Israël, het laatste bolwerk van antisemitisme op aarde
Opinie - Yassine

Israël, het laatste bolwerk van antisemitisme op aarde

Neen, dit is allerminst een provocerende titel. Het is louter een vaststelling dat het zionisme heel wat gemeen heeft met Europese antisemitische ideologieën, waaronder het nazisme. Zowel binnen het nazisme als het zionisme gelooft men dat de joden niet thuis horen in Europa. En is er nog een opvatting die meer antisemitisch is dan deze?

vrijdag 25 juli 2014 16:21

Het gaat zelfs verder dan dat. Als het nazisme
geloofde dat er voor de joden geen plek in Europa was, dan gelooft het zionisme
dat de joden nergens ter wereld thuishoren, behalve in Palestina.

De antisemiet is onze vriend

Zo geloof ik als Marokkaan dat de Marokkaanse joden in Marokko thuis horen. In Israël zijn Marokkaanse joden kolonisators en bezetten ze een land dat hen niet toebehoort. Marokko was en zal altijd hun thuisland zijn. Maar een principiële zionist zou het hier niet mee eens zijn. Hij of zij zal zeggen dat joden niet in Marokko, maar in Israël thuis horen.

En zo kan een zionist in een pennentrek een einde maken aan de belangrijke bijdrage die Marokkaanse joden hebben geleverd aan de rijke intellectuele, culturele en economische traditie van dat land. Helaas weigeren veel mensen het essentiële antisemitische karakter van het zionisme en de staat Israël in te zien, of durven ze dat niet in te zien.

DeWereldMorgen.be

De eerste zionistische ideoloog wond er in ieder geval geen doekjes om. In zijn gepubliceerde dagboeken schreef Theodore Herzl dat “de antisemieten onze meest betrouwbare vrienden zullen zijn, en de antisemitische landen onze bondgenoten.” Voorts geloofde hij terecht dat de regeringen van antisemitische landen de zionisten zouden helpen om hun eigen land te creëren, om zo af te zijn van de joden. 

Na Herzls dood boekte de zionistische beweging haar eerste grote diplomatieke overwinning. In 1917 vaardigde de premier van Groot-Brittannië de befaamde ‘Balfour-verklaring’ uit. Daarin beloofde Balfour dat de Britse regering alles in het werk zou stellen om een Joods nationaal tehuis in Palestina te creëren. Wat echter niet in de geschiedenisboeken wordt verteld is dat Balfour een notoire antisemiet was. 

In 1905 bijvoorbeeld voerde hij mee campagne om ervoor te zorgen dat de joden die de pogroms in Oost-Europa ontvluchtten geen voet aan wal konden zetten in Groot-Brittannië. Een van de drijfveren van Balfour om het zionisme te steunen was het besef dat er zo minder joden in Groot-Brittannië zouden zijn. Maar de zionisten vonden het niet erg om met zo iemand geassocieerd te worden.

Zionistische steun aan het nazisme

Het was noch de eerste, noch de laatste keer dat de zionisten in zee gingen met de meest vulgaire antisemieten die (onder meer) joods bloed aan hun handen hadden. Toen de nazi’s aan de macht kwamen waren de zionistische joden in Duitsland de enige groep joden die bereid was om samen te werken met het nazisme, omdat ze daarin een grote opportuniteit zagen voor het koloniaal project Israël. Alle andere Joods-Duitse organisaties weigerden principieel om samen te werken met de nazi’s.

In 1933 ondertekenden de ‘Zionistische Vereinigung für Deutschland’ een akkoord met de nazi’s, het ‘Ha’avara-Abkommen-akkoord’. Daarin beloofden de nazi’s dat de joden die naar Palestina emigreren een groot deel van hun vermogen zouden kunnen meenemen. Dat was een uiterst belangrijke bron van inkomsten voor de zionisten. Maar de samenwerking met de nazi’s ging veel verder.

In 1935 waren de Joods-Duitse zionisten de enige van alle Joods-Duitse groeperingen die de ronduit verwerpelijke Neurenberg Rassenwetten steunden. De zionisten werden bedankt voor de gewezen diensten, want na Kristallnacht in 1938 lieten de nazi’s de publicatie van alle joodse kranten verbieden met uitzondering van de Rundschau, het mondstuk van de zionistische beweging in Duitsland. Tussendoor bezochten prominente nazi’s hun antisemitische zionistische evenknieën in Palestina.

Zo werd Adolf Eichmann in Palestina rondgeleid door enkele prominente zionisten. Eichmann, de planner van de Holocaust, en de zionisten probeerden een deal te sluiten, maar de Britten staken daar een stokje voor.Terwijl een groot deel van de wereld de nazi’s boycotten toonden de zionisten meer dan wie dan ook zich bereid om samen te werken en akkoorden af te sluiten met nazi-Duitsland.

Ondanks de verschrikkelijke omstandigheden waarin de Duitse joden moesten leven werd ongeveer 2/3de van de migratieaanvragen van Duitse joden geweigerd door de zionistische beweging in Palestina. Zij verkozen om joden uit Groot-Brittannië en de V.S. toe te laten voor immigratie, hoewel die geen direct gevaar liepen. Maar joden uit die laatste twee landen liepen veel warmer voor het zionistische project dan de Duitse joden die verbolgen waren over de zionistische collaboratie met de nazi’s. Het zionisme vertegenwoordigde duidelijk maar een klein deel van de Duitse joden.

Dat David Ben Gurion, de oprichter en eerste premier van Israël weinig medeleven had met de slachtoffers van de Holocaust is geen geheim. Hij verklaarde: “Als ik wist dat het mogelijk was om alle Duitse kinderen (waarmee hij de Duitse joden bedoelde) in veiligheid te brengen door hen te transporteren naar Engeland, of enkel de helft ervan te redden door hen te over te brengen naar het Land Israël, dan zou ik voor de tweede optie kiezen.” David Ben Gurion meende wat hij zei.

Met het verdwijnen van het openlijk antisemitisme in Europa –althans op beleidsniveau- kwam het zionisme in een crisis terecht. De zionistische beweging had het antisemitisme nodig om joden te doen migreren naar Palestina. In de Arabisch-Islamitische wereld woonden grote groepen joden die in tegenstelling tot de Europese joden niet in contact kwamen met het Europese antisemitisme. Er was geen sprake van Jodenvervolging of een structureel antisemitisch beleid in de Arabisch-Islamitische landen. Arabische joden hadden dus geen boodschap aan het zionisme.

Een bolwerk van beschaving tegen barbarij

Om het zionistisch project te doen slagen beseften de zionistische leiders dat ze veel meer joden dienden aan te trekken. De meeste Europese joden kozen ervoor om na 1945 te migreren naar onder meer Canada, de V.S. en enkele Latijns-Amerikaanse landen. Tot groot ongenoegen van de zionisten lieten ze Israël links liggen.

De Arabische joden waren tot dan toe geen prioriteit voor de zionisten die vrijwel allemaal van blank en Europese komaf waren. Zoals de tijdsgeest voorschreef, hielden ook zij er nogal racistische ideeën over na met betrekking tot alles wat niet blank en Europees was. De eerste ideoloog van het zionisme zei namelijk: “We zullen er voor Europa een bruggenhoofd naar Azië vormen, een bolwerk van de Beschaving tegen de barbarij.” En ook de Arabische joden waren deel van die ‘Barbarij’.

De Arabische joden waren dus slechts een tweede keuze voor de zionisten. Ze hadden simpelweg nood aan extra mankracht. Om de Arabische joden warm te krijgen voor migratie moest het antisemitisme in de overwegend islamitische landen gepromoot worden. Om dit te bereiken initieerde de Mossad een campagne van terreur in onder meer Egypte en Irak.

In Irak werden er bijvoorbeeld bommen tot ontploffing gebracht in synagogen om het onveiligheidsgevoel bij de Iraakse joden te vergroten. En in Egypte werden in openbare plekken bommen tot ontploffing gebracht. In beide landen werden de zionistische spionnen opgepakt. Dat debacle leidde onder meer in 1954 tot het gedwongen ontslag van de toenmalige Israëlische minister van Defensie, Pinhas Lavon.

Hassan II, Israël’s favoriete Arabier

In Marokko, waar er een grote groep joden woonde, hanteerde de Mossad een andere tactiek. Ene David Littman deed zich voor als een Britse (christelijke) geestelijke en vestigde zich in Casablanca. In een operatie die ‘Operatie Mural’ werd genoemd werden honderden Joods-Marokkaanse kinderen naar Israël verscheept. Ze gingen zogezegd op zomerkamp naar Zwitserland. Maar ‘Operatie Mural’ gebeurde niet zonder medeweten van de Marokkaanse monarchie.

Hassan II, kroonprins en later koning van Marokko toen de massale exodus van joden plaatsvond, profiteerde persoonlijk van de verscheping van de joden. Hij strijkte telkens een bedrag op van een half miljoen dollar per 50.000 joden die het land verlieten en zich in Israël vestigden. Hassan II was ook de eerste Arabische leider die werd geëerd door Israël in de vorm van een postzegel die na zijn dood in 1999 verscheen.

Israël toonde zo zijn dankbaarheid voor de onmiskenbare diensten die de Marokkaanse koning verleende aan het zionisme, onder meer door het faciliteren van de migratie van vele tienduizenden joden die tegenwoordig ongeveer 20 procent van de joodse bevolking van Israël uitmaken.

Heel wat Marokkaanse antizionistische joden groeiden echter uit tot felle tegenstanders van de pro-zionistische politiek van Hassan II. Ze betaalden een dure prijs voor hun principes. Enkele van hen belandden in de gevangenis waar ze gefolterd werden. Nog andere kozen het hazenpad en leefden als banneling in Europa.

Een van de vaak gehoorde propagandaclaims van het zionisme is dat er ook joden zijn die de Arabische landen zijn ontvlucht. Daardoor zou het gerechtvaardigd zijn dat de zionistische milities de Palestijnen op de vlucht dreven. Wat de propagandisten er wel niet bij vertellen is dat Israël er alles aan deed om die exodus op gang te brengen. Terrorisme werd niet geschuwd.

Sinds het ontstaan van Israël is er wel degelijk sprake van tastbare antisemitische sentimenten bij een deel van de Arabische bevolking. Dat antisemitisme wordt levend gehouden door de voortdurende kolonisatie van Palestina en de Israëlische claim dat het een joodse staat is. Voor de oprichting van de staat Israël was antisemitisme in de Arabische wereld eerder zeldzaam, daar waar het in Europa heel courant was.

Hajj Amin al-Husseini en Israëls Arabische vrienden

De Hasbara, de zionistische propagandamachine, doet er natuurlijk alles aan om die verschrikkelijke collaboratie van het zionisme met het nazisme te doen vergeten. Aanval is de beste verdediging klinkt het daar, en ze hebben met succes het narratief gecreëerd dat de Palestijnen virulent antisemitisch zijn. De Palestijnen, aldus de zionistische propaganda, worden ‘vertegenwoordigd’ door één enkele man, Hajj Amin al-Husseini, de voormalige grootmoefti van Jeruzalem.

Wat zionisten er niet bij vertellen is dat Hajj Amin al-Husseini geen enkele legitimiteit genoot als religieus geleerde omdat de Britse kolonisator hem benoemde als moefti, hoewel de Palestijnse islamitische geleerden iemand anders hadden verkozen in 1921. De Britten legden die verkiezingsuitslag naast zich neer. En wie administreerde er bezet Palestina als Brits Hoog-Commissaris? Sir Hirbert Samuel, die niet alleen een Britse jood was, maar ook een overtuigd zionist.

De ironie zal de lezer niet ontsnappen. Het was een Britse zionist die bepaalde wie er de Palestijnse moslims zou vertegenwoordigen. Hajj Amin werd de irrelevantie zelve bij de Palestijnen nadat hij in 1936 zich weigerde te scharen achter de Grote Palestijnse Revolte die door de Palestijnse boeren werd gestart onder leiding van de zeer populaire Syrische geestelijke Izz al-Din Qassam.

Die boeren kwamen gedurende drie jaar in opstand tegen de stedelijke Palestijnse elite (waaronder al-Husseini), de zionistische milities en natuurlijk ook de Britse koloniale bezetter.

Omdat er zowel aan Palestijnse als Britse kant geen rol meer was weggelegd voor hem besloot hij te vluchten toen de opstand in intensiteit toenam. Hij vluchtte naar het door de Fransen bezette Syrië en na enkele omzwervingen belandde de man in Nazi-Duitsland. Vol wrok en rancune koos hij ervoor de vijanden van zijn vijanden (de Britten) te steunen.

Maar de nazi’s waren slimmer dan de Britten en zij hadden door dat de arme man irrelevant was. Ze gaven hem een microfoon en lieten de man wat prevelen in een radiokanaal waar de spreekwoordelijke twee man en een paardenkop naar luisterden. Maar de zionistische propagandamachine is er goed en wel in geslaagd om de Palestijnse nationale aspiraties te linken met de man die zij hebben gekozen en gepromoot, Hajj Amin al-Husseini.

Of ook al-Husseini er antisemitische ideeën op nahield is deze auteur onduidelijk, wel is het zo dat de man een grote wrok koesterde ten opzichte van alles wat Brits was, en hij daardoor toenadering zocht tot de belangrijkste vijand van de Britten, de nazi’s.

Bovendien is het zo dat vooral de antisemitische krachten in de Arabische wereld zaken kunnen doen met Israël. De belangrijkste Israëlische bondgenoten in Libanon waren de fascistische falangisten. Hun oprichter, Pierre Gemayel bezocht de Olympische Spelen die door nazi-Duitsland in 1936 werden georganiseerd. Gemayel maakte er nooit een geheim van dat hij geïnspireerd was door de discipline van de nazi’s en eenmaal terug in Libanon richtte de christelijke Pierre Gemayel een jongerenbeweging op, geïnspireerd door de fascistische jeugdbewegingen in Europa.

Hij noemde hen de falangisten. Die falangisten zouden later de rechterhand zijn tijdens de invasie van Israël in Libanon. Zij hebben, samen met het Israëlische bezettingsleger, de massaslachting van Sabra en Chatilla in 1982 uitgevoerd.

Een andere Hitlerfanaat was de Egyptische president Anwar Sadat. Hij was ook een antisemiet en was een van de Egyptenaren die hoopten op een overwinning voor nazi-Duitsland tijdens WOII. Maar – weinig verrassend – werd hij de belangrijkste Arabische bondgenoot van Israël. Hij was niet alleen de eerste leider die Israël bezocht en de Knesset mocht toespreken. Hij sloot ook als eerste een vredesakkoord met de zionistische staat in 1978.

Maar de zionistische propagandamachine zoomt maar al te graag in op de irrelevante Hajj Amin al-Husseini, hun creatie, terwijl er bewust niet wordt gerefereerd naar het vulgaire antisemitisme van de weinige bondgenoten die ze in de Arabische wereld hadden. Ook daar is de stelling valabel dat het antisemitisme en het zionisme samengaan. 

Conclusie

Het zionisme is dus een antisemitische ideologie par excellence. Israël heeft het antisemitisme nodig als bloedlijn om zo zijn eigen voortbestaan te garanderen. Hoe meer antisemitisme er op aarde is, hoe meer joden er migreren naar Israël om zo het voortbestaan van Israël als militaire kolonie op Arabisch grondgebied te garanderen. In 2000 ontving toenmalig premier Ehud Barak de 1 miljoenste Russische jood.

Dat was een enorme versterking voor de staat Israël. De staat verblankte – de nieuwe joden die kwamen waren allemaal blank-, waardoor het ‘beschaafde Europese’ Israël veel beter te onderscheiden zou zijn van de omringende Arabische ‘Barbarij’. Dat veel van die Russische joden (in sommige gevallen ex-joden) er extreem-rechtse, en soms ronduit nazistische sympathieën op nahielden deerde niet. Ook in Europa heeft Israël een zeer goede band met extreemrechts en de ideologische kinderen van de collaboratie met het nazisme.

Als Europese politici, opiniemakers en burgers werkelijk bekommerd zijn om het lot van de joden, als historisch schuldbesef voor de Europese genocide tegen onder meer de joden in Europa werkelijk de belangrijkste drijfveer is voor het steunen van Israël, dan zouden de Europese politici best schuld bekennen en principieel antisemitisch zijn door het laatste systematische antisemitische land te boycotten, en dat is de zionistische staat Israël.

take down
the paywall
steun ons nu!