Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

De Gruwel van de oorlog(en): Nie wieder en telkens weer

Oorlog trekt kunstenaars aan door het Absolute, schrijft de New Yorkse artieste Martha Rosler in "War: News and Views". Maar de heroïsche verheerlijking van conflicten door kunstenaars veranderde - pas – tweehonderd jaar geleden in verontwaardiging en ontgoocheling. Een rondgang door een tentoonstelling in Louvre/Lens.
woensdag 3 september 2014

Schilders, beeldhouwers, fotografen werden complexe, artistieke waterdragers van vrede. 200 artiesten met zowat 500 werken, spotprenten, films, documenten…illustreren een twintigtal conflicten vanaf 1800 tot nu. Een ontluisterende en toch aangrijpende tentoonstelling in het prachtige filiaal van het Louvremuseum in Lens, Noord-Frankrijk.

In 1814 schilderde Francisco de Goya het enorme doek Dos y Tres de Mayo (2 en 3 mei), de dagen waarop Franse soldaten Spaanse onschuldigen fusilleerden. De man in zijn witte hemd met de armen gespreid voor het vuurpeloton is het symbool geworden van de gruwelijkheden en wreedheden van alle oorlogen. Eenzelfde weids armgebaar als in de iconische (en soms omstreden) foto door de Hongaars-Amerikaanse-Joodse Frank Capa van de Vallende (republikeinse) Soldaat in de Spaanse burgeroorlog in 1936.

Goya was een van de eersten die zijn walging over de slachtpartijen in oorlogsomstandigheden uitte in zijn beroemde 82 etsen Los desastros de la Guerra die hij – naar aanleiding van de Franse inval – tussen 1810 en 1815 schetste en die pas in 1863 gepubliceerd werden.

Criticasters

De negentiende eeuw was nog niet (volledig) rijp voor kritiek op tromgeroffel. Toch blijven Goya’s beelden nawerken want de Chinese kunstenaar Yan Pei-Ming (Shanghai 1960) herschilderde de 200 jaar oude executie in 2008 en het is alsof het bloed – of letterlijk rode verf – van het doek druppelt.

Yan Pei-Ming recycleert meermaals beelden die in ons collectief geheugen gegrift staan. De beroemde foto van Eddie Adams uit 1968 waarbij een Zuid-Vietnamese politiechef in volle straat standrechtelijk een Vietconggevangene door het hoofd schiet, herinterpreteert de Chinese kunstenaar in trillende en lillende grijstinten. Bijna beweegt het beeld.

Bombastische machtswellust

Oorlogsfoto’s vervingen de historiestukken. Bombastische schilderijen die eertijds de machtswellust van imperialistische gezagdragers verheerlijkten, krijgen een knauw met de Napoleontische oorlogen, begin van de negentiende eeuw. De hoop op bevrijding aangewakkerd door het Verlichte Denken en de Franse Revolutie, werd de grond ingeboord door de kleine Corsicaan. De tentoonstelling – en dat is verwonderlijk in het toch republikeinse Frankrijk – is niet bijzonder vriendelijk voor de Keizer die zichzelf kroonde. Is het feministische aanmatiging om te stellen dat deze geëngageerde tentoonstelling vooral door vrouwen is samengesteld?

Oorlogswonden en veelkleurige pleisters

Na het royale openingsbeeld van Napoleon, vorstelijk te paard van schilder David, duiken compassievolle doeken op: een achtergelaten gewonde soldaat in de besneeuwde Russische steppe; Delacroix die een hoofd van een Griekse Mater Dolorosa ontwierp als voorstudie voor een groot doek Bloedbad op Chios over de Turkse represailles tijdens de Griekse onafhankelijkheidstrijd; Gustave Doré die taferelen uit de Krimoorlog (1853-1856) evoceert; een voorstudie van Picasso voor Guernica; een ‘gargouille’ (waterspuwer) van de verwoeste kathedraal van Reims die… lood uitbraakt; de Duitse schilder Gerhard Richter die in 1968 nog grijzerige stadsbeelden in ruïne konterfeit; foto’s van Gerda Taro, de vriendin van Capa, die het leven liet in de Spaanse burgeroorlog; Jaques Villeglé die in 1947 met het ijzer uit brokstukken van gewapend beton van de Chaussée des Corsaires in Saint-Malo existentiële en frêle sculpturen draaide; Félix Valloton die in sierlijke letters C’est la guerre op karton schrijft en bedruppelt met een paar rode vlekken; een opname van filmpionier Meliès van een gebombardeerd huis rond 1870; de Libanese Mona Hatoum (1952 Beiroet) zette in 1998 speelgoedsoldaatjes op een rij en noemde het smalend Horizon; Tetsumi Kudo maakte in 1973 Fossielen in Hiroshima met een bril, een uurwerk, een voetafdruk; Harum Farochi laat in zijn video Eye/Machine zelfs drones opereren; anonieme (bid?)tapijten uit Afghanistan,…

Livebeelden

De absurditeit, het geweld, de mentale en fysieke verkrachtingen, de brutaliteiten, de geestelijke bestialiteit, de gefnuikte hoop en levenslust, en vooral de angst doordrenken deze tentoonstelling. Het is evident dat de herdenking van de Eerste Wereldoorlog met 9 miljoen doden en 21 miljoen gewonden, mensen van alle nationaliteiten, de aanleiding is. Tijdens die Eerste Wereldoorlog doken zowel de sensatiepers als de eerste amateurfoto’s op.

Maar de kijk van kunstenaars heeft een grotere en meer gelaagde reikwijdte. De rol van media in die conflicthaarden van de laatste twee eeuwen is veranderd. Met de opkomst van de fotografie – begin/midden van de negentiende eeuw – ontstonden de eerste reportages aan het front (Krimoorlog) maar die werden gecensureerd. Er zijn op die eerste frontfoto’s geen doden te zien. Kunstschilder Gustave Doré toonde dan wel in zijn prenten de menselijke tragedie. Constantin Guys stuurde tekeningen, zijn ‘livebeelden’, naar The Illustrated London News die bewonderd werden door dichter Baudelaire om hun tijdloze aspect. De vergelijking tussen die tekeningen en de foto’s is frappant en navrant maar fotograaf Langlois was tevens historieschilder én… kolonel. En sedert de jaren 60 zitten de media nog dichter met hun neus op conflicten maar rijst de vraag naar objectiviteit en betrokkenheid van journalisten en fotografen in die (mentale) chaos.

Wie houdt van oorlog?

‘Duidelijk, wij houden niet meer van oorlog’, zegt historica Laurence Bertrand Dorléac, commissaris van de tentoonstelling, ‘de eenstemmigheid over de onvermijdelijkheid van oorlog is steeds kleiner geworden. De wrede gevolgen voor mens, dier, natuur, stad en dingen,… het waren de kunstenaars die daar als eerste op wezen.’

Daarbij horen ook schrijvers en politici van wie teksten op de muren werden gekleefd. Zoals de Franse politicus Georges Clemenceau in 1885 schreef : ‘La conquête que vous préconisez, c’est l’abus pur et simple de la force que se donne la civilisation scientifique sur les civilisations rudimentaires pour s’approprier l’homme, le torturer, en extraire toute la force qui est en lui au profit du prétendu civilisateur. Ce n’est pas le droit, c’est la négation. Parler à ce propos de civilisation, c’est joindre à la violence, l’hypocrisie.’ Na honderd jaar nog altijd een actuele tekst.

Opvoeden tot beschaving

Met deze tentoonstelling en met de subtiele didactische aanpak, ook in de permanente (gratis toegankelijke) Galérie du Temps en in het Kenniscentrum, toont het Louvre Lens zijn beleidsoptiek om kunst, kennis en inzicht naar een breed publiek te brengen. Dat genereuze delen van cultuur is ook daadwerkelijk zichtbaar in de drietalige zaalteksten, met een vlekkeloos Nederlands. Respect heet dat; respect voor mensen en voor culturen.

Sedert de opening van het majestueuze gebouw van het Japanse architectenbureau Sanaa en omringende landschapstuin in het verarmde mijnstadje Lens hebben overigens heel wat Belgen de weg over de grens gevonden. Het is logisch dat dit prestigieuze politieke project bijna 1 miljoen bezoekers lokt. Kunst is er immers ‘ter vermaak en ter lering van iedereen’. Misschien in de utopische hoop van ‘nooit meer oorlog’.

De tentoonstelling ‘Les désastres de la guerre/de verschrikkingen van de oorlog 1800-2014’ is tot 6 oktober te zien in Louvre-Lens. http://www.louvrelens.fr/nl/informations-pratiques (in het Nederlands)

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.