about
Toon menu

Sociaal werkers in activeringsland: tot daar en niet verder

We leven in een activeringsland. De arbeidsmarkt flexibiliseert voortdurend en de werkloosheid piekt. Het antwoord hierop is dubbel. Er was nog nooit zoveel begeleiding voor de vele werkzoekenden, maar ook de controle op wie geen werk heeft nam gevoelig toe. Deze praktijk staat in het teken van een activeringsideologie.
dinsdag 9 september 2014

Die piste van de controle krijgt steeds meer publieke steun. Het idee dat de werkloze zijn situatie vooral aan zichzelf te danken heeft, is gemeengoed geworden. Ook heel wat arbeidsmarktconsulenten en -begeleiders denken er zo over. Werkloosheid en zelfs armoede lijkt vooral een kwestie van kansengroepen, knelpuntvacatures en het vinden van de juiste ‘match’.

Wie er de cijfers bijneemt, ziet echter snel dat vijftien jaar volgehouden activeringsbeleid niet heeft gezorgd voor een significante daling van de werkloosheid: 6,43% in 2000 en 7,49% in 2013, aldus de VDAB-statistieken. Voorlopig is er van een grondige bijsturing nog geen sprake. Het activeringsbeleid wint elk jaar aan kracht en snelheid. Hoewel kritiek meer dan ooit noodzakelijk is, blijft ze schaars. Zowel op het publieke forum als op de plekken waar de eigenlijke activering plaatsvindt.

Verrassende ontmoeting

Deze bijdrage volgt op een initiatief van ‘de Lege Portemonnees’, een Oost-Vlaams netwerk van individuen en organisaties die de strijd tegen armoede en uitsluiting warm wil houden. Een kleine twee jaar geleden kwamen aan de Hogeschool Gent tweehonderd sociaal werkers en werklozen samen voor een dag over het Vlaamse activeringsbeleid onder de titel Activering zoals het is…(over)leven op de arbeidsmarkt. Op tafel lagen enkele vaak genegeerde thema’s zoals onbetaalde arbeid, onzichtbaar werk en het woekerende uitbestedingsbeleid.

Werklozen en mensen in armoede kregen er de kans om eindelijk op gelijke voet de dialoog met sociaal werkers en beleidsverantwoordelijken aan te gaan. Enkele boeiende discussies leidden tot een voor ons onverwacht besluit: blijkbaar ligt het sociaal werk behoorlijk in de knoop met het activeringsbeleid. Want als het over activering gaat, dan leven er heel wat verschillen tussen sociaal werkers. Die verschillen komen nog te weinig aan het licht.

Daarom vinden wij het noodzakelijk om het debat over de verhouding tussen sociaal werk en activering aan te gaan. Zeker nu het belang van activering toeneemt en de arbeidsmarkt steeds nadrukkelijker aanklopt bij de poorten van het jeugd- en welzijnswerk. Uiteraard is zo’n kritische zelfreflectie moeilijk: we moeten onszelf en de eigen werking in de weegschaal leggen. Deze bijdrage heeft dan ook een dubbele focus. Voortgaand op onze ervaringen van de ontmoetingsdag duiden we enerzijds enkele heikele punten waarmee sociaal werkers geconfronteerd worden. Anderzijds willen we een antwoord formuleren op de vraag, hoe ver je kan meegaan in het activeringsverhaal. Vandaar de subtitel tot daar en niet verder.

Vertrouwen en schuld

Het fundament van het activeringsbeleid is de koppeling tussen de verplichting om actief naar een baan te zoeken en het schorsen van de uitkering voor wie dat niet doet. Tot het tegendeel bewezen is, is de individuele werkloze schuldig aan zijn toestand. Twee opmerkelijke tendensen gaan hierbij hand in hand.

Ten eerste is er het toenemende belang van de arbeidsmarktbegeleiding. Deze gaat in Vlaanderen gepaard met een sluipende liberalisering. De Vlaamse regering wijst via onder andere de eigen VDAB steeds meer publieke middelen toe aan private aanbieders van begeleiding. Het gaat daarbij om zowel niet-commerciële als commerciële organisaties. De VDAB wordt zo veeleer de regisseur van onze arbeidsmarkt dan een begeleider van werklozen. En net zoals bij elke liberalisering het geval is, daalt door de uitbestedingen de loonkost voor de dienstverlening, terwijl de werkdruk voor de sociaal werkers stijgt.

Ten tweede is de ruimte voor niet-activerende werklozeninitiatieven drastisch geslonken. Is dat een goede zaak? De plekken waar werklozen zonder kans op sancties onthaald en geholpen worden, verdwijnen van het toneel. Hetzelfde geldt voor de burgerschapsvormende momenten waarop sociaal werkers en hun cliënten samen kritisch de maatschappelijke discussie aangaan. Het contrast met de vroege jaren tachtig, toen lokale werklozencomités als paddenstoelen uit de grond schoten, was nooit groter.

Controleurs

Dit alles heeft gevolgen. Behalve geholpen zijn veel mensen ook al eens gebotst door het beleid van hun begeleiders bij VDAB, OCMW, sociale werkplaatsen of andere instanties. Dat komt doordat sociale werkers, wanneer ze zijn ingeschakeld in de activering, deels ook controleurs worden. Het probleem is dat we het effect hiervan op de vertrouwensrelatie met de cliënt vaak onderschatten.

Mensen voelen zich niet alleen op hun ongemak, maar verliezen de goede band met hun dienstverlener of begeleider. Als die keuzes maakt die niet gedragen worden door de cliënt, dan leidt dat tot wederzijdse frustratie, onmacht en wantrouwen. Binnen de begeleiding is er slechts weinig ruimte om met deze spanningen en conflicten constructief om te gaan. Als een één-op-één begeleiding niet het verhoopte resultaat oplevert, resten daarvoor slechts twee verklaringen. Ofwel schiet de werkloze tekort doordat hij niet wil of niet kan, ofwel blijft de begeleiding in gebreke.

Eigen aan het activeringsbeleid is dat het dit schuldvraagstuk op de schouders van de werkloze legt. Bij mislukking is er dus geen gedeelde verantwoordelijkheid. Concreet: we benoemen tegenkanting van cliënten steeds gemakkelijker als een kwestie van ‘weerstand’, ‘onwil’ of ‘onaangepast’ gedrag. Het eigen aandeel leggen we minder in de weegschaal.

Gevarieerd sociaal werk

Het is op dit punt dat we op enkele fundamentele meningsverschillen botsen. Hoe het sociaal werk zich moet positioneren ten aanzien van dit activeringsbeleid, is geen gemakkelijk vraagstuk. Er valt ook geen éénduidig antwoord op te geven. Veel hangt af van de mate waarin sociaal werk ingebed is in het activeringsbeleid. Op dat vlak is het sociaal werk zeer gevarieerd.

Zo zijn er sociaal werkers die werken bij RVA, VDAB, OCMW’s, uitbetalinginstellingen of sociale werkgevers. Ze bevinden zich op de eerste of tweede lijn van de dienstverlening en hebben een opdracht binnen het activerende beleidskader van de overheid of sociale werkgever. Omdat ze mee moeten marcheren in de wensen van de overheid (administratie en disciplinering) of hun werkgever (productiviteit), komen ze steeds vaker tussen twee vuren te staan. Ze proberen wel via een positieve en empowerende aanpak ervoor te zorgen dat mensen in staat zijn om het beste van hun situatie te maken. Maar wanneer de resultaten dan toch uitblijven of tegenvallen, heeft de overheid een mechanisme van schorsingen klaar die de werkloze behoorlijk zwaar treffen.

Wie in deze activerende rollen werkt, wordt nog maar weinig gestimuleerd om vanuit een emancipatorisch kader in te zetten op een volwaardige plaats voor werklozen in de samenleving. Want zo’n opdracht valt buiten de logica van het activeringsbeleid: de enige manier waarop werklozen een volwaardige plaats in de samenleving kunnen verkrijgen, is door te werken. Emancipatie van de werkloze als werkloze is dus strikt genomen onmogelijk. De vraag rijst dan of een werkloze nog wel wordt beschouwd en behandeld als volwaardig burger. En vooral: kan het sociaal werk nog wel functioneren in zo’n context?

Kortsluiting

Maar ook binnen bijvoorbeeld opbouwwerk, algemeen welzijnswerk en armoedeorganisaties zijn sociaal werkers actief. Zij geloven sterk in hun emancipatorische rol. Ze worden niet of minder ingeschakeld in het kader van een activeringsbeleid en streven in hun contacten met mensen in armoede en/of zonder werk andere doelstellingen na. Toch wordt ook hier gewerkt met kwetsbare mensen, soms in de luwte van het maatschappelijke debat, soms juist met het doel hier de mensen een stem in te geven.

Iemand aan de slag helpen, is mooi meegenomen, maar geen kerntaak 

Cruciaal is hun benadering van de werkloze of persoon in armoede. De verhouding is er geen tussen dienstverlener en cliënt, maar van burger tot burger.

Beide ‘soorten’ sociaal werkers lopen elkaar vandaag nog maar zelden tegen het lijf, laat staan dat ze met elkaar in debat zouden gaan. Nochtans is iedereen in wezen met dezelfde mensen bezig. Het is geen toeval dat we dreigen te eindigen met gescheiden circuits in een situatie waar de activeringsideologie het pleit lijkt gewonnen te hebben. Emancipatorische werkingen geraken meer en meer geïsoleerd van de plekken waar de activering gebeurt. Zeker als er commerciële actoren in het spel zijn. Bijgevolg valt ook het maatschappelijke debat over activeren of emanciperen stil. Wanneer beide circuits dan weinig voorbereid of onverwacht met elkaar in contact komen, volgt er een kortsluiting die evenmin leidt tot echt debat.

Dat bleek heel scherp tijdens de trefdag van de Lege Portemonnees. Mensen die anders nooit publiek de kans krijgen hun ongenoegen te uiten, namen het woord. De dienstverleners die ze normaal alleen tegenkomen in fragiele één-op-één situaties, kregen de volle lading over zich heen: de VDAB-trajectbegeleider of de instructeur of personeelsverantwoordelijke van een sociale werkplaats. ‘De VDAB’ luistert niet, ‘de begeleiders’ zetten te veel druk, ‘het OCMW’ maakt geen tijd voor je... Het gevolg was dat net die dienstverleners en sociaal werkers die de weg hadden gevonden naar een kritische trefdag, het overheidsbeleid en hun positie daarin moesten gaan verdedigen. In plaats van inhoudelijk debat over onbetaalde arbeid kregen we kortsluiting tussen de verschillende rollen van het sociaal werk.

Disciplineren of emanciperen?

Op welk moment brandde de draad door? Activeren en emanciperen staan op een gespannen voet met elkaar en de impact van deze verschillende uitgangspunten op het sociaal werk ligt voor de hand. Vanuit emancipatorisch oogpunt zien we vandaag hoe langdurig werklozen zelfs na een lang tussentraject moeilijk in het reguliere circuit aan de slag kunnen. Ze doen vrijwilligerswerk, werken in de arbeidszorg of krijgen een plaats in een sociale werkplaats.

Uit hun verhalen komt naar voor dat ook daar de druk om te presteren toeneemt. Bovendien worden ze vaak niet billijk vergoed. Het nieuwe statuut van arbeidszorg levert één euro per gewerkt uur op. Aan de onderkant van de activeringsladder staat een groeiende groep ‘moeilijk bemiddelbare’ mensen die werken voor niet veel meer dan hun vervangingsinkomen. Zien we hier niet een trend opduiken waarbij onbetaalde arbeid zich meer en meer doorzet? Je vraagt je dan af in welke mate dit te maken heeft met een verschuiving van aandacht voor het recht op arbeid naar een groeiend overwicht van het concurrentiedenken, ook op de markt van de sociale economie.

Zetten we onze activeringsbril op, dan zien we een andere realiteit. Vast werk vinden, verloopt in tussenstappen. Om de juiste competenties en attitudes aan te leren is het goed om bezig te zijn. Vaste taken, werkritme en onder de mensen komen, versterken je profiel en netwerk. Activering vergt een eigen agogiek, die soms ook confronterend kan zijn voor mensen. Er worden verschillende competenties van hen verwacht. Voor het geval dat iemand het te bont maakt, bijvoorbeeld door veelvuldige afwezigheden of ruzies op de werkvloer, zijn financiële sancties een stok achter de deur. Ze helpen sociaal werkers in activeringstrajecten om grenzen te trekken.

Zo simpel is dat niet

Moeten we die gepolariseerde verhouding tussen activeren en emanciperen niet verder nuanceren? Grijpen we niet te veel naar stereotypes die vervolgens een grondig debat in de weg staan? Wie het activeringsbeleid afdoet als een koude en harteloze aangelegenheid, slaat de bal mis. Activering bestaat en werkt enkel bij gratie van krachtgerichte (empowerende) methodieken uit het sociaal werk en de goedbedoelde inzet van sociaal werkers op het activeringsterrein. Activering moet een balans vinden tussen disciplineren en empoweren.

Activering betreft dus niet kiezen voor het ene of het andere, wel het complementair en evenwichtig inschakelen van beide. De discussie over activering is dan ook niet beperkt tot de vraag welke intenties en methodieken van sociaal werkers goed of slecht zijn. Zo simpel is dat niet.

In het verlengde van dat pleidooi voor een meer genuanceerde benadering, stellen we de vraag of we een sociaal werk willen dat louter kiest voor empoweren. Want is ook dat geen enge benadering? Kiezen we voor een praktijk die naast het versterken van het individu ook structureel de maatschappelijke spelregels in vraag stelt? Waarom dan niet, samen met al wie werkloos is, daar waar nodig een gefundeerde kritiek op het beleid formuleren en een eigen alternatieve kijk op arbeid ontwikkelen? Uiteraard hebben heel wat organisaties hun voorzichtige inspraak- en participatietrajecten lopen, maar daar valt op hoe weinig van die trajecten en inzichten we met elkaar delen. Nochtans zou dat de kwaliteit van het publiek debat ten goede komen.

Opstandige bewakers

In het laatste hoofdstuk van zijn boek De geschiedenis van het Amerikaanse volk werpt de Amerikaanse historicus Howard Zinn een interessant licht op deze kwestie. Hij beschrijft de situatie waar een economisch verontruste middenklasse ingeschakeld wordt in opdrachten en functies die ertoe dienen de Amerikaanse onderklasse in bedwang te houden. Dat gaat van het gewone sociaal werk tot de vele gevangenisbewakers.

‘In een ontwikkelde maatschappij kan het establishment niet overleven zonder de gehoorzaamheid en loyaliteit van miljoenen mensen die kleine beloningen krijgen om het systeem aan de gang te houden: soldaten en politieagenten, docenten en ministers, bureaucraten en sociale werkers, technici en productiearbeiders, dokters, advocaten, verpleegsters, vrachtwagenchauffeurs, communicatiespecialisten, vuilnisophalers, brandweermannen... Omdat die mensen werk hebben, gunt het systeem hun enkele voorrechten. In ruil daarvoor verbinden ze hun lot vaak aan dat van de elite. Ze worden de cipiers van het systeem, de buffer tussen de hoogste en de laagste klasse.’

Wat deze mensen veel te weinig beseffen, volgens Zinn, is dat de welvaart die ze er in ruil voor krijgen relatiever en voorwaardelijker is dan ze graag aannemen. Het recente besparingsoffensief in bijvoorbeeld Antwerpen kan een belletje doen rinkelen.

Syndicalisme

Omdat de Vlaamse context niet zo schrijnend is als de situatie in de VS, zouden we Zinns inzichten kunnen vertalen als een roep om de herwaardering van de emancipatorische rol van de sociale werker, zeker waar het gaat over arbeid. Volgens ons begint dit bij spreken en debatteren. We lijken het verleerd om ons ten aanzien van collega’s uit te spreken over wat wel en niet kan. Of om onze inzichten en overtuigingen af te toetsen bij de werklozen met wie we dag in dag uit werken. Met welke verhalen zitten zij? Wat komt steeds terug? Hoe spreken we over cliënten? Welke sancties gaan te ver?

Die discussies moeten ons helpen om een scherper zicht te krijgen op de fundamentele vraag: tot welke grens kan het sociaal werk zichzelf blijven?

De poging van werknemers, hier: sociaal werkers, om er een eigen ethiek of praktijk op na te houden, is niets nieuws. Aan de basis is dit ook een vorm van syndicalisme, waar bekommernissen om de cliënt en de bedenkingen over eigen arbeidsomstandigheden elkaar raken. Een goede regel zou kunnen zijn om geen acties te ondernemen die een achteruitgang betekenen voor de cliënt. Dat wil dan zeggen: goed opletten met zaken zoals woning en inkomen, maar evengoed ingaan tegen een onmogelijke werkdruk. Veel mensen die louter empowerend kunnen (of willen) werken, passen dit soort werkregels nu al in stilte toe. Een volgende stap zou dan zijn om dit ook hardop te zeggen en de structuren kritisch in vraag te stellen.

Noodzakelijk debat

Dit was dan ook het onuitgesproken uitgangspunt van de eerste trefdag: het openen en faciliteren van de publieke ruimte waar sociaal werkers en werklozen samen nadenken over arbeid en werkloosheid. Dergelijke initiatieven kunnen ook bruggen slaan tussen mensen en organisaties die blijven kiezen voor een sociale en menselijke vorm van activeren en degenen die vooral allerhande signalen willen bundelen en uitstralen.

Dat is dan ook de oproep die we vanuit de Lege Portemonnees willen doen. We kiezen ervoor om de automatische piloot uit te schakelen en op regelmatige basis iedereen die geïnteresseerd is in een kritische kijk op de arbeidsmarkt samen te brengen. We willen het beleid uitdagen om open te staan voor signalen van onderuit die andere benaderingen van de werkloosheidsproblematiek tonen. Samen kunnen we de mogelijkheden van andere praktijken en perspectieven onderzoeken en nieuwe partnerschappen aangaan.

Wat we inmiddels denken geleerd te hebben, is dat verschillen binnen het sociaal werk altijd deel moeten uitmaken van zo’n initiatieven. Enkel zo kunnen we gezamenlijk een werkzame, kritische dialoog opzetten tussen sociaal werkers onderling en al wie op een of andere manier uitgesloten blijft van duurzaam werk. De werklozen zelf betrekken en op gelijke voet in het debat opnemen, is een must. Het is de simpele praktijk van hen als gelijke het woord te geven (en niet als cliënt, deelnemer of doelgroep). Het is van groot belang om hierbij iedereen in zijn of haar waarde te laten en de vraag te stellen welk ieders rol is en kan zijn in het bestrijden van werkloosheid.

Tot daar

Het activeringsbeleid dreigt de motor te worden van een veelkoppig sociaal handhavingsbeleid dat verder doordringt tot in het hart van het sociaal werk. Met de nieuwe Vlaamse regering komen we op een kantelmoment. Het punt waarop elke vrije beroepskeuze, vertrouwelijke begeleiding, derde en vierde kans of collectieve en kritische benadering van werken met werklozen wordt aangevreten door de neoliberale activeringsmicrobe.

Een beleid waarvan we ondertussen weten dat het niet zaligmakend is. De invoering van onbetaalde verplichte arbeid, via de ‘gemeenschapsdienst’, stelt de zaken zelfs extra op scherp. Want waarom zouden we mensen blijven stimuleren om werk te zoeken als grote multinationals als Ford met een vingerknip 10.000 banen schrappen en besparingen – zelfs bij VDAB – leiden tot jobverlies? Waarom de werkzoekende overactiveren en zelfs dwingen om te werken voor hun uitkering (dus niet voor een loon) op een moment dat er zich duidelijk ook een probleem stelt aan de kant van de werkgevers?

Het lijkt weinig zinvol om als sociaal werkers in te zetten op een activeringsbeleid dat de kern van het sociaal werk zelf aantast en de rol van de sociaal werker vandaag wil beperken tot die van, liefst creatieve, uitvoerder van het beleid. Ons punt is dat dit niet alleen kritische stemmen de mond snoert, maar ook de speelruimte van al wie vanuit een bepaald engagement de activerende rol opneemt. Misschien is dat het punt om te zeggen: tot daar en niet verder...


Dit artikel verscheen eerder in het tijdschrift ALERT voor sociaal werk en politiek (december 2013).

De Lege Portemonnees is een netwerk van individuen en organisaties die niet langer machteloos willen toekijken, terwijl armoede en sociale uitsluiting blijft toenemen. Betrokken organisaties: Samenlevingsopbouw Gent, Vorming en Actie voor werklozen – ABVV Oost-Vlaanderen, Surplus- ACV Gent-Eeklo, De Werkwijzer vzw – Eeklo, KAJ Gent en de Beweging van Mensen met Laag Inkomen en Kinderen vzw.

De Lege Portemonnees organiseren een nieuwe trefdag op vrijdag 21 november 2014 aan de Hogent. Meer informatie volgt op: www.legeportemonnees.be

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

5 reacties

  • door Marc De Prins op dinsdag 9 september 2014

    We zijn stilletjes maar zeker het Amerika aan de noordzee aan het worden, straks werkt hier ook 25% of meer via interim en zonder premies en andere bijkomstigheden, die soms een verschil kunnen maken. Ik ben nu 55 jaar heb ongeveer 41 jaar gewerkt en ben nu werkloos. Verleden week ging ik in mijn dorp naar het plaatselijk AVEVE, die vroegen een chauffeur/magazijnier, voor woensdag, donderdag en vrijdag, ik dacht ideaal voor mij, maar de job was ingevuld zegde ze. Een half uur later heb ik mijn zoon laten bellen, en toen was ze nog beschikbaar, dat men aan zulke praktijken maar eens eerst iets doet, voor men de jacht op de werklozen aangaat. Dit is niet de eerste keer dat ik zoiets meemaak. Ik ben nochtans puntlich en ben altijd te vroeg op mijn werk geweest en durf ook al eens iets later blijven, zonder daar overuren voor te vragen, maar dat is niet zo belangrijk je moet precies doen wat u gezegd wordt en niets meer en niets minder, en al zeker niet proberen inspraak te krijgen. Ook heb je hier en daar rotte appels, maar daar doet men niets aan, ze zullen wel collectief straffen, dat is veel makkelijker. Dat ze aan zulke dingen maar eens iets doen !!!!!

  • door Marc Depuydt op woensdag 10 september 2014

    Ik kan mij best voorstellen dat de sociale werkers tussen twee vuren staan. Maar bij het activeringsbeleid moeten we ons dringend de vraag stellen : Is er nog werk genoeg voor iedereen die op de arbeidsmarkt staat? Dan helpen hetactivering van de werkzoekenden niet meer want er is geen werk voor iedereen.

    • door Natan Hertogen op donderdag 11 september 2014

      Groot gelijk. Er is geen werk voor iedereen, dat is het grote probleem. Niet de 'inzetbaarheid' of de 'toeleidbaarheid' van de mensen.

  • door Bart op donderdag 11 september 2014

    "Het nieuwe statuut van arbeidszorg levert één euro per gewerkt uur op. Aan de onderkant van de activeringsladder staat een groeiende groep ‘moeilijk bemiddelbare’ mensen die werken voor niet veel meer dan hun vervangingsinkomen."

    Sociale dumping is dit, en notabene georganiseerd door de overheid.

  • door JohanGroenroot op donderdag 11 september 2014

    Het activeringsbeleid als middel om mensen aan het werk te helpen of instrument van een beleid dat werkzoekenden een bepaalde doctrine wil laten slikken? Die van de flexicurity bijvoorbeeld, gedicteerd door de werkgeversorganisaties. Veel sociale werkers zoals u dit noemt zijn zich hier zelf nauwelijks van bewust, sommige zijn zich hier heel goed van bewust…. Worden er mensenrechten geschonden? Leidt dit tot zelfmoorden? Het activeringsbeleid berust niet op vrijwillige basis en is alleen daarom al verdacht. Waarom geen onvoorwaardelijk basisinkomen zodat iedereen vanuit eigen interesses kan bouwen aan zijn leven? Helaas, de maatschappij heeft gekozen voor een korte termijnpolitiek met hele schadelijke gevolgen op lange termijn en veel menselijke drama’s en psychisch leed. Uiteraard heeft iedereen het recht om klacht in te dienen, maar in de praktijk is dit een maat voor niets, integendeel grotere repressie kan het gevolg zijn. Helaas, de nieuwe rechtse regering vindt het huidige activeringsbeleid nog te soft. Er zullen veel mensen kapot gemaakt worden. Vanuit een bepaalde optiek bekeken kan een nog harder activeringsbeleid een instrument worden om politieke tegenstanders kapot te maken, ondenkbaar? Vergeet het maar. De structuren zijn er al onder de vorm van vdab, onderaannemers, de interimsector, De ideologische invulling ervan kan zeer gevaarlijk zijn voor de democratie.Waakzaamheid is geboden.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties