about
Toon menu
Boekrecensie

Recensie "De neoliberale strafstaat"

"Het neoliberale discours weerleggen is niet eenvoudig, want het heeft overal de termen van het debat veranderd." zegt Bleri Lleshi, auteur van De neoliberale strafstaat’ in een interview met DeWereldMorgen.be. De auteur slaagt daar aardig in, vindt recensent Walter Lotens.
woensdag 4 juni 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

DeWereldMorgen.be

"Ik wil met dit boek de mediaclichés over de stad weerleggen. In de media is de focus uitsluitend gericht op excessen, op criminaliteit, terwijl verreweg de meeste jongeren een gewoon leven leiden en er het beste proberen van te maken in moeilijke omstandigheden.

Doe de oefening maar eens. Vouw dit boek open en kijk tegelijk naar de cover en naar de achterflap. Op de voorzijde staat de karikatuur van een anonieme ambtenaar of politicus in keurig pak en das. Waar zijn hoofd zou moeten beginnen - die van Bart De Wever bijvoorbeeld - verschijnt een camera."

De boodschap is duidelijk: someone is watching you en die someone is de neoliberale strafstaat. Op de achterzijde zit de boodschapper en vertegenwoordiger van die andere wereld aan een cafétafeltje. Een man met stoppelbaard en nonchalant trainingsjasje is de auteur van dit zeer bijzondere boek. Hij legt die andere wereld, waartoe hij niet wenst te behoren – niet  alleen om vestimentaire redenen – op  de analysetafel.

Bruggenbouwer

Deze angry young man is niet de eerste de beste. Brusselaar Bleri Lleshi is politiek filosoof, mensenrechtenactivist en jongerenwerker. Het is deze niet evidente combinatie die zijn figuur en dit boek zo bijzonder maakt. "De neoliberale strafstaat" is het boek van een bruggenbouwer. Dat schrijft hij zelf en hij heeft mijns inziens overschot van gelijk. Lleshi is theoreticus én practicus. Dat slag van mensen is dun gezaaid.

Dit boek vertrekt vanuit het perspectief van (Brusselse) jongeren en kon alleen worden geschreven door iemand met ervaring als jongerenwerker. "Wie louter vanuit beleid of theorie naar de realiteit kijkt, mist vaak bepaalde signalen en evoluties in de praktijk. Daarom ben ik ervan overtuigd dat er nood is aan bruggenbouwers, mensen die theoretische bijdragen leveren maar die tegelijk ook in de praktijk staan." (p. 47)

Dertig jaar neoliberalisme 

Die combinatie van theorie en praktijk komt zeer mooi tot uiting in de opbouw van dit forse boek dat uit vijf delen bestaat en nog verder in hoofdstukken onderverdeeld is. Lleshi beperkt zich niet tot het fenomeen van de GAS-boetes die volgens hem maar het topje van de ijsberg zijn.  

Hij begeeft zich ook onder de waterlijn om aan te tonen dat dertig jaar neoliberalisme op de ruïnes van de welvaartstaat een strafstaat aan het uitbouwen is. Het eerste deel van zijn boek gaat over jongeren en de stad - voor het eerst in de geschiedenis woont de meerderheid van de bevolking in de steden - , niet alleen maar toch vooral over Brussel, waar verkleuring en verarming hand in hand gaan. Hij schetst de moeilijke levensomstandigheden en de weinig rooskleurige toekomstperspectieven bij jongeren en schetst daarbij ook een vijftal uitdagingen.  

Lleshi steunt daarbij op zowel kwantitatief materiaal – hij verwerkt heel veel cijfers –  als op kwalitatieve gegevens. Daarvoor verwijst hij naar het project "Brieven uit Brussel" waarvan een aantal in de krant De Morgen verschenen en  dat ondertussen ook gebundeld werd in een tweetalig boek.  

Brieven uit Brussel 

Hoe zit de leefwereld van jongeren in elkaar? Wat is hun socio-economische situatie? Hoe gaan ze om met cultuur, traditie en religie? Hoe functioneren ze onder vrienden? Hoe verloopt de interactie met familie en met de wijk waarin ze wonen? Wat zijn de belangrijkste bouwstenen van hun identiteit en hoe geven ze uitdrukking aan hun identiteit? Wat zijn hun problemen, hun frustraties?  

Dat zijn vragen die via die brieven worden gesteld. Lleshi wil vooral aantonen dat het negatieve beeld dat van hen in de pers wordt geschetst onterecht is en hoopt ook jongeren terug aan het dromen te zetten waardoor ze terug "auteur van hun eigen leven" kunnen worden. 

Lleshi stelt niet dat er alleen maar socio-economische problemen en uitdagingen zijn, ook identiteit en interculturaliteit zijn belangrijk, maar de prioriteit moet bij het sociaal-economische liggen.  

Van welvaart- naar strafstaat 

In deel twee, dat een meer theoretisch karakter heeft, focust de auteur op de politieke en filosofische aspecten van het neoliberalisme en hoe zich dat vertaalt in een nieuw sociaal beleid. In deel drie "Gevolgen van het neoliberalisme" schetst Lleshi hoe in de voorbije dertig jaar de welvaartsstaat is afgebouwd en de arbeidsmarkt volledig geherstructureerd werd.  

Ook in deze delen vertrekt de auteur van interessant en soms verrassend cijfermateriaal. Zo constateert hij dat België nog steeds meer dan het Europese gemiddelde aan sociale bescherming spendeert (29,9% van het bnp), maar dat er zeven landen meer dan 30% van het bnp in sociale uitgaven investeren ( Frankrijk, Denemarken, Nederland, Duitsland, Finland, Oostenrijk en Zweden).  

België is dus geen koploper meer en dat heeft volgens hem alles te maken met de besparingen op sociaal beleid en het  investeren in  repressief beleid. "Iedereen is dus individueel verantwoordelijk om in het gareel te lopen. Als dat niet lukt, is dat je eigen fout en moet er repressief opgetreden worden." (p. 129)  

Ter illustratie hiervan verwijst hij vaak naar het N-VA-beleid in de stad Antwerpen. Hiermee kondigt hij in deel vier aan wat hij "De strafstaat" noemt. Dan betreedt hij het terrein van de fameuze GAS-boetes die hij ideologisch als volgt omkadert: "Door de armen te straffen wil de neoliberale strafstaat als systeem laten zien dat ze de macht nog in handen heeft. Het is ook een manier om de macht te legitimeren. De neoliberale staat faalt immers in het tackelen van de sociale en economische problemen van de burgers. Met het strafbeleid wil de staat tonen dat ze verantwoordelijkheid kan opnemen waar nodig, als bewijs dat ze kan functioneren." (p. 187).  

Volgens Lleshi is de publieke opinie ervan overtuigd dat de criminaliteit toeneemt, terwijl hij met cijfers aantoont dat het tegenovergestelde het geval is, namelijk een daling van de criminaliteit zowel nationaal als internationaal.  

Aanzet tot alternatieven 

In het vijfde en laatste deel "Aanzet tot alternatieven" verlaat Lleshi het pad van de analyse en reikt hij een aantal alternatieven aan die niet met het kapitalisme breken, maar "die wel een stap in de goede richting zijn en die inspelen op de noden en behoeften van de mensen." Op het vlak van tewerkstelling houdt hij een algemeen pleidooi voor coöperatief ondernemen zonder daar uitvoeriger op in te gaan.  

Voor de huisvestingsproblematiek in Brussel vermeldt hij het zeer interessant project L’Espoir in hartje Molenbeek dat een knap voorbeeld is van solidair, duurzaam en toegankelijk wonen is. Ook de verwijzing naar de aankoop en renovatie van een leegstaand gebouw in de Verheydenstraat in Anderlecht op basis van de CLT-principes verdient zeker de aandacht.  

De Community Land Trust  hanteert als belangrijk  principe dat landeigendom wordt gescheiden van de eigendom van de woning via erfpachtcontracten, waardoor de prijzen een stuk lager liggen dan op de reguliere markt waar de koper woning én grond betaalt. In een laatste hoofdstuk "Een andere dan de kapitalistische bril" constateert Llehsi dat marxistisch links er niet in slaagt om uitgewerkte alternatieven te presenteren voor het globale kapitalisme.  

Daar slaagt de auteur in enkele bladzijden natuurlijk ook niet in, maar hij benadrukt sterk het ontwikkelen van basisdemocratische elementen op diverse terreinen. "Een mogelijke overgang naar een ander systeem zal op een democratische manier moeten gebeuren. Dat wil zeggen: gedragen door een meerderheid van de mensen die meedenkt en participeert in het politieke proces. Dat is essentieel want in een democratie ligt de macht bij het volk en niet bij een  kleine elite, zoals dat momenteel het geval is in het kapitalisme." (p. 281).  

"Dit boek is voor mij een vorm van engagement." Dat schrijft de baardige man aan het Brusselse cafétafeltje. "Ik hoop dat dit boek inspiratie biedt aan anderen om ons gezamenlijk te engageren voor een betere wereld," voegt hij eraan toe. Bruggenbouwer Bleri Lleshi is daarin zeker geslaagd. 

reacties

2 reacties

  • door Jan Willems op woensdag 4 juni 2014

    Dit is gewoon een dorslagje van de publicaties van de Franse socioloog Loïc Wacquant..

    • door JacquesBoulet op donderdag 5 juni 2014

      en wat is er daarmee slecht te noemen over dat zeer goede boek...? Ik kan me slechtere voorbeelden voorstellen dan Wacquant...

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties