about
Toon menu
Analyse

Jouw Piketty of de mijne? (3)

Een astronomisch bedrag is neergelegd voor de vertaalrechten van een bestseller die eigenlijk geen bestseller was: ‘Le Capital au XXIe siècle’. Even later krijgt econoom Thomas Piketty de beschuldiging met cijfers te goochelen voor linkspolitieke doelen. Zijn studie moet nog in de Nederlandstalige boekenmarkt worden gezet. Kan hij zich spiegelen aan het wedervaren van zijn verklaarde voorganger Karl Marx? Het slot van een driedelige reconstructie.
vrijdag 30 mei 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Vooralsnog doen laaglandse reacties op Le Capital au XXIe siècle vermoeden dat er, indien het een Olympische sport wordt, medaillekansen zijn bij het onderdeel meelopen. Op Arnon Grunberg na ontbreekt bovendien elk spoor van kunstenaars die normaliter opiniepagina en protestpodium bespringen. Ten minste getuigt de Piketty-ontvangst van onmacht, zich onder meer uitend in een volhardende onwetendheid van België en Nederland over elkaar. Dat oordelen vaak navertellingen blijken is immers een ding, dat de weg naar de waarheid over een Franse studie wordt geleid door Engelstalige media een ander.

In het weekend na het vertaalcontract vulde De Standaard een economiepagina met drie zogeheten fundamentele kritieken uit Amerika op Capital in the Twenty-First Century . Eén ervan bestond uit interviewuitspraken van een econoom die door de New York Times waren omgewerkt tot een opiniestuk. De conclusie luidde dat hij weinig bijdroeg aan het debat. En toen eind mei de Financial Times data uit de studie ongeldig verklaarde, wachtte De Morgen en berichtte daarna: ‘Is linkse knuffeleconoom Piketty een leugenaar?’ Omdat het antwoord ontkennend was, leek die kop zelfhaat te verbeelden.

Natuurlijk is het hier godsonmogelijk, of lachwekkend, om zoals The Nation het boek in 10.000 woorden te contextualiseren en hopelijk vergis ik me, maar de dwangmatige blik naar de overzijde van de oceaan heeft iets provinciaals. Door het weerkerende beroep op ‘de Nobelprijswinnaar’ Paul Krugman kreeg deze de status van dorpspastoor. Ook in het persbericht dat de uitgever na het binnenrijven der vertaalrechten liet uitgaan, fungeerde hij als die autoriteit. Met een oordeel dat teruggebracht tot één zin al uitputtend was geciteerd.

Re-ideologisering

Met Krugman, en de andere Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, is Piketty gecatalogiseerd als linkse econoom. Die ouderwetse positionering binnen het politieke spectrum geeft aan de onmacht de kans van de vergelijking. Piketty hoeft als auteur niet meer zichzelf te zijn, maar wordt een Marx of een popster (‘de Prince van de economische wetenschap’). En zijn boek ‘de linkse Bijbel’. Heeft dat bijvoeglijk naamwoord ook ideologische tegenstellingen aan het licht gebracht?

Ingewikkeld is dat allerlei politici en publicisten hun karretje aan Piketty haakten. In België was het de sp.a die begon. Half april schiep Yves Desmet via de Franse econoom een tegenstelling tussen een PS-model en de N-VA-model. Eind van die maand dook Le Capital au XXIe siècle op in een voetnoot bij Jan Blommaert. Hij verdedigde in een recensie Jan Vranken (die volgens zijn persoonlijke Goodreads Piketty’s studie op 5 februari is begonnen te lezen) in diens aanval op de N-VA. Omdat beiden zich als academicus gecommitteerd hadden aan de PVDA, fundeerden ze het partijdiscours tegen de N-VA. Peter Mertens sloot even later bij Piketty aan per tweet.

Begin mei deed Paul Goossens een duit in dat zakje, door het Oeso-rapport te linken aan de Franse econoom en één partij: ‘In het Vlaanderen van de N-VA kunnen de 10 procent zich opmaken voor meer dan 50 procent van het vermogen.’ Toen opereerde Piketty al expliciet op Europees niveau, met een gezamenlijk manifest. Ditmaal bracht De Standaard er (fragmenten uit) de vertaling van, net als Vrij Nederland dat de veertien medeauteurs onvermeld liet.

De fikse kritiek op de Europese Unie werd met een tweet bijgevallen door liberaal Guy Verhofstadt. Zijn collega-Europarlementariër Bart Staes, van Groen, vermeldde in Europa wordt wakker! Piketty’s ‘ondertussen als meesterwerk omschreven boek’ en citeert uit Vlaamse interviews met de auteur. Volgens insiders kreeg Groen de wind in de rug door de studie, met het programmapunt van de vermogensrendementsbelasting. Dat was volgens Peter Mertens een ‘zoetwatervariant van het origineel’. De beeldspraak kwam in het weekend van de verkiezingen, die een optater gaven aan het progressieve volksdeel. 

Sociale werkplaats

Als lid van meeregerende partij kleeft sp.a-politici een zeker conformisme en misschien zelfs verraad aan. Dat het boek uiteindelijk belandt bij ‘echt links’ en past bij een ACV-pleidooi voor een vermogenstaks, heeft dan symbolische waarde. In Nederland gebeurde er iets soortgelijks, toen plannen van Diederik Samsom van de officieel linkse regeringspartij PvdA om ‘vermogens aan de bovenkant te belasten’ werden afgeserveerd tegen de ideeën van Piketty. Wel bracht het studieblad Socialisme & Democratie, gelieerd aan de PvdA, alvast een speciale webeditie over Piketty.

Vanuit De Telegraaf, aan de andere zijde van het politieke spectrum, werd na de vertaaldeal dan weer over economen beweerd: ‘De helft van hen loopt momenteel in polonaise achter Thomas Piketty aan, een Franse econoom die meent dat je mensen met geld beter naar belastingparadijzen kunt verjagen. De andere helft is druk in de weer met bedenken waarom Piketty dezelfde denkfouten maakt als Karl Marx. Waarmee maar weer eens bewezen is dat de economische wetenschap eigenlijk een sociale werkplaats voor hoogopgeleiden is.’

Wat te doen? De kritische linkse website tenk.cc zweeg en De Groene Amsterdammer wijdde eind mei een special aan ‘Piketty’s andere kijk op de economie’. Nederlands oudste, democratisch georganiseerde politieke boekhandel Rooie Rat uit Utrecht had toen al lang aan The New Way of the World: On Neoliberal Society van Pierre Dardot en Christian Laval, dat ook in 2013 was verschenen, de voorkeur gegeven boven Piketty.

Momentum

Hoe moet Thomas Piketty straks in de markt worden gezet? Alle soorten publiciteit heeft hij al gekregen. De verdachtmakingen rond de data-opname, die zich na een krantenblog via Twitter verspreiden, geven een onwelkome variant op de controversiële auteur. Wel heeft Piketty de schade meteen professioneel in schrift en op beeld beperkt, waarbij hij kritiek verwelkomde die zijn studie, een gemeenschapsproject, zou verbeteren. Er kan nochtans een gevoel blijven hangen van ‘waar rook is, is vuur’.

Wanneer de Nederlandse versie uitkomt, is de man in commerciële termen hoe dan ook passé. De zogeheten omloopsnelheid van het boek is door de bizarre kwantiteit van het aanbod teruggebracht tot weken, en zorgt ervoor dat belangstellenden door niet-gespecialiseerde media van hoogtepunt naar hoogtepunt worden gesleurd. Met reden werd de vertaling eerst al aangekondigd voor januari en daarna zelfs voor het najaar.

Beide tijdstippen ogen even vermetel voor een studie van deze omvang, maar zijn noodzaak omdat de branche lezersgeheugens heeft veranderd in muizenstaartjes. Het zal erop aankomen een nieuw momentum te scheppen. Wellicht is het te koppelen aan de uitnodiging die Piketty, op voorspraak van Groen Linkser Jesse Klaver, kreeg om in de Tweede Kamer te komen spreken bij een hoorzitting over inkomensverdeling. Er is geopperd daar een welbespraakte telg uit een adellijk geslacht bij te programmeren.

Lingua franca

Piketty mag dan de nieuwe Marx heten, de oude Marx is pas sinds de tweede kredietcrisis in genade aangenomen. Het eerste van de drie delen die diens oertitel Het kapitaal beslaat, is sinds 2010 weer beschikbaar dankzij de kleine uitgeverij Boom. Ze had de vertaling van Isaac Lipschits uit 1967 laten herzien. Eveneens in 2010 bracht EPO een educatieve versie van het boek als graphic novel.

Voordien had van Het kapitaal de Haarlemse uitgeverij De Haan die herdrukken verzorgd. Ze beperkte zich evenzeer tot het eerste van de drie delen en kende een verkorte studenteneditie bij Van Gennep. De meest exemplaren werden weggezet via boekenclub ECI, bij de eerste drie titels voor geen geld (of in de maag gesplitst wanneer men daarna niet wist te kiezen). Toch bestaat er een integrale, betwiste Nederlandse versie door Frank van der Goes. Ze verscheen in 1901 en daarvan kwam in 1911 een driedelige volkseditie bij de Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur.

De ironie aan deze toch wat treurige publicatiegeschiedenis is dat ze onderstreept wat Piketty overkwam: verhoudingsgewijs is het aantal blinde commentaren vele malen groter. Tevens mag de oorsprong van het kapitalisme in het protestantisme liggen, de lingua franca is niet het Duits van de oude Marx. Noch het Frans van de nieuwe Marx, zoals het wedervaren van Piketty’s studie eveneens onderstreept: Le Capital au XXIe siècle was in Frankrijk voer voor debat, maar publicitaire successen kwamen na verschijning van Capital in the Twenty-First Century.

Een bron

De enige politicus in de Lage Landen die Piketty in een geloofwaardig stadium onder de aandacht bracht, was PS-politicus Paul Magnette. Wegens de recuperatie door linksere collega’s geeft dit met terugwerkende kracht aan zijn debatten met De Wever, clashes der titanen genoemd, een ideologisch tintje. Maar het anti-N-VA-klimaat blijft binnen de kaders van de vrije markt, waarin elke uitspraak op een goudschaaltje gewogen wordt én waarin vraag blijft naar vergezichten.

Dat Magnette het boek anderhalve maand na verschijning van het origineel aan een breed publiek kon introduceren, heeft een prozaïsche oorzaak. Hij is Franstalig. Abram de Swaan heeft in Woorden van de wereld laten zien hoe het Frans van het wereldtoneel verdween. Die beweging maakte deze taal natuurlijk ook in de boekenbranche die, inclusief vertalingen, wordt gemonopoliseerd door de Engelse markt. Voor de Nederlandstalige literatuur ligt organisatorisch en institutioneel het epicentrum nota bene in Amsterdam. Daar is het Frans praktisch onbekend.

Onlangs zou een Nederlander op een Parijs’ terras deze bestelling hebben geplaatst: ‘Donnez-moi un jus d’orange de pommes’. Dat hoorde ik, Hollander van geboorte, op de Franse les; de juf zei dat ik in plaats van te lachen beter eens wat zou gaan leren, hetgeen ik immeublement zal doen. Maar niet na een uitzondering op de regel opgevoerd te hebben: de huidige baas van De Bezige Bij, die de rechten op de vertaling kocht, heeft Franse literatuur als specialiteit.

Salontafel

De boekenmarkt heeft lang geleefd bij de zogeheten Paretoregel, dat 20 procent successen de anonieme 80 mogelijk maakt. Rond de millenniumwisseling werd die verhouding 10 op 90, even later 5 op 95. Eén uitgeverij laat die haar doorontwikkelen tot Occupy-termen en behoort tot de 1 procent. Zij heeft de vertaalrechten voor Le Capital au XXIe siècle verworven. Met overweldigende campagnes worden auteurs van naam er aan de man gebracht. Vandaar dat De Bezige Bij recent als een der laatste Mohikanen binnen het WPG-concern mocht blijven, terwijl gereputeerde maar minder rendabele huizen uit dat segment na een buy-out de weg van geleide verzelfstandiging opgingen.

Ook deze markt staat immers onder de druk, zowel wat betreft acquisitie als promotie en distributie. Al schijn ik in dezen geen onverdachte bron, volgens mij gebruikt dit huis nogal wildkapitalistische methoden. Ze maken het begrijpelijk dat een aan Piketty ideologisch verwant huis publiekelijk zijn rouw uitte dat aan zijn bod, het allereerste in de Lage Landen, geen gevolg is gegeven. De kans groeit dat de Nederlandse versie van Le Capital au XXIe siècle van de toonbank naar de salontafel zal verhuizen. Daar zou het zich in goed gezelschap bevinden, bij De slinger van Foucault en Gödel, Escher, Bach en Kritiek van de zuivere rede.

En Piketty zelf? Van de bijna honderd pagina’s eindnoten in de Engelse vertaling valt me de laatste op. Hij bespreekt er de toewijding van filosofen als Jean-Paul Sartre, Louis Althusser en Alain Badiou: ‘One sometimes has the impression that questions of capital and class inequality are only moderate interest to them and serve mainly as a pretext for jousts of a different nature entirely.’ Hier worden enige linkse iconen van toen tot heden toch de oren gewassen. Twee noten eerder krijgt Jacques Rancière juist alle krediet voor La haine de la democratie.

Ik heb er niets aan toe te voegen. De problemen die het boek aan de kaak stelt blijven urgent, en Piketty’s oplossingen dunken me sympathiek. Volgens Labour- en oppositieleider Ed Milliband, die er nog niet veel uit had kunnen lezen, vertolkt hij gevoelens die leven bij een groot publiek. Ik ben trots me daaronder te kunnen scharen. Wat me van het boek onder ogen kwam, ging boven mijn pet.

reacties

9 reacties

  • door AndreJ op zaterdag 31 mei 2014

    Piketty is verbrand want gebruikte alleen cijfers en aangepaste cijfers die hem goed uitkwamen: alle vooropgestelde premisses zijn bijgevolg ongeloofwaardig en onjuist.

  • door Robrecht Vanderbeeken op maandag 2 juni 2014

    Vreemd dat de auteur stelt dat 'linksere politici' Piketty 'recupereren'. Is het dan niet evident dat marxisten deze studie als bewijslast vermelden, zeker als zoveel andere marxistische auteurs al doorheen de jaren als 'verdacht' werden gebrandmerkt waardoor hun feitelijke analyses niet eens de media meer halen? Stel dat er een studie uitkomt die de evolutietheorie bevestigt, is het dan niet de logica zelve dat darwinisten er naar verwijzen?

  • door Marc Kregting op dinsdag 3 juni 2014

    Dus een contra-marxist schreef een onverdachte marxistische studie? Ik maak misbruik van de gelegenheid met twee aanvullingen: na De Groene maakte ook NRC afgelopen week een groot P-dossier (http://www.nrcq.nl/2014/05/31/waarom-piketty-in-de-vs-een-held-is-en-in-zijn-thuisland-niet), net als, ter overzijde van de oceaan, Jacobin (https://www.jacobinmag.com/2014/05/not-another-piketty-symposium/).

    • door Robrecht Vanderbeeken op dinsdag 3 juni 2014

      Het kan best zijn dat Piketty zich een 'contra-marxist' noemt, dat weet ik niet, maar het is toch niet moeilijk om te begrijpen dat zijn studie duidelijk een marxistische analyse bevestigt, namelijk dat er achter de hedendaagse werkelijkheid een heel specifiek economisch systeen werkzaam is, door ons in stand gehouden, dat structureel vervreemding, ongelijkheid en crises produceert?

      Als Piketty zich 'contra-marxist' zou noemen, zou het interessant zijn te weten waarom? Welke stelling van Marx contesteert hij dan? Of is het gewoon een strategie om zijn verhaal aan de man/vrouw te krijgen (je weet wel, zoals zovele maatschappijkritische denkers het etiket 'anti-kapitalist' schuwen omdat ze anders niet meer aan bod komen in de commerciële media?) De reden waarom ik bovenstaande opmerking maakte is simpel: je lijkt er vanuit te gaan dat iedereen Piketty voor zijn kar wil spannen en dus dat hij in wezen een onafhankelijke studie maakte. Maar zo een studie kan toch onmogelijk ideologie-neutraal zijn? Is het niet logisch dat, ik zeg maar wat, als links-liberalen van sp.a Piketty citeren, dit echt wel wringt, terwijl dat anders is voor marxisten? Vergelijk het met Obama die nu plots het milieu wil redden: heel dubbel, die ambiguiteit tussen boodschap en boodschapper.

  • door Jan Willems op dinsdag 3 juni 2014

    Robrecht Vanderbeeken stelt: “Het kan best zijn dat Piketty zich een ‘contra-marxist’ noemt, dat weet ik niet...” Hij had het beter even nagetrokken vooraleer achter het klavier van zijn pc te kruipen. Het is toch nogal evident dat je als lezer weet met welke publicist je te doen hebt. Soit. De essentie van de Piketty-hype lag onder andere in januari jl. tussen de besneeuwde bergtoppen in het Zwitserse Davos. Daar waarschuwde het World Economic Forum (WEF) voor het derde jaar op rij voor de toenemende ongelijkheid. Een halve maand nadien publiceerde het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een rapport dat tot diezelfde conclusie komt. Beide gerenommeerde instellingen kun je moeilijk cryptocommunisten of een ‘allegaartje van linkse rakkers’ noemen. De Financial Times wees er recent op dat de econoom Piketty gekonkelfoesd heeft met cijfers. Deze spreekbuis van de Londense City, de verzamelplaats van personen die alleen het woord ‘ongelijkheid’ kennen, niet de dagdagelijkse realiteit, werd onmiddellijk daarna op de vingers getikt de krant The Guardian. Wegens geknoei met de cijfers. En in zijn editie van 3 juni, verwijst de Vlaamse zakenkrant De Tijd naar een artikel van Nobelprijswinnaar Paul Krugman – die Vanderbeeken ongetwijfeld ‘top’ vindt. Die schrijft: “De cruciale bewering dat er geen duidelijke trend is naar toenemende concentratie van het vermogen – en van toenemende ongelijkheid (jw) - steunt op het vergelijken van appelen en peren. We hebben twee gegevensbronnen voor inkomen en vermogen: enquêtes die mensen vragen stellen over hun financiën, en belastinggegevens. Enquêtes zijn nuttig om de armen en de middenklassen te detecteren, maar onderschatten de hoogste vermogens. Je kan nu eenmaal nooit genoeg miljardairs interviewen. En dus steunen interviews over de ‘1-procent’, de ‘O,1 procent’ enzovoort voornamelijk op belastinggegevens. De FT vergelijkt echter oudere schattingen van vermogensconcentratie gebaseerd op belastinggegevens met recentere schattingen die steunen op enquêtes. Dat geeft een vervorming waarbij je nooit een opwaartse trend zal meten. De zoveelste poging om onderuit te halen dat onze maatschappij veel ongelijker wordt, is dus op haar beurt onderuit gehaald. Dat was te verwachten. Zoveel onafhankelijke indicators wijzen naar de scherp toenemende ongelijkheid, van uit de pan swingende prijzen voor topvastgoed tot de bloeiende markt voor luxegoederen. Beweren dat de ongelijkheid niet toeneemt, moet dan wel steunen op foute gegevensanalyse.” In De Tijd van diezelfde dag (3 juni dus) stond een artikel met de titel: ‘Wall Streets favoriete cijferaars moeten weer leren rekenen’. Blijkt immers dat die cijferaars uit het hart van de Amerikaanse financiële wereld er compleet naast zaten. Als gevolg van de misrekening was aangekondigd dat de industriële activiteit in de VS was gedaald, compleet het tegenovergestelde van wat er werkelijkheid was gebeurd. De cijferaars moesten toegeven dat ze een zware rekenfout hadden gemaakt. Economie is echter niet alleen een zaak van cijfers. De aankondiging van verminderde industriële productie kan leiden tot het ontslag van velen op de werkvloer, eventueel ook van de CEO’s met hun riante bureaus. Maar die krijgen er, zoals vastgelegd in hun riante contract, wel een forse ontslagpremie bovenop.

    • door Robrecht Vanderbeeken op donderdag 5 juni 2014

      Klopt, had het moeten uitpluizen, maar mijn punt is dat ik ten gronde wil weten waarom iemand die een studie maakt die helemaal in de lijn van de grondgedachte van Marx ligt, zich bewust distantiëert. Wat zijn zijn argumenten? Het verschil zit in de positie: Marxisme wordt in deze optiek als een theorie of filosofie opgevat, en de studie beoogt wetenschappelijk te zijn, empirisch dus, een onderzoek dat zich niet wil compromiteren door a priori aan te geven vanuit een bepaald conceptueel perspectief te kijken en dus op die grond verworpen te worden. Zo simpel is dat.

      Het komt er dan op neer dat je Marx zijn onderzoek geen wetenschap mag noemen, maar een filosofie. Ik vind dat onzin omdat het wetenschapsfilosofisch dan terug gaat op een heel enge opvatting van wetenschap. Een old scool verhaal waarbij de natuurkunde in een geïdealiseerde versie (er zou, zoals de geboden van God ook universele natuurwetten bestaan) als rolmodel dient voor alle wetenschappen. Wetenschapsfilosofe Nancy Cartwright heeft bijvoorbeeld al decennia geleden aangetoond dat er niet zoiets is als een absolute 'natuurwet', het zijn disposities. Om een lang verhaal kort te maken: ook wetenschap is een geloofssysteem, weliswaar met tal van wetenschappelijke criteria onderbouwd (verificatie, consistentie, compatibiliteit, robustheid....), en dus is het onderscheid tussen filosofie en wetenschap geen hard core principieel verschil. Trouwens, heeft Marx dan geen empirisch werk gedaan? p.s. eerder dan Krugman ga ik toch sneller iets lezen van David Harvey.

      • door Marc Kregting op donderdag 5 juni 2014

        Dank voor de commentaren. Kennelijk was mijn relaas zo onzorgvuldig dat er een overzichtelijke indruk ontstaan is. Met mediabespeling heeft onderhavig boek weinig te maken, en met neutraliteitspretenties evenmin. Het plasma lijkt veeleer de andere richting op gestroomd. Helaas is het een bezopen woord, anders zou je kunnen zeggen dat Piketty een object voor ‘framing’ werd. Vanzelfsprekend doe ik daaraan mee: voor zover ik als leek gerechtigd ben daar iets over te beweren, ligt marxisme, inclusief vervreemding, bij Piketty misschien ietsje verder weg dan socialisme. Maar gelukkig zijn er anderen geweest die hebben opgemerkt dat hij bijvoorbeeld de vakbonden buiten beschouwing laat.

    • door Patrick op donderdag 12 juni 2014

      Nuttig stukje achtergrondinformatie. Opvallend hoe het WEF (Davos) plots zo'n belangstelling voor het thema heeft vertoond. Eens zien wat er de volgende jaren uit hun mouw zullen schudden... U schrijft "Beide gerenommeerde instellingen kun je moeilijk cryptocommunisten of een ‘allegaartje van linkse rakkers’ noemen." Dat zou ik ook denken, maar je weet nooit welke zotskappen of maskers ze opzetten. Ze zijn heus niet wars van enige merkwaardige, moeilijk te duiden vorm van humor. LOL?

  • door Jan Willems op vrijdag 6 juni 2014

    Natuurlijk kun je van Piketty’s boek zeggen dat er veel NIET in staat. Zoals Lode Vanoost vaststelde in zijn recensie van het boek. www.dewereldmorgen.be/artikel/2014/06/02/thomas-piketty-de-recensie Maar wat was de bedoeling van Piketty? In geen geval een wereld- en allesomvattende studie/ boek maken. (1) Hij verzamelde cijfers, feiten dus. (2) Om die beter te begrijpen kon hij niet anders dan wijzen op de tegenstelling arm-rijk. (3) En dat vanuit een historisch perspectief. Wat had hij anders moeten doen? Hersenspinsels neerschrijven? De tegenstelling tussen arm en rijk zien als een door een opperwezen gewild natuurverschijnsel dat van alle tijden is? Natuurlijk niet. (1) Materialisme in de kennisfilosofische betekenis van het woord. (2) De dialectiek der dingen. (3) Zoals ze historisch gegroeid zijn. Tiens, dit lijkt zeer sterk op de aanpak van Karl Marx. De interpretaties die nadien door Stalin en zijn Goelag-bewakers aan diens wetenschappelijk werk is gegeven, is iets helemaal anders . Net zoals dat het geval is met de inhoud en de perceptie van het boek van Piketty, zoals die is beschreven in deze schitterende driedelige serie.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties