Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Analyse

#BringBackOurGirls: een andere aanpak is mogelijk

De internationale campagne #BringBackOurGirls” is ontstaan uit de beste bedoelingen, maar mag de deelnemers niet blind maken voor de politieke en economische agenda van het Westen in Nigeria. Een andere aanpak moet gebaseerd zijn op wat de Nigerianen zelf willen doen.
woensdag 14 mei 2014

De twittercampagne #BringBackOurGirls geeft mij als anti-racistisch feministe een onbestemd gevoel. Werd het nieuws van de ontvoerde schoolmeisjes in Nigeria eerst nauwelijks opgepikt door Westerse media, de voorbije week verschijnen vele bekende en minder bekende personen met bordjes en selfies op verscheidene sociale media om ‘Our Girls’ op te sporen en uiteindelijk te bevrijden. De VS heeft intussen toegezegd om het Nigeriaanse leger bij te staan in het zoeken van de meisjes, evenals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada en China.

Natuurlijk is dit verschrikkelijk. Ook mij baart de situatie van de meisjes grote zorgen. Het moet verschrikkelijk zijn wat zij en hun families meemaken. Net als ieder ander normaal mens keur ik ten diepste af wat daar momenteel gebeurt.

Het verheugt me dus dat uiteindelijk toch zoveel mensen zich druk maken over het lot van de 280 ontvoerde Nigeriaanse schoolmeisjes. De vraag is echter of de strategie van deze campagne de meisjes wel ten goede komt en of deze recente actie altijd met goede intenties (zonder verborgen agenda’s) wordt ondersteund.

Hoe het allemaal begon

De hashtag #BringBackOurGirls startte op 23 april 2014, negen dagen na de ontvoering op 14 april. Tijdens de openingsceremonie van een bijeenkomst in de Nigeriaanse stad Port Harcourt riep Oby Ezekwesili, vicepresident van de Afrikaanse afdeling van de WereldBank, het publiek op om de schoolmeisjes terug te brengen. Twee mannen in het publiek twitterden haar boodschap de wereld rond met de hashtags #BringBackOurGirls en #BringBackOurDaughters. Later die dag nam ook Ezekwesili zelf deze hashtags over.

Het duurde echter nog tot 30 april voor er in de Westerse media werd bericht dat de Nigeriaanse meisjes zouden worden vastgehouden als seksslavinnen door islamistische militanten van Boko Haram. Ook zouden zij sommige meisjes verkopen als bruid. Vanaf die dag werd de hashtag massaal overgenomen. Intussen werd hij reeds meer dan een miljoen keer gedeeld.

Eind april startte ook een jonge Nigeriaanse vrouw op www.change.org een petitie om haar solidariteit met de meisjes te uiten en om de wereld herinneren aan ‘haar plicht’. Vervolgens startte Amnesty International de Tumblr-pagina http://bringbackourgirls.tumblr.com/ waarop mensen aan de hand van foto’s hun solidariteit kunnen uiten.

De eerste effecten

De massale aandacht in de media en op sociale netwerksites lijkt zijn eerste vruchten af te werpen. Na een aanvankelijk passieve houding van drie weken beloofde de Nigeriaanse president Goodluck Jonathan, evenals minister van Informatie Labaran Maku, dat zij de meisjes zullen bevrijden, ongeacht waar zij zich bevinden.

Minister Maku verzekerde daarbij dat de daders gestraft zullen worden. De familieleden van de vermiste meisjes vinden echter dat de autoriteiten nog altijd te weinig doen om de meisjes terug te krijgen.

Onze meisjes

Zoals gezegd nemen veel mensen in het Westen de hashtag #BringBackOurGirls over. Ongetwijfeld doen en deden veel van hen dit met de beste bedoelingen; uit bezorgdheid, uit verontwaardiging, het feit dat het gaat om veel jonge meisjes.

Wat echter problematisch is, is dat er daarbij wordt gesproken over ‘Our Girls’. Waarom zouden deze meisjes ‘van ons’ zijn? Omdat het overwegend christelijke meisjes zijn die dreigen te worden bekeerd tot de islam? Omdat het meisjes zijn waarmee wij ons verwant voelen, vanwege hun gedeelde christelijke identiteit? Omdat wij hen moeten redden van het Grote Kwaad, met name een religie die onverzoenbaar zou zijn met vrouwenrechten?

Heel wat deelnemers aan deze campagne bezondigen zich aan een zelfde redenering als de rebellen van Boko Haram. Namelijk het toe-eigenen, ditmaal vooralsnog retorisch, van meisjes die niet van hen zijn en waar zij in principe niets over te zeggen hebben. Door de paternalistische retoriek van de campagne ‘BringBackOur Girls’ ontstaat er een woordenstrijd tussen enerzijds het Westen en de Nigeriaanse regering en anderzijds de rebellen, die eveneens stellen dat ‘de meisjes van hen zijn’. Dit spierballengerol dreigt de werkelijke belangen van de meisjes te verdringen naar de achtergrond.

Late en selectieve verontwaardiging

Bovendien is dit verlate en selectieve verontwaardiging. In eerste instantie berichtte de Westerse media nauwelijks over het lot van de meisjes. Drie weken later beheerst dit nieuws dagelijks de media en beroert het vrijwel alle wereldleiders en vele gebruikers van netwerksites. Waarom wordt er ineens massaal op de situatie gedoken na een mediastilte van enkele weken?

Daarbij vraag ik mij ook af waarom men zo bezorgd is over het lot van uitgerekend deze meisjes. Wereldwijd worden er dagelijks vele meisjes en jongens ontvoerd. Waarom horen wij daar niets over? Moeten we ons niet afvragen waarom alleen voor deze éne ontvoering grootschalige acties worden opgezet of ondersteund?

Gegronde argwaan

Als Westerse mogendheden ineens hun zorgen beginnen te uiten over het lot van kwetsbare, buitenlandse vrouwen, komt dat veelal niet voort uit een vorm van feminisme of solidariteit met de vrouwenstrijd tegen discriminatie en voor gelijke rechten.

Vele politici die zich bekommeren over vrouwen ergens ver weg in het buitenland dragen in eigen land de vrouwenzaak helemaal niet zo’n warm hart toe. Zij schieten pas in actie als er iets ergs gebeurt met ‘weerloze’ vrouwen in het buitenland. Denk hierbij aan Afghanistan. De onderdrukking van de Afghaanse vrouw was één van de legitimeringen van de oorlog daar. Na dertien jaar Westerse militaire interventie is hun situatie niet verbeterd. Nog los van het feit of en hoe zij dat zelf zouden willen.

Feminisme wordt met andere woorden selectief toegeëigend door mensen die in se weinig op hebben met de vrouwenstrijd maar voor wie feminisme nuttig kan zijn ter legitimering of omkadering van een groter, allesbehalve feministisch project.

Interventies niet gericht op verbetering lot vrouwen

Veelal is het doel van een effectieve interventie niet om meisjes en vrouwen ter plaatse werkelijk te helpen. In het geval van Westerse bemoeienis of effectief Westers ingrijpen wordt er niet tot nauwelijks naar de vrouwen en meisjes zelf geluisterd. Vragen als: ‘Ervaren jullie een probleem? Zo ja, hoe kunnen wij jullie helpen?’, worden niet eens gesteld. Lokale vrouwengroepen die aan buitenlandse mogendheden om middelen vragen om zelf te komen tot een oplossing, worden vrijwel nooit ondersteund.

Dit was overigens al eerder het geval in Nigeria. In 2003 werd een internationale campagne gevoerd tegen de doodstraf door steniging. Verschillende Nigeriaanse activisten die zich in eigen land inzetten voor de afschaffing hiervan klaagden over de negatieve effecten van deze campagne. Die waren volgens hen contra-productief. Zij brachten henzelf en hun militante medestanders in Nigeria in gevaar.

Alternatieve aanpak is mogelijk

In plaats van een typisch Westerse top down-aanpak, “Laat ons het zaakje maar overnemen. Wij weten precies wat deze meisjes nodig hebben. Wij zullen helpen om hen te bevrijden door het versterken van het Nigeriaanse leger”, pleit ik voor een veel voorzichtiger aanpak.

Een aanpak waarbij in de eerste plaats wordt geluisterd naar de betrokkenen, die weten wat de lokale dynamieken en problematieken zijn. Op basis hiervan kunnen gezamenlijk acties worden uitgestippeld die effectief zijn toegesneden op de situatie ter plaatse en die rekening houden met de lokale cultuur. Het Westen moet zich hierbij uiterst bescheiden maar dienstbaar opstellen.

Deze Nigeriaanse meisjes mogen geen speelbal worden van een Westers narcistisch ‘kijk eens hoe verlicht en behulpzaam wij zijn’-project dat enkel wordt aangegaan omdat het past binnen de eigen politieke agenda, een zogenaamd ‘nobel’ optreden dat scherp afsteekt tegen de ‘barbaarsheid’ van de zwarte Ander (Boko Haram)

Iedere steun, ieder ingrijpen moet uiteindelijk in dienst staan van het welzijn van de ontvoerde meisjes. Zij moeten de mogelijkheid en vrijheid terugkrijgen om hun leven in een geweldloze omgeving naar eigen believen vorm te geven.

Niemand twijfelt aan de goede intenties van de deelnemers aan de campagne #BringBackOurGirls. De geschiedenisboeken staan echter vol met goedbedoelde acties die zonder kennis van zaken werden aangevat en juist daarom zonder effectief resultaat eindigden.

Herdenk Ken Saro-Wiwa

We doen er goed aan onszelf te herinneren aan hoe we ons gedroegen toen Ken Saro-Wiwa namens zijn volk, de Ogoni, eveneens in opstand kwam tegen de uitbuiting door de Nigeriaanse overheid ten bate van Britse, Franse en Amerikaanse oliebedrijven, meer bepaald ten bate van Royal Dutch Shell.

Die democratische en vreedzame protesten werden toen bloedig onderdrukt. Ken Saro-Wiwa werd geëxecuteerd op 10 november 1995 zonder dat het westen enige tegenmaatregel nam – ondanks massale protesten van de civiele maatschappij in zowat de hele wereld.

De tragedie van het Nigeriaanse volk is dat ze pas aandacht krijgen voor hun lot nu dat protest tegen deze uitbuiting en repressie is overgenomen door de extremistische terroristen van Boko Haram.

De meisjes terugbrengen is een eerbaar doel op korte termijn. Op lange termijn moeten we ons beraden over de redenen waarom het rijkste land van Afrika – met de grootste voorraad aan zowat eender welke grondstof – nog steeds een straatarme bevolking heeft. Dat is een campagne die vooral hier gevoerd moet worden.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.