Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

Het Strafste Jeugdwerk van nu, maar ook van morgen?

Bezuinigingsmaatregelen dreigen ook het jeugdwerk te treffen. Er zijn veel argumenten, ook getalsmatige, om juist in kinderen te investeren. "Besparen op jeugd en hun organisaties is niet efficiënt of effectief te noemen. Je zet er mensen mee op straat, laat vrijwilligers in de kou en je haalt opgebouwd sociaal kapitaal onderuit."
maandag 15 september 2014

Besparen voor de jongeren van morgen lukt niet door te besparen op de jongeren van vandaag.

"Er zijn 2.231.000 kinderen en jongeren in Vlaanderen en Brussel." Zo begint ons hoofdstuk in het regeerakkoord. Mooie vaststelling die cijfers, maar het engagement dat erbij hoort ontbreekt. Gezien de aangekondigde besparingen (zowel op Vlaams, Provinciaal en als Lokaal niveau) zetten we onszelf nog eens in de verf. Op een rationele manier wandelen we door de cijfers van het strafste jeugdwerk in de wereld. Want het valabele argument van de Vlaamse Regering: “We besparen voor de jongeren van morgen”, volgen we niet. We antwoorden resoluut: “Dat doe je niet door te besparen op jongeren vandaag.”

We beperken in deze tekst even de rol van jeugdwerk tot zijn economische waarde. Dat doen we bewust. Deze accountability zijn we ondertussen gewoon. Toch wringt dat, om ons telkens zo te hoeven verantwoorden. Want dat wat duizenden kinderen en jongeren elke week opnieuw naar spelnamiddagen, knutselateliers en vergaderingen doet trekken, vat je niet in cijfers. Die magie kan en hoef je eigenlijk niet te verantwoorden.

Een plek om jong te zijn

We doen toch een poging om het in getallen te gieten. Er zijn 585.703 jongeren die in contact komen met jeugdwerk. Met een budget van 72 miljoen (of 0,2 procent van de totale Vlaamse begroting) geven we hun een jaar lang plezier, uitdagingen en leerkansen. Dat is 2 euro per week, per kind. Het geld helpt onze sector vooruit, van de grote jeugdbewegingen tot kleinere cultuureducatieve organisaties. Met die middelen animeren we meer dan 200.000 kinderen op allerhande speelpleinen en drukken we de factuur van 4000 kampen en vakanties. Het helpt, want 85 procent van de jongeren is ooit al op kamp geweest1. Zij betaalden wel degelijk een correcte bijdrage voor hun favoriete tijdverdrijf, want niets is gratis. Buiten de evidente opvangfunctie – wie zorgt ervoor dat ouders met een gerust hart kunnen gaan werken in de vakantie? – bieden de organisaties nog veel meer. We organiseren honderden vormingen en leveren 8.000 gediplomeerde animatoren af. We organiseren maatschappelijke acties en maken jongeren warm voor Europese en Internationale samenwerking. Maar bovenal biedt jeugdwerk een plek om ongedwongen jong te zijn en voluit te spelen. Het is een plaats om te leren ondernemen, om een netwerk uit te bouwen, om sociale vaardigheden te ontwikkelen en in groep activiteiten te verwezenlijken. Hoeveel kansen krijgen jongeren hier eigenlijk nog voor?

Van die 2,3 miljoen kinderen en jongeren in Vlaanderen en Brussel leven er 140.000 in armoede en zijn 69 000 jongeren onder de 25 werkloos.Getallen die veel te hoog zijn, en waar ook wij inspanningen voor doen. Er nemen ruim 40.000 jongeren deel aan professioneel jeugdwerk omdat ze om één of andere reden uit de boot vallen. We geven hun mogelijkheden om meer zelfzeker te worden en hun kansen op de arbeidsmarkt te verhogen. Met heel het jeugdwerk samen, willen we bewust een emanciperend antwoord bieden op deze maatschappelijke kwetsbaarheid. We kunnen hier rekenen op een overheid die hier middelen voor voorziet. We leren onze jongeren noodzakelijke arbeidscompetenties, maar geven vooral ook kansen tot relatievorming en een hoger zelfwaardegevoel. Impulsen die later leiden tot een betere gezondheid en een hoger inkomen2. Een verhoging van kansen, heet dat. Voor 7,6 procent van de kinderen in België is het echter om financiële redenen niet mogelijk om te voorzien in vrijetijdsactiviteiten. Om ook deze kinderen mee in het bad te krijgen, ontvangen we middelen en zetten we acties op. Want dat moet een jeugdsector en een overheid doen: samen trachten iedereen te betrekken.


Jeugdwerk bespaart!

Het lijkt logisch, maar we stippen het nog maar eens duidelijk aan: jeugdwerk zorgt ervoor dat er ieder jaar weer maatschappelijke kosten worden bespaard. Een actief buitenleven zorgt voor een betere gezondheid. Een netwerk aan relaties zorgt voor een verminderde kans op depressie. Kansen op de arbeidsmarkt worden verhoogd en schooluitval verlaagd. Dit zijn evidenties, maar zijn het dat morgen nog? We zouden graag de totale maatschappelijke waarde in exacte getallen uitdrukken, maar kunnen dit enkel labelen als "onschatbaar". Recent onderzoek toont echter wel aan dat Scouting Nederland (ze hebben zo’n 110.000 leden) de samenleving zo’n 160 miljoen euro bespaart3. Jaarlijks. Het jeugdwerk in Vlaanderen is vijfmaal zo groot. Met de natte vinger, maakt dat dan 800 miljoen per jaar. Per geïnvesteerde euro, brengt jeugdwerk er 11 op. Maar met cijfers kan je natuurlijk alles bewijzen.

Van waaruit zijn Pukkelpop en Rock Werchter anders ontstaan dan vanuit een groep jonge, geëngageerde mensen?

Jeugdwerk genereert verder ook producten. We produceren optredens, vakanties, kampen, voorstellingen en fuiven. We ontwikkelen cultuur en geven daarbij jonge mensen de touwtjes in handen. We geven hun kansen om zichzelf en anderen te ontwikkelen. Tot kunstenaars, muzikanten, leidinggevenden en/of ondernemers. Op zich hebben al die producten ook een economische waarde. Het doet namelijk geld van de éne hand naar de andere rollen. Geld opgehaald met de jaarlijkse jeugdvoorstelling wordt geïnvesteerd in lichtmateriaal, lokale aannemers bouwen onze lokalen en er wordt na de activiteit samen gegeten en gedronken. Zo dragen ook wij een aanzienlijk steentje bij tot het BNP. Maar de meeste economische waarde zit waarschijnlijk nog in het potentieel van deze jongeren. Of van waaruit zijn Pukkelpop en Rock Werchter anders ontstaan dan vanuit een groep jonge, geëngageerde mensen?

Verenigingen versterken mensen

Er is 1 jeugdwerkinitiatief per 250 inwoners in Vlaanderen4. Wat ons meteen de hoogste jeugdwerkindex in de wereld geeft. Blij dat we dit nog eens kunnen zeggen. Economisch onderzoek toont aan, dat naast de opvang en vormingstaken die jeugdwerk in een gemeenschap vervullen, ze ook met hun verenigende functie een economische meerwaarde hebben. Sinds economisch onderzoek van Robert Putnam weten we dat een plaats in een vereniging mensen helpt hun vaardigheden te ontwikkelen en dat het hun carrièrekansen verhoogt. Het verenigingsleven verbetert de productiviteit van een gemeenschap omdat het samenwerken stimuleert en informatie deelt. Dit koesteren, is jezelf als economie koesteren.

Binnen onze sector werken er meer dan 1.500 mensen. Jeugdwerkers, leidinggevenden, technisch en onderhoudspersoneel en daarnaast nog 900 lokale en provinciale ambtenaren. Vaak professionals die rechtstreeks jongeren begeleiden, maar daarnaast een heel aantal die samen met jonge vrijwilligers de organisaties verder uitbouwen. Zo weten we dat 14 procent van alle mensen in Vlaanderen vandaag vrijwilligerswerk doet in het kader van jeugdwerk5.Waarom nemen die vrijwilligers de professionele taken dan niet over? Wel, omdat zoiets niet werkt.

Vrijwilligersfalen6 begint wanneer vrijwilligers niet meer professioneel ondersteund worden. Je houdt geen jeugdbeweging van tienduizenden in gang, zonder een professioneel kader in stelling te brengen. Je laat het begeleiden van kwetsbare jeugd niet enkel in handen van vrijwilligers. Kennis en expertise van professionals doen vrijwilligers schitteren. Dit torenhoge maatschappelijk engagement verdient – naast middelen om mee te kunnen "vrijwilligen" – professionele ondersteuning.

Snijden in de werkingsmiddelen van onze organisaties, ook al is het maar 6 procent, betekent automatisch jobverlies. Dat weten politici. Mensen die nu ten dienste staan van de samenleving, maak je er zo afhankelijk van. Is dat dan een verbetering? Zijn meer werkloosheidsuitkeringen dan wel iets waar je de toekomstige generaties mee opzadelt?

Ook lokaal en provinciaal deelt jeugd in de klappen

Naast de subsidies aan de landelijke verenigingen en de materiële ondersteuning hiervan door middel van kampmateriaal, staan ook de lokale jeugdwerkingen onder druk. Middelen die via Vlaanderen aan de plaatselijke verenigingen gegeven werden, worden aan de grote hoop van het gemeentefonds toegevoegd. Zo lezen we in het nieuwe regeerakkoord. 21 miljoen aan middelen die voorheen naar de werking van jeugdhuis en speelplein gingen, verdwijnen misschien in het riool. Letterlijk. Want in infrastructuur durven gemeenten nog wel investeren. Als gemeenten enkel terugplooien op hun kerntaken, zal de werkingssubsidie van het lokaal project of van het jeugdhuis geen lang leven beschoren zijn. Onderzoek leert ons dat de middelen die Vlaanderen hiervoor voorziet, als een hefboom gezien worden om net meer lokale middelen aan jeugd te besteden7. Deze hefboom zijn we kwijt, laten we hopen dat onze jongeren en jeugdwerkingen hier niet het slachtoffer van worden. Wat blijft er over van een Vlaams beleid voor kinderen en jongeren als je gemeenten enkel een blanco cheque geeft?

Niet alleen de lokale ondersteuning voor jeugdwerk staat op de helling, ook provinciaal blijft er weinig over. De provincies zijn niet meer bevoegd voor jeugdzaken, waardoor ook hun middelen voor alles wat jong is verdwijnen. Het regeerakkoord is niet duidelijk over deze middelen. Neemt Vlaanderen of de lokale besturen het geld, het aanbod en de doelstellingen over? Gaan deze 4 miljoen aan werkingsmiddelen überhaupt nog naar kinderen, jongeren en hun organisaties, of betalen we er binnenkort de pensioenen van onze burgemeesters en GAS-ambtenaren mee?

Investeren in jongeren

Voor de gemakkelijkheid spreken we hier enkel over het economisch belang van de jeugdsector. A la guerre comme à la guerre. Dat jongeren ook op andere manieren moeten bijdragen aan het begrotingstekort, wordt ook langzaamaan duidelijk. Verhoogde kinderbijslag en studiegelden, een duurder abonnement voor de bus en het verdwijnen van de openbare jongerenzenders, worden ook genoemd. Het gerechtvaardigde doel om te besparen voor jongeren, is blijkbaar besparen op jongeren geworden. Als we de begrotingsrekening niet willen doorschuiven naar de jonge generatie, zijn er ook nog andere rekeningen te vereffenen. Van intergenerationele rechtvaardigheid is in het Vlaams Regeerakkoord maar weinig te bespeuren. Er wordt niet gekozen voor het opvoeren van de strijd tegen de klimaatverandering. De aanpak van jeugdwerkloosheid is geen speerpunt en zal het met minder middelen moeten stellen. Ook een echte investering in het onderwijs zou ons als jongeren ten goede komen, maar ook hier wordt gesneden.

Als besparingen in onze sector, voor ‘ons eigen goed’ zijn, hadden we graag meer belangrijke keuzes over onze toekomst gezien.

Besparen op jeugd en hun organisaties is dan ook niet efficiënt of effectief te noemen. Je zet er mensen mee op straat, laat vrijwilligers in de kou en je haalt opgebouwd sociaal kapitaal onderuit. We hebben de voorbije jaren ook al bespaard. De aangekondigde jaarlijkse "indexsprong" van de enveloppesubsidies is op zich ook al substantieel te noemen. De kaasschaaf hebben we ook al een aantal keer over ons heen gehad. De sense of urgency die nu wordt gelanceerd, delen we dan ook niet. We zijn eigenlijk niet anders gewoon. We durven – verrassend misschien – eerder te pleiten voor een investering in het jeugdwerk in Vlaanderen. De verarming van de afgelopen jaren die vorige legislatuur, moet worden weggewerkt, in plaats van versterkt. Een investering om meer te doen, om samen meer jongeren te verbinden. Om vooruit te gaan. Om kinderen en jongeren te ontwikkelen, hen allemaal mee te laten participeren, om Vlaanderen mee vorm te geven. Dat vraagt juist meer middelen, en geen besparingen. Nu in jeugdwerk investeren is kinderen en jongeren zuurstof geven.

Getekend:

EVA VEREECKE, DE AMBRASSADE -  CAROLINE VERSCHUEREN, VLAAMSE JEUGDRAAD -  ANNELIES CLAESSENS, CIRKUS IN BEWEGING - PETER BOSSCHAERT, GRAFFITI - AN PIESSENS, ONDERZOEKSCENTRUM KIND EN SAMENLEVING - BJORN BOON, BILL/CJP - MATHIJS WOUTERS, GLOBELINK - NELE VANDERHULST, KAZOU - HEARBOS MARINA, JEUGD & DANS - ISAAK DIELEMAN, KLJ - JORIS VAN DAEL, KIDSCAM - BOUDEWIJN HUYSMANS, YFU VLAANDEREN - VANNESSA VANHOOREN, WEL JONG NIET HETERO - NELE BULENS, JONG & VAN ZIN - FARAH LAPORTE, KINDERRECHTENCOALITIE VLAANDEREN - STEVEN GOOSENS, CREFI - TOM WILLOX, FORMAAT - NINA ANTONISSEN, JEUGD, CULTUUR EN WETENSCHAP - KOEN LAMBERT, JINT - SIBILLE DECLERQ, AWEL - CAROLINE STEYAERT, AFS - KAÏ VAN NIEUWENHOVE, VERENIGING VOOR VLAAMSE JEUGDDIENSTEN - VICKY CORIJN, GROEP INTRO - HANS DRUART, BIZON - ANNELIES TIJTGAT, JEUGDTHEATERHUIS LARF! - ERIK VANWOENSEL, ARKTOS - LEEN VAN VAERENBERGH, CHIROJEUGD VLAANDEREN - MAARTEN DOISE, LEJO - JO VAN DEN BOSSCHE, VLAAMSE DIENST SPEELPLEINWERK - HAI-CHAY JIANG, ARTFORUM - SVEN DE CONINCK, REC RADIOCENTRUM - CHRISTOPH LAMBRECHTS, SCOUTS EN GIDSEN VLAANDEREN - JURGEN SPRANGERS, TUMULT - JAN DEDUYTSCHE, UIT DE MARGE - STEFAAN DEGRYSE, KAJ - BENJAMIN GÉRARD, NATURE - JASPER VAN THIENEN, CENTRUM INFORMATIEVE SPELEN - JEROEN HENDRICKX, KENA - STEFAAN VANDELACLUZE, MOOSS VZW - JEFF JONCKERS, ABVV-JONGEREN - GERD VERTOMMEN, KARAVAAN - PIETER MONSART, FOS OPEN SCOUTING - GIL GÉRON, KONING KEVIN - JONATHAN CHEVALIER, JOETZ - ANDY DEMEULENAERE, MEDIARAVEN - WAUT HESPEL, DANSKANT - NINA UYTTERSPROT, KSJ-KSA-VKSJ - ISAAK DIELEMAN, KLJ - SOFIE BROCKMANS, MUZEMIX - MARIJKE VAN DEN HOVE, JEUGDTIP - JOS VANDERMEULEN, NATUUR EN WETENSCHAP - PATRICK MANGHELINCKX, JES - GUIDO STOOP, JEUGDDIENST DON BOSCO - DERKJE VAN DER ELST, HUJO - INGE LOODSTEEN, D’BROEJ - FRIED AERNOUTS, C.H.I.P.S. - PIETER DELAFORTRIE, JNM - JOS D’HAESE, COMAC - SIEN VERSTRAETEN, JONGGROEN


Voetnoten:

1 W. SMITS, “Maatschappelijke participatie van jongeren. Bewegen in de vrijetijds-, sociale en culturele ruimte”. Eindverslag van het Programma Beleidsgericht Onderzoek ‘Maatschappelijke participatie van jongeren’. Onuitgegeven onderzoeksrapport, VUB, onderzoeksgroep TOR, 2004

2 K. ROBSON en L. FEINSTEIN, “Leisure contexts in adolescence and their associations with adult outcomes: a more complete picture”, 2007

3 STEWARD REDQUEEN, “Sociaal-economische impact van Scouting Nederland”, Haarlem, 2013, 25p.

4 F. COUSSEE, A century of youth work Policy, Gent, Academia Press, 2008, 136p.

5 W. SMITS, “Join the club. Een profiel van leden van verenigingen en vrijwilligers”. In J. Lievens & H. Waege (Eds.), Participatie in Vlaanderen, Leuven, Acco 2011

6 L. SALOMON, “Of Market Failure, Voluntary Failure, and Third-Party Government: Toward a Theory of Government-Nonprofit Relations in the Modern Welfare State”. In Nonprofit and Voluntary Sector Quarterly, 1987

7 J. VAN DAMME en B. DE PEUTER , “Lokaal jeugdbeleid in een nieuwe context van strategische meerjarenplanning: Nulmeting jeugdbeleid in lokale besturen”, Leuven, Instituut voor de Overheid, 2014

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.