Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Sektarisch geweld Syrië/Irak bedreigt ook Turkije

Recente brandstichtingen in sjiitische moskeeën worden door waarnemers als een signaal beschouwd dat sektarische tegenstellingen in de nabije toekomst tot meer geweld kunnen leiden in Turkije. Peter Edel bericht over de politieke evolutie in Turkije.
woensdag 23 juli 2014

In mijn vorige artikel besprak ik de progressieve alevitische minderheid in Turkije en beschreef zijn oorsprong in de sjiïetische islam. Turkije kent echter ook andere, ‘echte’ sjiieten. Zij noemen zich jaafari, wat verwijst naar de naam van de voor hen belangrijke  ‘zesde imam’ Jafaar-i Sadek.  

In het artikel Huilen om Hoessein in Istanbul bracht ik deze jafaari al eens onder de aandacht. Daar beschreef ik in het kort het verschil tussen het sjiisme en het soennisme, alsmede de tot in het heden voortdurende controverse tussen beide islamitische stromingen.  

Iran

De jaafari zijn een kleinere minderheid in Turkije dan de alevieten. Omdat ze vaak met alevieten op een hoop worden gegooid is hun exacte aantal onduidelijk. Er zijn 300 sjiitische moskeeën en mesjids (kleinere gebedsruimten) in Turkije, waarvan 70 in Istanbul. Dat lijkt veel, maar wie weet dat er 85.000 soennitische moskeeën zijn begrijpt de verhouding.  

In Turkije kunnen de jafaari zich evenmin als de alevieten op een grote populariteit verheugen onder de soennitische meerderheid. Hun geloof wordt daar vaak als een afwijking van de ‘pure islam’ beschouwd. De revolutie in het sjiitische Iran/Perzië in 1979 maakte het er niet beter op. De jafaari werden sterk met het land van de ayatollahs geassocieerd. Dat was een vervelende associatie, wegens de oorlogen tussen het Ottomaanse en het Perzische Rijk die deel uitmaken van het collectieve geheugen van de soennitische Turken.  

De jafaari worden onterecht met Iran in verband gebracht, want hun etnische achtergrond ligt in Azerbeidzjan. Bovendien hebben ze in religieuze zin eerder affiniteit met de stad Najaf in Irak in plaats van met de voor de Iraanse sjiieten belangrijke stad Qom.  

Dit wil niet zeggen dat de revolutie in Iran onopgemerkt aan de jafaari voorbijging. Aan de Turkse soennieten ging die echter evenmin voorbij. Die gebeurtenis was voor de gehele islam een historsiche mijlpaal, niet in de laatste plaats omdat de islam sindsdien een meer politiek profiel ontwikkelde.   

AKP

Toen de Partij voor gerechtigheid en ontwikkeling (AKP) van huidig eerste minister Erdogan in 2002 aan de macht kwam, hoopten de jaafari op verbetering van hun reputatie in Turkije. Die hoop bleef onvervuld. De AKP weigerde hen te erkennen als afzonderlijke islamitische stroming. Voor Erdogan is er maar een islam en dat is de hanefi-traditie, een strekking binnen het soennisme.  

Zelfs soennieten die niet tot de hanefi-traditie behoren, worden door de AKP niet voor vol aanzien, sjiieten kunnen dat dus helemaal vergeten. Zij krijgen enkel de keuze zich tot het hanefi-soennisme te bekeren of toe te geven dat zij tot een religie behoren die niets met de islam te maken heeft. Daar komt het voor de AKP op neer. 

Spionnen

Nadat de AKP een samenwerking aanging met de beweging van imam Fethullah Gülen, werd hun gezamenlijke afkeer van sjiisme en Iran een van de raakvlakken binnen de nieuwe alliantie. Indrukken, dat de jaafari in feite een vijfde colonne van Iran binnen Turkije waren, werden zo bevestigd. 

In 2012 werden in Turkije twaalf Iraanse spionnen gearresteerd. Voor Sinan Kilic van de jaafari-organisatie Caferi-Der volgden deze arrestaties na infiltratie van volgelingen van Gülen in de politie. De jafaari-gemeenschap reageerde geschokt en ontkende elke betrokkenheid, maar kwam eens te meer in een kwaad daglicht te staan. Iedere jafaari kreeg vanaf dan het stigma van spionage voor Iran. 

Toen de samenwerking tussen de AKP en de Gülenbeweging in 2013 op de klippen liep, liet premier Erdogan geen gelegenheid voorbijgaan om Gülens volgelingen verbaal aan te vallen. De jafaari kregen en passant een veeg uit de pan. Tijdens een toespraak zei Erdogan dat Gülens volgelingen ‘nog erger’ zijn dan sjiieten.   

Caferi-Der en de sjiitische Unie van wijze mannen reageerden verontwaardigd en herinnerden Erdogan eraan dat een Turkse premier onpartijdig  dient te staan tegenover de religies in het land. Zij vonden het crimineel dat een premier een specifieke religie beledigde. Ali Ozunduz, parlementslid van de oppositievoerende Republikeinse volkspartij (CHP), die de jafaari vertegenwoordigt, zei daarover: "Erdogans ongecontroleerde discriminerende, racistische en sektarische benadering bedreigt onze sociale vrede."  

De verdachtmaking van de jafaari ging echter door. Kort geleden nog zond een mufti in de oostelijke provincie Igdir, waar veel jafaari wonen, een advies over sjiitische imams aan de Turkse overheidsdienst voor religie Diyanet. Volgens deze mufti dienen zij door de regering ‘onderwezen’ te worden, omdat ze anders ‘een bedreiging van de nationale eenheid kunnen vormen.’ 

Brandstichting

Op 13 juni 2014 sloegen brandstichters toe in de sjiitische moskee Allahu Akbar  in de wijk Esenyurt van Istanbul. In de nachtelijke uren drongen onbekenden binnen en staken de bibliotheek van de moskee in brand. Drie weken later was de in dezelfde wijk de eveneens sjiitische moskee Muhammediye doelwit van brandstichting. Er vielen geen slachtoffers, maar de materiële schade was aanzienlijk. Dat daarbij drie Korans werden vernietigd en een 300-delige hadith-collectie, kwam hard aan. (Hadith zijn neergeschreven wijze uitspraken, daden en raadgevingen van de profeet, nvdr)

De imam van de moskee Muhammediye zei verdacht bezoek te hebben ontvangen voor de brandstichting. Aanvankelijk stelden bezoekers vragen, maar geleidelijk werd het taalgebruik beledigend. "Je doet aan afgoderij. We zullen er voor zorgen dat je oproep tot het gebed niet meer te horen zal zijn in dit land", werd de imam te verstaan gegeven. "Jij bent een sjiiet, je hebt geen recht op leven, we zullen je in brand steken", kreeg hij verder te horen. 

De brandstichtingen in deze sjiitische moskeeën werd door waarnemers als een signaal beschouwd dat de jaafari bedreigd worden en dat sektarische tegenstellingen in de nabije toekomst tot meer geweld kunnen leiden in Turkije. De imam van de moskee Muhammediye hield de moed erin en sprak, wellicht tegen zijn eigen gevoelens in, tegen dat de incidenten het gevolg waren van sektarische haat. Hij zei over de brand geïnformeerd te zijn door een soennitische buurman, met wie hij een goede band heeft.  

Diyanet

Na de brandstichting ontving de moskee Muhammediye bezoek van Mehmet Görmez, het hoofd van de eerder Turkse overheidsdienst voor religie Diyanet (wiens gezag de op onafhankelijkheid gestelde jafaari overigens niet erkennen). Görmez toonde enig begrip: "We zullen de moskee samen herstellen. We zullen samen de verbrande boeken op de best mogelijke manier vervangen en dan samen bidden."   

Görmez erkent de dreiging. Een paar dagen na het bezoek deed hij een oproep tot de AKP-regering om zich buiten sektarische conflicten te houden en onpartijdig te zijn ten aanzien van sjiitisch-soennitische tegenstellingen. Gezien de laatdunkende uitspraken van Erdogan over niet-soennitische islamitische stromingen (hij noemde een alevitisch gebedshuis een ‘gedrocht’) is het de vraag of Görmez’ oproep veel zal opleveren. De regering heeft tot nu toe niets ondernomen om Turkse sjiieten te beschermen. Erdogan nam niet eens de moeite om de brandstichting te veroordelen.   

Islamitische staat

Voor de brandstichtingen in Istanbul werden geen verdachten aangehouden en de politie lijkt weinig vaart te maken met zijn onderzoek. Volgens de linkse krant Yurt moeten de verdachten gezocht worden bij de organisatie Islamitische Staat (IS), de jihadisten die in Irak en Syrië eerder al bekend stonden als ISIS en momenteel het personeel van het Turkse consulaat in de Iraakse stad Mosul gijzelen.  

De Turkse mensenrechtenorganisatie IHD denkt in dezelfde richting als Yurt. Daar presenteerde men onlangs een rapport, waarin de verklaring van een politiechef werd tegengesproken, die stelde dat de brand toevallig was ontstaan nadat een drugsgebruiker een klok uit de moskee had gestolen.

Op basis van getuigenverklaring kwam IHD tot de conclusie dat er wel degelijk een vooropgezet plan aan de brand ten grondslag lag.   Volgens IHD is IS wel degelijk verantwoordelijk voor de brandstichting. Abulbaki Boga, hoofd van IHD in Istanbul, meende dat aan deze aanslag op de jafaari een ‘politieke boodschap’ is verbonden. 

IS-logo

Voor dat laatste valt veel te zeggen, gezien de aanwezigheid van winkels en liefdadigheidsinstellingen in Istanbul, die IS als dekmantel gebruikt voor het rekruteren van jongeren voor de strijd tegen sjiieten in Syrië en Irak. Erg geheimzinnig wordt daar niet over gedaan.

Organisaties, die met IS sympathiseren, maken openlijk gebruik van het logo van die organisatie. Ouders verklaarden dat hun kinderen zo als jihadisten in Syrië of Irak terechtkwamen. Het nieuwskanaal Habertürk berichtte over een vrouw die stenen naar een met IS in verband gebrachte winkel wierp, waarbij ze ‘geef mijn kind terug’ riep.  

Vorige maand begon openbaar aanklager Sadik Bayindir een onderzoek naar de ontvoering van Turks consulaatpersoneel in Mosul en 32 vrachtwagenchauffeurs (die ondertussen zijn vrijgelaten) door ISIS-IS. Daaruit bleek dat twee leiders van IS, die dienden in een opleidingskamp van deze schimmige organisatie, de Turkse nationaliteit hebben. Dit is nog een reden om aan te nemen dat IS een vaste achterban heeft in Turkije. 

Of de IS werkelijk verantwoordelijk is voor de brandstichting in de sjiitische moskeeën in Istanbul moet nog bewezen worden. Dat die branden een sektarische achtergrond hebben staat echter zo goed als vast. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling, die niet minder beangstigend wordt in combinatie met een regering die vaak de ogen sluit voor misdaden van soennitische extremisten. 

Volg Peter Edel op Twitter 

Peter Edel is schrijver van De diepte van de Bosporus, een politieke biografie van Turkije (2012, uitgeverij EPO, Antwerpen)

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.