about
Toon menu
Opinie

Coherent klimaatbeleid starten is loonkloof écht verkleinen

De roep om de loonlasten fors te verlagen is groot. De tweespalt daarover neemt toe tussen werkgevers en werknemers (en tussen de met hen verbonden politieke partijen). Het NVA-model, versus het PS-model, weet U nog ?
dinsdag 22 juli 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Concurrentie en loonlast

Zowat dagelijks wordt de publieke opinie door diverse ‘captains of industry’ duidelijk gemaakt dat dit land lijdt onder een enorme loonkloof. Die bemoeilijkt competitie met onze voornaamste West-Europese concurrenten en maakt ze met Oost-Europese en Aziatische lageloonlanden helemaal onmogelijk.

Daartegenover wijzen vakbonden op de enorme (Europese) werkloosheidsproblematiek, die vooral laaggeschoolden treft. 

Klimaatverandering

Al dit gekibbel stelt helemaal niets voor, wanneer je de wérkelijke problemen onder ogen ziet, zoals de klimaatverandering die een bij de Noordzee gelegen land als België heel erg zwaar zal treffen.

Daar zou het bij de lopende regeringsformaties moeten over gaan: hoe kunnen we een koolstofarme samenleving op de rails krijgen en de enorme transitie die daarvoor nodig is eindelijk starten? Immers, hoe sneller we dat doen, hoe minder dat zal kosten, hoe langer we daarmee wachten hoe zwaarder de factuur wordt. Daar zijn milieueconomen het over eens. 

Belgische ecologische voetafdruk vs ruimtelijke chaos

De beperkte oppervlakte van deze planeet delen met meer dan 7 miljard mensen betekent dat ieder van ons een kleine 2 hectare ter beschikking heeft. Diverse studies tonen aan dat een gemiddelde Belg echter een voetafdruk heeft van liefst 8,2 hectare. Dat is precies evenveel als de gemiddelde Noord-Amerikaan.

Dat is niet toevallig. Niet alleen hebben we het patroon van de Noord-Amerikaanse vleesconsumptie overgenomen (vlees produceren vraagt heel veel landbouwoppervlakte) maar we werden ook verblind door de mythe van de 'American Dream'.

België kopieerde als geen ander Europees land het model van het Amerikaanse 'Suburbia': leven in een vrijstaand huis in voorstads- en plattelandsverkavelingen, gebaseerd op de beschikbaarheid van goedkope fossiele brandstof voor vervoer naar het werk, verwarming, koken ... Belgische huizen zijn bovendien héél slecht geïsoleerd: het Belgische energieverbruik per  kubieke meter in residentiële gebouwen ligt meer dan 70 procent hoger (!) dan het EU-gemiddelde. 

Grote huizen omringd door grote tuinen betekent weinig inwoners per hectare. Weinig huizen per hectare is extreem duur voor nutsvoorzieningen zoals rioleringen, postbedeling en ophalen van huisvuil. Bovendien maakt dat milieuvriendelijke warmtenetten onmogelijk (in Denemarken bijvoorbeeld is bijna 70 procent  (!) van de woningen aan een collectief warmtenet gekoppeld). 

Een dergelijke lage en verspreide bevolkingsdichtheid maakt rendabel openbaar vervoer onmogelijk. Het gevolg is dan weer dat dit land filekampioen is van Europa. Deze onwaarschijnlijke mobiliteits- en congestieproblematiek is een rechtsreekse afgeleide van de ruimtelijke chaos van dit ‘suburbane België’ én van de scheiding tussen wonen/werken/recreatie. 

De vrijstaande verkavelingshuizen hebben dan ook nog diverse (bedrijfs)auto’s in de garages staan, terwijl de woonbonus gretig wordt ingezet om de rekeningen te doen kloppen.

De werkelijke loonkloof

Een belangrijk deel van het loon van een modaal middenklasse gezin in België wordt opgesoupeerd voor het verwarmen (meestal met een fossiele brandstof) en afkoelen (airconditioning met elektriciteit) van slecht geïsoleerde alleenstaande woningen. Ook de transportkosten en het hiermeer verbonden energieverbruik (eveneens van fossiele brandstoffen) blijven maar stijgen.

Onder meer daardoor heeft België proportioneel per hoofd van de bevolking 25  procent meer energie nodig dan bijvoorbeeld Duitsland. Alle 27 EU-lidstaten samen doen het gemiddeld fors beter dan België met 21 procent minder energieverbruik. Anders gezegd: van een Duits/Europees loon moet veel minder worden opzij gelegd voor transport- en energiefacturen. Een gemiddeld Europees gezin houdt netto ruim één vijfde meer over van zijn loon dan een Belgisch gezin.

Loonkloof kleiner door beleid milieu- en ruimtelijke ordening

Een ecologisch gefundeerde ruimtelijke ordening én een betere isolatie van de Belgische gebouwen zijn met andere woorden heel belangrijke manieren om de loonkloof aan te pakken. De gezinnen zouden door een dergelijk beleid netto immers veel meer loon over houden. Bovendien levert dergelijke transitie erg veel lokale en vaak relatief laag geschoolde arbeidsplaatsen op. Zo is er erg veel isolatiewerk te doen in dit land. Dat creëert bovendien jobs die niet te delokaliseren zijn naar lageloonlanden.

De EU maakt zich op voor de implementatie van de Energy Roadmap 2050 en acht de doelstellingen van dat plan haalbaar en betaalbaar. Studie na studie toont aan dat reductie van uitstoot van broeikasgassen met 80 tot 95 procent ook in België haalbaar en betaalbaar is en goed is voor de creatie van arbeidsplaatsen.  Ook een Belgische Roadmap 2050 wordt haalbaar en betaalbaar geacht. Zelfs 100 procent (!) hernieuwbare energie in België tegen 2050 wordt haalbaar en betaalbaar geacht.

Ondertussen talmen de federale en gewestregeringen met het nemen van beslissingen die het verschil kunnen maken, en die België uit zijn achterstandspositie kunnen halen. Met het blijven aankopen van 'schone buitenlandse lucht' gaan we er écht niet komen.

Deze diagnose is wetenschappelijk intussen zo degelijk onderbouwd dat ze ook door steeds meer beleidsverantwoordelijken niet meer in vraag wordt gesteld. Zo worden de nadelen van de verspreide verkavelingen en lintbebouwing steeds meer erkend.

Toch krijgt dit bewustzijn geen vertaling in het beleid, dat door economische belangen zo gestuwd wordt, zodat een ecologische geïnspireerde stedenbouw en ruimtelijke ordening geen kansen krijgt.

De woonzones in de gewestplannen bevatten nochtans ruim voldoende bouwgronden om aan de huisvestingsbehoefte te voldoen. Alleen wordt geen grondbeleid gevoerd om deze vaak in de kernen gesitueerde gronden op de markt te brengen tegen een haalbare prijs. Er worden dus nog steeds nieuwe, overbodige woonuitbreidingsgebieden en verkavelingen aangesneden, Suburbia blijft maar uitdijen.

Anderzijds zijn er veel te weinig middelen om het groot tekort aan sociale woningen bij te sturen of om de grote woningleegstand in de steden in te schakelen in een sociaal woonbeleid. We hebben dus dringend een beleid nodig dat economische ontwikkeling combineert met deze grote ecologische en sociale bekommernissen. Kunnen we dit verwachten van de komende regeringen?

Erik Rombaut, Evert Lagrou en Pascal De Decker

Erik ROMBAUT is bioloog. Hij doceert ecologie en milieukunde in de masteropleidingen Architectuur, Stedenbouw & ruimtelijke planning. KULeuven, faculteit architectuur LUCA. Hij publiceerde samen met Eva Heuts ‘Duurzame Stedenbouw in woord en beeld'. Gids met praktijkvoorbeelden voor de transitie naar een ecopolis. 

Evert LAGROU is hoogleraar emeritus aan de Sint-Lucas Hogeschool Gent/Brussel, departement Architectuur, waar hij Sociologie van de Architectuur en Stedenbouw doceerde. Vandaag is hij actief als voorzitter van de Gecoro’s (Gemeentelijke Commissies Ruimtelijke Ordening) van Grimbergen, zijn thuisstad, en van Vilvoorde

Pascal DE DECKER studeerde sociologie en ruimtelijke planning aan de RUGent en behaalde een doctoraat in de politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert aan de Faculteit Architectuur, KU Leuven LUCA en AMRP, UGent. Hij publiceerde recent samen met Bruno Meeus 'De geest van suburbia'. 

reacties

Eén reactie

  • door Geert Puype op donderdag 24 juli 2014

    Ik vind het spijtig dat ik in het artikel nergens voorstellen lees hoe we die CO2 reductie met 80 - 90 % kunnen realiseren. Wellicht is betere isolatie daar een aspect van. Ik las meer dan 30 jaar geleden ook al dat Belgische woningen veel te weinig geïsoleerd waren. Ondertussen zijn de normen verstrengd is en worden huizen toch veel beter geïsoleerd dan 30 jaar geleden mar blijbaar scoren we nog altijd veel slechter dan andere Europese landen. Hoe komt dat eigenlijk ? Is daar een verklaring voor ? Zou dit te maken kunnen hebben met het feit dat we hier veel te veel kosten op de rug van de overheid leggen i.p.v. de burger te laten betalen voor zijn keuzes. Verspreide bewoning is inderdaad infrastructureel duurder dan aaneengesloten bebouwing maar die infrastruurkosten worden niet of onvoldoende verhaald op diegenen die verspreid willen wonen. Is dat niet een van de redenen van onze slechte ruimtelijke ordening ?

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties