Nieuws, Afrika - Toon Danhieux

Ebola: Cuba spelt het rijke Westen de les

Terwijl rijke landen als België niet in staat blijkt enig initiatief te nemen om medici te zenden om ebola te gaan bestrijden, zendt het kleine en arme Cuba 165 gezondheidswerkers onder wie 62 dokters naar West-Afrika. Daarmee verdubbelen ze meteen het aanwezige buitenlandse personeel!

zaterdag 13 september 2014 21:17

Het Westen geeft niet thuis 

In eigen land luidde
Marc Van Ranst, epidemioloog, vorige week nog de alarmklok en riep de regering
op het B-fast-team ter plaatse te sturen. Die reageerden lauwtjes – ‘niet onze
specialiteit’ – en de regering houdt het bij wat extra financiële steun. Geld
en middelen zijn uiteraard nodig maar er is vooral nood aan dokters en verpleegkundigen
om de kleine ploeg van AZG te gaan versterken, zo lieten die zelf weten. 

Helaas is België niet
de slechte uitzondering, maar eerder in lijn met de rest van de wereld. WHO-directeur-generaal Margaret Chan zei vrijdag
nog dat bij deze ‘grootste en meest complexe’ uitbraak van het virus ooit, ‘het
aantal patiënten veel sneller stijgt dan de capaciteit om ze te behandelen (…)
als we de oorlog tegen ebola willen winnen hebben we 5 à 600 extra artsen en
minstens 1000 gezondheidswerkers uit het buitenland nodig’. 

Cubaanse hulp  

Chan was dan ook enorm
blij met het Cubaanse engagement. Ze hoopt dat het
andere landen ertoe zal bewegen om meer vakmensen naar West-Afrika te sturen.
“Geld en materiaal zijn belangrijk, maar zullen de ebola-epidemie echter
niet stoppen”, zei ze. 

De Cubaanse hulp zal zich concentreren op
Sierra Leone. Momenteel zijn volgens Chan circa 170 buitenlandse artsen en
experten in de bijzonder zwaar getroffen landen Guinee, Liberia en Sierra Leone
actief. De Cubaanse hulpverleners vertrekken begin oktober en zullen ongeveer
een halfjaar blijven. Robert Morales Ojeda, de Cubaanse minister van
Volksgezondheid, heeft andere landen opgeroepen om ook hulp te sturen. 

Medische
supermacht
 

Dezelfde Chan was in juli nog te gast in
Havana waar ze onder meer zei: «Cuba is
het enige land ter wereld dat over een gezondheidssysteem beschikt dat nauw en
circulair verbonden is met onderzoek en ontwikkeling van nieuwe behandelwijzen.
Dat is de te volgen weg, want de menselijke gezondheid kan maar vooruit gaan
dankzij innovatie».

Met zijn 11 miljoen inwoners, ongeveer evenveel als
België dus maar met een minstens zes keer zwakker BNP, slaagt Cuba erin een
‘medische supermacht’ te zijn. Op dit moment opereren er ongeveer 50.000 Cubaanse gezondheidswerkers
van wie de helft artsen in meer dan 90 landen en werden sinds 1998 al 20.000
dokters uit 123 landen gratis opgeleid.

Momenteel studeren er aan de ELAM, de
artsenopleiding voor buitenlanders, 11.000 studenten uit 120 landen. Ter
vergelijking: in België werken er 47.000 artsen, dat is 4,2 op duizend
inwoners. In Cuba zelf zijn 4,1 artsen per 1000 inwoners werkzaam, naast de
25.000 die elders werken. 

De laatste tien
jaar hebben Cubanen 3,5 miljoen blinden genezen in Latijns-Amerika. Niet voor
niets omschrijft Ignacio Ramonet, voormalig hoofdredacteur van Le Monde Diplomatique, Cuba als een
medische supermacht. Indien de VS en Europa dezelfde inspanning zouden leveren
als Cuba, dan zouden ze samen 2 miljoen artsen uitsturen in de wereld en er nog
eens meer dan een miljoen hebben opgeleid de afgelopen 15 jaar. Het Zuiden
zou dan geen medisch probleem meer kennen. 

Ban Ki
Moon, secretaris-generaal
van de VN noemt de ELAM “de meest geavanceerde medische school ter wereld” en
prijst de Cubaanse artsen in het buitenland, meer bepaald in Haïti: “Het zijn
altijd de eersten die aankomen en de laatsten om weg te gaan. Ze blijven ter
plaatse, ook lang na de crisis. Cuba mag fier zijn op zijn medisch systeem, een
model voor vele landen”.

Bronnen: Salim
Lamrani
, Financial
Times
, Granma

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!