Hoopvol

De automatisering bedreigt onze jobs: fantastisch!

woensdag 11 februari 2015 00:57

Doorgezette automatisering leidt ons rechtstreeks naar een toekomst
zonder werk. Dat is goed nieuws! Het bevrijdt ons van het juk van
loonarbeid. Tenminste, als we de sociale consequenties ervan onder ogen
willen zien. De grote uitdaging daarbij is een grondige reorganisatie
van de herverdeling.

Het dogma

De
steeds sneller voortschrijdende automatisering bedreigt onze jobs. Dat
is al vele tientallen jaren zo, maar recente hightech ontwikkelingen
hebben deze evolutie in een stroomversnelling gebracht. Omdat dat
fenomeen nu ook bestudeerd wordt, belandt het volop in het vizier van de
pers.Volgens Bart Brinckman (De Standaard, 9 februari)
moeten we’ slimmer zijn dan de computer’ om onze job te behouden. Dat
argument vertrekt vanuit een dubbel dogma, namelijk dat ieder van ons
een baan moet hebben en dat die ons in staat moet stellen om in het
eigen levensonderhoud te voorzien. We worden echter meer en meer met de
onmogelijkheid daarvan geconfronteerd. De spoeling wordt steeds dunner.
De tijd van de massatewerkstelling is voorbij. We hebben eenvoudigweg
niet iedereen meer nodig om toch een zeer hoog niveau van welvaart te
handhaven.  Er loert dus een toekomst zonder of met slechts een klein
aandeel menselijk werk om de hoek. “Nonsens” beweren de critici van het
automatiseringsdiscours. De arbeidsmarkt zal zich aanpassen. De nieuwe
sectoren zullen werkgelegenheid creëren net zoals de oude dat deden. Het
bewijs daarvoor? Hightech bedrijven creëren nu al volop nieuwe jobs.
Onderzoekers van de K.U. Leuven noteerden een stijging van het aantal
banen met maar liefst 22 procent in de Belgische hightechsector.
Logisch ook, we bevinden ons nu eenmaal in het coming of age
tijdperk van de informatietechnologie. Het is daarom tijdelijk mogelijk
om in die sector die zich nog niet ‘gezet’ heeft, grof geld te
verdienen.
De werkgelegenheid die
een sector in volle opbouw voedt, mag echter niet vergeleken worden met
de permanente toestand die zal achterblijven eens de automatisering
gemaximaliseerd is doorgevoerd. In het artikel van The Economist
waarnaar Brinckman verwijst, wordt eveneens het voorbeeld gegeven van
Instagram dat in 2012 met een beurswaarde van 1 miljard dollar verkocht
werd aan Facebook. Daar tegenover staat dat het bedrijf op dat ogenblik
slechts dertien werknemers tewerkstelde. Wie daarop verder denkt, kan
zich terecht vragen stellen bij de vele tientallen miljoenen
overheidsgeld die nu in tech-startups worden gestort – de ontwikkeling
van cutting edge technologie als ultieme panacée tegen de
delokalisatie van de welvaart en als medicijn tegen de crisis. Is het
zinvol om miljarden te storten in een sector die op termijn al de andere
overbodig maakt? Wellicht wel, maar niet zonder dat we het volledige
economische en sociale bestel daarrond herdenken. Daarmee komen we bij
de meer fundamentele kwestie die in deze discussie centraal hoort te
staan.

Overbodigheid

Het
lijkt stilaan onvermijdelijk dat er een tijd zal volgen waarin de
arbeidsmarkt zo smal zal worden, dat er nog slechts nuttig werk
beschikbaar is voor een kleine minderheid van de bevolking. In feite is
dat nu ook al voor een deel zo, maar we ontdoen ons van die
werkelijkheid door de populatie waarop we de berekening uitvoeren te
reduceren tot wat we de beroepsgeschikte bevolking noemen. Nu echter
dreigt ook de categorie ‘geschikten’ overbodig te worden en net dat
maakt ons onzeker, paniekerig zelfs. De gedachte dat we niet zelf meer
met onze eigen arbeid verantwoordelijk zouden zijn voor onze materiële
welvaart en de sociale status die daaraan verbonden is, boezemt ons
angst in. Voor sommigen is dit niet nieuw. De grote groep in onze
maatschappij die al veel langer om diverse redenen van arbeid wordt
uitgesloten weet immers heel goed wat dat betekent. Gevoelens van
nutteloosheid, overbodigheid tot zelfs existentiële angsten doemen op,
wanneer we als goed geaarde burgers de mogelijkheid beschouwen van een
toekomst zonder zelf vergaarde beroepsinkomsten.

Gedachtenswitch

Toch
hoeft het niet zo te zijn. We kunnen net zo goed deze onvermijdelijke
evolutie aangrijpen om onze toekomst grondig te hertekenen. De
optimistische droom van Keynes die, als gevolg van de vooruitgang, een
15-urige werkweek in het vooruitzicht stelde, mag dan bijvoorbeeld terug
opgevist worden. En waarom zouden we niet nog verder gaan: werk als
optie. Mogen we zo stoutmoedig zijn om te veronderstellen dat een
aanzienlijk deel van de bevolking de tijd die dan vrijkomt nuttig zal
willen besteden? Het omgekeerde beweren is niet enkel cynisch, maar ook
en vooral neerbuigend. We zouden immers beter af zijn, wanneer we de
vrijheid zouden genieten om projecten aan te vatten vanuit bezieling,
passie of de behoefte aan zelfvervolmaking. Alleszins stimuli die meer
verheven zijn dan louter het voorzien in het eigen levensonderhoud. Zo
komen we terug bij Aristoteles die alle betaalde arbeid beschouwde als
brein dodend en als een hindernis die het nastreven van hogere deugden in
de weg staat. Of bij Henry George die zo tastbaar het werken in
loondienst omschreef als slavernij 2.0. In het licht daarvan krijgt het
concept ‘vrije tijd’ plots een heel andere bijklank.

Misschien
is de droom van een meer verheven maatschappij, ontdaan van werk,
binnen handbereik. Mogelijk is het eindpunt in zicht van een lange
evolutie. Alsof we met z’n allen op de weerbarstige wereld, waar we ooit
waren gestrand, er eindelijk in geslaagd zijn onszelf te handhaven,
zonder dat we ons daarvoor hele dagen uit de naad moeten werken. Voor we
daar belanden, gaan we echter nog een pijnlijke confrontatie tegemoet. De huidige inrichting van ons welvaartsmodel roomt de opbrengsten van de door de massaal gecreëerde welvaart immers af naar een kleine groep. In plaats van een systeem te
beschermen en verder te zetten, waarvan we al lang weten dat het niet
eerlijk is en mensen overboord duwt, hebben we een systeemverandering
nodig, een gedachteswitch. De fetisj voor betaalde arbeid als hoeksteen
van onze identiteit mag dan in dezelfde beweging op de schop. We zullen
er aan moeten wennen om het nut van een mens niet langer in economische
termen uit te drukken.

Herverdeling

Het
economische model, gebaseerd op massaproductie en massatewerkstelling
gaat dus op korte termijn met pensioen. De wereld van schaarste zal
vervellen naar één van overvloed. De grote uitdaging wordt meer dan ooit
om een rechtvaardige herverdeling af te dwingen. Het besef moet groeien
dat de technologische vooruitgang een collectieve verdienste is en geen
individuele. De productiviteitswinsten ervan komen ons allen toe.  Het
valt niet uit te leggen dat de opbrengsten van een product dat voorheen
door 100 mensen gecreëerd werd, volledig toekomen aan de eigenaar van de
ene machine of het ene algoritme die ze verving. Dat is sociale
onrechtvaardigheid. In de geautomatiseerde wereld zal het onhoudbaar
blijken. Laat ons dus zo snel mogelijk komaf maken met deze
voorbijgestreefde manier van leven. We hebben de kans om proactief te
kiezen voor een herverdelingsmodel dat beter aansluit bij de moderne
tijd. Een eerste aanzet daartoe kan een onvoorwaardelijk basisinkomen
zijn. Het minder aantrekkelijke alternatief is om te wachten tot het
sociale conflict zo groot zal zijn, dat het ons zal dwingen te
veranderen. De tijd is daarom rijp om de eerste stappen te zetten
richting een meer rechtvaardige en vrije toekomst. Een wereld, waarin we
de vruchten van de technologische vooruitgang kunnen plukken en in staat zijn een vol
leven te leiden, los van de noodzaak om te werken om te overleven.

bronnen:
http://www.economist.com/news/leaders/21594298-effect-todays-technology-tomorrows-jobs-will-be-immenseand-no-country-readyhttps://www.flickr.com/photos/striatic/1276092/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!