Opinie -

Je suis une fourmi, pas une cigale

Bij Hart boven Hart was er een speech van Lies Verhoeven, coördinator Jeugdwerking Chambéry en stafmedewerker Vorming D'Broej. Zij vertelde over een praktijkvoorbeeld uit het jeugdwerk. Verhoeven richtte zich vervolgens tot vadertje staat, de regering en zelfs tot de liefste ministers. Hun wordt gevraagd zichzelf eens in de spiegel te bekijken over het werkgelegenheidsbeleid voor jongeren. Pamperen hoeft niet, maar wat wel?

donderdag 25 september 2014 12:15

Dat ik niet betaald
word om te pamperen, moet ik keer op keer duidelijk maken. Mijn job
bestaat er net in om jongeren sterker te maken, zodat ze volwaardig
deel kunnen uitmaken van deze samenleving. En daar begint nu stilaan
het schoentje serieus te wringen. Want hoe kan ik in godsnaam
jongeren hierop voorbereiden? Hoe kan ik hen klaarstomen voor de
gevolgen die dit beleid op hun leven zal hebben? Ik weet het zelf
eventjes niet meer. In de septemberverklaring hoor ik maar één belangrijk woord: economie. En dé sleutel tot geluk is bijgevolg
werk. Of niet?

Faliekant

Begin januari komt
hij uit het niets binnenwaaien. Hij woont twee straten verder maar we
hebben elkaar nog nooit gezien. Hij solliciteert als
‘doelgroepmedewerker’, gestuurd door het OCMW voor een
artkel60-contract van een jaar. Op papier geen rooskleurig geval:
zeer hobbelig en vertraagd het secundair overleefd. Een jaartje hoger
onderwijs geprobeerd maar faliekant mislukt. Op zoek naar wat en hoe.
Favoriete vrijetijdsbesteding, na voetbal uiteraard: op een bankje
hangen met vrienden. Maar ik zie ook bakken vol levenswijsheid,
kennis van de straat en enthousiast. Dus we wagen beiden onze kans.

Ik doe waarvoor ik
betaald word: gooi hem beredeneerd in het diepe en observeer hoe hij
spartelt. Ik varieer met takenpakketten en uurroosters, duw hem bruut
uit zijn comfortzone, stel vragen waarvan ik zeker weet dat hij het
antwoord nog niet weet, maak geen uitzondering als hij vraagt om eens
later te mogen beginnen omdat hij voor zijn kleine broertjes moet
zorgen. Kortom, ik bereid hem voor op hoe het er tegenwoordig aan toegaat op de arbeidsmarkt. Hij reageert met zijn levensmotto: “Je
suis une fourmi, pas une cigale
“. Hij doet de fabel alle eer
aan. Het staat zelf op zijn favoriete T-shirt. Na amper enkele
maanden is het mij dan ook duidelijk. We hebben hier te maken met een
ruwe diamant! Eentje waar derdejaarsstagiairs met open mond naar
staan kijken omdat ze een ander beeld hebben van een
‘doelgroepmedewerker’. Eentje die het van zichzelf nooit zal
verwachten. Eentje van wie ik binnen enkele jaren fier zal zeggen dat
hij ooit in mijn team zat.

Zonder aarzelen
breng ik dus aan dat ik persoonlijk vind dat hij verder moet
studeren. Zijn basishouding zit goed, competenties genoeg, maar hij
mist nog wat inhoud, theoretische achtergrond en methodische
kapstokken. Hij antwoordt op zijn beurt dat hij gegroeid is en
daarmee ook zijn honger naar kennis en zelfontwikkeling. We besluiten
samen de mogelijkheden uit te zoeken. Want in september begint het
nieuwe schooljaar, maar zijn contract loopt tot januari.

Vandaag blijkt die
keuze eerder een valstrik. Want hij heeft geen spaarrekening die de
school kan betalen. Als hij zijn contract stopzet, ook geen loon of
financiële steun meer om hem maandelijks te onderhouden. Geen
sociaal netwerk dat als een blok achter hem staat om hem op te vangen
of omhoog te duwen. En ik, die hem moet voorbereiden op overleven in
deze samenleving, weet het niet meer.

Mantra

Wat wil de
maatschappij eigenlijk? Iedereen zo snel mogelijk aan het werk en ver
weg van hulp? “Ik werk, dus ik ben” lijkt wel onze nieuwe
nationale mantra. De oplossingen voor kansarmoede worden
makkelijkheidshalve gereduceerd tot een job. Evenals de oplossingen
voor deze zogenaamde crisis. Iedereen zal ze voelen. Alleen niet
iedereen even hard, dat zeggen ze er niet bij. Kan iemand mij
misschien de economische inpact berekenen van beide scenario’s: nog drie jaar studeren en daarna gevormd de arbeidsmarkt op vol goesting en
ambitie. Of nu meteen een job zoeken, zonder diploma, ervaring of
enthousiasme. Valt zoiets te becijferen? Houden we dan ook rekening
met de zeer kleine kans om werk te vinden zonder diploma? Met
burn-outs en herstructureringen?

Zet die plaat van “Als je wil
werken, kan je werken.” nu eens eindelijk af! Want zelfs aan de
kassa van de Delhaize lukt dat niet meer tegenwoordig. We vinden het
doodnormaal dat steeds minder mensen meer werk moeten doen, ‘want dat
doen ze in andere landen ook’. Maar steken het genadeloze vingertje
op als niet iedereen aan de bak geraakt. Ongeacht de reden daarvoor
trouwens, we hebben geen scrupules meer. Ziekte, ongeschoold of
gewoon niet de juiste man voor de juiste job, het is allemaal één
profiterende pot nat.

Ja, je hebt gelijk.
Er zijn profiteurs en die hebben het verpest voor de anderen. Maar
die vind je zowel bij de steuntrekkers als bij het middenkader of
zelf miljonairs. Laat hén betalen, in plaats van met onze jongeren
die niks hebben gedaan om dit te verdienen. Je laat fraudeurs hun
boete afkopen voor een lager bedrag, maar rekent mensen die al minder
kansen hebben dubbel door. Welke rekening denk je daarmee te
presenteren aan de volgende generatie?

Wat zou u uw zoon
aanraden, vadertje staat? Met in het achterhoofd dat hij niet kan
rekenen op een kot dat u voor hem betaald, het zakgeld of de
schouderklopjes tijdens de moeilijke momenten. En ja, je hebt weer
gelijk, hij had maar meteen moeten slagen in dat eerste jaar. Dan had
hij tot het einde van zijn studies een bescheiden steun gekregen. Als
ik rond mij kijk, zie ik nochtans vele mensen die dat eerste jaar
hogere studies over deden. Omdat de aanpassing hun moeilijk viel,
omdat de richting hun niet lag of gewoonweg omdat ze meer genoten van
het studentenleven dan van de les. Dat vinden wij met z’n allen oké.
Maar als iemand, wiens rugzak al vol zit door het leven, het even
moeilijk heeft om daar ook nog schoolboeken bij te steken, dan worden
we onverbiddelijk. Je kans is verkeken. Je hebt al lang genoeg op
onze kap geleefd.

Bijverdienste

Je
septemberverklaring was ongetwijfeld motiverend bedoeld, beste
regering. Maar wat verwacht je dat ik hier, die elke dag met beide
voetjes in een realiteit ver van de uwe sta, daarmee doe?

Zal ik het achttienjarig
meisje die om raad komt vragen, die wil stoppen met school zonder
diploma, om werk te zoeken in de hoop ooit met haar gezin uit de
armoede te geraken, vertellen dat dat goed is. “Want naar ’t
schijnt is de Chinese economie toch aan een gevaarlijke groei bezig
zenne!”

Zal ik de moeder
tevergeefs op zoek is naar een plaatsje in de kinderopvang, meteen
aanraden om buiten haar werkuren nog een bijverdienste te zoeken,
zodat ze de kinderopvang wel zal kunnen blijven betalen? “Want de
groei van de Eurozone is nog niet wat het zou moeten zijn!”

Zal ik de kinderen
die ongezonde brooddoosvulling meekrijgen en waarvoor de medische
hulp wordt uitgesteld om financiële redenen, vertellen dat ze blij
mogen zijn. “Want we hebben het nu goed in onze samenleving, in
vergelijking met 1914!”

Wat wil je dat ik je
kinderen leer, liefste ministers? Dat arme kindjes moeten zwijgen,
want dat we alleen luisteren naar de koopkrachtige? Dat talent geen
waarde heeft als er geen centjes achter schuilgaan? Dat iedereen deze
crisis zal voelen, kindjes, ook al hebben jullie hier eigenlijk niks
mee te maken? En dat daarenboven de regering ons vertrouwen vraagt,
van ergens hoog in hun ivoren toren. Dat ze denken dat dat verbindend
werkt en voor vooruitgang zal zorgen.

Is het heel erg dat
ik, als professionele jeugdwerker, eerlijke kansen verkies boven
administratief correcte cijfers? Is het naïef om te vinden dat
zelfontwikkeling belangrijk is voor iedereen, en niet enkel voor de
elite en te geloven dat onbenut talent een doodzonde is?

Dus nee, liefste
regering, ik mag niet pamperen en schreeuw u toe “Ik denk (dus
ik ben) dat u de foute keuzes maakt. Ik ben hier niet mee akkoord!” 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!