Opinie - Stefaan Hublou

Het menselijke in moslims blijven zien

Na het verschrikkelijke nieuws van de raid op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs zal 7 januari 2015 voor Europeanen wellicht een bijklank krijgen als 9/11 voor Amerika en de wereld. Het is gemakkelijk nu naar wraak te verlangen, niets anders meer te voelen dan boosheid op de moslims en hun wereld.

donderdag 29 januari 2015 12:54

Ondanks de pijn, de schok, de afschuw, het verdriet, de belediging, het misverstand… willen wij een pleidooi houden voor die andere, smalle weg: voor het openhouden van ons hart. Voor het blijven ervaren van mededogen en verbondenheid, en het blijven zoeken naar begrip van die andere die zo onverwacht-gewelddadig in onze wereld binnenbreekt.

De nieuwe feiten zijn wreed en schokkend: een commando is de kantoren van de genoemde redactie binnengedrongen en schoot er twaalf mensen dood, onder wie een stichter, de hoofdredacteur, vijf cartoonisten, politieagenten… Daartegen moeten wij in het geweer komen, zulk dodelijk-vijandig gedrag is onaanvaardbaar.

Maar naast het vatten, berechten en begeleiden van de daders ervaren wij dit geweld bovenal als een noodkreet, die vraagt om gehoor en begrip. Een intensifiëring van de dialoog tussen westerlingen en moslims dringt zich op. Woede is immers een uiting van ondragelijke onmacht.

Op 19 september 2001, acht dagen na de aanslag in Manhattan, schreven wij vanuit ons retraiteoord in Oost-Polen een beschouwing in De Standaard. Wij wezen erop dat vanuit het standpunt van mensen die de Islam volgen, hun al lange tijd onrecht wordt aangedaan, op sluipende manier, en dat hun klachten daarover in hun perceptie niet werden gehoord.

Het besef daagt: deze mensen staan voor een radicaal andere identiteit en daar wordt dagelijks afbreuk aan gedaan. Misschien zijn een aantal van hun waarden die wij voorbijgestreefd vinden, dat niet? Zij zijn bij nader toezien het slachtoffer van latent structureel en symbolisch geweld. Ons standpunt werd later door sommigen betiteld als afstandelijk en intellectueel, niet intelligibel.

Dit standpunt, dat wij ook vandaag verduidelijken, is echter in de eerste plaats de vrucht van een groot vermogen nabijheid te bieden aan mensen die lijden. Die op latente wijze onrecht wordt gedaan. Het gaat om empathie, het opbrengen van mededogen voor slachtoffers. Ook juist als enkelen van hen net tot daders zijn verworden.

Het standpunt dat wij innemen is gegroeid als ervaringsdeskundige in de jeugd; en door gesprekken die nu over tien jaar lopen, met jongeren met Marokkaanse wortels in de wijk Casablanca in Leuven.

Die omgeving is relatief rustig, waarschijnlijk ook dankzij de communicatiekanalen die worden opengehouden, mede met overheidssteun, met inzet van buurtwerkers en jongerenwerkers. In andere steden is de situatie dramatischer. We kunnen de lectuur van Drarie in de nacht (2014) aanraden, van de jonge Marokkaans-Vlaamse auteur Fikry El Azzouzi, die treffend het uiterst lastige universum schetst waarin sommige moslimjongeren bij ons moeten trachten op te groeien.

Vandaag wordt iets essentieels duidelijk, iets dat onze wereld ter gelegenheid van de rel met de Deense cartoonist in 2006 nog niet zo goed had begrepen. Het intellectuele plezier van berichtgeven in massamedia met speelse, verstandige humor en zelfs bijtende spot, dat kan een grote groep moslims echt niet begrijpen! Het is duidelijk dat hier twee culturen, twee systemen van ‘software’ waarop de geest van de mens draait, frontaal botsen.

Zelfs de voorzitter van de moskeeën in Frankrijk die de avond zelf op Eén aan het woord wordt gelaten en die bevestigt dat hij zijn achterban al langer opriep “de persteksten te laten passeren”, gebruikt de term “deze daden van minachting voor ons geloof”. Gedurende lange tijd minachting ondergaan voor wat je het meest heilig is, dat is een zware last, die op den duur ondraaglijk kan worden.

Als historici leren wij uit deze botsing dat onze westerse kijk op media en pers helemaal niet vanzelfsprekend is, niet universeel menselijk. Bij ons heeft die persvrijheid een lange evolutie gekend en een positieve rol gespeeld bij ontvoogding en bevrijding. Bevrijding van absolutistische staatshoofden, van machtsmisbruik door tycoons van de beginnende industrie, van fouten in besteding van overheidsgelden enzovoort.

Dat de dagelijkse lading van uitgelezen rampen en negatieve uitzonderingen de kijker intussen gevangen houdt in de waan van de dag en in de greep van de angst, iets dat filosoof Alain De Botton in een recent essay aanklaagt, is echter een teken dat onze nieuwsproductie en -consumptie ook voor eigen volk niet onproblematisch is. Zegt men niet dat wij Vlamingen al te lang hebben geleerd te zwijgen?

In 2006 toen islamisten de Deense cartoonist bedreigden, hebben wij een stukje gepubliceerd waarin we opmerkten dat de burger in het werelddorp, waar mensen met heel verschillend gewortelde identiteiten naast elkaar leven, best tactvol en behoedzaam met de gevoeligheden van zijn buur omgaat.

Vormen van verstoring, lawaai en lelijkheid kunnen twistappels worden. Die duidende woorden zijn door hoogleraren internationale politiek geciteerd in colleges, zo liet men ons weten. De nieuwe zware aanslag bevestigt de diepe waarheid van de negen jaar geleden geboden analyse.

Commentatoren betitelen gewelddadige reacties zoals de aanslag in Manhattan of de nieuwe in Parijs nogal eens als “buitenproportioneel”. Maar is dat wel zo? Is de vernederde mens niet zo ingesteld dat hij de dagelijkse minachting zo goed mogelijk incasseert, noodgedwongen meedraagt, maar vaak niet kan evacueren?

En dat hij en zij, miljoenen kleine mensen, de heilige, diepe verontwaardiging over gepercipieerde onrechtvaardigheid als laagjes kleine pijn noodzakelijkerwijs opstapelen, tot de eruptie onvermijdelijk wordt, op een niet te voorspellen ogenblik?

Laten wij bij het trachten begrijpen van een en ander een belangrijk contextueel gegeven niet vergeten: de levensomstandigheden, het comfort, de welstand, de medische verzorging, de arbeidskansen, het sociale vangnet, de kans om dagelijks gevarieerd en gezond te eten… zijn in vele moslimlanden veel minder goed dan bij ons.

Vaders, moeders, kinderen, tantes, grootouders leven op het scherp van het mes, in een situatie van harde struggle for life, in precariteit. In zulke omstandigheden nemen de kracht en het belang van een idee toe. Zoals dat bij mensen gaat. In zulke zwarte universa wordt de steun die uitgaat van een ideologie, van een godsgeloof, en van gebed uiterst belangrijk.

Dat denken, die beelden, die woorden van geloof, hoop en verlossing, zij maken het verschil. Het verschil tussen hoop en wanhoop, zwemmen en verdrinken, leven en dood. En dat dag aan dag, uur tot uur. Als derden dan radicaal afbreuk doen aan die Woorden, wanneer zij, de machtigen, die zelfvoldaan stralen en optreden in de media, dan niet inzien dat zij mensen in ontredderende existentiële onstabiliteit brengen met hun vernietigende tekeningen en woorden, is dat dan geen agressieve arrogantie, schuldige blindheid voor wat men aanricht met de levensdraad van de andere?

“Mensen veroorzaken catastrofes, maar wat nog bedenkelijker is, ze sluiten voor deze catastrofes de ogen”, zo schrijft filosoof Dirk De Schutter terecht in Het catastrofale (2014). Grote culturele ontsporingen als de Shoah schrijft de auteur toe aan het onvermogen van de westerse mens om met zichzelf en zijn tekort in het reine te kunnen komen.

Dat zijn woorden om niet te snel overheen te lezen. En er is nog iets. Hoogleraar Dominique Moïsi schreef enkele jaren terug zijn grootse studie De geopolitiek van de emotie. Daarin konden we al leren dat de islamculturen al een paar eeuwen gebukt gaan onder een besef van vernedering.

De neergang van hun ooit zo bloeiende cultuur doet pijn, zeker omdat een nieuwe cultuur, een materialistische consumptiecultuur met evidente nadelen, intussen (voorlopig) zo fel bloeit én zelfvoldaan snoeft… Moïsi merkt terecht op dat naties, diplomaten en denkers meer die collectieve emoties moeten in rekening brengen in de omgang met elkaar.

Nu wij weten dat moslims lijden aan een gevoel van vernedering, ook al is die wonde niet in elk gelaat dadelijk zichtbaar, dienen wij met zachte handschoen met hen om te gaan. Dat is toch een imperatief van normaal menselijk omgaan in mededogen?

In het journaal van 7 januari viel het mij overigens op dat grote politieke tenoren, van president Hollande en premier Cameron tot kanselier Merkel en Secretary of State Kerry, reageren in dezelfde trant: “Wij moeten onverkort vasthouden aan de persvrijheid en de democratische waarden”.

Dit soort conclusie is misschien begrijpelijk op de dag van de vergelding, maar de ware uitdaging lijkt ons daar voorbij te liggen. Van deze klap in het gezicht gaat een appel uit om de eigen pijn van het moment te overstijgen, en met verdubbeld mededogen en empathie naar de andere te luisteren en te kijken. Misschien is daar ook groot lijden aan de gang?

Toegegeven, het is een bijna bovenmenselijke oefening in nederigheid, maar de enige wijze reactie lijkt toch deze: “Oef, u reageert zo hevig? Blijkbaar heb ik u veel meer pijn gedaan dan ik had beseft. Excuseert u mij! Het zal niet meer gebeuren.” Is het zo onbegrijpelijk dat de arme mensen die houvast vinden in geloof en profeet, er niet bij kunnen dat voor ons de aangename, intelligente lectuur in de satirische traditie en het bijhorende grijnslachje in het weekend als hoger, onaantastbaar doel geschat worden? We mogen ons nu niet in een houding van valse trots of valse schaamte laten vastzetten. De opgave is ons hart door de pijn te laten openen, het niet te sluiten.

Uiteindelijk zijn de wereldwijde grote aanslagen van minderheden een grote wake up call. Zij zeggen luid: “Mens, je leeft niet alleen. Mensen zijn geroepen samen te leven.” En de afkeuring van onze cultuur die uit het geweld spreekt, die is toch niet geheel onbegrijpelijk? De cultuur van de persvrijheid is toch ook juist het universum van de vervreemding, de onverschilligheid, de ironie, het cynisme geworden?

Er is een ziekmakend gebrek aan verbondenheid binnengeslopen in vele levens. Een gebrek aan openheid voor het mysterie, voor de spirituele dimensie, voor God, voor dankbaarheid, voor eenvoudige openheid. Eenzaamheid, hebzucht en cynisme woekeren. Die eenzaamheid is een risicofactor voor depressie, en deze kan aanleiding geven tot zelfdoding.

De (tijdelijk!) succesvolle, machtige burger die zich vaak in cynisme hult, heeft de diepe wanhoop van de mensen die tot zelfdoding overgaan al te lang genegeerd. De aantallen zijn alarmerend, vooral in ons land. Een wereld zonder gezonde dosis empathie en offervaardigheid dreigt onleefbaar te worden. In de eigen kring, maar ook in het werelddorp.

Als iets dat voor ons gewone praktijk is, voor de exotische buur elke dag overkomt als een klap in het gezicht, dan moeten wij bereid zijn onze gewoonte, ja een deeltje van onze identiteit en cultuur, aan te passen. Het zware lijden bij de betrokkene mag en moet in de balans zwaarder wegen dan het kleine genieten bij onszelf. Een klein beetje zin voor zelfdiscipline, matiging, discretie en soberheid zal relatief veel vrede en verlichting opleveren aan de overkant. En zo kan weer gewoon goed samenleven mogelijk worden.

Het historische aspect in het oog houden kan ook hier verhelderend werken. De meest vooraanstaande leiders van onze naties, voor ons koning Boudewijn, zijn in de jaren zestig persoonlijk in landen als Marokko gaan vragen dat mannen naar hier zouden komen om het meest onaangename, gevaarlijke soort arbeid over te nemen.

Het is een misvatting gebleken dat wij door de handarbeiders een eerlijk loon te betalen, al onze verantwoordelijkheden voor die mensen en hun familie, en voor hun culturele en godsdienstige noden konden afkopen. Een mens is geen eenheid van arbeid, geen machine. Het is toch goed daar even bij stil te staan, in dit verhaal komen wij zelf voor. Die mensen en hun kinderen en kleinkinderen leven nu hier, en zij verdienen het als hele, volkomen mensen geëerbiedigd te worden. Inclusief hun spirituele noden.

Gastvrijheid blijft onze plicht, over de generaties heen. Dat de hoofddoekjes en de schapenslachtingen op zoveel verzet en kleinburgerlijke ergernis stuiten, vervreemdt die mensen van ons en van onze natie, onze gemeenschap en cultuur. Die onherbergzame sfeer draagt bij tot wanhoopsdaden door jonge mannen, die jihadstrijders worden in het buitenland.

De pijn na de nieuwe aanslag mag ons niet verblinden en niet in haat en wraak doen vervallen, zoals president George W. Bush heeft laten gebeuren na elf september 2001. Zulk handelen vanuit de onderbuik is alleen maar contraproductief, dat is intussen nog eens bewezen met het debacle in Iran en Afghanistan, en de gelijktijdige verslechtering van de situatie thuis in de USA.

Uit de reactie van ons allen zal blijken of onze wereld echt klaar is om met meer empathie te leven, iets waartoe uiteenlopende grote denkers en morele leiders, van Barack Obama over etholoog Frans De Waal tot Paus Franciscus ons heel terecht oproepen.

Wat onze eigen gemeenschap aangaat: prof. Roger Blanpain, specialist arbeidsrecht, wees een paar jaar geleden al op het structurele geweld dat wij Belgen de Belgische moslims en zwarten aandoen. In Terzake sloeg hij op tafel: “De blijvende discriminatie op de arbeidsmarkt, dat is een bom onder de samenleving!”

Voor ons allen geldt nu de uitdaging ons niet uit onze natuurlijke menselijke goedheid te laten blazen door het extreme geweld van enkelingen. Elk van ons is geroepen zijn kleine bijdrage te blijven leveren, vanuit de bekende“kleine goedheid”, zo terecht bezongen door de geniale Joods-Franse ethicus Emmanuel Levinas en onze eigen profetische verdrietdokter Dirk De Wachter.

Het gaat om het betonen van de goede wil in concrete, gewone omstandigheden. De gebruiker van het openbaar vervoer kan trachten het ijs te breken en een kleine ontmoeting tot stand te laten komen. Op de werkvloer zijn we geroepen vlot samen te werken en vriendschappen te ontwikkelen met de collega’s van vreemde origine. De ondernemer die werkzoekenden kansen biedt als werknemer, levert een waardevolle, nobele bijdrage aan een goede toekomst samen, die de economische sfeer en het korte termijnbelang ver overstijgt… In die breed werkende kleine goedheid schuilt veel kracht en daar is onze hoop gevestigd.

De dialoog met extremisten is uiterst moeilijk. Anderen overtuigen van de waarde van onze cultuur en ons systeem zal het beste lukken door hen daadwerkelijk op te nemen in onze gemeenschap, hun families kansen op leven, en dus op arbeid, veiligheid, thuiskomen, vriendschap en dialoog te geven.

Nabijheid verandert alles. Toelaten dat onverschilligheid naar elkaar de overhand zou nemen, dat is op termijn een tijdbom in het middenveld, ook voor ons inboorlingen onder elkaar. Mooie kleren van de solden shopping zullen ons daar niet tegen kunnen beschermen.

Intussen is het waar, degenen die criminele kracht gebruikten, en ieder die in verarmende simplismen denkt en die denkmodellen aan anderen wil opdringen, moet aangepakt worden. Maar niet vanuit opflakkerende haat of acute wraakbehoefte, maar met liefde, intelligente emotie en wijze zin voor maat. Zoals de tuinman bepaalde takken van zijn planten snoeit: niet met kwade bedoelingen, maar om de gehele boom tot meer vitaliteit en een langere levensduur te brengen.

Stefaan Hublou is historicus en onafhankelijk publicist. 

take down
the paywall
steun ons nu!