about
Toon menu
Opinie

Het menselijke in moslims blijven zien

Na het verschrikkelijke nieuws van de raid op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs zal 7 januari 2015 voor Europeanen wellicht een bijklank krijgen als 9/11 voor Amerika en de wereld. Het is gemakkelijk nu naar wraak te verlangen, niets anders meer te voelen dan boosheid op de moslims en hun wereld.
donderdag 29 januari 2015

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Ondanks de pijn, de schok, de afschuw, het verdriet, de belediging, het misverstand… willen wij een pleidooi houden voor die andere, smalle weg: voor het openhouden van ons hart. Voor het blijven ervaren van mededogen en verbondenheid, en het blijven zoeken naar begrip van die andere die zo onverwacht-gewelddadig in onze wereld binnenbreekt.

De nieuwe feiten zijn wreed en schokkend: een commando is de kantoren van de genoemde redactie binnengedrongen en schoot er twaalf mensen dood, onder wie een stichter, de hoofdredacteur, vijf cartoonisten, politieagenten… Daartegen moeten wij in het geweer komen, zulk dodelijk-vijandig gedrag is onaanvaardbaar.

Maar naast het vatten, berechten en begeleiden van de daders ervaren wij dit geweld bovenal als een noodkreet, die vraagt om gehoor en begrip. Een intensifiëring van de dialoog tussen westerlingen en moslims dringt zich op. Woede is immers een uiting van ondragelijke onmacht.

Op 19 september 2001, acht dagen na de aanslag in Manhattan, schreven wij vanuit ons retraiteoord in Oost-Polen een beschouwing in De Standaard. Wij wezen erop dat vanuit het standpunt van mensen die de Islam volgen, hun al lange tijd onrecht wordt aangedaan, op sluipende manier, en dat hun klachten daarover in hun perceptie niet werden gehoord.

Het besef daagt: deze mensen staan voor een radicaal andere identiteit en daar wordt dagelijks afbreuk aan gedaan. Misschien zijn een aantal van hun waarden die wij voorbijgestreefd vinden, dat niet? Zij zijn bij nader toezien het slachtoffer van latent structureel en symbolisch geweld. Ons standpunt werd later door sommigen betiteld als afstandelijk en intellectueel, niet intelligibel.

Dit standpunt, dat wij ook vandaag verduidelijken, is echter in de eerste plaats de vrucht van een groot vermogen nabijheid te bieden aan mensen die lijden. Die op latente wijze onrecht wordt gedaan. Het gaat om empathie, het opbrengen van mededogen voor slachtoffers. Ook juist als enkelen van hen net tot daders zijn verworden.

Het standpunt dat wij innemen is gegroeid als ervaringsdeskundige in de jeugd; en door gesprekken die nu over tien jaar lopen, met jongeren met Marokkaanse wortels in de wijk Casablanca in Leuven.

Die omgeving is relatief rustig, waarschijnlijk ook dankzij de communicatiekanalen die worden opengehouden, mede met overheidssteun, met inzet van buurtwerkers en jongerenwerkers. In andere steden is de situatie dramatischer. We kunnen de lectuur van Drarie in de nacht (2014) aanraden, van de jonge Marokkaans-Vlaamse auteur Fikry El Azzouzi, die treffend het uiterst lastige universum schetst waarin sommige moslimjongeren bij ons moeten trachten op te groeien.

Vandaag wordt iets essentieels duidelijk, iets dat onze wereld ter gelegenheid van de rel met de Deense cartoonist in 2006 nog niet zo goed had begrepen. Het intellectuele plezier van berichtgeven in massamedia met speelse, verstandige humor en zelfs bijtende spot, dat kan een grote groep moslims echt niet begrijpen! Het is duidelijk dat hier twee culturen, twee systemen van ‘software’ waarop de geest van de mens draait, frontaal botsen.

Zelfs de voorzitter van de moskeeën in Frankrijk die de avond zelf op Eén aan het woord wordt gelaten en die bevestigt dat hij zijn achterban al langer opriep “de persteksten te laten passeren”, gebruikt de term “deze daden van minachting voor ons geloof”. Gedurende lange tijd minachting ondergaan voor wat je het meest heilig is, dat is een zware last, die op den duur ondraaglijk kan worden.

Als historici leren wij uit deze botsing dat onze westerse kijk op media en pers helemaal niet vanzelfsprekend is, niet universeel menselijk. Bij ons heeft die persvrijheid een lange evolutie gekend en een positieve rol gespeeld bij ontvoogding en bevrijding. Bevrijding van absolutistische staatshoofden, van machtsmisbruik door tycoons van de beginnende industrie, van fouten in besteding van overheidsgelden enzovoort.

Dat de dagelijkse lading van uitgelezen rampen en negatieve uitzonderingen de kijker intussen gevangen houdt in de waan van de dag en in de greep van de angst, iets dat filosoof Alain De Botton in een recent essay aanklaagt, is echter een teken dat onze nieuwsproductie en -consumptie ook voor eigen volk niet onproblematisch is. Zegt men niet dat wij Vlamingen al te lang hebben geleerd te zwijgen?

In 2006 toen islamisten de Deense cartoonist bedreigden, hebben wij een stukje gepubliceerd waarin we opmerkten dat de burger in het werelddorp, waar mensen met heel verschillend gewortelde identiteiten naast elkaar leven, best tactvol en behoedzaam met de gevoeligheden van zijn buur omgaat.

Vormen van verstoring, lawaai en lelijkheid kunnen twistappels worden. Die duidende woorden zijn door hoogleraren internationale politiek geciteerd in colleges, zo liet men ons weten. De nieuwe zware aanslag bevestigt de diepe waarheid van de negen jaar geleden geboden analyse.

Commentatoren betitelen gewelddadige reacties zoals de aanslag in Manhattan of de nieuwe in Parijs nogal eens als “buitenproportioneel”. Maar is dat wel zo? Is de vernederde mens niet zo ingesteld dat hij de dagelijkse minachting zo goed mogelijk incasseert, noodgedwongen meedraagt, maar vaak niet kan evacueren?

En dat hij en zij, miljoenen kleine mensen, de heilige, diepe verontwaardiging over gepercipieerde onrechtvaardigheid als laagjes kleine pijn noodzakelijkerwijs opstapelen, tot de eruptie onvermijdelijk wordt, op een niet te voorspellen ogenblik?

Laten wij bij het trachten begrijpen van een en ander een belangrijk contextueel gegeven niet vergeten: de levensomstandigheden, het comfort, de welstand, de medische verzorging, de arbeidskansen, het sociale vangnet, de kans om dagelijks gevarieerd en gezond te eten… zijn in vele moslimlanden veel minder goed dan bij ons.

Vaders, moeders, kinderen, tantes, grootouders leven op het scherp van het mes, in een situatie van harde struggle for life, in precariteit. In zulke omstandigheden nemen de kracht en het belang van een idee toe. Zoals dat bij mensen gaat. In zulke zwarte universa wordt de steun die uitgaat van een ideologie, van een godsgeloof, en van gebed uiterst belangrijk.

Dat denken, die beelden, die woorden van geloof, hoop en verlossing, zij maken het verschil. Het verschil tussen hoop en wanhoop, zwemmen en verdrinken, leven en dood. En dat dag aan dag, uur tot uur. Als derden dan radicaal afbreuk doen aan die Woorden, wanneer zij, de machtigen, die zelfvoldaan stralen en optreden in de media, dan niet inzien dat zij mensen in ontredderende existentiële onstabiliteit brengen met hun vernietigende tekeningen en woorden, is dat dan geen agressieve arrogantie, schuldige blindheid voor wat men aanricht met de levensdraad van de andere?

“Mensen veroorzaken catastrofes, maar wat nog bedenkelijker is, ze sluiten voor deze catastrofes de ogen”, zo schrijft filosoof Dirk De Schutter terecht in Het catastrofale (2014). Grote culturele ontsporingen als de Shoah schrijft de auteur toe aan het onvermogen van de westerse mens om met zichzelf en zijn tekort in het reine te kunnen komen.

Dat zijn woorden om niet te snel overheen te lezen. En er is nog iets. Hoogleraar Dominique Moïsi schreef enkele jaren terug zijn grootse studie De geopolitiek van de emotie. Daarin konden we al leren dat de islamculturen al een paar eeuwen gebukt gaan onder een besef van vernedering.

De neergang van hun ooit zo bloeiende cultuur doet pijn, zeker omdat een nieuwe cultuur, een materialistische consumptiecultuur met evidente nadelen, intussen (voorlopig) zo fel bloeit én zelfvoldaan snoeft… Moïsi merkt terecht op dat naties, diplomaten en denkers meer die collectieve emoties moeten in rekening brengen in de omgang met elkaar.

Nu wij weten dat moslims lijden aan een gevoel van vernedering, ook al is die wonde niet in elk gelaat dadelijk zichtbaar, dienen wij met zachte handschoen met hen om te gaan. Dat is toch een imperatief van normaal menselijk omgaan in mededogen?

In het journaal van 7 januari viel het mij overigens op dat grote politieke tenoren, van president Hollande en premier Cameron tot kanselier Merkel en Secretary of State Kerry, reageren in dezelfde trant: “Wij moeten onverkort vasthouden aan de persvrijheid en de democratische waarden”.

Dit soort conclusie is misschien begrijpelijk op de dag van de vergelding, maar de ware uitdaging lijkt ons daar voorbij te liggen. Van deze klap in het gezicht gaat een appel uit om de eigen pijn van het moment te overstijgen, en met verdubbeld mededogen en empathie naar de andere te luisteren en te kijken. Misschien is daar ook groot lijden aan de gang?

Toegegeven, het is een bijna bovenmenselijke oefening in nederigheid, maar de enige wijze reactie lijkt toch deze: “Oef, u reageert zo hevig? Blijkbaar heb ik u veel meer pijn gedaan dan ik had beseft. Excuseert u mij! Het zal niet meer gebeuren.” Is het zo onbegrijpelijk dat de arme mensen die houvast vinden in geloof en profeet, er niet bij kunnen dat voor ons de aangename, intelligente lectuur in de satirische traditie en het bijhorende grijnslachje in het weekend als hoger, onaantastbaar doel geschat worden? We mogen ons nu niet in een houding van valse trots of valse schaamte laten vastzetten. De opgave is ons hart door de pijn te laten openen, het niet te sluiten.

Uiteindelijk zijn de wereldwijde grote aanslagen van minderheden een grote wake up call. Zij zeggen luid: “Mens, je leeft niet alleen. Mensen zijn geroepen samen te leven.” En de afkeuring van onze cultuur die uit het geweld spreekt, die is toch niet geheel onbegrijpelijk? De cultuur van de persvrijheid is toch ook juist het universum van de vervreemding, de onverschilligheid, de ironie, het cynisme geworden?

Er is een ziekmakend gebrek aan verbondenheid binnengeslopen in vele levens. Een gebrek aan openheid voor het mysterie, voor de spirituele dimensie, voor God, voor dankbaarheid, voor eenvoudige openheid. Eenzaamheid, hebzucht en cynisme woekeren. Die eenzaamheid is een risicofactor voor depressie, en deze kan aanleiding geven tot zelfdoding.

De (tijdelijk!) succesvolle, machtige burger die zich vaak in cynisme hult, heeft de diepe wanhoop van de mensen die tot zelfdoding overgaan al te lang genegeerd. De aantallen zijn alarmerend, vooral in ons land. Een wereld zonder gezonde dosis empathie en offervaardigheid dreigt onleefbaar te worden. In de eigen kring, maar ook in het werelddorp.

Als iets dat voor ons gewone praktijk is, voor de exotische buur elke dag overkomt als een klap in het gezicht, dan moeten wij bereid zijn onze gewoonte, ja een deeltje van onze identiteit en cultuur, aan te passen. Het zware lijden bij de betrokkene mag en moet in de balans zwaarder wegen dan het kleine genieten bij onszelf. Een klein beetje zin voor zelfdiscipline, matiging, discretie en soberheid zal relatief veel vrede en verlichting opleveren aan de overkant. En zo kan weer gewoon goed samenleven mogelijk worden.

Het historische aspect in het oog houden kan ook hier verhelderend werken. De meest vooraanstaande leiders van onze naties, voor ons koning Boudewijn, zijn in de jaren zestig persoonlijk in landen als Marokko gaan vragen dat mannen naar hier zouden komen om het meest onaangename, gevaarlijke soort arbeid over te nemen.

Het is een misvatting gebleken dat wij door de handarbeiders een eerlijk loon te betalen, al onze verantwoordelijkheden voor die mensen en hun familie, en voor hun culturele en godsdienstige noden konden afkopen. Een mens is geen eenheid van arbeid, geen machine. Het is toch goed daar even bij stil te staan, in dit verhaal komen wij zelf voor. Die mensen en hun kinderen en kleinkinderen leven nu hier, en zij verdienen het als hele, volkomen mensen geëerbiedigd te worden. Inclusief hun spirituele noden.

Gastvrijheid blijft onze plicht, over de generaties heen. Dat de hoofddoekjes en de schapenslachtingen op zoveel verzet en kleinburgerlijke ergernis stuiten, vervreemdt die mensen van ons en van onze natie, onze gemeenschap en cultuur. Die onherbergzame sfeer draagt bij tot wanhoopsdaden door jonge mannen, die jihadstrijders worden in het buitenland.

De pijn na de nieuwe aanslag mag ons niet verblinden en niet in haat en wraak doen vervallen, zoals president George W. Bush heeft laten gebeuren na elf september 2001. Zulk handelen vanuit de onderbuik is alleen maar contraproductief, dat is intussen nog eens bewezen met het debacle in Iran en Afghanistan, en de gelijktijdige verslechtering van de situatie thuis in de USA.

Uit de reactie van ons allen zal blijken of onze wereld echt klaar is om met meer empathie te leven, iets waartoe uiteenlopende grote denkers en morele leiders, van Barack Obama over etholoog Frans De Waal tot Paus Franciscus ons heel terecht oproepen.

Wat onze eigen gemeenschap aangaat: prof. Roger Blanpain, specialist arbeidsrecht, wees een paar jaar geleden al op het structurele geweld dat wij Belgen de Belgische moslims en zwarten aandoen. In Terzake sloeg hij op tafel: “De blijvende discriminatie op de arbeidsmarkt, dat is een bom onder de samenleving!”

Voor ons allen geldt nu de uitdaging ons niet uit onze natuurlijke menselijke goedheid te laten blazen door het extreme geweld van enkelingen. Elk van ons is geroepen zijn kleine bijdrage te blijven leveren, vanuit de bekende“kleine goedheid”, zo terecht bezongen door de geniale Joods-Franse ethicus Emmanuel Levinas en onze eigen profetische verdrietdokter Dirk De Wachter.

Het gaat om het betonen van de goede wil in concrete, gewone omstandigheden. De gebruiker van het openbaar vervoer kan trachten het ijs te breken en een kleine ontmoeting tot stand te laten komen. Op de werkvloer zijn we geroepen vlot samen te werken en vriendschappen te ontwikkelen met de collega’s van vreemde origine. De ondernemer die werkzoekenden kansen biedt als werknemer, levert een waardevolle, nobele bijdrage aan een goede toekomst samen, die de economische sfeer en het korte termijnbelang ver overstijgt… In die breed werkende kleine goedheid schuilt veel kracht en daar is onze hoop gevestigd.

De dialoog met extremisten is uiterst moeilijk. Anderen overtuigen van de waarde van onze cultuur en ons systeem zal het beste lukken door hen daadwerkelijk op te nemen in onze gemeenschap, hun families kansen op leven, en dus op arbeid, veiligheid, thuiskomen, vriendschap en dialoog te geven.

Nabijheid verandert alles. Toelaten dat onverschilligheid naar elkaar de overhand zou nemen, dat is op termijn een tijdbom in het middenveld, ook voor ons inboorlingen onder elkaar. Mooie kleren van de solden shopping zullen ons daar niet tegen kunnen beschermen.

Intussen is het waar, degenen die criminele kracht gebruikten, en ieder die in verarmende simplismen denkt en die denkmodellen aan anderen wil opdringen, moet aangepakt worden. Maar niet vanuit opflakkerende haat of acute wraakbehoefte, maar met liefde, intelligente emotie en wijze zin voor maat. Zoals de tuinman bepaalde takken van zijn planten snoeit: niet met kwade bedoelingen, maar om de gehele boom tot meer vitaliteit en een langere levensduur te brengen.

Stefaan Hublou is historicus en onafhankelijk publicist. 

reacties

9 reacties

  • door Achiel De Bruyne op donderdag 29 januari 2015

    "ervaren wij dit geweld bovenal als een noodkreet, die vraagt om gehoor en begrip..."

    Hoeveel tientallen jaren nog aub ?

    • door hildedhondt op donderdag 29 januari 2015

      En toch ....! is evolueren naar een (proberen) begrijpen van de andere identiteit, de enige weg naar samen-leven. Waarbij zowel de empathie voor die 'rare' (ADHD)leerling in de klas, als de man met een ander geloof, in de huiskamers begint: dàar (en op school) leren kinderen hoe er over anders-zijn wordt gedacht. Zolang we anderen in een verdomhoekje drukken, cultiveren we forse spanningen. De wijk Casablanca (Leuven) toont dat het beter kan, al zijn die resultaten inderdaad pas op làànge termijn merkbaar. Ik ben het volkomen eens met de auteur: (al of niet bedekt) misprijzen van anderen richt veel schade aan. Als we extremisme -terecht- verfoeilijk vinden, laten we het dan geen voedingsbodem geven.

  • door janu op donderdag 29 januari 2015
    • door Toondw op vrijdag 30 januari 2015

      Verdorie, het blijven toch mensen die nu scheef worden bekeken dank zij een stelletje die-hards die de "echte" islam in de mars hebben.

  • door Yvon Princen op maandag 16 februari 2015

    Mooi zeg. Hopelijk zegt de ene persoon niet 'het menselijke in moslims blijven zien' maar anderzijds Foei Foei en ontslag als iemand zegt 'De collaborateurs zullen wel hun redenen gehad hebben'. Ieder heeft zijn redenen, maar of die aanvaardbaar zijn om een wereld van de toekomst mee uit te bouwen? Dat is nog wat anders. De inviduele verantwoordelijkheid mag niet genegeerd worden alhoewel in sommige situaties er redenen zijn om zijn kop in het zand te steken en als individu met de meute mee te huilen, ook al schreeuwt de meute BBET. Doch de dapperen hebben de toekomst en niet diegenen die meehuilen met autoritaire gewelddadige "religieus of anders" geïnspireerde sadistische dictatoriale figuren.

  • door Stephan Renkens op donderdag 19 februari 2015

    Als overtuigd atheïst vind ik uw artikel tenenkrullend. U komt zelfs te beweren dat leven zonder één of andere religie leidt tot materialisme, immoraliteit en leegte. O.a. de door u aangehaalde Frans De Waal zegt ook: moraal is ouder dan de mens, en zeker ook ouder dan religie. Religie is verre van de voorwaarde tot een goed leven, wat verder wordt aangetoond door de vele gruweldaden die al gepleegd zijn in naam van één of andere godheid of omdat het in een heilig boek staat. Het feit dan de mens in essentie een sociaal wezen is, die niet zonder andere kan, wil nog niet zeggen dat we hem of haar moeten reduceren tot een ras, een godsdienst, een nationaliteit of een sociale klasse. Toegepast op uw titel: ik wil niet het menselijke in een moslim (jood/christen/...) zien. Wel wil ik de mens zien, en als deze het moslim(jood/christen/...)-zijn als essentieel beschouwt in zijn of haar bestaan, dan zal dat de communicatie niet vergemakkelijken. Ik zal wel mijn best blijven doen, hoor.

    • door Stefaan Hublou Solfrian Vojvoditz op woensdag 6 januari 2016

      Respect voor uw directe stijl en uw doordachte persoonlijke reactie, Stephan Renkens. Zij blijft het lezen en overdenken waard, ook elf maanden later, met een nieuwe zware aanslag in Parijs in het geheugen (13/11). Misschien is het hier relevant te vermelden hoe ik niet alleen theorie verkoop, maar een paar voorbeelden te geven van het succes van mijn opvattingen in de levende praktijk. Zo doet het feit zich voor dat een toonaangevend seculier humanist, Johan Braeckman, ( professor filosofie verbonden aan de UGent en spec ialist in de Evolutietheorie en de figuur van Darwin), een vriend is. De liefde voor de ornithologie en voor Charles Darwin verbindt ons, onder anderen. Door die “brug” slagen wij erin vrienden te blijven, ook al veroorzaakt het bestaan van overige grote verschillen in mensbeeld en wereldbeeld wel eens de bekende “cultuurschok’, ‘de zware intellectuele stress’. In die context van het cultiveren van het “herbergzame meningsverschil” bood ik precies een jaar geleden Johan een abonnement aan op Tertio, het verstandige, oerdegelijke opinieblad van Katholiek Vlaanderen. Johan nam het aanbod aan, en las het blad met interesse in de mate van het mogelijke elke week. Hij laat weten dat hij de cultuurkritische pagina zeer goed vindt, dat al de artikels goed geschreven zijn. Ik bood dit cadeau ook juist aan uit eerbied voor de denkkracht van mijn vriend. Ik kon het niet langer aanzien hoe zijn (weinige) stukje met kritiek op het christelijk geloof en de kerk, veel lager van niveau bleven dan zijn overig werk. Wegens te weinig vertrouwd met het onderwerp, met de werkelijk gangbare opinies in de gelovige gemeenschap anno nu. (./..)

    • door Stefaan Hublou Solfrian Vojvoditz op woensdag 6 januari 2016

      U merkt zelf terecht op dat ik beleid dat geloven, bidden, tot een gelovige gemeenschap behoren… mensen kan beschermen tegen eenzaamheid, vervreemding, geestelijke problemen. Dat is ervaringsdeskundigheid. Overigens zijn u en ik het helemaal eens, in de lijn van Darwin en Braeckman, dat de diepste wortels van goed gedrag heel diep in de natuur van de mens ingelegd zijn; ook de katten verzorgen hun jongen. En Ethiek komt van het Griekse woord Oikos, dat gewoon ‘stal van de varkens’ betekende… De studie van de neven in het dierenrijk, de mensapen, is uitermate boeiend en heeft een uitzuiverend effect op oudbakken pagina’s in het boek van ons geloof mogelijk gemaakt. Ik heb “The God Delusion” van R. Dawkins met veel leesvreugde bestudeerd, en heb daarbij vaak bevrijdend moeten lachen. Een tweede concreet voorbeeld van een heilzame weg van interreligieuze dialoog, die neerkomt op gewoon goed menselijk omgaan. Vandaag op kantoor vroeg mijn collega Ilham (‘Inspiratie’) een persoonlijk gesprek. Zij had veel last van een allergische reactie die haar beving. Zij verbond dat met het feit dat ik sinds kort mijn hond mee breng. Zonder meteen te gaan beloven dat ik mijn diervriendelijke project zal opgeven, hebben wij een uitgebreid en open gesprek gevoerd. Met openheid voor elkaars noden, visie, kwetsbaarheden. Wij waren beiden zondermeer ontroerd na dat gesprek, dat betrokkene deugd deed en rust schonk. “Openheid kan ons redden”, in de dialoog met de mensen met Arabische/moslimachtergrond. Het bleek dat bij de collega bepaalde familiale zorgen meespeelden. En natuurlijk bepaalde opvattingen die onder anderen teruggaan op het heilige boek van de moslims dat een respectabele traditie kent, eeuwen mensen houvast heeft geboden in de soms lastige aardse existentie. (./..)

    • door Stefaan Hublou Solfrian Vojvoditz op woensdag 6 januari 2016

      Opvattingen over bacteriën die van hond op mens kunnen overgaan, bijvoorbeeld. Feiten die in zekere zin door wetenschappelijke studies worden bevestigd en die ik zelf heb ervaren, én kan relativeren. Allergie grenst aan het samenspel geest-lichaam, en dus aan het mysterie dat elke mens is en blijft, ook in tijden dat de wetenschap veel kan begrijpen en doen. Daar kan geen enkele pil dadelijk een volkomen remedie bieden. “Een open gesprek is de beste medicijn”. Dat is de grootste Waarheid in deze gevaarlijke Tijden. Dat vraagt veel inzet, moed van de gesprekspartners, en ook luistervaardigheid en misschien wel beheersing van (mannelijke) (daad -of strijd)-)kracht en voortvarendheid. Zegt onze eigen culturele traditie niet met wijsheid: “Traag maar zeker”?” Langzaamaan, dan breekt het lijntje niet”. “De kat uit de boom kijken”, het blijft een zeer goede methode om mensen die in een noodsituatie zijn geraakt, te steunen. Door onze (bijna passieve!) vriendelijke nabijheid en aandacht kunnen werkelijk goede oplossingen gevonden worden. En sta met toe met een mystieke noot te eindigen: Is niet Elk intercultureel/religieus probleem te beschouwen als een Kans gegeven door de Evolutie… om ons toe te laten meer tot menselijkheid te komen, tot goed samen leven, tot zelfkennis, tot wijsheid, tot een hogere vorm van leven?

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties