslims de slachtofferretoriek genegen zijn. Ismail Spada is daar een voorbeeld van. Verder blijkt Ismail Spada een moslim die zich ernstig zorgen maakt over het oprukkende islamisme, en hij is vast niet de enige.

          Een moslim die niet in uw hokje past, is voor u geen moslim. Dat is heel erg. U reageert op een artikel over diversiteit met een reactie die blijkt geeft van onverdraagzaamheid voor de diversiteit die onder moslims bestaat.

        • door ismail spada op vrijdag 27 februari 2015

          Wa alaykoum salaam Helene Pastoors

          "De Egyptische groot-imam Ahmed al-Tayeb wil een radicale hervorming van het islamitisch onderwijs. Volgens hem heeft een "historisch verkeerde interpretatie van de Koran en het leven van de profeet Mohammed" geleid tot extremisme onder moslims. "

          Zou Ahmed al-Tayeb geen moslim zijn en slechts doen alsof?

          Of zou hij door al-Sissi verplicht worden om iets te doen aan de algemene radicalisering die nog steeds bezig is en die van binnen uit komt?

          Beste Helene, bent u onlangs moslima geworden die meteen takfir doet op haar geloofsgenoten?

          Ik vraag het mij even af omdat u met de salaam eindigde in uw bericht en dat is toch tegenstrijdig?

  • door ALAMI op dinsdag 24 februari 2015

    Een van de grote uitdagingen voor de komende tijd is de rechtvaardige vormgeving van de pluriforme samenleving. Er is vandaag een grote betrokkenheid op ethische onderwerpen. Denken aan de massale en mondiale inzet voor de internationale rechten van de mens, vrede en rechtvaardigheid, ecologie en allerlei bio-ethische kwesties. De geglobaliseerde wereld zal maar leefbaar zijn waar een beschaving van het “samenleven” wordt opgebouwd. Voor degelijk “samenleven” heb je rechtvaardig socio-economisch,politiek en maatschappelijk systeem waarin burgers als vrije en gelijke individuen behandelt en dat iedereen, (on)gelovigen, elk vanuit hun eigen levensbeschouwing de menselijke vrijheid en gelijkheid als publieke waarden onderschrijven” en integere mensen die wel voor elkaar en de natuur kunnen zorgen zeer nodig. Die mensen kunnen wel voor elkaar “God zijn”, maar om samen te leven hoeven ze echter niet gelovig te zijn. De religieuze leer kan geen basis zijn voor de grondwet van dit land. Het geloven is een karakteristiek mensenzaak - vooral te maken met de onzekere wereld waarin mensen leven want ze willen geruststelling en troost en dat vinden zij in iets wat zij kunnen begrijpen.Het geloof in de ene God kan mensen samenbrengen want mensen in de ogen van God zijn allemaal gelijk. Hoe kun je in God geloven zonder al zijn schepselen te aanvaarden. Niet de godsdiensten,maar de gebeurtenissen scheiden mensen.Godsdiensten geen factor van maatschappelijke verdeling hoeven te zijn, maar integendeel een kracht is om onze samenleving leefbaar te houden namelijk moeten de dragers van vrede, verantwoordelijkheid, veiligheid en vrijheid zijn. Religie is niet meer doodserieuze zaak, dus. De tien geboden kunnen dan niet langer beschouwd als een opvorderend maatschappelijk programma.Terecht!

    • door ismail spada op woensdag 25 februari 2015

      U doet mij denken aan Rafaël, een soort christen met boeddhistische neigingen die dicht aanleunt bij sommige islamistische pleitbezorgers. Het is maar een indruk die ik krijg.

  • door ALAMI op dinsdag 24 februari 2015

    Of het surfen naar de hemel is de 2de fase van samenleven! Als vandaag de dag gesproken wordt over (religieuze en culturele) iconen en idolen, kennen de meeste mensen de oorsprong van dit begrip niet meer. Waarom geloven mensen?Dit is een karakteristiek fundamenteel mensenzaak (want mensen worden vooral geboren met zo gevoel -in religieuze taal: door het “Convenant”- in de brede zin van het woord),alsook te maken met de onzekere wereld waarin mensen leven want ze willen geruststelling en troost en dat vinden zij in iets wat zij kunnen begrijpen. INZICHT IN DE GESCHIEDENIS VAN DE MENSHEID KAN ZEKER NIET ALLEEN VERWORVEN WORDEN DOOR LOGICA EN WETENSCHAP MAAR VOORAL OOK DOOR VURIGE, EMOTIONELE EN SOMS BUITENISSIGE VORMEN VAN GELOOF.Tegelijkertijd zijn zij ook waarlijk "vrij": zij zijn strikt genomen uitsluitend onderworpen aan een transcendent principe, niét aan enige empirische of historische, menselijke orde of hiërarchie.Daarnaast gelooft men in veel dingen zoals moreel, in naastenliefde, in de wet en democratie zodat slechte regeringen kunnen worden verwijderd zonder geweld te gebruiken.Het geloven in wetenschap en geschiedenis zodat men de wereld om ons heen beter kan begrijpen. “Democratie” zonder rechtvaardigheid is graaicultuur want dat doet men denken aan het programma over napoleon op klara toen men vertelde dat er vanuit België, ten tijde voor napoleon,er groot protest was vanuit de katholieke prieters tegen de normen en waarden van de toentijdse verlichting, gelijkheid,eerlijkheid, democratische waarden. Sophocles leerde men dat er momenten zijn waarop de enige wet die geldt die van de rechtvaardigheid is. Het is deze wet die de Grieken hebben op 25 januari 2015 gekozen en die mensen van nu moeten ondersteunen want dat is het wens van iedereen overal. Toch?

    • door ismail spada op dinsdag 24 februari 2015

      Een Griekse tragedie steunen?

      Wat ik mij herinner is dat men daar tot zijn 45 ste moest werken om pensioen te krijgen en een gratis appartement bovenop, dat men dan aan toeristen kon verhuren om het op pensioen zijn nog aangenamer te maken.

      Ja, als er niet zo veel toeristen meer komen dan zit je daar met die leegstand die bovendien geld begint te kosten.

      Misschien moeten we allemaal eens op reis naar Griekenland?

  • door StijnHorvath op donderdag 26 februari 2015

    Dit is een interessant essay dat op zijn minst een poging onderneemt om de hysterie omtrent migratie en islam te overstijgen. Hysterie die vandaag zowel heerst onder niet-moslims als moslims.

    Vertrouwen veronderstelt echter een gemeenschappelijke grond, een plaats waar men elkaar kan 'ontmoeten'. We hebben dus nood aan een conceptueel kader dat die gemeenschappelijke grond kan verbeelden. Die gemeenschappelijke grond lijkt mij 'de kritiek' en is trouwens -volgens Koselleck- onlosmakelijk verbonden met 'de crisis'.

    Kritiek veronderstelt een permanent proces van herdefiniëring, het zoeken van nieuwe (tijdelijke) evenwichten. Ze veronderstelt dus onzekerheid en flexibiliteit.

    Wat dat betreft is de vraag niet zozeer of religieuze denkkaders voldoende flexibel zijn (dat kunnen ze zijn), maar in hoeverre dit in de dagelijkse praktijk kan omgezet worden. In 'onze' scholen en op de werkvloer.

    Toch hoop ik dat dit begrip 'vertrouwen' geen discursieve spitstechnologie is om het proces van radicalisering bij jongeren te minimaliseren? Men zou dit proces namelijk maar al te makkelijk als een 'vertrouwensbreuk' kunnen omschrijven. Dit gaat onder meer voorbij aan de geopolitieke ontwikkelingen van de laatste veertig jaar en de mate waarin een bijzonder puriteinse variant van de islam (met de steun van de VS) geëxporteerd werd naar alle uithoeken van de wereld

    Er zijn dus ook exogene factoren in het verhaal van de 'radicalisering' en die zijn niet bepaald bevorderlijk voor het ontstaan van een gemeenschappelijke grond in een superdiverse samenleving, integendeel.

    Indien we het begrip 'vertrouwensbreuk' gebruiken in het debat omtrent 'radicalisme' (een wat onhandig concept) dan kunnen we het net zo goed inzetten om gezinsdrama's en zelfmoorden te duiden.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties