Opinie - LucasCatherine

De stemtest anno 1576

Je hebt mensen die de toekomst proberen te voorspellen en mensen die het verleden navertellen. Voor het eerste gebruiken sommigen De Stemtest. Ze kunnen dan zien welke partij zal winnen in de komende verkiezingen. Ik gebruik ook De Stemtest, maar dan om de verliezers te herkennen, vroeger, lang geleden toen Brussel een republiek werd, zonder dat er officieel over gestemd werd.

dinsdag 20 mei 2014 10:39

Over die Republiek en de Geuzenopstand heb ik hier al geschreven,
twee jaar geleden, onder de titel ‘De Val van Brussel’. Daarop kwamen
zelfs reacties als, je zou daar een boek moeten overschrijven. Wel dat
doen we dus. Op algemeen verzoek van negen lezers.

Maar nu zit ik ook met een probleem. Voor welke partij van toen moet
ik kiezen? Niet de officiële winnaars, de barokke, katholieke kaloten,
want je kent mijn definitie van geschiedenis: ‘Geschiedenis zijn de
medailles die de overwinnaars zichzelf op de borst spelden. De officiële
geschiedenis beschrijft de voorkant van die medailles. Marxisten
beschrijven hun achterkant.’ Dat van marxist moet u nu, even toch, zo
maar laten passeren. Ik zit in een sperperiode en mag geen electorale
reclame maken. Alhoewel. Ik deed De Stemtest en kwam uit bij Ecolo/Groen
en volgens mij klopt dat van geen kanten, want Groen, dat is de nieuwe
CVP. Zwijg Lucas, sperperiode! Toch heb ik het voor die stemtest. Ik heb
hem dus uitgeprobeerd op het jaar 1576, toen wij in Brussel de Republiek
uitriepen en de Spaanse koning naar huis stuurden, met de woorden – ze
zijn van een rederijker, de toenmalige Hugo Camps:

Als alles werd geproeft om u te stillen,
Hebt ghy geensins willen, u wreetheyt laten staen:
Maar even hard, doen dooden, braen en villen,
End’ ons door geschillen, gesocht oock te verraen.
Daerom kond’ men u niet dulden,
Maer ’t was tydt om u t’onthulden,
Op dat m’eens vry
Waer van u tiranny.

Toen waren er in Brussel en Nederlandse ommelanden verschillende
partijen actief. Het was allemaal begonnen bij het gewone volk en die
stemden voor de Wederdopers of Anabaptisten. Die waren
zeer populair onder het stedelijk proletariaat. Ze stonden voor een
absolute gelijkheid van elk individu, utopische communisten. De
toenmalige Liesbeth Homans – de baas dus als de baas weg is, toen
noemde men dat gouvernante – beschreef hen als “Arm en onbeschaamd,
leeglopers. Ze willen alle goud en zilver aanslaan. Ze willen alle
kerkelijke en adellijke goederen gemeenschappelijk en tot algemeen bezit
maken.” De term ‘miljonairstaks’ bestond nog niet. Op hen stemmen? Niet
echt, ze zijn namelijk een rare toer op gegaan. Zij bestaan nog in
Nederland als Doopsgezinden en verder in Amerika als Mennonieten en
Amisch, als zwarte kousenkerken.

Luther

Luther

Dan waren er de Lutheranen. Die wilden wel de keizer of de koning
bewaren, als de scherpe kantjes er maar werden afgeslepen, de burger
iets meer vrijheid kreeg in zake geloof en ethiek. En verder het Spaanse
leger: buiten! en meer macht voor hun leider en bekendste figuur, Willem van Oranje.
Willem was meer dan voorzichtig. Dit leverde hem zelfs zijn bijnaam op,
De Zwijger. Als er namelijk over de essentie werd gediscuteerd, zweeg
hij, keek de kat uit de boom en stemde daarna met de meerderheid. Hij
wist waarom hij voorzichtig was: hij incasseerde ieder jaar in zijn
Brusselse residentie als rijkste man van de Nederlanden een jaarinkomen
van 150.000 gulden. Het ‘bnp’ van al zijn bezittingen. Dat was 3.000
maal het inkomen van een timmerman. Een huidig CEO kan er maar van
dromen. Het systeem was volgens Oranje zo slecht nog niet dat je het
grondig moest veranderen.. Nu begrijp ik ook waarom Louis Tobback zich
een Orangist noemt.

En dan waren er de Calvinisten, aartsrepublikeinen,
spreekbuis van de pas ontstane burgerij. Hun leider, Olivier vanden
Tympel schreef toen al een Burgermanifest. Ik wil het u niet onthouden
(u voelt mijn voorkeur komen). Het is wel in het Brusselse
Renaissance-Nederlands van toen, maar u leest Shakespeare toch ook in de
taal van toen?

Eigenlijk is het een soort grondwet avant la lettre, en een voorbode
van de Franse Revolutie: een grote stap naar de scheiding van Kerk en Staat door de godsdienstvrijheid die hij bepleit. Niet langer de vorst
bepaalt de religie in het gebied, maar de individuele burger. Verder
verdedigt hij de nationale eenheid en laat hij het economisch belang van
de burgerij primeren.

Olivier van den Tympel

Olivier van den Tympel

Verclaringhe ghedaen by Jonckeren
Olivier vanden Tymple,Gouverneur ende Capiteyn generael binnen der stadt
Bruessel, opden derden September 1579.
Een oplijsting van alle grieven tegen het Spaanse bestuur, een pleidooi
voor eendracht, maar ook over het economisch nadeel van een splitsing en
het voordeel van de blijvende alliantie met Holland en Zeeland. Verder
een pleidooi voor vrijheid van godsdienst, te verkiezen boven
onverdraagzaamheid en inquisitie.

Enkele citaten: “Men heeft toen ook
ghesien hoe men mijnen heere den Prince van Orangien heeft dese
Nederlanden doen verlaeten ende hoe men ommeghespronghen heeft metten
Grave van Egmont,… den heere van Brederode…”
Hij pleit, om economische reden voor een “vasten ende onverbrekelijcken
accordt ende vriendschap… “ tussen alle Nederlanden. Voor Vanden Tympel
ging de strijd niet enkel om godsdienst, maar om nationale eenheid en
een nationale economie, met een overwicht voor de Brabantse en Vlaamse
burgerij. Daarnaast bestond volgens hem het gevaar van een versnippering
van de Nederlanden, wat de bedoeling van het Spaanse regime was op
lange termijn: “Brabant te scheiden van Vlaenderen ende ander
Provincien”.

Tympelvlag

Tympelvlag

De Spanjaarden wilden de opstand verzwakken door het politiek gewicht
van Brabant en Vlaanderen te verminderen. Dat ging tegen de economische
en demografische realiteit in. Men moet weten dat de opbrengsten (nu
zouden we zeggen het BNP) van Vlaanderen en Brabant samen 61 procent van het
totaal van de Nederlanden uitmaakten. Ook demografisch hadden Brabant en
Vlaanderen een overwicht: 42 procent van de Nederlanders woonden daar (ter
vergelijking Holland telde slechts 10,5 procent van de totale bevolking der
Nederlanden).

Van die verbondenheid tussen enerzijds Brabant en Vlaanderen en
anderzijds Holland en Zeeland was heel de handelsburgerij van de
Nederlanden zich bewust. Daniël van der Meulen, een geboren Antwerpenaar
maar commercieel actief in Holland formuleerde het vijf jaar later op
zijn manier: ”de natuere, de gelegentheyt
vande wateren, de gemeynscap van stroomen ende traffique, de oude
vrientscap en de gewente onder malcanderen die de Landen van Brabant en
Zeelant sóó met den anderen verknocht ende verbonden heeft, dat het
gevuelen vande welvaert oft qualicvaert van d’een of d’ander hen,
gelijck in de leden eens lichaems, tot den anderen versterct sulx datter
geen spaltinge, geene scheydinge ende verderff d’een oft d’ander can
overcomen, sonder dat d’andere deselvige fortune subject zij.” Om die
scheiding te verhinderen eist Vanden Tympel dat “de Spaengnaerden ende
alle vreemdelinghen souden vertrecken uyten Lande ende alle steden ende
stercten (forten nvda) stellen in handen vanden ingheborene vanden
Lande…”

Als daarentegen de macht van de Spaanse koning zou worden hersteld dan “is
teenemael claer dat de landen ende besondere dese stadt nootelijcken
(noodzakelijkerwijs, n.v.d.a.) sullen moeten vallen in duysentmael swaerder
inconvenienten dan die nochertijt hebben gheleden.”

Daarom is hij tegen de politiek van de Waalse Provincies die met de Unie van Atrecht voor Spanje kozen en willen
“de Walsche Provincien oock om d’ander gheunieeerde te dwinghe en dese
Stadt teghen de macht vande selve gheunieerde te houden staende” en voor
Spanje te kiezen. Zij zijn de wegbereiders van een “grouwelijcste ende
bloedichste inwendighe oorloge… in plaetse van ruste, peys ende vrede.”

Maar ik hou op, net als Batavus Droogstoppel wil ik u niet vervelen,
met mijn Brussels uit de Renaissance en vooral, het wordt nu inhoudelijk
gevaarlijk, want voor ik het weet of wil gaat de N-VA deze tekst
opvragen bij de Koninklijke Bibliotheek om er een argument in te zoeken
dat “de Walen toen al een blok aan ons been waren”. En bij die partij
ben ik bij de stemtest niet uitgekomen. Zo dus.

Een laatste raad voor 25 mei, van mijn moeder zaliger die zei toen ik
voor het eerst een stemhokje binnenging: ‘stemmen voor de goei!”. In
1576 dachten ze dat in Brussel ook: we steunen Van den Tympel en winnen
met vlag en wimpel. Dat heeft niet mogen zijn. Daarom hou ik mij aan de
verkiezingsslogan van Edouard Klein, lang geleden Brussels schepen:
Voyez grand, votez Klein.

Dit stuk is eerder verschenen op Salonvansisyphus 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!