Opinie - DeWereldMorgen vertaaldesk

Irak: wie zijn de echte barbaren?

Luchtaanvallen zijn niet het gepaste antwoord als de VS en de internationale gemeenschap werkelijk geïnteresseerd zijn in stabiliteit in Irak en de wereld, aldus Haifa Zangana. De internationale gemeenschap moet haar verantwoordelijkheid erkennen voor de explosieve wildgroei van terroristische organisaties in een land dat daar voor de Amerikaans/Britse bezetting geen enkele band mee had.

dinsdag 8 juli 2014 14:09

Het lijdt geen twijfel dat de media,
zowel de Arabische als de internationale, nauwelijks een spreekbuis zijn voor de stemmen uit Irak die de overheersende retoriek over de
toestand weerleggen.

Onder de dreigende schaduw van de
Amerikaanse ‘oorlog tegen de terreur’ werden de misdaden weggemoffeld
van 11 jaar invasie in Irak, de bezetting, de moord op duizenden
Irakezen en de dagelijkse repressie door een sectair kleptocratisch
regime. Ze werden niet alleen weggemoffeld onder een deken van ‘democratie’ maar ook door de stilte van de media.

Dit fenomeen wordt ook de ‘Irak-vermoeidheid’
genoemd. Dat maakt dat de voorbije weken naar het conflict
gekeken wordt alsof het enkel een gevecht zou zijn met de terroristische organistie
Islamitische Staat Irak en Syrië (ISIS). Die wordt zogenaamd
gesteund – kies zelf naar eigen voorkeur – door één van de
volgende landen: Saoedi-Arabië, Qatar en Israël en niet te vergeten, Turkije.

Nogmaals worden wanhopige Irakezen
gemarginaliseerd, niet gehoord en niet gezien. Net als ten tijde van
de koortsachtige campagne voor de oorlog in 2003, trachten zij zich
te verdedigen tegen een meedogenloos regime, dat onder het voorwendsel
van de strijd tegen het terrorisme alle kritiek in de kiem smoort.

Door zich aan te sluiten bij het koor dat de
overtrokken rol van ISIS in Irak bezingt en overdrijft, wassen Arabische landen de bebloede handen van hun
verantwoordelijkheid voor de invasie en de bezetting in bleekwater. Dààr hebben ze
de kiemen gezaaid voor eindeloze terreur, waaronder staatsterrorisme.

“In de elf jaar oude invasie en de bezetting van Irak werden de kiemen gezaaid voor eindeloze terreur.”

Vandaag vluchten duizenden Irakezen uit
hun huizen. Dit jaar alleen wordt het aantal gevluchte Irakezen
geschat op 1,2 miljoen, in de provincies Anbar, Ninewa en in de noordelijke gebieden. Luchtaanvallen op Mosul en Tikrit,
standrechtelijke executies van gevangenen door de troepen van het
regime en door regimegetrouwe milities in Tal A’far, Mosul en
Ba’quba in noordelijk Irak hebben paniek gezaaid en de deur opengezet voor een
grootschalige wraakactie, die tot een humanitaire crisis zou leiden.

Ondertussen is een internationale
competitie begonnen tussen de VS, Rusland en Iran om het regime van
wapens te voorzien. Rusland heeft al vijf Sukhoi gevechtsvliegtuigen
gestuurd, de eerste levering van een bestelling van 25 toestellen. De
VS heeft Special Forces gestuurd, Apache aanvalshelikopters en ‘drones’ als onderdeel van de Amerikaanse militaire aanwezigheid.

Het feit dat Irak al vele jaren
het slagveld is waar de machtsstrijd woedt tussen de VS en
Iran over het Iraanse nucleaire project, zal leiden tot eindeloos
bloedvergieten tot ver buiten de regio. Het politiek correcte
gefluister over de ‘schendingen van de mensenrechten’ door het regime
van Iraaks eerste minister Maliki is zout op de vele wonden.

In deze hysterische atmosfeer worden
wapens geleverd terwijl alles wordt herleid tot wat ISIS in Irak
doet. ISIS kan totaal niet worden gelijkgesteld met de één miljoen
soldaten sterke strijdkrachten, vooral niet de speciale eenheden, die
het regime heeft geërfd van de bezetting, die door de VS werden getraind
en nu rechtstreeks onder het bevel vallen van eerste minister Maliki. 

“In de huidige omstandigheden is het minste wat men kan doen de herinnering aan de oorzaken van de recente uitbarstingen in leven te houden.”

Het begon allemaal met enkele honderden
mensen die in de provincies Anbar en Nineveh in december 2012. Mensen
reageerden toen op het nieuws dat vrouwelijke gevangenen waren
verkracht door Iraakse veiligheidstroepen onder opperbevel van
Maliki. Op enkele dagen tijd evolueerde dat protest tot een
authentieke massabeweging die een jaar lang doorging met toezicht houden en controles uitoefenen (protestwaken).

Hun eis voor de vrijlating van 4.500
vrouwelijke gevangenen, van wie een aantal waren gefolterd, verkracht
of bedreigd met verkrachting, kreeg brede steun en leidde geleidelijk
tot een escalatie. Andere eisen gingen over de vrijlating van
gevangenen en de intrekking van sectie 4 van de terrorismewet. Die
wet laat toe eender wie aan te houden zonder een aanhoudingsbevel en
zonder hem/haar voor een rechtbank te brengen om de aanklacht te
horen. De protestbeweging eiste ook de opheffing van een wet die wordt gebruikt om
politieke dissidenten te vervolgen, door hen als medewerkers van het
Ba’athregime van Saddam Hoessein af te schilderen.

Het regime beantwoordde dit protest
door ieder die eraan deelnam als terrorist af te schilderen (ISIS bestond nog niet).
Daarop volgde een campagne van arrestaties en moorden op de leiders
van de protestwaken. De wereld keek stilzwijgend toe hoe vijftig betogers
werden afgemaakt in Huweija in het noorden van Irak. Met elke aanhouding, elke foltering, elke moord, elke misdaad van
vernedering en marginalisering, verminderde de hoop op gerechtigheid,
waardoor de bevolking tot op de rand van de waanzin werd gedreven.

Dit regime bewapenen is een misdaad
tegen het Iraakse volk. De voorbije elf jaar bleken een totale
mislukking van het Amerikaanse beleid in Irak. De wereld is na de
invasie niet veiliger dan ervoor. Vergelijk de Amerikaanse lijst van
terroristische organisaties in Irak van 2003 met hun huidige lijst,
om het succes van hun maatregelen te beoordelen.

In het begin stonden alleen maar
medestanders van Ba’ath en Saddam Hoessein op die lijst. Nu komen
daar bij: voormalige Iraakse legerofficieren, de brigade ‘revolutie
van 1920’, Al Qaïda, ISIS, het leger van Naqshbandi, Ansar
al-Sunnah, soennitische verzetsorganisaties en soennitische stammen,
samen met de militaire raad voor de Iraakse revolutie.

Milities zoals het leger van Muqtada
al-Sadr, de Badr-brigade van de Islamitische Hoge Raad van Irak en
Asaib Ahl al-Haq hebben daarentegen een schone lei gekregen, althans
voor het ogenblik, omdat hun leiders deel uitmaken of voorstanders
zijn van het regime van Maliki.

Alle aandacht ging de voorbije dagen
naar ISIS en zijn verklaring over de instelling van een kalifaat in
Irak. Ondertussen legden meerdere bij de gevechten tegen het leger
van Maliki betrokken groeperingen verklaringen af, waaronder de
Algemene Militaire Raad van Iraakse Revolutionairen, het Iraakse
Nationale Leger en de raad van tribale leiders in de provincie Anbar.

In hun verklaringen benadrukten zij het
Iraakse karakter van de opstand, veroordeelden zij het terrorisme en
riepen ze op tot protest om de heilige plaatsen te beschermen. Ze
riepen op die plaatsen niet aan te vallen omdat het regime van
Maliki “de bescherming van deze heilige plaatsen poogt te
gebruiken als een manier om de revolutie aan te vallen”. Bovenal
verwierpen ze elke vorm van buitenlandse inmenging in deze Iraakse
aangelegenheid.

Een woordvoerder van de Algemene
Militaire Raad van Iraakse Revolutionairen omschreef ISIS als
“barbaren”. De invloedrijke Associatie van Moslim Academici in
Irak bracht een verklaring uit waarin het uitroepen van het nieuwe
kalifaat werd omschreven als een stap tegen de belangen in van Irak
en tegen de eenheid van het land. Het uitroepen van het kalifaat
werd door de hoger genoemde Associatie dan ook omschreven als een voorwendsel om het land te verdelen
en de bevolking te schaden.

De VS en de internationale gemeenschap
moeten luisteren naar deze stemmen. Tevens moeten zij hun verantwoordelijkheid
erkennen voor de explosieve wildgroei van terroristische organisaties
in een land dat daar voor de Amerikaans-Britse bezetting geen enkele
band mee had. Luchtaanvallen zijn niet het gepaste antwoord als de VS
en de internationale gemeenschap werkelijk geïnteresseerd zijn in
stabiliteit in de regio en in de wereld.

DeWereldMorgen.be

Haifa Zangana

Who are the real Barbarians? Another Liberation of Iraq!

© 2014 Counterpunch

Vertaling Lode Vanoost

Haifa Zangana (1950) is Iraaks auteur en politiek activist. Haar bekendste boek is Women on a Journey: Between Baghdad and London (2001). In de jaren 1970 werd zij voor haar politieke activisme door het regime van Saddam Hoessein nipt niet ter dood veroordeeld. Sinds zij in 1976 wist te ontsnappen leeft ze in Londen. Zij is ook columnist en adviseur van het BrussellsTribunal on Iraq.

take down
the paywall
steun ons nu!