about
Toon menu
Opinie

De verraderlijke kracht van propaganda

Karel van Wolferen, voormalig correspondent van de Nederlandse krant NRC Handelsblad, uit andermaal zijn onrust over de escalerende crisis in Oekraïne en de kritiekloze journalistiek in Europa. De propaganda over dit conflict verhindert elke kritische analyse van wat er werkelijk gaande is.
zondag 14 september 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Er kon haast geen beter moment zijn om de effecten van politieke propaganda in wat tot voor kort ‘de vrije wereld’ genoemd werd te onderzoeken dan nu. We leven te midden van een voorbeeld van propaganda dat zich duidelijk aftekent. Het voorziet in een gemeenschappelijke behoefte.

Propaganda biedt politieke zekerheid

In een periode van grootschalig bloedvergieten en andere door de mens veroorzaakte rampen, heeft de moreel bewuste persoon behoefte aan enkele heldere categorieën van goed en kwaad, begeerlijk en verachtelijk. Politieke zekerheid met andere woorden. Je kunt zelfs oorlogen verkopen met ‘morele klaarheid’ als verkooppraatje, zoals we zagen ten aanzien van Irak en Afghanistan.

Indelen in goed en kwaad is eenvoudig genoeg wanneer gevangen genomen journalisten worden onthoofd door jihadisten. Zij die “daar iets aan doen” worden automatisch in de categorie van de ‘goeden’ geplaatst.

Er is echter een probleem van troebelheid in dit voorbeeld. De Syrische president Assad heeft jarenlang de lijst van de ‘slechteriken’ aangevoerd, maar nu lijkt hij te veranderen tot een soort van bondgenoot van hen die er op uit zijn de zaken weer in orde te brengen.

Daar komt bij dat het geen geheim is dat de radicale islamieten uit wier midden ISIS is opgekomen gefinancierd en aangemoedigd zijn door de VS en hun Arabische bondgenoten en men is het er ook over eens dat niets van dit alles nu zou bestaan zonder het tovenaars-leerling-effect dat voortvloeide uit de onthoofding van de Iraakse staat in 2003.

Propaganda biedt politieke duidelijkheid

Oekraïne is een minder troebel voorbeeld. Hier hebben we strijders voor democratie en andere westerse waarden in Kiev versus een figuur die roet in het eten gooit, die de soevereiniteit van de buren niet eerbiedigt en wiens weerspannigheid niet aflaat, welke sancties men er ook tegen aan gooit.

Malaysia Airlines Boeing 777 9M-MRD op Britse luchthaven Weston in 2011 (foto wikimedia commons)

Het verhaal van het neergehaalde vliegtuig met 298 doden is niet langer in het nieuws. En het onderzoek naar wie het heeft neergeschoten? Hou je adem maar niet in. Vorige week werden Nederlandse televisiekijkers geïnformeerd over iets dat al langer de ronde deed in de internetsamizdat: de landen die deelnemen aan het MH17-onderzoek hebben een geheimhoudingsovereenkomst getekend.

Elk van de deelnemers (waaronder Kiev) heeft het recht om zonder opgaaf van redenen een veto uit te spreken over publicatie van de resultaten. De waarheid over de oorzaak van het verschrikkelijke lot van de 298 lijkt inmiddels al vast te zijn gesteld door de propaganda. Dat wil zeggen dat het een rechtvaardiging blijft voor de sancties tegen Rusland, hoewel er nog geen enkel bewijs geleverd is voor de officiële toedracht dat de ‘rebellen’ het vliegtuig neer zouden hebben geschoten met Russische betrokkenheid.

De crisis heeft zich wekenlang voortgesleept met verder bloedvergieten en verwoesting door bombardementen, en een gretige NAVO die zich morrend afvroeg of Poetins witte vrachtwagens met humanitaire hulpgoederen ook gezien zouden kunnen worden als een vijfde colonne. Daarna heeft de belangstelling in de mainstream media voor de crisis in Oekraïne een nieuw hoogtepunt bereikt met een vermeende Russische invasie om de ‘rebellen’ te helpen.

Op 1 september werd in een redactioneel commentaar van de New York Times aangekondigd dat “Rusland en Oekraïne nu in staat van oorlog verkeren”. Weer een propagandaproduct? Het heeft er alle schijn van. Buitenlandse vrijwilligers, zelfs Fransen, lijken zich aan de zijde van de ‘rebellen’ te hebben gevoegd en het ligt in de rede dat de meeste daarvan Russen zijn – vergeet niet dat de inwoners van Oekraïne die in Donetsk en Loegansk vechten in veel gevallen familieleden aan de andere kant van de grens hebben.

Zoals de nieuwe voorzitter van de ministerraad van de Volksrepubliek Donetsk Alexander Zachartsjenko echter antwoordde op de vraag van een buitenlandse verslaggever op zijn persconferentie: “Als Russische legereenheden aan de zijde van zijn gevechtseenheden zouden strijden, hadden ze al naar Kiev op kunnen trekken”.

Uit de spaarzame beschikbare informatie krijgt men de indruk dat zijn eenheden het ook zonder ondersteuning van het Russische leger niet onaardig doen. Ze worden ook geholpen door desertie onder de soldaten van de legereenheden van Kiev die het ontbreekt aan enthousiasme om hun broeders in het oosten te doden.

Emotioneel niet betrokken redacteurs hebben nauwelijks directe middelen om uit te vinden wat er aan de hand is in Donetsk en Loegansk, omdat ze geen ervaren verslaggevers kunnen sturen naar de gebieden waar gevochten wordt. De astronomische verzekeringskosten die daarmee gemoeid zijn, kunnen niet gedekt worden door hun budget. Zodoende hebben we weinig meer om op te varen dan wat we kunnen vergaren van websites die zich in het verleden bewezen hebben.

De propagandalijn van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Witte Huis inzake de MH17-ramp werd minder nadrukkelijk nadat analisten van de Amerikaanse inlichtingendiensten – die hun commentaren naar verslaggevers lekten – weigerden het spel mee te spelen.

Die propagandalijn is weer volop van kracht rond het thema van de vermeende Russische invasie, terwijl het goed-fout-schema nog altijd in stand gehouden en gevoed wordt door diverse Amerikaanse publicaties. Daaronder enkele die een reputatie hoog hebben te houden, zoals Foreign Policy, of die ooit als relatief progressieve bakens gezien werden, zoals The New Republic, wiens teloorgang als een relatief betrouwbare bron van politieke kennis te betreuren valt.

Het is pas in de laatste dagen dat een opmerkelijk artikel in Foreign Affairs, van de opmerkelijke geopolitieke wetenschapper John Mearsheimer, op de radar verschijnt. Mearsheimer legt de grootste verantwoordelijkheid voor de crisis in Oekraïne waar ze thuishoort: bij Washington en zijn Europese bondgenoten.

“Amerikaanse en Europese leiders blunderden met hun poging om Oekraïne te veranderen in een Westers bolwerk aan de Russische grens. Nu de consequenties zijn blootgelegd, zou het een nog grotere vergissing zijn om dit onzalige beleid voort te zetten.” Het zal tijd kosten voor deze analyse doordringt tot enkele Europese redacteurs en hen overtuigt.

Een ander gezond geluid is dat van Stephen Cohen, die de eerste auteur zou moeten zijn die iedereen die werkelijk iets van Poetins Rusland wil begrijpen zou moeten lezen. Deze "patriottische ketters", zoals hij zichzelf noemt, komen er dezer dagen echter slecht van af in de gedrukte pers. Zo krijgt Cohen zelf de wind van voren van The New Republic.

Het kenmerk van succesvolle propaganda is de manier waarop het de nietsvermoedende lezer of televisiekijker besluipt. Dat doet het door middel van terloopse negatieve opmerkingen, door relatief vluchtig tussen-de-lijnen-denken in recensies van boeken of films, of artikelen over wat dan ook.

We zien dat overal om ons heen, maar laten we een voorbeeld van de Harvard Business Review nemen, waarin hoofdredacteur Justin Fox vraagt: “Waarom zou de Russische president Vladimir Poetin zijn land in een patstelling met het Westen brengen, die vrijwel zeker haar economie zal schaden?”

Mijn vraag aan deze auteur – die economische analyses op zijn naam heeft staan die dikwijls zeer ter zake zijn – “Hoe weet je dat het Poetin is die hier op aanstuurt?” Fox haalt Daniel Drezner aan en zegt dat het wel eens waar zou kunnen zijn dat Poetin “niet om dezelfde zaken geeft als het Westen” en “er geen traan om laat om een beetje economische groei op te offeren voor reputatie en nationalistische glorie”.

Dit soort prietpraat zien we overal. Het komt er op neer dat we in Poetin met een revanchist te maken zouden hebben, die de ambitie heeft om een nieuwe Sovjet-Unie tot stand te brengen, maar dan zonder communisme, met macho-fantasieën van een politicus overmand door totalitaire ambities.

Wat propaganda effectief maakt is de manier waarop het, door zijn bestaan tussen de regels, binnen dringt in het brein als passieve kennis. Ons impliciete begrip van zaken is per definitie niet scherp, het helpt ons andere zaken te plaatsen. De aannames die ze bevat liggen vast, zijn niet langer onderhevig aan discussie.

Impliciete kennis ligt buiten het bereik van nieuw bewijs of verbeterde logische analyse. Haar aannames terug te brengen onder het beslag van het scherpe bewustzijn is een moeizaam proces dat over het algemeen vermeden wordt onder de verzuchting “nou weten we het wel”. Impliciete kennis is hoogst persoonlijke kennis.

Deze kennis wordt uiteraard gedeeld, aangezien ze is ontleend aan wat de samenleving aan zekerheden te bieden heeft, maar het is omgezet in onze eigenste kennis en zodoende in iets dat we zo nodig met hand en tand willen verdedigen. Minder onderzoekende geesten willen wel menen een ‘recht’ te kunnen doen gelden op de waarheid ervan.

Propaganda laat geen plaats aan andere opinies

De propaganda die zijn wortels heeft in Washington en nog altijd trouw gevolgd wordt door instituten als de BBC en de overgrote meerderheid van de Westerse mainstream media, heeft geen enkele plaats ingeruimd voor de vraag of de inwoners van Donetsk en Loegansk misschien ook een volstrekt legitieme reden hebben om zich te verzetten tegen een russofoob regime met een anti-Russische-taalstrategie, dat de regering waarvoor zij gestemd hebben heeft vervangen, een reden die voor hen goed genoeg is om te riskeren dat hun overheidsgebouwen, ziekenhuizen en woningen gebombardeerd worden.

De propagandalijn is er een van eenvoudige Russische agressie. Poetin heeft de onrust in het Russisch sprekende deel van Oekraïne op zitten stoken. Nergens in de mainstream media heb ik verslaggeving aan kunnen treffen over de verwoesting die wordt aangericht door het leger van Kiev, die door ooggetuigen wordt vergeleken met wat de wereld te zien kreeg van Gaza.

Russia Today

Er worden geen vragen gesteld bij de impliciete opinie van CNN en BBC of bij de ‘sociale media’ die door een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken aangehaald worden. Alle informatie die niet overeenstemt met deze succesvolle propaganda, moet geneutraliseerd worden. Dat kan bijvoorbeeld door de Russische televisiezender Russia Today als een propaganda-orgaan van Moskou weg te zetten.

Deze dominante propaganda tiert welig vanwege het atlanticisme, een Europees geloof dat inhoudt dat de wereld niet naar behoren zal functioneren als de VS niet worden geaccepteerd als haar primaire politieke bestuurder en dat Europa Amerika niet voor de voeten moet lopen.

Twee varianten van atlanticisme

Er is onverfijnd atlanticisme, dat we in Nederland bijvoorbeeld op kunnen merken in stemmen op de radio die stemming maken over een Russische vijand aan de poorten van het land en er is meer verfijnd atlanticisme onder de verdedigers van de NAVO, die allerlei historische redenen verzinnen waarom die organisatie zou moeten blijven bestaan.

De eerste variant is te onzinnig om veel woorden aan vuil te maken en de tweede kan gemakkelijk weerlegd worden. Maar men kan niet gemakkelijk afrekenen met de intellectueel meest verleidelijke vorm van atlanticisme die gepaard gaat met een beroep op de redelijkheid.

Toen 11 jaar geleden een golf van propaganda Europa overspoelde voor de invasie van Irak, kwamen nuchtere wetenschappers en commentatoren achter hun bureau vandaan om een beroep te doen op onze redelijkheid, in een poging om de toenmalige crisis van vertrouwen in de politieke wijsheid van de Amerikaanse regering te herstellen.

Zonder Amerika werkt het niet

Het was toen dat het beginsel van “zonder Amerika werkt het niet” werd vastgesteld. Dit atlanticistische dogma is goed te begrijpen door een politieke elite die, na meer dan een halve eeuw van relatief veilig comfort in een bondgenootschap, ineens moet beginnen na te denken over de veiligheid van hun landen die ze eerder voor lief namen.

Er was echter meer aan de hand. Het inroepen van een hoger begrip van het atlantische bondgenootschap en het pleidooi om het nieuw leven in te blazen door hernieuwd begrip, komen neer op een schrijnende uitroep van fatsoenlijke vrienden die de realiteit van hun verlies niet onder ogen kunnen zien.

De Krim (kaart wikimedia commons)

De wond had zalf nodig en die werd in grote klodders aangebracht. Eerzame Europese publieke intellectuelen en hooggeplaatste ambtsdragers stuurden gezamenlijke open brieven naar George W. Bush, met dringende pleidooien om de relaties te repareren en formules voor het bereiken daarvan. Op lager niveaus sloten schrijvers van redactionele commentaren zich aan bij het offensief as proponenten van redelijkheid.

Te midden van uitingen van walging over Amerika’s nieuwe buitenlandbeleid, schreven en spraken velen over de noodzaak om de ontstane kloof te dichten, bruggen te slaan, wederzijds begrip te hernieuwen enzovoort. In de zomer van 2003 leken de niet mis te verstane voorstanders van een haastige invasie van Irak de ruwe kantjes van hun eerdere standpunten af te schaven.

Mijn favoriet voorbeeld is Timothy Garton Ash, een historicus uit Oxford en veel schrijvende commentator die alom werd gezien als de stem der rede, die het ene na het andere artikel en boek schreef dat overvloeide van trans-Atlantische zalvende woorden. Nieuwe mogelijkheden werden ontdekt, nieuwe bladzijden omgeslagen.

Het moest “van twee kanten komen”, zo was de algemene teneur van deze pleidooien en belerende commentaren. Europa moest ook veranderen! Maar hoe dan wel in deze context? Dat bleef onduidelijk. Het lijdt geen twijfel dat Europa had moeten veranderen.

Gezien de context van het Amerikaanse militarisme had die discussie echter moeten draaien om de functie van de NAVO en hoe dat bondgenootschap een risico voor Europa werd, niet om het tegemoet komen van de VS. Dat gebeurde echter niet en, zoals we de afgelopen maand gezien hebben, lijkt de energie voor de weerstand tegen de propaganda, die Europa in 2003 nog had, bijna volledig te zijn weggevloeid.

De anschluss: Duitse en Oostenrijkse grenswachters halen grenspost neer in 1939 (foto wikimedia commons)

Garton Ash hakt weer met het zelfde bijltje, zo schrijft hij in The Guardian van 1 augustus jongstleden dat de “meeste West-Europeanen door Poetins Anschluss van de Krim heen sliepen”. ‘Anschluss’? Zinken we nu af tot het peil van de Hitler-vergelijkingen? Hij hoeft ditmaal niet erg zijn best te doen, hij komt niet uit boven de clichés van een krantencommentaar over de noodzaak van sancties. Belangrijker, hij verontschuldigt zich ditmaal niet voor een mogelijke Amerikaanse rol in de crisis. De propaganda van dit jaar krijgt de vrije hand door het atlantistische geloof dat aan kracht heeft gewonnen door de bron van illusies die het presidentschap van Obama is. Het is impliciete kennis die geen bijzondere verdediging behoeft, omdat alle 'redelijke' mensen weten dat het 'redelijk' is.

Atlanticisme is een kwaal die Europa verblindt 

Het doet dit zo effectief dat in iedere salon waar de hete hangijzers van vandaag de dag worden besproken de immer aanwezige olifant consequent buiten beschouwing blijft. Wat ik in mainstream nieuws en commentaar over Oekraïne heb gelezen ging over Kiev en de ‘separatisten’ en in het bijzonder over Poetins motieven.

De reden voor dit incomplete beeld is duidelijk, denk ik. Het atlanticisme vereist het negeren van de Amerikaanse factor in wat er in de wereld gebeurt, tenzij die factor als positief voorgesteld kan worden. Als dat niet mogelijk is, dan vermijd je het.

Een andere reden is eenvoudige onwetendheid. Niet genoeg bezorgde en opgeleide Nederlanders lijken de opkomst en invloed van de Amerikaanse neoconservatieven te hebben gevolgd, of een vermoeden te hebben dat Samantha Power (de huidige Amerikaanse ambassadeur bij de VN, nvdr.) van mening is dat Poetin geëlimineerd moet worden.

Ze hebben geen idee hoe de verschillende instellingen van de Amerikaanse overheid zich tot elkaar verhouden en in hoeverre ze hun eigen bestaan leiden, zonder effectief toezicht van enige centrale entiteit die in staat is een haalbaar buitenlands beleid te ontwikkelen dat zin heeft voor de VS zelf.

Propaganda reduceert alles tot de eenvoud van stripboeken

Het laat geen ruimte aan subtiliteiten, zoals wat de mensen onder de regering in Kiev te wachten staat als de eisen van het IMF worden opgevolgd. Denk aan Griekenland. Het laat zelfs geen ruimte voor de minder subtiele regelmatig door Poetin naar voren gebrachte wens dat er diplomatie zou moeten plaats vinden met het oog op het bereiken van een soort federaal arrangement voor Oekraïne. Daardoor zouden Oost- en West-Oekraïne in hetzelfde land kunnen blijven, maar tegelijk een significante mate van zelfbestuur kunnen hebben (iets dat op enig moment niet meer aanvaardbaar zou kunnen zijn voor de mensen in het oosten, naarmate Kiev hen blijft bombarderen).

Stripboekbeelden laten ook geen ruimte voor de mogelijkheid dat de slechteriken goede en redelijke ideeën hebben. Zo kan de primaire wens van Poetin, de fundamentele reden dat hij überhaupt in deze crisis betrokken is, namelijk dat Oekraïne geen onderdeel van de NAVO zal worden, geen deel uitmaken van het plaatje. De nogal voor de hand liggende en enige acceptabele toestand, één waarop iedere Russische president die aan de macht wil blijven moet staan, is een neutraal Oekraïne dat geen deel uit maakt van een machtsblok.

De aanstichters van de crisis in Oekraïne werken aan bureaus in Washington. Ze hebben een verschuiving in de Amerikaanse opstelling tegenover Rusland ontworpen en besloten om er een (hun woorden) “pariastaat” van te maken. In de aanloop naar de coup in februari 2014 hielpen ze anti-Russische rechtse krachten om een protestbeweging te kapen, die meer democratie eiste. Het idee dat de bevolking in het door Kiev gecontroleerde gebied meer democratie zou hebben gekregen is natuurlijk belachelijk.

Er zijn serieuze schrijvers inzake Rusland die moreel verontwaardigd en boos zijn geworden vanwege ontwikkelingen in Rusland in de afgelopen jaren onder Poetin. Dat is een ander onderwerp dan de crisis in Oekraïne, maar hun invloed speelt een grote rol in de propaganda. Ben Judah, die het eerder genoemde redactioneel commentaar in The New York Times schreef, is een goed voorbeeld.

Ik denk dat ik hun verontwaardiging begrijp en tot op zekere hoogte heb ik er sympathie voor. Ik ben bekend met dit fenomeen, aangezien ik het vaak genoeg heb zien gebeuren onder journalisten die schreven over China of zelfs Japan.

In het geval van China en Rusland wordt hun verontwaardiging opgeroepen door een accumulatie van zaken die in hun ogen volledig verkeerd zijn gegaan door maatregelen van de autoriteiten die terug lijken te keren op of af lijken te wijken van wat ze verondersteld werden te zullen doen overeenkomstig liberale ideeën. Deze verontwaardiging kan al het andere overstemmen. Het wordt een waas waardoor deze auteurs niet meer kunnen onderscheiden hoe machthebbers proberen om te gaan met moeilijke omstandigheden.

In het geval van Rusland lijkt er de laatste tijd weinig aandacht te zijn geschonken aan het feit dat toen Poetin de regering van Rusland overnam, zijn politieke erfenis bestond uit een staat die niet langer als zodanig functioneerde, wat in de eerste plaats een hernieuwde concentratie van macht in het centrum vereiste.

Rusland was economisch aan de afgrond gebracht onder Poetins voorganger president Boris Jeltsin (1991-1999), geholpen door verscheidene Westerse roofzuchtige belangen en misleide marktfundamentalisten van Harvard. Na de afschaffing van het communisme, werden ze verleid om een ogenblikkelijke overstap naar kapitalisme in Amerikaanse stijl te proberen, terwijl er hoegenaamd geen instellingen waren om iets dergelijks te begeleiden.

Ze privatiseerden de gigantische industrieën die in staatseigendom waren, zonder dat er al een private sector bestond; iets dat je niet even snel uit het niets kunt creëren, zoals de Japanse geschiedenis duidelijk laat zien.

Wat ze kregen was kleptocratisch kapitalisme, met gestolen staatseigendommen, wat leidde tot de opkomst van de beruchte oligarchen. Dit vernietigde zo goed als volledig de relatief stabiele Russische middenklasse en kelderde de Russische levensverwachting.

Natuurlijk wil Poetin buitenlandse ngo’s aan banden leggen. Ze kunnen veel schade aanrichten door zijn regering te destabiliseren. Door het buitenland gefinancierde denktanks bestaan niet om te denken, maar om beleid aan de man te brengen dat in lijn is met de opvattingen van de financiers, beleid waarvan zij, weigerend te leren van de ervaringen uit de laatste decennia, dogmatisch aannemen dat het goed is voor iedereen op elk moment.

Het is een onderwerp dat op zijn best zeer zijdelings te maken heeft met de huidige crisis in Oekraïne, maar het heeft de geesten klaar gemaakt voor de heersende propaganda.

Maakt wat ik gezegd heb mij tot een Poetin-aanhanger?

Ik ken hem niet en weet niet genoeg van hem. Wanneer ik probeer daar wat aan te doen met recente literatuur, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat ik door een grote mate aan verguizing heen moet waden. Ook in de mainstream media zie ik geen serieuze poging om te begrijpen wat het zou kunnen zijn dat Poetin probeert te bereiken, behalve de flauwekul over het opnieuw tot stand brengen van een Russisch imperium.

Er is geen enkel bewijs van imperialistische ambities of van het feit dat hij al zijn zinnen gezet zou hebben op de Krim, voordat de coup in Kiev plaatsvond en voordat de NAVO-ambities van de Russofoben, die de overhand kregen, de Russische marinebasis daar in gevaar brachten.

Maakt wat ik gezegd heb me anti-Amerikaans?

Het lijkt me haast onvermijdelijk dat etiket opgeplakt te krijgen. Ik denk dat de VS een schijnbaar eindeloze tragedie doormaken. Ik voel bovendien diepe sympathie voor die bezorgde Amerikanen, onder wie veel van mijn vrienden, die daarmee moeten worstelen.  

Karel van Wolferen, 2 september 2014

De opinie The Insidious Power of Propaganda van Karel van Wolferen werd vertaald door Jonathan van Tongeren, gepubliceerd als De verraderlijke kracht van propaganda op www.novini.nl en hier overgenomen met hun toestemming.

reacties

7 reacties

  • door Lodewijk Langeweg op maandag 15 september 2014

    Het is heel fijn te zien dat er ook nog intellectuelen zijn die logisch nadenken en zich niet laten bedriegen door de stroom geraffineerde oorlogspropaganda die de Westerse z.g. "elite" verspreidt via de massa media die ook meestal nog in hun bezit zijn ook!

    Velen onder ons beseffen nog niet dat 1% van de bevolking psychopathisch is, en op die plaatsen van macht komen juist omdat ze bereid zijn letterlijk over lijken te gaan (inclusief die van kinderen) als het ze denken dat het ze enig voordeel brengt.

    • door JoopdeJong op maandag 15 september 2014

      Hallo Lodewijk,

      Goed weer iets van je te vernemen. Ik miste je al op joop.nl en de reden daarvoor hoef je mij niet uit te leggen. Mij is hetzelfde overkomen, men is niet meer gecharmeerd van onze bijdragen? Ook ik neem daarom afstand van joop.nl. Dit artikel sluit daarom perfect aan, aan wat er zich afspeelt in mainstream medialand.

  • door Didier op maandag 15 september 2014

    Opnieuw een meesterlijk stuk van mijnheer van Wolferen, bedankt !

    • door jonathanv op vrijdag 26 september 2014

      "Opnieuw een meesterstuk van mijnheer van Wolferen"?? Als mijnheer van Wolferen een meesterstuk pleegt weten we, helaas, wat dat betekent. "Mijnheer van Wolferen", dat was het genie dat eind de jaren 80 van de vorige eeuw kortstondig mondiaal carrière maakte als visionaire Japankenner. Zijn meesterwerk van toen is al jaren uit de handel, en ook nooit ge-updatet, een gebruikelijke praktijk bij 'standaardwerken' in de uitgeverswereld: viel namelijk TOTAAL niet op te kalefateren vanwege té mesjogge gebleken. Niet alleen is NIETS van zijn toenmalige voorspellingen uitgekomen (de wereldheerschappij van Japan via het mondiale kapitalisme), meer nog: exact het omgekeerde van wat visionair "mijnheer van Wolferen" voorspeld heeft is gebeurd (kort samengevat: Japan is van de ene crisis in de andere gesukkeld). Deze ouwe vos, volleerd in het knoeierschap, is zijn streken niet verleerd. Twee weken na dit nieuwe visionaire meesterwerk werden in De Groene Amsterdammer alle feitelijke onjuistheden uit zijn gezwam netjes opgesomd door Hubert Smeets, voormalig Moskou-correspondent van NRC (en nog altijd watcher van de regio) én zelf oud-hoofdredacteur van De Groene. Hoe komt het dat het ons niet verbaast dat De Wereld Morgen daar dan weer totaal geen vermelding van maakt?

      • door Feng Chsang op donderdag 9 oktober 2014

        Zeg je hiermee dat er géén immens propaganda apparaat op ons is los gelaten ten faveure van de 1% ?

        Echt nooit van Bernay gehoord?

        De schellen vallen van je ogen als je de UIT-KNOP eens probeert en je krantje als toiletpapier.

        Maar dat gaat niet gebeuren denk ik. Jammer!

        • door Lode Vanoost op vrijdag 10 oktober 2014

          Edward Bernays (met s) is de grondlegger van het concept 'public relations' http://en.wikipedia.org/wiki/Edward_Bernays

        • door jonathanv op vrijdag 24 oktober 2014

          Feng Chsang, propaganda dat is: een stuk overnemen dat al eerder in een ander medium is verschenen, zonder er melding van te maken dat datzelfde medium een waslijst heeft gepubliceerd met feitelijke onjuistheden uit het oorspronkelijke artikel. Dàt is propaganda. Overigens toont uw lachwekkende manier van formuleren ("ten faveure van de 1%") mooi aan dat u het propagandaregister zelf ten volle beheerst. En u mag de naam van de propagandadeskundige dan al verkeerd hebben, dat de heer Vanoost u hierbij te hulp komt snellen (uiteraard kent hij wél de naam van zijn inspiratoren), mag als vanzelfsprekend worden beschouwd.

        Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties