about
Toon menu

Van ’t Bos en den Blauwe Steen: verhalen uit de haven (deel 2)

Ergens halverwege Zeebrugge en Antwerpen heb ik mijn volgende afspraak. Ik zit in de woonkamer aan de eettafel, zicht op een tuintje dat gedeeltelijk als moestuin werd ingericht, dampende koffie voor mij en aan mijn rechterzijde een kobaltblauwgeschilderde muur waaraan een vijftal akoestische en elektrische gitaren hangen en een banjo.
zondag 16 november 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

David Schoenmakers is 45, hij is getrouwd en heeft drie kinderen: twee tieners en een kleutertje, allemaal meisjes. Of hij al die instrumenten bespeelt, vraag ik hem. Hij knikt, grijnst en zegt dat hij er boven in zijn studio nog heeft staan. Dat muziek heel belangrijk is, zegt hij. Ik geloof hem.

“Ik werk al zeventien jaar in de haven van Zeebrugge. Laten we zeggen dat ik daar ben aangespoeld, ik heb nogal een woelige voorgeschiedenis. In 1997 ben ik me daar in putje winter in mijn jeansbroek en op basketsloefen gaan aanmelden, ze hebben me die dag onmiddellijk werk gegeven, ook al had ik helemaal geen werkkledij, zelfs geen handschoenen. Dat zou nu totaal niet meer kunnen vanwege rotgevaarlijk. Ik moest om 6 uur ’s morgens beginnen. Ik ben blijven teruggaan, elke dag opnieuw, ik was lang de Jan van alleman en heb het uiteindelijk tot kraanman geschopt."

"Dat was niet evident: de kraanmannen vormen een clubje op zich. Het is een apart wereldje waar je niet zomaar binnengeraakt, want de onderlinge concurrentie is groot en er zijn maar een beperkt aantal plaatsen. Maar het is me dus wel gelukt en ik voel me goed daar, hoog in de lucht. Ik ben nogal een solitair iemand, ik voel me daar op mijn gemak. Verder ben ik chauffeur in een straddle carrier of containerlift, ook wel "den olifant" genoemd. Dat zijn die machines op acht wielen die containers kunnen hijsen en verplaatsen vanop opleggers, vanop de grond of op andere containers.”

Hout vasthouden

“Ik zit in kranen van 30 tot 48 meter hoog. Om alles wat beneden gebeurt goed te kunnen zien, heb ik achteraan een tv-scherm en alle contact met beneden gebeurt via de radio. Vroeger deden we dat met spiegels in plaats van een tv. Ik moet containers laden en lossen, lege en volle. Een volle container kan minimum 4 tot maximum 30 ton wegen. Je moet geloven in je eigen kunnen, anders kan je beter niet aan deze job beginnen. Soms knalt er zo’n container naar beneden, ja. Maar dat is mij gelukkig nog niet overkomen. Hout vasthouden.”

“Sinds twee maanden neem ik ook werk aan in de haven van Antwerpen. Dat is zoals thuiskomen. De taal, de sfeer, er is daar meer solidariteit onder de dokwerkers, betere begeleiding ook bij de taken die verricht moeten worden. In Zeebrugge kruip je de kraan op met een plan op papier van wat er moet gebeuren en verder dokter je het maar zelf uit. In Antwerpen zijn er veel meer tussenpersonen: de foreman, de ceelbaas, de overman, de markeur. Die staan allemaal mee in voor wat er moet gedaan worden en hoe. Dat is een pak minder stress qua organisatie. Zeebrugge is een kleinere haven, en dus meer gelimiteerd. Minder mensen voor dezelfde capaciteit. Alle opdrachten komen daar direct van bovenaf, van het bureau, buiten de foreman en de markeur zijn er geen tussenpersonen. Dat geeft meer druk, want je moet zelfstandiger werken. Als er een fout gebeurt, ligt die altijd bij jezelf.”

Hoe combineer je werk en gezin? Die twee havens liggen toch niet dicht bij elkaar?

“Nee, dat klopt. Vandaar mijn woning halverwege de twee havens. Op die manier spaar ik heel veel tijd uit, zowel in de ene richting als in de andere. Meestal sta ik op rond half 8 en om 8 uur breng ik mijn kleinste dochter naar school, de twee andere kunnen dat zelf. Dan bel ik achter werk en spring in mijn auto. Ik bedoel, als er werk is natuurlijk, anders moet ik gaan doppen. Het is een heel gedoe, dat rondtelefoneren, een heel geregel ook. Er zijn verschillende shiften: 14u, 16u, 18u, 20u, 22u, 4u, 6u of de volgende dag. Ik weet pas na mijn telefoontjes welke shift het gaat worden, je moet dus soms heel kort op de bal kunnen spelen, want je weet soms pas twee à drie uur op voorhand of je werk hebt, en waar. We moeten verplicht minimum tien uur krijgen tussen twee shiften, maar een mens moet ook nog eten, het huishouden doen, een beetje ontspannen, tijd met je gezin doorbrengen,…"

Dopstempel

"Het is niet abnormaal dat je soms slechts vier uur geslapen hebt. Een vast slaapritme heb ik niet. Soms ben ik een hele week amper thuis, soms is er drie weken bijna niks te doen en zit ik altijd thuis. Een vast ritueel is onmogelijk en je gezinsleven kan hier serieus onder lijden. Er gebeuren heel wat drama’s aan de haven als gevolg hiervan, relaties die op echtscheidingen uitdraaien als gevolg van de grillige dagelijkse routine. Ik vrees dat samenleven met een dokwerker niet gemakkelijk is, als je dat leven niet gewend bent.”

Ondertussen krijgt David telefoon met de vraag of hij toch niet ’s namiddags wil komen werken in Antwerpen. ’s Morgens had hij te horen gekregen dat er die dag in Zeebrugge geen werk voorhanden was en had hij dus een dopstempel gekregen. Die stempel moest nu weer uitgedaan worden en om 14 uur wordt hij verwacht in Antwerpen aan kaai 1700. We moeten wat voortmaken met het interview, want anders gaat hij er niet meer op tijd geraken. Ondertussen komen de kinderen thuis van school –  het is woensdagmiddag – de groten zorgen ervoor dat het kleintje ook haar boterhammetjes krijgt, want de moeder is nog op haar werk.

Hoe zie je je toekomst in de haven?

“Ze hebben het altijd maar over de ‘modernisering’ van de Wet Major. Dat woord klinkt heel indrukwekkend en positief, want wie is er nu in godsnaam tegen modernisering, hè? Maar ik geloof er niet in. Wat betekent dat, die modernisering, wat houdt dat in? Spreken we dan over elektronische aanwerving via de computer? Of gaat het verder? Wij zijn bang, ja. Bang dat ze ons statuut als havenarbeider gaan afnemen. Dat die zogenaamde modernisering vooral inhoudt dat we onze bestaanszekerheid gaan verliezen, dat we "Huts-situaties" gaan krijgen: goedkope werkkrachten die geen opleiding hebben gehad, de veiligheid die niet meer centraal zal staan, geen loonbarema’s meer en dus dokwerkers die met elkaar in concurrentie zullen moeten gaan, alle sociale middelen die zullen wegvallen, CAO’s afgeschaft, jobzekerheid weg en ga zo maar door. Wat is dat, die ‘modernisering’? We krijgen daar amper uitleg bij, alles wordt heel erg vaag gehouden, ik heb er heel weinig vertrouwen in en ik ben niet de enige.”

Regelgeving

“Het behoud van de Wet Major is niet alleen belangrijk voor de havenarbeiders, hè. Het gaat hier om een regelgeving die zó strak in elkaar zit – en daar is voor gevochten om dat zo strak te krijgen – dat je daar gewoonweg niet kán aan tornen. We hebben het hier over kennis en vaardigheden. Als ze daar aan beginnen te prutsen en we laten dat gebeuren, dan zullen alle andere sectoren volgen, dan is er niemand meer veilig. Het statuut van de havenarbeider is het beste statuut dat je kan hebben, geen enkele andere sector heeft zo’n goede regelgeving. Het is dus in ieders belang dat dit statuut behouden blijft en niet alleen in het belang van de dokwerkers.”

“We hebben dit jaar al 7 procent op ons loon moeten inleveren. Het zal wel genoeg zijn, zeker? Ik ben er nu 45, als ik tot mijn 67 moet werken, dan ben ik gebroken. Ik kom echt van niks, mijn leven is een roller coaster geweest, maar ik klaag niet. Ik heb een dak boven mijn hoofd, een gezin dat ik graag zie en ik ben niet bang van hard werken. Maar als ze de Wet Major afschaffen, dan is het gedaan met mij. Dan ben ik alles kwijt. Dat statuut betekent mijn vrijheid om een menswaardig leven te kunnen leiden. Ik heb geen luxe nodig, maar wel recht op leven.”

Heb je een boodschap voor de mensen?

“Ja. Kijk verder dan je neus lang is. Geloof niet zomaar alles wat er in de media gezegd en geschreven wordt over de dokwerkers. Het havensysteem is een ingewikkeld systeem, oordeel daar niet zo gemakkelijk over. Ga op zoek naar meer informatie, wees kritisch. Wij hebben geen 9 to 5-job, geen feestdagen, wij leven van dag tot dag. Ik zou geen andere job willen, want het is een soort vrijheid dat me onafhankelijk maakt. Ik ben mijn eigen baas, ik ben eigenlijk een zelfstandige. Laat me dat ook blijven.”

reacties

3 reacties

  • door JAN VOS op maandag 17 november 2014

    "ik ben eigenlijk een zelfstandige", toch een met een heel speciaal statuut dan, zoiets van ik doe mijn goesting en de anderen kunnen de boom in, ik heb toch noch mijn dopkaart. Vroeger mochten we dat nog een egoïst noemen.

    • door David Schoenmakers op dinsdag 18 november 2014

      neen, mijnheer jan, daarmee bedoel ik dat het paparassenwerk, voor ziekenkas, bonden, en al wat erbij komt zien, dat wij dat zelf moeten regelen via een sociaal bureau, voor de dokwerkers is dat cepa, cewez, en neen, wij hebben een boek en zijn dagloners, dat heeft weinig met egoisme te maken, en alvorens zulke onzin uit te kramen zou je je beter eens wat beter informeren!

  • door Lieve VdB op dinsdag 18 november 2014

    Een interessant, realistisch verhaal, met plaats voor nuance. Dank.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties