about
Toon menu

Europese verkiezingen in Spanje: afkeer voor traditionele verdeling van de macht

De traditionele partijen lijden in Spanje een historische nederlaag. De regerende Volkspartij (Partido Popular) verliest acht zetels, de Spaanse socialisten (PSOE) negen zetels en Podemos, een partij die amper vier maanden campagne voerde, wint vijf zetels. Het vertrouwen in de grote partijen is weg, Spanje stemt voor verandering.
maandag 26 mei 2014

De Spaanse kiezer heeft tijdens deze verkiezingen blijk willen geven van een diepe afkeer voor het tweepartijenstelsel. De conservatieve Volkspartij (Partido Popular) en de Spaanse socialisten (PSOE) die sinds het einde van de dictatuur van Franco afwisselend regeren, halen samen niet eens de helft van de stemmen, terwijl dat vroeger meer dan 80 procent was. Samen verliezen ze 17 zetels en dat is één zetel meer dan het resultaat van de Partido Popular die het ondanks haar neoliberale politiek toch nog altijd beter doet dan haar traditionele rivaal, de PSOE. Veel Spanjaarden zouden het woord rivaal vervangen door partner, want het eigenbelang van de PP en PSOE blijkt belangrijker te zijn dan de kiezers die ze vertegenwoordigen. Het bewijs is dat ze met de gedachte spelen van een mogelijke PP-PSOE coalitie. Een zet om hun jachtterrein af te bakenen en al de nieuwe stropertjes buiten te houden.

Izquierda Unida, de derde politieke formatie van het land verdriedubbelt haar aantal zetels en stuurt 6 volksvertegenwoordigers naar het Europees Parlement. Een mooie vooruitgang, maar in stilte had deze partij toch beter verwacht. In totaal sturen tien verschillende Spaanse partijen hun vertegenwoordigers naar Brussel.

De stem van de indignados

Podemos (Wij kunnen) is de grote winnaar van de Europese verkiezingen en bewijst dat een nieuwkomer er in kan slagen om de vierde politieke macht in Spanje te worden.

Toen zondagavond de resultaten bekend werden gemaakt ging alle aandacht naar Pablo Inglesias, een jonge universiteitsprofessor en leider van Podemos, een burgerpartij die in Madrid en Asturias zelfs de derde politieke partij wordt. Volgens de strijdvaardige Iglesias is dit nog maar het begin: “Onze partij werd geboren om korte metten te maken met de regerende kaste.” Tegelijk roept hij op tot kalmte en noemt de resultaten “redelijk goed”. Volgens Iglesias is het doel nog niet bereikt want: “de politieke kaste blijft aan de macht en de gedwongen huisuitzettingen gaan gewoon door.” Daarom zal Podemos begin 2015 deel nemen aan de volgende algemene en gemeenteraadsverkiezingen.

Tegen de Troika en Merkel

Het eerste wat Iglesias in Brussel wil doen is de andere Europarlementsleden ervan overtuigen om hun salaris tot 1 900 euro te verlagen, of het driedubbele van het minimumloon in Spanje.

Wie zich afvraagt waar de stem van de indignados was gebleven, zal ze nu in het Europees Parlement horen. “Wij zeggen wat de sociale bewegingen zeggen. Dit is het moment om het volk te verdedigen en neen te zeggen aan de Troika en Merkel.”: zegt Iglesias.

Zondag trok minder dan de helft van alle stemgerechtigde Spanjaarden naar de stembus. Volgens Iglesias is dat omdat de Spanjaarden niet langer in hun politici geloven. Hij gelooft dat er verandering komt.

Wanneer hem gevraagd wordt om te reageren op de sterke stijging van extreem rechts in Europa zegt hij: “Als we iets uit de geschiedenis van ons land kunnen leren, dan is het dat men tegenover het fascisme niet tolerant mag zijn. Daarom verdedigen we de democratie en de waarden waarop Europa wil bouwen.”

Geen feest voor de winnaar

Al verklaarde de Partido Popular zichzelf zondagavond als winnaar van deze verkiezingen, toch was de ontgoocheling in de rangen van premier Mariano Rajoy duidelijk op de gezichten te lezen. De sfeer was zo slecht dat het geplande feest op het hoofdkwartier geannuleerd werd. Het balkon dat de kopstukken van de Partido Popular gebruiken om hun partijgenoten toe te spreken werd om middernacht, een uur na de bekendmaking van de resultaten gedemonteerd. Op straat stonden er zes beteurderde feestvierders toen techniekers de spots doofden.

De Europese verkiezingen betekenen een nooit eerder geziene opdoffer voor de twee traditionele partijen. Dit maakten ze nooit eerder mee. PP en PSOE, halen amper 7,5 miljoen stemmen, terwijl de Partido Popular tijdens de laatste algemene verkiezingen op haar ééntje 11 miljoen stemmen wegkaapte.

De grote partijen hebben er alles aan gedaan om zo’n opdoffer te verdienen: een duizelingwekkende en oneindige reeks corruptieschandalen waarop beide partijen reageren alsof er niets aan de hand is. En dan heb je al die rechters die plots van corruptiezaken gehaald worden wanneer ze een iets te veel ijver aan de dag leggen.

Voor de PSOE zijn 14 zetels het slechtste resultaat uit haar geschiedenis. De kiezers die de PSOE de rug toekeren zoeken een partij die de belangen van mensen, in plaats van de belangen van eigen partij voorop stelt. Het duurde zondag een hele poos voor Valenciano, de voorzitster van de Spaanse socialisten met een verklaring voor de proppen kwam. Ze gaf toe het tijd is dat het partijbestuur nu maar eens “diep gaat nadenken”.

Onafhankelijk Catalonië

In Catalonië stoten de links-republikeinen van Esquerra Republicana (ERC) de rechtse Convergència i Unió (CiU) van Artur Mas van de troon. Met 23,67 procent van de stemmen behaalt ERC een indrukwekkende overwinning. Partit dels Socialistes en Partido Popular zijn de grote verliezers. De deelname aan de verkiezingen ligt opvallend hoger in Catalonië dan in de rest van Spanje.

De overwinning van Esquerra Republicana volgt op een campagne die in het teken stond van het onafhankelijkheidsdebat dat in Catalonië centraal staat. De nationalistische partijen willen op 9 november een volksraadpleging organiseren om aan de Catalanen te vragen of ze zich willen afscheiden van Spanje. De nationalisten hebben er tijdens deze campagne bij de kiezers op aangedrongen te stemmen om de aandacht van de Europese Unie op het Catalaans onafhankelijkheidsproces te vestigen. De oproep heeft gewerkt want de deelname steeg met meer dan tien punten (47,6 procent). In 2009 was dat 36,9 procent.

De vraag is of Artur Mas zich nu nog de absolute leider van het Catalaanse onafhankelijksproces kan noemen?

Zondag minimaliseerde Mas zijn nederlaag: “Deze verkiezingsuitslag staat ten dienste van het referendum van 9 november en de institutionele stabiliteit van Catalonië. Deze stabiliteit staat garant voor de goede werking van het referendum.”

Voor Catalonië wordt de volksraadpleging van 9 november de volgende stap. Volgens de Spaanse grondwet is zo’n raadpleging onwettig. In Catalonië sleutelt men nu aan een manier om de grondwet te omzeilen. Want de nationalistische partijen zijn het er over eens dat de uitslag van die volksraadpleging hen in staat zal stellen om vanuit een sterke positie met Madrid te onderhandelen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.