Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Analyse

Libië: toenemend militiegeweld aan vooravond verkiezingen

Op woensdag 25 juni trekt een verdeeld en door geweld getroffen Libië naar de stembus voor parlementsverkiezingen. De val van Khadaffi eind 2011 – met NAVO-steun – moest een nieuw, democratisch tijdperk inluiden. Vandaag balanceert het land echter aan de rand van een burgeroorlog.
maandag 23 juni 2014

De eerste parlementsverkiezingen voor het Algemeen Nationaal Congres vonden twee jaar geleden plaats. Na jaren van autoritair Khadaffi-bewind moesten ze het pad effenen voor een democratisch bestuur. Daar kwam niet veel van in huis.

Sinds de NAVO op 25 oktober 2011 officieel het einde afkondigde van operatie 'Unified Protector', als een van de “meest succesvolle operaties in de geschiedenis van de NAVO”, regeren de gewapende milities over het land. Pogingen van de centrale regering om de honderden rivaliserende milities – een product van de opstand tegen Khadaffi – te integreren in nationale veiligheidsstructuren, zijn mislukt.

Tribale aanhorigheid

De gewapende milities zijn lokale machtsbastions geworden, veelal op basis van tribale aanhorigheid, die onderlinge coalities smeden voor politiek of economisch gewin. Vooral de stad Benghazi is het toneel van voortdurende gevechten, aanslagen en ontvoeringen. Midden mei brak het geweld er weer in alle hevigheid los.

Een afvallige generaal, Khalifa Haftar (ook Hifter genoemd), bestormde het parlement in de hoofdstad Tripoli. HIj startte tevens een militaire campagne tegen islamistische milities in Benghazi waarbij minstens 72 doden vielen. Haftar beschuldigde het Algemeen Nationaal Congres ervan vrij spel te geven aan 'terroristen' met wie hij korte metten wilde maken.

Hij viseerde vooral de twee machtigste en best georganiseerde islamistische milities: de Martelaren Brigade 17 Februari en Ansar al-Sharia. Deze laatste streeft naar de oprichting van een Khalifaat en verwerpt elke democratisch grondwettelijk systeem.

Voorbeeld Egypte

Generaal Haftar is niet aan zijn proefstuk toe. Op 14 februari kondigde hij op tv aan dat hij parlement en regering ontbonden had. Het bleek meer wens dan werkelijkheid. Dat neemt niet weg dat hij aan het hoofd staat van het zogeheten Libische Nationale Leger. Dit machtige verbond van rebellerende legereenheden en milities heeft de strijd aangebonden met islamistische milities voor de controle over Benghazi en de hele regio van Cyrenaica, het oostelijke deel van Libië.

Haftar schuift zichzelf naar voor als redder en vertegenwoordiger van het seculiere Libië maar lijkt het conflict ook te gebruiken voor politieke ambities die verder reiken. Er zijn opvallende parallellen met Egypte. Net als al-Sisi dat aanvankelijk deed, benadrukt Haftar dat hij niet uit is op een militaire overname van de politieke instellingen. Hij wil enkel de 'waardigheid' en de democratie in Libië herstellen tot aan de verkiezingen van 25 juni. De kans dat hij na 25 juni van het politieke toneel verdwijnt, is evenwel gering.

Autocratisch

Volgens verschillende berichten kan Haftar rekenen op de steun van meerdere landen in de regio, niet in het minst van Egypte, maar ook van enkele Golfstaten met uitzondering van Qatar. Qatar wordt er door Haftar immers van beschuldigd om de hand te hebben in de chaos die in Libië heerst.

“Er bestaat geen twijfel over dat Qatar de milities in Libië steunt”, aldus Haftar. Hij liet zopas weten dat alle Qatarese en Turkse burgers “binnen de 48 uur” Libië moeten verlaten hebben omdat beide landen het 'terrorisme' steunen. Aan de andere kant is er Saoedi-Arabië, dat in Egypte al-Sisi politiek en financieel steunt en bijgevolg de ambities van Haftar steunt.

Saoedi-Arabië vreest de invloed van de Moslimbroeders en verwante politieke strekkingen en ziet hen als een bedreiging voor hun autocratische monarchie. In werkelijkheid is het Saoedische beleid vooral door opportunisme ingegeven en is er niet altijd kop of staart in te ontdekken. Saoedi-Arabië is bijvoorbeeld erg bedrijvig in het steunen van radicale salafisten in Syrië, in dit geval omdat ze nuttig zijn in de strijd tegen de Iraanse aartsvijand over de invloed in de regio.

CIA

Van bij de aanvang van de oorlog in Libië maakten de VS en de NAVO-bondgenoten gebruik van de diverse gewapende milities om het regime van Khadaffi op de knieën te krijgen. Het Libische Nationale Leger van Haftar kent een lange voorgeschiedenis van banden met de CIA.

Haftar is één van de coupplegers die in 1969 onder leiding van Muammar Khadaffi een einde maakten aan het bewind van Koning Idris. Aan het eind van de jaren 1980 viel hij in ongenade, toen hij zich in Tsjaad bevond voor een militaire operatie. Onder de VS-regering van president Ronald Reagan zou hij gerekruteerd worden voor de Amerikaanse plannen om Khadaffi ten val te brengen. Hij kreeg jarenlang onderdak in de Amerikaanse staat Virginia.

Tijdens de opstand tegen Khadaffi in 2011 keerde Haftar terug naar Libië en nam de leiding over van de gewapende rebellen. Hoewel er niet veel betrouwbare informatie te vinden is over de banden tussen Haftar en de CIA, is het onwaarschijnlijk dat die zouden zijn doorgeknipt.

Soevereiniteit

De aanval op de Amerikaanse diplomatieke post van 11 september 2012, waarbij ambassadeur Christopher Stevens en drie andere Amerikanen om het leven kwamen, bracht aan het licht dat er ook een CIA-complex in het domein van de ambassade was. Twee van de doden waren trouwens CIA-operatoren.

Stevens bleek tijdens de oorlog tegen Khadaffi als verbindingsman te fungeren met de oppositie, die zo kon rekenen op de hulp van Amerikaanse militaire instructeurs. De diplomatieke missie in Benghazi bleef ook na de val van Khadaffi dienstdoen als CIA-basis om het nog aanwezige chemische wapenarsenaal te beveiligen en de Libische inlichtingendienst te helpen uitbouwen. Onderzoeksjournalist Seymour Hersh documenteerde in weekblad The New Yorker van 17 april 2014 grondig dat de ambassade als centrum voor de bewapening van de Syrische oppositie had gediend.

Er heerst veel onduidelijkheid over die aanval op de ambassade. Washington wees met een beschuldigende vinger in de richting van de radicale Ansar al-Sharia-militie en diens leider Ahmed Abu Khattala. Die ontkende evenwel iets met de aanval te maken te hebben.

Midden juni 2014 ontvoerden Amerikaanse Special Forces Khattala en brachten hem naar een 'beveiligde' plaats buiten Libië. Dat kon rekenen op stevig protest van de Libische regering die de VS ervan beschuldigde de soevereiniteit van het land te hebben geschonden.

Opvallender is dat deze operatie verliep op het moment dat het Libische Nationale Leger met een hevig offensief bezig was in Benghazi. Dat doet meteen de vraag rijzen in welke mate Haftar samenwerkt met de VS en of de campagne tegen de islamisten de steun of medewerking van de VS krijgt, hoewel Washington daar officieel tegen protesteert.

Chaos

Het land zit nu al meer dan drie jaar in een politieke en militaire chaos. In mei 2014 leidde dat er zelfs toe dat plots twee regeringen de leiding van het land claimden. Een uitspraak van het Hooggerechtshof begin juni maakte een einde aan het dispuut, maar niet aan de illusies dat Libië na 25 juni aan de politieke chaos zal ontsnappen.

Milities bezetten of controleren diverse steden en strategische plaatsen, zoals olie-installaties. Regeringspogingen om ze te integreren in een nationaal veiligheidsapparaat zijn compleet mislukt. Het geweld en de onveiligheid noopte diverse landen om de diplomatieke posten te sluiten. Buurland Algerije sloot zelfs de grenzen.

Eind mei 2014 raakte bekend dat de VS 180 mariniers klaar hebben staan om de ambassade in Tripoli te beveiligen indien nodig, terwijl nog eens duizend mariniers voor de kust kunnen ingrijpen, ingeval het tot een evacuatie van het ambassadepersoneel moet komen. Dat alles wijst erop dat de situatie in Libië uiterst instabiel is en niet veel nodig heeft om in een grootschalige burgeroorlog uit te monden.

Een uitgebreidere versie van dit artikel verschijnt in het zomernummer van het Tijdschrijft Vrede

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.