Opinie - Thomas Decreus

Europa is geen cultureel, maar een politiek probleem

Vaak wordt beweerd dat Europa een onmogelijke constructie is, vanwege de culturele diversiteit in Europa. Maar die stelling is sterk betwistbaar. Veeleer is het de huidige Europese constructie die verdeeldheid aanwakkert.

woensdag 21 mei 2014 11:58

Een kleine twee jaar geleden stelde
Thierry Baudet in zijn H.J. Schoo-lezing dat Europa voor een keuze
staat: georganiseerde ontbinding of een gewelddadige explosie. Aan de
basis van deze provocatieve stelling lag de gedachte dat Europa te
divers is om het tot een politieke eenheid om te smeden. Het gros van de
nieuw- en oudrechtse eurosceptici vallen op dit idee terug. Hun
oplossing? Europa kan hoogstens een los samenwerkingsverband worden
tussen verschillende naties die elk hun onophefbare eigenheid hebben.
Het idee van ‘minder Europa’ berust hoofdzakelijk op dit denkbeeld.

Aan de basis van dit eurosceptische standpunt ligt een politieke
filosofie die het best kan omschreven worden als nationaal-liberalisme.
Het vertrekpunt van dit nationaal-liberalisme is de gedachte dat een
liberaal-democratische staat pas kan functioneren wanneer er een
nationale identiteit bestaat die leden van de politieke gemeenschap met
elkaar delen. Deze gedeelde, nationale identiteit zorgt ervoor dat de
diversiteit van een liberaal-democratische staat niet ontaardt in
onoverbrugbare verdeeldheid of sektarisme. Voor de nationaal-liberaal is
de nationale of culturele identiteit de lijm die de politieke
gemeenschap bijeenhoudt.

Deze gedachte wordt niet enkel onderschreven door rechtse
eurosceptici. Vele politici, opiniemakers en academici hanteren – al dan
niet bewust – het nationaal-liberalisme als denkkader. Het volstaat om
een korte blik te werpen op het hele debat omtrent multiculturalisme.
Volgens talrijke tegenstanders van de multiculturele samenleving
ondermijnt de veelheid aan minderheidsculturen het gezonde functioneren
van de liberaal-democratische staat. De verschillen tussen culturen
zouden naar hun idee leiden tot culturele en politieke conflicten die de
gemeenschap verscheuren. Vandaar dat integratie en assimilatie als
‘oplossing’ naar voor worden geschoven. De evidentie waarmee integratie
en assimilatie als ‘oplossing’ worden beschouwd, is recht evenredig met
de stilzwijgende aanname van een nationaal-liberaal denkkader. Vandaar
dat het verre van toeval is dat de zwaarste eurosceptici ook de
hevigste tegenstanders zijn van een multiculturele samenleving.

Gemeenschap en politiek

De achilleshiel van het nationaal-liberalisme is niet de gehechtheid
aan het liberaal-democratische stelsel, maar het poneren van een
nationale gemeenschap die zogezegd de voorwaarde vormt voor het goed
functioneren van het liberaal-democratische bestel. Om preciezer te
zijn: het is het statuut dat aan die nationale gemeenschap wordt
toegekend, dat problematisch is. Nationaal-liberalen beschouwen de
nationale of culturele gemeenschap als een entiteit die aan het
politieke functioneren voorafgaat. Het gaat dus om een pre-politieke
culturele identiteit. Een identiteit en collectieve cultuur die niet
bemiddeld is door politiek, maar de mogelijkheidsvoorwaarde vormt voor
politiek.

De cruciale vraag is echter of een prepolitieke vorm van gemeenschap
mogelijk is. Dat lijkt hoogst twijfelachtig. Het zou dan om een spontane
gemeenschap gaan die los van machtsinterventies tot stand komt en wordt
gereproduceerd. Een natuurlijke, spontane lotsgemeenschap die op al
even spontane wijze een bepaald waarden- en normenpatroon ontwikkelt.
Het klinkt mooi, maar het is je reinste fictie.

Iedere gemeenschap kent een politieke oorsprong. Politiek in de zin
dat een gemeenschap steeds het product is van een macht die de
gemeenschap afbakent en de condities voor haar reproductie instelt. Een
culturele gemeenschap is niet de oorzaak van een politieke constellatie
als de natiestaat, maar het product ervan. Het volstaat om een
geschiedenisboek open te slaan om ons van die fundamentele waarheid te
vergewissen.

Hardwerkende Germanen

Collectieve, culturele identiteiten zijn steeds politieke
constructies. Wanneer we dit inzicht uit het oog verliezen, heeft dat
drastische gevolgen voor zowel de manier waarop we naar politiek kijken
als de manier waarop we politiek bedrijven. Toegepast op Europa: als de
diagnose algemene ingang vindt dat Europa niet werkt omdat er te grote
culturele verschillen zijn, dan worden in wezen politieke problemen
geculturaliseerd. Zodoende worden ze uit het domein van de politieke
discussie gehouden.

Eén van de meest opvallende culturaliseringen binnen Europa heeft
betrekking op de schuldencrisis. Toen landen als Griekenland, Spanje en
Portugal in de problemen kwamen met hun begrotingen, was het niet lang
wachten op politici en opiniemakers die wezen op de verschillen tussen
de Noord-Europese en Zuid-Europese cultuur als verklaring voor de
schuldencrisis. De economische crisis werd gezien als een culturele
breuk tussen hardwerkende, zuinige Noord-Europeanen en potverterende,
corrupte Zuid-Europeanen. De ‘siëstacultuur’ moest worden beteugeld via
hardvochtige besparingsmaatregelen, opgelegd vanuit Europa. Door dit
soort ‘oplossingen’ werd de politieke dimensie van de schuldencrisis
volledig uitgebannen.

Wat de schuldencrisis bovenal liet zien was een gebrek aan politieke
eenheid en solidariteit binnen Europa. Dat is geen cultureel probleem,
maar een politiek probleem dat terug te voeren valt op de manier waarop
Europa zelf politiek werd vormgegeven. Het Europese project is ontstaan
als een economisch samenwerkingsverband met een neoliberale inslag,
waaraan later een politieke laag werd toegevoegd. De twee grootste
effecten van dit beleid zijn een groeiend sociaal conflict en een
ernstig democratisch tekort. Het zijn deze effecten – in tegenstelling tot culturele factoren –
die de verdeeldheid binnen Europa creëren.

Het huidige Europa is een Europa
waarin concurrentie, privatisering en liberalisering voortdurend worden
gestimuleerd en geïmplementeerd, ten nadele van solidariteit en
samenwerking. Het gevolg hiervan is dat staten en burgers als
concurrenten tegenover elkaar komen te staan. Het gebrek aan
minimumlonen bijvoorbeeld leidt tot een race to the bottom in verschillende sectoren. Deze race to the bottom
wakkert op zijn beurt nieuwe vormen van racisme aan. Als bouwvakker zou
je voor minder een Pool (en dé Polen) minachten die onder de gangbare
prijs werken en zo het loon in de sector laat zakken.

Boven op het verdeeldheid zaaiende economische beleid, komt de gammele
democratische constructie die Europa is. Eén van de fundamentele
problemen binnen de huidige Europese constructie is de onzichtbaarheid
van de macht. Wie er wat beslist en op welk moment, valt nauwelijks te
controleren. Dit gegeven is omgekeerd evenredig met de invloed die
Europa heeft op het leven van de doorsnee Europeaan. Wanneer Europa dan
beslissingen neemt die regelrecht indruisen tegen het belang van die
doorsnee-Europeaan, dan wordt het heel moeilijk voor die Europeaan om
zijn politieke woede en kritiek tegen een specifieke instantie te
richten. Wat overblijft is een ongekanaliseerde woede tegen Europa op
zich. Ziedaar de voedingsbodem voor het anti-Europees sentiment waar
rechtse krachten gretig op inspelen.

Wat vele pro-Europese politici niet lijken te begrijpen is dat het
neoliberale en ondemocratische politiek-economische beleid de
verdeeldheid aanwakkert die ze tegen elke prijs willen ombuigen in
eenheid. Het is Europa zelf die de sleutel tot eenheid of verdeeldheid
in handen heeft. Culturele verschillen of spanningen zijn in wezen de
reflectie van een bepaald soort politiek beleid. Pas als iedereen
daarvan overtuigd is kan de politieke discussie over Europa echt
beginnen.

Dit stuk verscheen eerder op Tenk 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!