Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Waarom Gandhi ons in 2014 nog wat te vertellen heeft

Als BRIC-land gooit India inmiddels hoge ogen in de wereldeconomie. Economisch en monetair heeft het land een spectaculaire groei doorgemaakt. Toch telt India het grootste aantal armen ter wereld, zegt de in Amerika woonachtige Indiër Sabith Khan. Hij bepleit daarom een hernieuwde blik op de erfenis van de beroemdste Indiër van de twintigste eeuw: Mohandas ‘Mahatma’ Ghandi (1869-1948).
zondag 12 oktober 2014

Op 2 oktober vieren Indiërs over de hele wereld de verjaardag van de geboorte van Gandhi Jayanthi. Het is een plechtige dag, vaak onderstreept door sociale bijeenkomsten, politici die iets banaals zeggen over Gandhi zijn leven en erfenis en talkshowgasten die debatteren over zijn leven. Ook al wordt de vraag of Gandhi zijn levenslessen relevant zijn door enkelen serieus genomen, een ruime meerderheid heeft schijnbaar een mythe rond het leven van de Mahatma geschapen en is tevreden met die banaliteiten verder te leven. Ik geloof dat er een dringende nood is om Gandhi’s leven te bekijken en de lessen die hij ons aanbood.

Drie levenslessen

Vooreerst is Gandhi’s leven een getuigenis van de strijd die de onderdrukte volkeren moeten doorlopen om hun vrijheid te realiseren. Gandhi’s hele leven kan worden beschouwd als een strijd en zijn leven als een voorbeeld van opoffering. Zoals Arthur Herman schrijft in Gandhi and Churchill – The epic rivalry that destroyed an empire and forged our age, had Gandhi een spirituele transformatie ondergaan in de decennia die hij doorbracht in Zuid-Afrika. Hij had er zijn levensopdracht gevonden. Die opdracht was “om het karakter van zijn landgenoten om te vormen door hen dichter bij God te brengen (…) Op die manier beoogde hij de funderingen van de Britse heerschappij in Indië te ondergraven en zijn volk vrij te maken.” Gandhi’s levensopdracht wortelde in zelftransformatie en de transformatie van de maatschappij in zijn geheel, opdrachten die 'door waarden gedreven' organisaties en instellingen onderschrijven en nastreven.

Vervolgens worden de technieken die Gandhi promootte – Satyagraha is daar de sleutel van – nog altijd gebruikt door niet-gewelddadige activisten overal ter wereld, van de VS tot Palestina. Niet gewelddadig verzet en niet-samenwerking zijn, als modellen van verzet, tactieken die het Britse rijk meer dan eens tot de onderhandelingstafel hebben gedwongen. Steeds weer ontplooide Gandhi deze tactiek zowel in Zuid-Afrika als in India en ondanks enkele mislukkingen slaagde die. In een situatie waarin een machteloos volk geconfronteerd wordt met een meerderheid die gewapend, machtig en krachtig is, bewees passief verzet zijn nut. Of het nu de strijd voor de mijnwerkersrechten in Johannesburg in 1908 betrof of het zelfbestuur of Swaraj jaren later in India – dezelfde tactieken waren in het spel. Mubarak Awad, een Palestijnse activist heeft deze methoden van Gandhi blijkbaar al jaren gebruikt. Martin Luther King in de VS beschouwde zichzelf als een beschermeling van Gandhi en zijn methodes.

Ten slotte is het wellicht tijd dat Gandhi zijn boodschap opnieuw aan bod komt in verband met de globalisering, het toenemende consumentisme en een algemene toename van het materialisme in Indië. Terwijl Mahatma op economisch gebied zelfbestuur en vertrouwen op eigen krachten voorstelde, is het wellicht bijna onmogelijk het neoliberale kader terug te draaien dat in de jaren 1990 in het spel gekomen is met de opening van de Indische economie.

Pluralisme

De grootste bijdrage die Gandhi aan het Indische ethos geleverd heeft, is wellicht het omhelzen van het pluralisme en het verwerpen van het kastedenken. Als een zelfbewuste hindoe, beoefende hij zijn religie gedurende zijn hele leven maar hij was tegen de kasten en de verontmenselijkende invloed op de Indische mentaliteit. Een anekdote die Herman in zijn boek aanhaalt, komt hier van pas. Gandhi nam een familie van onaanraakbaren op in de Sabarmati Ashram. Zoals Herman zegt, ontketende dat een scherpe huiselijke twist waarbij zijn echtgenote Kasturba dreigde onmiddellijk te vertrekken. “Niettemin kreeg de wil van Gandhi de bovenhand. Hij had bewust het grootste Indische taboe gebroken: het verbod van enig contact met dalits of onaanraakbaren. Het was een onderdeel van zijn oorlog tegen India dat hij het meest verafschuwde: het vastgeroeste India gebonden door ceremonie en betekenisloze traditie gespleten door oude religieuze vetes, etterend in zijn eigen vuil, het India zonder mededogen of compassie.” (p. 221)

Ook al zijn Indiërs terecht trots op de vooruitgang die het land sinds 1947 gemaakt heeft, er moet nog veel worden gerealiseerd – niet alleen in economische en monetaire zin, maar in de zin van het realiseren van een fundamentele waardigheid voor de armen en onderdrukten. Ook al is er een groeiende trots op de Indische opkomst op het wereldtoneel, er mag wat tempering komen met het besef dat Indië het grootste aantal armen ter wereld herbergt. Een missie naar Mars heeft wellicht getoond dat India bekwame ingenieurs, wetenschapslui en technocraten herbergt, maar feiten zoals de bovenvermelde tonen dat India nog een hele weg af te leggen heeft voor het werkelijk een 'regionale macht' is, laat staan een 'supermacht'. India is de erfgenaam van een grote beschaving die veel tot de wereld heeft bijgedragen, maar heeft ook veel te leren van de rest van de wereld.

Valstrik

Recente pogingen om Gandhi en zijn leven in een kwaad daglicht te stellen zijn een gevaar voor de erfenis van India maar ook een onderdeel van een campagne om de Indische geschiedenis te vervormen. Zeker was Gandhi geen volmaakt mens en zijn leven was evenmin in enige zin volmaakt. Niettemin waren zijn leven en boodschap een morele kracht die miljoenen in beweging heeft gebracht. Ook al moeten we niet in de valstrik lopen om onze leiders onkritisch te vereren – iets wat vele hedendaagse Indiërs schijnbaar doen – we moeten tezelfdertijd het beste omarmen dat onze traditie biedt.

Daartoe zijn Gandhi’s levenslessen voorbeelden die nagevolgd kunnen worden.


De oorspronkelijke versie van deze tekst staat op de weblog The Clockwork Muse. Vertaling Andries Termote

Sabith Khan volgde een opleiding journalistiek en mediastudies inBangalore, India, waarna hij de oceaan overstak om meerdere studies te doen aan de Syracuse University (New York). Hij is medeoprichter van de denktank Menasa. Momenteel schrijft Khan voor de Virginia Polytechnic Institute and State University aan zijn doctoraat Discourses of American Muslim Giving in faith-based NGOs.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

Eén reactie

  • door Carlos Pauwels op woensdag 15 oktober 2014

    Een gekende quote van Gandhi in verband met de manier waarop we leven, luidt als volgt: the world has enough for everyone's need but not enough for everyone's greed.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties