about
Toon menu
Opinie

De zoektocht naar verandering

Reeds voordat de nieuwe Vlaamse en federale regeringen in functie getreden waren, kwamen er scherpe reacties uit het middenveld. De regeringen zelf schiepen op hun beurt verwachtingen over kwesties waarmee ze eindelijk komaf zouden maken. Beide reflexen zouden wel eens overtrokken kunnen zijn. "De waarheid ligt, zoals zo vaak, in het midden."
dinsdag 14 oktober 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

De kernboodschap van de sociale beweging/middenveldscoalitie Hart Boven Hard werd opgericht als reactie op de aangekondigde besparingsmaatregelen van Bourgeois I. De nieuwe Vlaamse Regering wordt verweten dat ze het middenveld en het sociaal en cultureel weefsel ondermijnen. Sindsdien is ook duidelijk geworden wat de federale regering Michel I voor ons in petto heeft. Zij worden vanuit progressieve hoek helemaal afgedaan als een harteloos clubje, die een voor België ongezien neoliberaal beleid voeren. In haar communicatie maakt de nieuwe regering, in mindere mate geldt dit ook voor Bourgeois I, er ook een punt van om te wijzen op de enorme breuk met het verleden.

Wat is er dan precies veranderd? De socialisten. Dat is er veranderd. Omdat er geen socialisten meer in de regering zitten, zou het gedaan zijn met het nepotisme, gedaan met de institutionalisering van de politieke machtsverhoudingen, gedaan met het nemen van beslissingen met de natte vinger en gedaan met het gratuit uitgeven van cadeaus aan het profitariaat. Hart Boven Hard en Michel I vinden elkaar in de notie dat er met de grove borstel wordt doorgegaan. Vanuit de ene groep wordt dat een “Een hardvochtig beleid” genoemd, het andere kamp houdt het op “Een verantwoordelijk en efficiënt beleid.”

Een frisse wind?

Een eerste grote accentverschuiving is de manier waarop men beleidskeuzes maakt en maatregelen al dan niet invoert. Meten is weten, en dus moet een weldoordachte visie geconstrueerd worden op basis van harde cijfers. Daarom worden, planlastvermindering of niet, besturen en organisaties meer dan ooit met paparassenwerk allerhande geconfronteerd en moeten ze indicatorenreeksen bijhouden die in de ivoren torens van de Vlaamse administratie worden verwerkt. Zo kan men gericht sturen, gebaseerd op de echte uitdagingen en knelpunten en niet zomaar op oudbakken ideologische basis. Dat zit best snor. Want indien onze Vlaamse Regering op basis van wetenschappelijk onderbouwde studies en goed beargumenteerde adviezen gaat regeren, dan moeten we niet debatteren of nadenken over de overlast die Oosterweel of Uplace met zich zouden meebrengen. Naar de papiermand, ermee!

De institutionalisering van de politieke machtsverhoudingen dan, al moeten we dat gemakshalve misschien uitbreiden tot institutionalisering en vermaatschappelijking van de politieke machtsverhoudingen. Op het einde van de legislatuur zorgden de ministers al voor een toffe job voor hun kabinetschefs, en de politieke benoemingen binnen de Vlaamse administratie gaan verder. De Vlaamse Regering trekt zich terug uit Jobpunt, een socialistisch vehikel, zo klinkt het. Dit wordt vervangen door een eigen, onafhankelijke dienst, die het mogelijk moet maken om het rode nepotisme tegen te gaan en te vervangen door oranje, blauwe en gele tinten. Het wordt daarnaast ook afwachten wat er gaat gebeuren als de eerste federale postjesronde voor de deur staat. Marc Descheemaecker heeft alvast een jobje gekregen. Hoezo, rood nepotisme?

Daarnaast zal de decentralisatie van de zorg hand in hand gaan met de vermaatschappelijking ervan. In theorie is vermaatschappelijking van de zorg een prachtige visie op zelfredzaamheid, waarbij mensen eerst uit eigen kracht puren, vervolgens beroep doen op hun eigen sociaal netwerk, daarna op thuiszorgdiensten en dan pas naar een woonzorgcentrum gaan, als het echt niet anders kan. Nederland leert ons dat het ook en vooral een verkapte besparingsmaatregel kan zijn en dat deze vooral in het voordeel is van privéondernemingen, ten koste van het openbaar initiatief. Bij ons zijn deze privéorganisaties nog vaak verzuild. De huidige besparingen in de lokale besturen, met bijhorende privatiseringen in de thuiszorg, en de komende decentralisatie spelen dan ook vooral in het voordeel van de confessionele vzw’s, die niet zelden, of laat ons zeggen voor 70% binnen de katholieke zuil te vinden zijn en in Jo Vandeurzen een inschikkelijke bondgenoot hebben. Hoezo, rood nepotisme?

Dan is er nog de postjesverdeling. Er werd smalend gedaan over het feit dat er kritiek kwam op de wanverhouding tussen mannen en vrouwen binnen deze regering. Competentie was het enige criterium dat mocht meespelen, al de rest was gewauwel van hysterische feministes en mediasukkels. Maar wat voor geslacht onmogelijk lijkt, is voor geboorteplaats evident. Oeps, we hebben nog een Limburger nodig. Ah, weet je, geef hem Defensie, dat is de grootste werkgever in Limburg na het failliet van Ford Genk. En wat zegt de Limburger in kwestie: “Dit is mooi voor Limburg. Want Defensie is er de grootste werkgever na het failliet van Ford Genk.”. Jarenlang werd schande geroepen over het feit dat Vande Lanotte zich als Oostendenaar te makkelijk kon verrijken met de bevoegdheid Noordzee in zijn portefeuille. Deze regering geeft het aan Bart Tommelein… een Oostendenaar. En dan heb je nog de gesubsidieerde werkplaats voor Pieter De Crem. Hoezo, rood nepotisme?

De excessen die socialisten werden toebedeeld, duiken opnieuw op, simpelweg omdat het nooit socialistische excessen waren, maar ze wel behoren tot het kerninstrumentarium van machtspartijen, waartoe socialisten, maar evengoed christendemocraten en liberalen behoren. De N-VA lijkt zich te willen verankeren en alle verandering en maagdelijkheid ten spijt, spelen zij het spel proper (of net vuil) mee. Uiteraard zal men zeggen dat het nu eenmaal de gang van zaken is en dat het van een zekere naïviteit zou getuigen om dat niet te doe. À la guerre comme à la guerre, zoals de voorzitter het zo mooi in onze landstaal durft te zeggen. Michel I wijst op de breuklijnen, maar bovenstaande elementen tonen aan dat er sprake is van een continuïteit op het vlak van het ondergraven politieke ethiek en zuivere democratie en dat politieke spelletjes nog steeds primeren op het zuivere algemene belang. En de verstikkende greep van de particratie zal onder Michel(/De Wever) zeker ook niet verminderen.

Het socialistische alternatief?

Maar dit is een kant van het verhaal. Want ook de verontwaardiging van Hart Boven Hard is niet volledig eerlijk te noemen. Want net als onze nieuwe regeringen werd de vorige regering, de vermaledijde Di Rupo I, overladen met beledigingen en verwijten, vooral vanuit de hoek van de ondernemers en de werkgevers. Er was sprake van fiscale heksenjacht, een te vette overheid met een inefficiënte administratie en, jawel, nepotisme. Zo ontstond de perceptie van de ‘marxistische’ belastingregering. Het PS-model kon het best omschreven worden als een vette overheid die maar geld uitgeeft en nog liefst aan de niet-actieve bevolkingsgroepen, die de socialisten om electorale redenen willen sparen. In de praktijk viel dit best wel mee. Eigenlijk was er zelfs amper sprake van socialisme en waren de progressieve beleidslijnen zelzaam.

Het is, bijvoorbeeld, Di Rupo I en niet Michel I die begonnen is met het afbouwen van de sociale zekerheid, onder het motto van responsabilisering en een verschuiving van ondersteuning naar activering, tegen de realiteit op de arbeidsmarkt in. Het is Di Rupo die de degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen invoerde en de beroepinschakelingstijd van jongeren aanpaste, waardoor ze langer moesten wachten op het openen van dit recht enerzijds en anderzijds sneller geschorst werden. De effecten van deze ingreep zullen we pas vanaf 1 januari 2015 echt beginnen te zien. Feit blijft dat de culpablisering van de werkloze werd ingezet onder Di Rupo I, met dank aan Monica De Coninck. Ook de indexsprong werd een eerste keer, hetzij nog in verkapte vorm, door deze "pseudo-Marxisten" georganiseerd. Dat dit niet erkend wordt bij de Zweden, ligt waarschijnlijk aan het feit dat het oppermonster Johan Vande Lanotte was die dit zo mooi regisseerde. Opnieuw, een socialist.

De lijst gaat nog even verder. Ook de focus op sociale fraudebestrijding werd pas echt opgevoerd onder Di Rupo, weliswaar onder de bevoegdheid van de liberale Maggie De Block, die eveneens scoorde met een hard(er) en beredeneerd(er) asielbeleid. Ook hier is het dus weinig geloofwaardig om te stellen dat de heksenjacht op uitkeringsgerechtigden en werklozen onder impuls van de N-VA wordt geopend. De perceptieverschuiving van vangnet naar hangmat is tijdens de vorige regering vervolledigd en de instrumenten van Di Rupo zullen gewoon uitgebreid ingezet worden door Michel I en zijn collega’s. Ingrid Lieten, die zondag nog meeliep in een mars tegen armoede, heeft als minister van Armoedebestrijding zelf een weinig opzienbarend parcours afgelegd, met het kinderarmoedefonds als triest schaamlapje. Peeters II, met socialisten, knipten de vleugels van het Lokaal Sociaal Beleid. Bourgeois I geeft finaal het nekschot. 

De rol van de linkse/progressieve beweging

De waarheid ligt dus, zoals zo vaak, in het midden. De besparingen zijn hard en sommige nieuwe maatregelen zijn werkelijk irrationeel en contraproductief. Denk bijvoorbeeld aan de gemeenschapsdienst, een maatregel die in het buitenland niet werkt. Het is uitnodigend om Michel I en Bourgeois I te zien als vertegenwoordigers van al wat slecht is, van de louter economische visie op mens en maatschappij en van beschermers van vermogens en grote ondernemingen. Helaas zat dit alles ook al voor een deel verankerd in Di Rupo I (en Peeters II), mét sp.a-ministers. Het responsabiliserende beleid, het voor-wat-hoort-wat-discours werd verdedigd door Patrick Janssens en uitgevoerd door Monica De Coninck. Michel I bouwt hier verder op. Bij de een speelden pragmatische redenen mee (de rekening doen kloppen), bij de ander ideologische (de rekening vereffenen). En dus kunnen we stellen dat Di Rupo I geen marxistische regering was, Michel I geen breuk vormt met het verleden en Hart Boven Hard moet oppassen dat ze haar argumenten zorgvuldig kiest. Indien niet, kunnen deze maar al te makkelijk gepareerd worden.  

Waakzaamheid is inderdaad nodig. We zitten aan de ene kant met een overenthousiaste beleidsploeg, die te lang heeft moeten wachten om de macht te grijpen en zich nu voorbij dreigt te hollen om bepaalde zaken af te schaffen of in te voeren, ook al is het gecontesteerd of achterhaald. Langs de andere kant blijkt in de praktijk dat men inzake inspraak en politieke ethiek geen verandering moet verwachten. De democratie wordt onder deze regering nog verder doodgeknepen door particratische belangen en politieke spelletjes. Hart Boven Hard, of elke andere criticaster van Michel en Bourgeois I, mag zich ook niet vergalopperen in dubbelzinnige kritiek, herkauwde clichés of zielloze alternatieven. Het is nodig om te focussen op een eigen, positief en werkbaar alternatief, dat niet alleen oog heeft voor de sociaaleconomische component, maar misschien nog meer over politieke ethiek, democratische hernieuwing en de versterking van het maatschappelijke engagement, onder meer door een nieuw soort onderwijs.  

Om dat te bekomen kunnen we nog wat leren van de N-VA, die met een gerichte communicatie een perceptie heeft gecreëerd over (voornamelijk) het socialisme, een perceptie die nu als slijm aan de hele linkse beweging plakt. De tekortkomingen en tegenstrijdigheden van Michel I moeten consequent en objectief blootgelegd worden. Of het nu over excessen gaat, over het voeren van een willekeurig beleid ten koste van wetenschappelijke studies en onderbouwde adviezen of het ondergraven van zuivere democratische principes, om zo de macht te verankeren in de Belgische instellingen, de strijd zal niet op straat moeten worden uitgevochten. Een hete herfst zal lauwe kost serveren en de publieke opinie misschien zelfs nog versterken in het idee dat er wel degelijk een breuk is met het verleden, dat er schoon schip wordt gemaakt, en dat dit een positief gegeven is. De strijd zal moeten gestreden worden op dezelfde gecalculeerde manier waarmee de N-VA groot is geworden, met intellectuele argumenten. En hoe hoog de emoties ook zullen oplaaien, de blik mag niet vertroebeld worden door sentimenten. Om dat te verwezenlijken zal ook de notie moeten doordringen dat het asociale van Michel I reeds bij Di Rupo I te vinden was en dat dat impliceert dat de progressieve beweging zich meer dan ooit moet bezinnen over waar ze voor staat en waar ze naartoe wil. 

Jeroen Verhelst houdt de weblog De Profundis. Hij is cultuurhistoricus en politicoloog.

reacties

3 reacties

  • door JohanGroenroot op woensdag 15 oktober 2014

    Als er nu iets is waar je verkiezingen niet mee wint, dan zijn het intellectuele argumenten.

  • door Marc De Prins op woensdag 15 oktober 2014

    zullen we maar een potje frustratie schelden doen in het parlement, op die manier gaat het nooit goed komen.

  • door Roland Horvath op donderdag 16 oktober 2014

    Het artikel geeft de indruk dat de politiek van de regeringen Di Rupo1 en Michel1 goed op elkaar lijken, dat het dus zoeken is waar de verandering nu zit en dat het wel zal meevallen met Michel1. Er is enige gelijkenis want het neoliberale zit al tientallen jaren in de BE politiek. Maar de verandering en het gevaar van Michel1 is het extreme, het onbeheerste, het ontbreken van enig maatgevoel, het ongepaste, het beleid te wijten aan een totaal gebrek aan kennis en begrip bij alle 4 de partijen van het politieke, het sociale, het economische in de maatschappij. Wat zich uit zowel in het politiek- maatschappelijke waar bijvoorbeeld bij stakingen de regering bereid is de strijdkrachten in te zetten wat garant staat voor rampen als in het sociaal- economische waar de regering de koopkracht en dus de KMO en de consumenten zal kapot besparen bij duizenden. Het laatste is hun hoogste prioriteit en betrachting.

    N-VA houdt zich in zijn campagne bezig met haat en verdeeldheid te zaaien, groepen zwart te maken, te demoniseren bijvoorbeeld Walen, werklozen, socialisten, immigranten, Belgen en slechte Vlamingen, met te liegen en dingen op een overdreven of onredelijke manier voor te stellen. En verder met argumenten die niet intellectueel zijn maar ordinair dom, plat en debiel. Daarmee wint men verkiezingen onder andere daar alle schuld op anderen geladen wordt. Verondersteld dat men de steun heeft van de hoofdstroom media, die zijn namelijk 100% voor een extreem rechtse, nationalistische en corporatistische met een duidelijke term uit het Italië van de jaren 1920 fascistisch genoemde orde in VL en ze zijn tevens neoliberaal. Zoals ook N-VA en haar sponsors en mentors het BE grootkapitaal en de GMO zijn.

    De houding en de politiek van de regering Michel1 wordt geheerst en vertroebeld door twee zaken: Ten 1e het zij- tegen- wij denken van N-VA. Dat speelt in alles ook bijvoorbeeld in de relatie van de regering tegenover de burger, het volk. Ten 2e, de N-VA staat uitsluitend voor het grootkapitaal meer precies voor de GMO. Dat geldt ook in mindere mate voor de drie meeloper annex voetveeg partijen.

    De sociaal economische politiek van Michel1 is in overeenstemming met de afbraak- en de verarmingpolitiek van het EU bestuur en is er uitsluitend om de exportwinst van de GMO te vergroten. Ten koste van koopkracht, activiteit bij de KMO, consumenten, inkomen van de 99% van de Belgen en uiteindelijk de productie capaciteit van de KMO. Die in vijf jaar met tientallen procenten zal afgebroken/ verminderd worden. Wij Vlamingen krijgen wat we gevraagd hebben, afbraak, depressie, deflatie en armoede tientallen jaren lang eventueel ook oorlog zoals na de economische overcapaciteit in 1929. We mogen ook eens geluk hebben.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties