Nieuwslijn BE -

Opmars IS in vlakte van Nineveh genadeslag voor Iraakse christenen?

Het voorbije decennium is bijzonder hard geweest voor Iraakse christenen. De chaos na de Amerikaanse invasie maakte hen tot een ideaal doelwit voor extremistische groeperingen. De Koerdische Autonome Regio (KRG) in het noorden van het land was lange tijd het enige toevluchtsoord, maar na de recente opmars van de Islamitische Staat gelooft geen christen nog in een toekomst in Irak.

vrijdag 6 februari 2015 15:00

Het is druk rond de Mar Mouni kerk in Ainkawa. Net als bij
zowat alle kerken in dit christelijke stadsdeel van Erbil, de hoofdstad van de
KRG, is de kerk omringd met tenten en containers. Die bieden onderdak aan de
meest recente stroom vluchtelingen die Ainkawa te slikken kreeg na de val van Mosul
in juni en de inname van de christelijke steden en dorpen in de vlakte van
Nineveh.

Bisschop in ballingschap

Vader Behnam brengt me naar een soort containergebouw op het
kerkplein. Binnen is een man druk in de weer met een niet-aflatende stoet mensen
die met allerlei formulieren komen aandraven. De man is zichtbaar vermoeid, erg
veel zin in een interview heeft hij niet. Mgr. Youhanna Petrus Mouche was, of
liever is, aartsbisschop van de Assyrisch-katholieke gemeenschap in Mosul. Nu
leeft hij in ballingschap in Erbil, net als zijn geloofsgenoten. “Het begon net
beter te gaan met onze gemeenschap. Na de val van Saddam hebben we moeilijke
jaren gekend, veel mensen hebben Mosul verlaten in die tijd. Maar de opmars van
IS is een catastrofe zoals we het ons nooit hadden kunnen voorstellen. Er zijn
geen christenen meer in Mosul meer over. Iedereen is naar Koerdistan gevlucht,
wie de mogelijkheid heeft verlaat het land.”

Mgr. Monche vat nog steeds niet wat er in die dagen is
gebeurd. “Het Iraaks leger nam meteen de benen, terwijl we dachten dat zij ons
gingen verdedigen. Een maand later zagen we hetzelfde in Nineveh met de
Koerden. Waarom het zo gelopen is weet ik niet. Nu vecht een internationale
coalitie van ‘s werelds machtigste landen tegen IS, maar veel verandert er
niet.” 

Erg veel hoop heeft mgr. Monche niet meer. “Stel dat de
Koerden of het Iraaks leger Mosul herovert, wat dan? Toen IS kwam werden ze
verwelkomd door veel soennieten. Het zijn onze buren die onze huizen hebben
geplunderd, nochtans waren er voorheen geen spanningen. Hoe kunnen we nog ooit
met hen samenleven? Veel mensen willen dat we als christenen blijven in Irak,
maar dit is geen leefbare situatie. Onze toekomst oogt bijzonder duister.”

Betonnen geraamte

Ainkawa Mall moest een van de vele nieuwe winkelcentra
worden die de olierijkdom Iraaks Koerdistan geschonken heeft. Misschien komt
het er ooit nog wel van. Maar sinds twee maanden is de bouwwerf overgenomen
door gevluchte christenen uit Mosul, Qaraqosh, Bartella en andere dorpen in de
vlakte van Nineveh. Langs de buitenkant begon Ainkawa Mall al een beetje op een
winkelcentrum te lijken, binnenin biedt de plek niet meer dan een kaal,
betonnen skelet. Alleen de roltrappen staan er al.

Buiten voor de ingang staan wat mensen doelloos rond te
slenteren. Een paar meer ondernemende types hebben koopwaar aangesleurd en
uitgestald voor de was die te drogen hangt. Aan de overkant staan een paar
containerlokalen van de UNHCR, UNICEF en andere hulporganisaties. De scene
binnen doet hallucinant aan, maar is niet ongewoon in de KRG. In Erbil en
Dohuk, de twee steden die de meeste vluchtelingen te slikken kregen zijn
meerdere bouwwerven omgevormd tot – hopelijk tijdelijke – onderkomens. 

De eerste drie verdiepingen zijn door het UNICEF zo goed en
kwaad als het kon vertimmerd tot kamers. Elektriciteit is er niet, water
nauwelijks. Ook hier zijn er al enkele geïmproviseerde winkeltjes en kapsalons
opgedoken. De betonnen trap gaat tot op de vierde verdieping. Die hangt vol met
wasdraden waartussen kinderen zich lopen te amuseren. Misschien geen goed idee,
in het midden gaapt een gat tot aan het gelijkvloers. Vandaag werden er enkele
wasmachines geïnstalleerd en grote kuis gehouden. Noor, een jonge vrouw die
voor het Danish Refugee Council (DRC) werkt, somt de gebreken van Ainkawa Mall
op. “Vooral het gebrek aan verwarming maakt de nood aan een andere oplossing
steeds nijpender. Het gerucht gaat dat deze vluchtelingen in het Bashirma-kamp
zullen worden ondergebracht.”

Plek in België?

Een van de mensen die een onderkomen gevonden heeft op het
gelijkvloers is Habiba Behnam. De vrouw, ergens in de zestig en afkomstig uit
Qaraqosh, betrekt een geïmproviseerde kamer samen met haar zoon en een stel
kleinkinderen. “Het was een moeilijke beslissing om Qaraqosh te verlaten, maar
nadat een mortier twee kinderen en een oudere vrouw doodde zijn we vertrokken.
IS zat toen al een maand in Mosul, we leefden in constante angst dat ze ook
Qaraqosh zouden aanvallen. We hebben het geluk gehad om met de wagen te kunnen
vluchten.”

“De zomer hebben we doorgebracht
in een tent nabij Mar Mouni. Nu zitten we al drie maanden hier in Ainkawa Mall.
Het is koud, ik ben bang voor de winter, maar we proberen er het beste van te
maken.” Habiba polst of België soms Iraakse christenen opneemt. Haar oom is al
naar Duitsland vertrokken. “Niemand wil het land verlaten waar we altijd
geleefd hebben. Maar we hebben geen keuze. Zelfs hier in Erbil voel ik me niet
veilig. Een paar dagen geleden is hier ook een autobom ontploft. Schrijf mijn
naam maar op voor als je terug in België bent.”

Een van de mensen die zich inzet om het kamp in Ainkawa Mall
draaiend te houden is diaken Ibrahim, zelf afkomstig uit Bartella, een stad
niet ver van Qaraqosh. “Ik herinner me hoe op een avond het gerucht begon rond
te gaan dat we moesten vluchten. Zodra we hoorden dat de Peshmerga (Koerdische
strijdkrachten in Noord-Irak
) de benen hadden genomen wisten we hoe laat
het was. Tegen half elf ben ik zelf vertrokken. Maar de wegen zaten potdicht
door de grote stroom vluchtelingen. Iedereen is uiteindelijk veilig uit
Bartella weggeraakt. Wij hebben IS niet gezien, de mensen van Mosul wel. Maar
de opmars van IS kwam als een totale verrassing. Zelfs toen we vertrokken
dachten we dat het maar voor een paar dagen zou zijn. Nu zit ik hier al vier
maanden.”

Trouw aan Irak

Net als zowat alle christenen in Ainkawa Mall gelooft
Ibrahim niet meer in een toekomst in Irak. “Er waren voorheen geen spanningen
tussen Assyriërs en Arabieren in Batella. Toch is dit kunnen gebeuren. Als we
al ooit terugkeren is het om onze eigendommen te verkopen. Ik wil niet meer
samenleven met moslims, het vertrouwen is compleet weg. Trouwens, wat blijft er
nog over om naar terug te keren? Van onze huizen rest niet meer dan de muren.
Vroeger leefden hier enkel christenen, daar is niets van over. De kerken en
kloosters zijn verwoest, onze manuscripten verbrand… Onze geschiedenis is
weggeveegd. Als we dan toch vanaf nul moeten herbeginnen, dan liever in Europa.
Mijn broers en neven zijn al vertrokken.”

“We zijn lang trouw gebleven aan
dit land, hoewel we wisten dat er op een dag problemen zouden komen. Maar Irak
bestaat niet meer. Sinds de Amerikaanse invasie staan de verschillende etnische
groepen elkaar naar het leven, en als minderheid worden we verpletterd. De
relaties met de Koerden zijn goed op dit moment, maar dat kan snel veranderen
als iemand anders aan de macht komt. Irak wordt geregeerd door personen, niet
door wetten of principes. Nee, volgens mij is dit het einde van het christendom
in dit land.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!