Het recht te staken: auto zonder motor?
IAOblog

Het recht te staken: auto zonder motor?

In 2012 bliezen de werkgevers op de Internationale Arbeidsconferentie de werkzaamheden op van de Commissie voor de Toepassing van de Normen. Omdat ze vonden dat de IAO zich niet had in te laten met het stakingsrecht. Syndicale vrijheid, tot daar aan toe, maar daaruit een recht te staken afleiden is een brug te ver. En die houding is niet veranderd. Alsof de auto zonder motor kan…

vrijdag 6 juni 2014 12:31

Wrevelmoed

Aanleiding in 2012: de werkgeversgroep nam toen
aanstoot aan de twintig bladzijden over het stakingsrecht in het rapport van de
experts, dat toen voorlag over de fundamentele arbeidsnormen. Waarin herhaling
van de gekende stelling van de experts (en die van het Comité voor de syndicale
vrijheid van de IAO) dat het recht te staken – ook al wordt het niet expliciet
vermeld – voortvloeit uit de syndicale vrijheid, gegarandeerd door Conventie
nr. 87 van de IAO.

Het was niet de eerste keer dat de werkgevers
hun ongenoegen uitten over de stelling. Zij waren al langer van mening dat de
experts niet het mandaat hebben om zich over de naleving van het stakingsrecht
te buigen. Maar wat hen tot dan nooit had belet om constructief mee te werken
aan het veroordelen van landen die het recht te staken schenden. Niet in het Comité voor de Syndicale
Vrijheid. En niet in de Commissie van de
Normen.

Maar in 2012 bespeelden ze het in hun
wrevelmoed geheel onaangekondigd en totaal onverwacht bijzonder hard. Eerst
door te eisen dat de Commissie van de normen, dus ook de vakbonden, afstand zouden
nemen van het expertenrapport. En vervolgens, toen de vakbonden dat weigerden,
door te eisen dat er op de lijst van te bespreken landen geen zouden staan die de syndicale vrijheid schenden. Waarna elke
poging tot compromisvorming hooghartig werd afgewezen.

“Kill the lawyers”

Al snel werd het probleem gepersonaliseerd,
in hoofde van de toenmalige, nieuwe woordvoerder van de werkgeversgroep dat
jaar in de Commissie van de Normen, meester Chris Syder, een
ingehuurd Brits advocaat. Dus geen werkgever en ook geen staflid van een
werkgeversorganisatie. Een plaag die
tegenwoordig meer voorkomt op de werkgeversbank. Iedereen die wat vertrouwd is
met de sociale dialoog, die weet dat je advocaten best aan de zijlijn houdt,
volgens de gevleugelde woorden van Shakespeare “Kill the lawyers” (niet letterlijk te nemen!). Zeker als ze, zoals
Syder, niet veel ervaring leken te hebben met collectieve onderhandelingen en
met de basiscompetentie die daarvoor belangrijkst van al is, de kunst van het compromis.
 

Als verklaring was dat echter bijzonder
partieel. Want uiteindelijk moest Syder voor al die provocaties ook mandaat
krijgen van de brede werkgeversgroep die hier aanwezig is, inclusief de
Belgische. En waarvan mocht worden verwacht dat ze ook spraken voor de
nationale werkgeversorganisaties die hen uitsturen. Al was al een tijd
duidelijk dat de diehards in de werkgeversgroep de boventoon hadden. De gematigden
stonden er bij en keken ernaar.

“This dready thing”

Een begin van verklaring konden we toen vinden
in een filmpje op YouTube, nog steeds het bekijken waard. In dat promotiefilmpje voor zijn
advocatenkantoor ging Chris Syder toen zeer concreet inging op de kwestie van
het recht te staken, zoals gegarandeerd door de Internationale
Arbeidsorganisatie. Het werd in juni vorig jaar ingeblikt na de zware
stakingsgolf in de publieke sector in het Verenigd Koninkrijk. 

De redenering van Syder is in dat filmpje
ongeveer als volgt. Wereldwijd zijn de werknemers zich beter beginnen
organiseren, via de internationale vakbonden en via de sociale media. En
nationaal gaan ze, met al die ingrijpende besparingsprogramma’s, almaar meer in
staking. En als je dan aan de Britse regering vraagt daartegen op te komen met een strengere stakingswetgeving, dan geeft Cameron niet thuis. Uit schrik
dat hij door de Internationale Arbeidsconferentie op de vingers gaat worden
getikt. Zoals Griekenland toen ook al spitsroeden liep wegens zijn
overtredingen van de IAO-normen over de syndicale vrijheid en het recht op
collectief onderhandelen. En dus, aldus
Syder, moeten we absoluut bewaken dat die internationale normen inzake
syndicale vrijheid, recht op onderhandelen en in het bijzonder het recht te
staken – “this dready thing”, noemde
hij het – soft law blijven, zonder invloed op de nationale wetgeving en
rechtspraak. En daarover, voegt Syder toe, staan we met de Britse werkgevers in
contact met de Franse, Duitse en Spaanse werkgevers, om tot een
gemeenschappelijke strategie te komen. 

Bom onder de IAO

Het leidde tot de volgende werkhypothese. De economic governance zette de Europese
werkgevers in een zetel. Onder druk van de Europese dwangbevelen,
respectievelijk aanbevelingen, bekomen ze ongeziene ingrepen in de syndicale
vrijheid, het recht te onderhandelen, de sociale zekerheid en de
arbeidsbescherming. Met nog een klein probleem. Af en toe is er nog de IAO die
herinnert aan een paar fundamentele sociale principes. En daarin bijwijlen
zelfs andere internationale instellingen mee krijgt. En dat werkt de Europese
werkgevers aardig op de heupen, omdat het de Europese en nationale speelruimte
beperkt. Maar wie had durven denken dat de Europese werkgevers, onder
aanvoering van de Britse, daarvoor een bom zouden willen leggen onder de
Internationale Arbeidsorganisatie?

Den Haag vandaag?

Twee jaar later is die bom nog altijd niet
onschadelijk gemaakt.  Ondanks vele
verzoenings- en bemiddelingspogingen. Er werd vooral getracht die bom weg te
trekken van de Commissie van de Normen. Er is sprake van om de
interpretatiekwestie voor te leggen aan het Internationaal Gerechtshof in Den
Haag. Een andere piste is om binnen de IAO een eigen procedure voor beslechting
van dergelijke geschillen op te richten, met een soort van interne rechtbank
met internationaal erkende juridische experts.
Dat zou in het najaar op de Governing Body van de IAO moeten worden
bekeken.

Die evacuatieaanpak maakte het op de
Internationale Arbeidsconferentie vorig jaar mogelijk de lijst van 25 landen
volledig af te werken. Maar dit jaar hangt het opnieuw aan een zijden
draadje. Ondanks de voorafgaande
afspraken in de Governing Body in het voorjaar, willen de werkgevers in de
conclusies over landen met overtredingen van het recht te staken toch weer
laten vermelden dat de experts buiten hun mandaat zijn gegaan.  Dan hebben we het over de Algerije, Cambodja
en Swaziland, drie landen die hier terechtstaan wegens schendingen van de
Conventie nr. 87.

Collectief bedelen

Nochtans wordt almaar duidelijker dat de
werkgevers geen been hebben om op te staan. En dat we dus ook geen schrik moeten hebben
voor dergelijke ongebruikelijke juridische procedures. Dat is in elk geval  de conclusie van een uitvoerig juridisch
onderzoek dat deze week door het Internationaal Vakverbond werd voorgesteld op
de Conferentie. Het volledige rapport
vind  je op hun site.
Syndicale vrijheid en het recht te staken gaan hand in hand, stellen de
auteurs, zoals een wagen niet zonder motor kan. Zonder het recht collectief actie voeren is collectief onderhandelen
niet meer dan collectief bedelen. Een
vergelijking die lang geleden ook prof. Roger Blanpain graag gebruikte. En dat
recht op collectieve actie, dat is niet zomaar een hersenspinsel van de
IAO. Dat is intussen ook internationaal
breed erkend als een mensenrecht, omarmd door de regionale hoven voor de
rechten van de mens, van het Pan-Amerikaanse tot het Europese. Dus… het
stakingsrecht is een soort van internationaal gemeenrecht geworden.

Met vuur spelen

Het rapport werd afgerond in maart 2014. Buiten tijd kwam er nog het arrest van 8
april ll. bij van Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak RMT versus
Verenigd Koninkrijk ( dat voor de vakbondsbenadering hier op de Conferentie ook
al gefundenes Fressen is). Want, ook al verloren de Britse vakbonden
in een concrete zaak van wettelijke beperkingen op solidariteitsstakingen het
pleit, stelde het Europese Hof in dit arrest onomwonden dat de jurisprudentie inzake
het stakingsrecht van de Expertencommissie van de IAO een referentie (“a point of reference”) blijft. En is
het niet omdat de werkgevers nu ineens zijn gaan vinden van niet, dat daarop
moet worden afgedongen. Niet het minst omdat die houding van de werkgevers
op de Conferentie geen enkele steun kreeg van de overheden, wel
integendeel, stelt het Hof vast.

Al die juridische argumenten maken voorlopig
echter weinig indruk op de werkgevers. 
Die willen kennelijk af van de IAO als bemoeial wanneer overheden
vakbonden willen ringeloren, muilkorven of rijgsnoeren. Met meer en meer de vraag
of het bij de werkgevers nog enkel gaat om de inperkingen van het recht te
staken. Dan wel of ze gehele
toezichtsmechanisme van de IAO op de helling willen zetten. Wordt vervolgd. In
elk geval wordt hier met vuur gespeeld.

Chris Serroyen

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!