Analyse - BrunoT

SYRIZA: tussen hoop en angst

De Grieken moeten op 25 januari vervroegd naar de stembus nadat het Parlement er niet in geslaagd is om een president te verkiezen. De financiële markten, maar ook Europa, zijn erg bang dat de parlementaire verkiezingen zullen worden gewonnen door de radicaal linkse oppositiepartij SYRIZA. De strijd om de Griekse kiezer draait voornamelijk om angst.

maandag 5 januari 2015 10:23

Met 2015
begint voor Griekenland het zesde opeenvolgende
jaar van recessie. Die werd in 2009 al aangekondigd door toenmalig
premier Karamanlis, wiens regering daardoor de handdoek in de ring
gooide. De socialist Georgos Papandreou won de verkiezingen van
oktober 2009 glansrijk, met de slogan “er is geld” – iets wat de
Grieken graag hoorden. Zes maanden later haalde hij de trojka binnen
in Griekenland en gaf hij de soevereiniteit van het land uit handen.

Een
sprankel hoop

Het
lot van Griekenland is bekend, maar aan het lot van de Grieken wordt
minder aandacht besteed. Een meerderheid van de Grieken besefte dat
het land boven zijn stand had geleefd en kon er zelfs mee leven dat
er flink moest worden bespaard en dat er een en ander moest
veranderen. De veranderingen die de opeenvolgende regeringen van
Georgos Papandreou (PASOK) en van Antonis Samaras (Nea Dimokratia)
doorvoerden, raakten echter voornamelijk de zwaksten in de
samenleving, terwijl de politieke kaste en bevriende Griekse
oligarchen volledig buiten schot bleven.

Na
jaren van besparingen zien de Grieken niet meteen hun lot veranderen.
Daar zou nu wel eens verandering in kunnen komen. De oppositiepartij
SYRIZA, onder leiding van de jonge Alexis Tsipras (40), wil namelijk
niet verder weten van het besparingsbeleid zoals dat nu aan
Griekenland wordt opgelegd en dringt aan op een heronderhandeling
van de voorwaarden van de leenovereenkomst die Griekenland met de
trojka heeft gesloten. De
partij biedt een sprankeltje hoop aan de kapotbespaarde Grieken.

SYRIZA
leidt momenteel in alle opiniepeilingen. Tsipras is erin geslaagd om
zijn partij SYRIZA – een coalitie van linkse groepuscules – onder een
stevige paraplu te krijgen en van een partijtje van 4% een kracht te
maken waar rekening mee moet worden gehouden. Hij
heeft bovendien erg goede banden gesmeed met linkse politieke krachten
buiten de Griekse landsgrenzen, iets wat in het Griekse politieke
landschap bijna onmogelijk lijkt. In Spanje kan hij rekenen op de
steun van Podemos, in Duitsland op die van Die Linke, maar Alexis
Tsipras is tot in Zuid-Amerika bekend.

Het
charisma van leider Alexis Tsipras

Tsipras
heeft charme en praat steeds heel beheerst, maar kan ook passioneel
uit de hoek komen wanneer het nodig is. Hij doet heel veel Grieken
denken aan Andreas Papandreou, de stichter van de PASOK-partij en
vader van Georgos Papandreou, die in 1981 met zijn nieuwe partij een
nooit geziene verkiezingsoverwinning behaalde met een economisch
programma dat de grondslag legde voor de grote tekorten die
Griekenland over de jaren wist op te stapelen. En laat dat tegelijk meteen de
zwakte zijn, want de beloftes die Tsipras in zijn speeches maakt,
lijken soms ook op de beloftes van Andreas Papandreou. En vele
Grieken zijn daar toch wel bang voor.

Daardoor
zijn er heel wat mensen die met enig voorbehoud voor SYRIZA zullen
stemmen. Maar de stem op 25 januari zal een stem van de emotie zijn.
De meeste Grieken zitten na jaren van brutale besparingen compleet op
hun tandvlees en willen niet meer verder met de politieke partijen
die hen tot op dit punt hebben gebracht. De
Grieken hebben behoefte aan hoop en op dit moment lijkt Alexis
Tsipras de enige te zijn die hun dat kan bieden.

Angst voor besmetting

Net
voor de emotionele reactie van de Griekse kiezer is Europa erg bang.
Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker moeide zich een aantal weken
geleden al op een nooit geziene manier in de interne politiek van een
lidstaat door te zeggen dat hij hoopte dat de Grieken geen foute
keuze maken aan de stembus. De
voormalige premier van Luxemburg verkoos ook om “vertrouwde
gezichten” te zien aan het stuur van Griekenland. En
laat de Grieken nu net die vertrouwde gezichten weg willen.
Eurocommissaries Pierre Moscovici zei bij zijn laatste bezoek aan
Athene dat het jammer zou zijn, mocht Griekenland het
besparingsbeleid niet verderzetten.

Vanuit
Berlijn klonk het dat Griekenland de huidige politiek moet verderzetten, onafhankelijk van welke regering wordt verkozen. Het zijn
uitspraken die de Grieken het gevoel geven dat ze in een
schuldenkolonie leven zonder enige democratische keuze en de
emotionele reactie op dat gevoel zou hen nog meer richting SYRIZA
kunnen drijven.

Waarvoor
is Europa eigenlijk bang? In de aanloop van de parlementsverkiezingen
in het voorjaar van 2012 was er sprake van een Grexit: Griekenland
zou om economische redenen niet langer in de eurozone kunnen blijven
en terugkeren naar de drachme, om die dan meteen te devalueren om zo
terug concurrentieel te worden. Het leek een realistisch scenario dat
vooral de Duitse en Franse banken flink wat geld zou kosten, want die
hadden de voorbije jaren flink wat Grieks schuldpapier opgekocht. Een
Grexit zou in 2012 zware economische gevolgen gehad hebben voor de
hele eurozone en dat moest koste wat het kost worden vermeden. Europa
was in 2012 bang voor een economische
besmetting.

Dat
gevaar schijnt ondertussen van de baan, want Michael Fuchs, naaste
medewerker van Angela Merkel, verklaarde afgelopen week in de krant
Rheinische Post
dat Duitsland niet langer gedwongen is om Griekenland te redden. De
ware angst komt in 2015 van een politieke
besmetting. Griekenland is
niet het enige land waar een besparingsbeleid wordt gevoerd (het is
wel het meest drastische besparingsbeleid van de hele eurozone). In
andere landen zien we dat politieke bewegingen die zich tegen dat
besparingsbeleid afzetten, het goed doen. Mocht SYRIZA in Griekenland
de verkiezingen winnen, dan bestaat de vrees in Brussel dat
anti-besparingspartijen in andere landen veel aan geloofwaardigheid
zullen winnen en ook mogelijke verkiezingen zullen winnen.

Ondanks
het feit dat in de aanloop van de verkiezingen van 2012 zowel Antonis
Samaras als Alexis Tsipras de Grieken vertelden dat ze de
leenovereenkomst met de trojka zouden verscheuren, werd toen toch
vooral gevreesd voor SYRIZA. Na 2,5 jaar beleid van die Antonis
Samaras is het duidelijk: zijn boodschap destijds was enkel voor
intern Grieks gebruik. Samaras had geen enkele intentie om tegen de
wil van Europa in te gaan, en heeft zich getrouw aan de afspraken met
de trojka gehouden. Het discours van Tsipras is ondertussen ook
gemilderd, hij wil niet langer meer de leenovereenkomst opzeggen
en hij wil Griekenland in ieder geval in de euro houden. In 2012
bestempelde het Duitse magazine Der Spiegel hem nog als de
gevaarlijkste man van Europa, maar ondertussen lijkt er in de
buitenlandse pers meer begrip te groeien voor de man.

Wat
wil SYRIZA?

Toch
is de internationale argwaan tegenover Tsipras nog erg groot en er
wordt heel wat foute informatie verspreid. Zo wordt gezegd dat SYRIZA
een communistische partij is. Dat is niet het geval. SYRIZA zou
Griekenland uit de NATO willen. Dat klopt evenmin. SYRIZA zou een
schuldherschikking willen. Dat is niet helemaal het geval: de
economen van de partij willen vooral dat de voorwaarden om de lening
terug te betalen, versoepeld worden, want ze maken de hele Griekse
economie kapot. SYRIZA wil vooral een verlaging tot
kwijtschelding van de rentes op de leningen die aan Europa moeten
worden terugbetaald. Wat wel klopt: de oppositiepartij wil de
privatiseringen een halt toeroepen en terugschroeven. Tot nog toe
hebben de Griekse oligarchen flink kunnen profiteren van die
privatiseringsgolf.

En
binnen Griekenland wil Tsipras weer meer mensen aan het werk in de
openbare sector: daar zijn nu vooral tekorten in de gezondheidszorg
en het onderwijs. De ambtenaren die door de partijen PASOK en Nea
Dimokratia zijn aangenomen – voornamelijk op de ministeries, in ruil
voor een stem – zitten nog gezellig op hun plaats. Tsipras wil verder
dat het basisinkomen weer de hoogte in gaat, om de
koopkracht van de Griek te verhogen. Enkel op die manier ziet hij de
economie weer aanzwengelen. SYRIZA wil ook een hogere
werkloosheidsuitkering. Die bedraagt op dit moment iets meer dan 300
euro voor een periode van 12 maanden en daarna is het afgelopen. Van
de ruim 1,3 miljoen werkloze Grieken krijgt overigens niet eens 10%
deze werkloosheidsvergoeding. De economie moet weer opgestart worden
door openbare werken. De privatiseringen in Griekenland zijn
voornamelijk de rijke oligarchen ten goede gekomen, maar de
gemiddelde Griek is er niet beter van geworden. Ten slotte wil SYRIZA
dat de mensen die het hardst getroffen zijn door de crisis, niet
aan hun lot overgelaten worden. Huizen van mensen die zwaar in de
schulden zitten, mogen niet worden in beslag genomen. Het kan voor de
partij niet dat de elektriciteit volledig wordt afgesloten bij mensen
zonder inkomen. Er moet op zijn minst een minimumvoorziening zijn.

Waar
gaat Tsipras het geld halen? Bij het beter innen van belastingen. Dat
is een oud zeer in Griekenland, dat maar niet schijnt te
helen. Voornamelijk mensen die grote kapitalen hebben, of goede
banden met hogere kaders binnen de fiscus en binnen de politiek,
slagen erin om belastingen te ontduiken en blijven vaak buiten
schot. Dit programmapunt wordt met veel argwaan bekeken en voor
onmogelijk gehouden. Tsipras wil ook het kapitaal meer gaan belasten.
In Griekenland zijn de grote reders vrijgesteld van het betalen van
belasting: dat is zo in de Griekse grondwet opgenomen. Indien Tsipras
hier wat wil aan doen, dan is een aanpassing van de grondwet nodig.

De
voorstellen van SYRIZA enthousiasmeren het geteisterde Griekse
volk. Hoewel niet iedereen zeker is of de programma van de partij
haalbaar is, leeft er het gevoel dat het nu maar eens een keer anders
moet. De oppositiepartij van Alexis Tsipras geniet het voordeel van
de twijfel. Tegenover de bestaande partijen heerst er enkel argwaan.
De corrupte elite die Griekenland sinds de val van de junta bestierd
heeft, moet voor velen weg. De verwachtingen zijn hoog gespannen en
het Griekse volk zal weinig begrip tonen indien het fout gaat.

Propaganda
en intimidatie

De
verkiezingen zijn op 25 januari. Tegen dan kan er nog veel
veranderen. De
propagandamachine van de Griekse coalitiepartijen is volop aan het
draaien. De privételevisiezenders en heel wat kranten en radiozenders zijn in handen
van Griekse oligarchen die zich flink hebben weten te verrijken door
lucratieve overeenkomsten met PASOK en Nea Dimokratia. Dat is niet
onbelangrijk in een land waar het computergebruik laag ligt, en de
internetpenetratie ver achterop hinkt in vergelijking met
andere landen. Vele Grieken zijn uitsluitend op deze bronnen
aangewezen om informatie te krijgen.

Op
die traditionele kanalen krijgen de politici van die partijen dan ook
een uitgebreid podium. Je
hoort er voornamelijk kritiek op SYRIZA en de journalisten proberen
zo veel mogelijk combinaties uit met de woorden “SYRIZA”,
“bankroet”, “grexit” en “armoede”. De zender MEGA ging zo
ver om een gemonteerde video van een econoom van SYRIZA te laten
zien, waarin de man zou zeggen dat de Griekse spaarder zal worden
gedwongen om staatsobligaties te kopen.

De
Griekse staatszender NERIT is de privéspeeltuin geworden van Antonis Samaras en daar zal het ook moeilijk
worden om objectieve berichtgeving te vinden. Een paar dagen voor
eindejaar gaf de premier er een ‘interview’ dat vooral een
aanfluiting voor de journalistiek was. De vragen waren ingestudeerd
en de premier las de antwoorden af van een autocue.

In
de week voor Kerst heeft de regering er nog snel voor gezorgd dat de
propagandamachine kan blijven draaien tot de avond voor de
verkiezingen. Aan een
wetsvoorstel voor onteigeningen werden tachtig amendementen
toegevoegd voor andere wetten (een bekende Griekse politieke truc).
Een van die amendementen zorgt ervoor dat de resultaten van
opiniepeilingen bekend mogen worden gemaakt tot op de avond voor de
verkiezingen. Die opiniepeilingen worden sowieso vaak georkestreerd
en in het verleden is al meermaals gebleken dat ze totaal niet
betrouwbaar waren. Maar ze kunnen wel de publieke opinie sturen.

Aan
het begin van de verkiezingsperiode heeft Nea Dimokratia Maria
Antoniadou, voorzitster van de journalistenvakbond ESHEA, als
woordvoerdster van de partij aangesteld.

Niet
iedereen kan stemmen in de wieg van de democratie

Er
zijn een aantal eigenaardigheden in het Griekse kiessysteem die voor deze
verkiezingen zeker niet zullen worden aangepast en die de
coalitiepartijen goed uitkomen.

Ten eerste hebben Grieken die in het
buitenland wonen geen stemrecht, tenzij ze naar Griekenland komen. In
het verleden hebben PASOK en Nea Dimokratia heel wat kiezers een
vliegtuigticket aangeboden om tijdens de verkiezingsperiode naar hun
geboorteland terug te keren. Uiteraard in ruil voor stemmen.
Ondertussen zijn de Grieken in het buitenland vaak beter geïnformeerd
dan hun landgenoten binnen de landsgrenzen, wat mogelijk zou kunnen
leiden tot een stem voor de oppositie. De Griekse overheid past deze
eigenaardigheid dan ook niet aan.

Ten
tweede zullen de jongeren die in 1997 zijn geboren en die dit jaar 18
worden, niet kunnen stemmen, hoewel ze daar grondwettelijk toe
verplicht zijn. Ondanks de zo geroemde structurele hervormingen,
zullen de kieslijsten niet tijdig kunnen worden aangepast en daardoor
valt dus een deel van de Griekse bevolking buiten het democratische
proces.

Het
ziet ernaar uit dat de campagne smerig zal worden gevoerd en dat
alle middelen uit de kast zullen worden gehaald om SYRIZA van een
overwinning te houden. Parlementsleden van Nea Dimokratia verwijten
Tsipras dat hij niet-gelovig is en dat hij zijn kind niet heeft laten
dopen. In het Griekenland waar kerk en staat niet gescheiden zijn,
blijft zoiets een heikel thema.

Einde
van de tunnel?

Vanuit
alle hoeken klinkt kritiek op het programma van de oppositiepartij,
maar het is wel de enige partij die op dit moment überhaupt een
eigen programma heeft. De coalitiepartijen beweren dat Griekenland
bijna klaar is met het besparingsbeleid en dat het licht aan het eind
van de tunnel zichtbaar is, maar weinigen geloven daar nog in. Het is
de voorbij vier jaar namelijk wel vaker gezegd. Vele Grieken gaan ervan
uit dat PASOK en Nea Dimokratia vastbesloten zijn om verder te gaan
op de ingeslagen weg die de voorbije vier jaar ruwweg voor de volgende
cijfers heeft gezorgd :

30% toename in de sluiting van
bedrijven
38% verlaging van salarissen
45% verlaging van de pensioenen
25% verlaging van het BNP
30% verlaging van het gezinsinkomen
84,3% vermindering van
bouwactiviteiten
190,5% verhoging van de werkloosheid
272,2% toename van depressies
35,5% verhoging van de openbare
schuld
98,2% toename van de armoede

De
regering-Samaras is de derde meest gehate regering ter wereld en 95%
van de Grieken vindt dat het de verkeerde kant uit gaat met het land.
De
coalitiepartijen weten dat ze met hun palmares de kiezer niet kunnen
overtuigen, dus spelen ze voluit de kaart van de angst. In
2012 heeft die tactiek het gehaald, maar of dat in 2015 nog zal
lukken, met een hoge werkloosheidsgraad en een derde van de
bevolking onder de armoedegrens, is nog maar de vraag. Er is een
Grieks gezegde dat in deze context erg toepasselijk is: “Iemand die
natgeregend is, heeft geen angst meer voor water”.

http://www.icannotvote.org/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!