Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Opinie

Worden de rijken echt rijker en zakken meer mensen af naar armoede?

In 2010 reisde Geert Mak het traject achterna dat John Steinbeck hem had voorgedaan in 1960. Al reizend stelde hij zich de vraag “Waar zijn de gezellige en levendige ‘Main Streets’ in die typische Amerikaanse dorpen gebleven? Waar is het beloofde land, de American Dream, dat Steinbeck overal meemaakte naartoe? Hoe is het zo ver kunnen komen?”
maandag 12 mei 2014

Waar zijn de gezellige en levendige ‘Main Streets’ gebleven?

Net zoals John Steinbeck die over zijn reis rapporteerde in zijn boek Reizen met Charley schreef Geert Mak zijn bevindingen neer in zijn boek Reizen zonder John. Op zoek naar Amerika: “Overal waar je rijdt zie je dichtgetimmerde stadscentra. De hoofdstraat is vervallen, stadje na stadje. Iedereen doet zijn inkopen in het winkelcentrum aan de rand van de voorstad”.

Steinbeck reed nog door levende stadscentra. Op Main Street kwam iedereen iedereen tegen en in de diner of de saloon werd er lustig op los gediscussieerd. Mak stelt ook vast dat grote delen van Amerika echt arm zijn geworden. Maar ook de betere middenklasse kan amper de eindjes aan mekaar knopen. “Terwijl de doorsnee arbeider zich in Steinbecks tijd een aardig huis en een auto kon permitteren en zijn kinderen naar college kon sturen met één inkomen in het gezin, lukt het nu amper om rond te komen met twee. Mensen worden daar heel wanhopig van.”

Waar is de American Dream?

Mak citeert een commentator die zei dat het sinds Reagan is alsof een grote stofzuiger de dollars van de armen en de middenklasse opzuigt ten voordele van de rijken. Inderdaad, de statistieken bewijzen het: tussen 1979 en 2006 steeg het inkomen van de armen met één procent, dat van de middenklasse met 21 procent en dat van de rijkste tien procent met 256 procent.

De ‘American Dream’ klopt niet meer. Voor het eerst zullen de kinderen het minder goed hebben dan hun ouders. Hard werken biedt geen garanties meer. De snelwegen zijn versleten, de openbare nutsvoorzieningen verkeren in ellendige toestand, de elektriciteitslevering en de telefoonverbindingen zijn onbetrouwbaar, de gezondheidszorg voor velen onbetaalbaar. Een degelijk sociaal vangnet is onbestaande.

Hoe is het zo ver kunnen komen?

Het geloof in het grote verhaal van ‘the American Dream’ is altijd waar gebleken. Wanneer het eens wat minder ging stond de overheid klaar om bij te sturen. Roosevelt met zijn ‘New Deal’ dat de aanzet gaf voor een verzorgingsstaat. Landbouwprogramma’s en publieke investeringen werden uitgewerkt. Later, na de Tweede Wereldoorlog, kwam Lindon Johnson met zijn ‘War on Poverty’ dat hij ‘The Great Society’ noemde. Onder meer in onderwijs en infrastructuur werd aanzienlijk geïnvesteerd. Vanaf de jaren 1970 werd het bestaande progressief belastingstelsel geleidelijk omlaag gebracht.

In 1981 verlaagde de hoogste aanslagvoet van 48 procent naar 28 procent. In 1981, onder Ronald Reagan, kwamen er nieuwe bonussen en verlagingen. Ten slotte werd onder George Bush en Bill Clinton de belastingdruk in het voordeel van de grootste inkomens herschreven. De belasting werd het gouden kalf waar vooral niet mocht aan worden geraakt. Met de grote beurskrach in 2007 en de daaropvolgende openbarstende huizenbubbel, was door het gebrek aan financiële buffer voor de meeste Amerikanen een catastrofe onvermijdelijk.

Van Brenton Woods met Keynes naar de Golden Sixties

In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog ondertekenden 44 landen, waaronder België, in Brenton Woods een akkoord met als doel het monetaire financiële systeem te stabiliseren en in het bijzonder de economie te herstellen. Eén van de voornaamste sterkhouders was John Maynard Keynes, die mee aan de wieg stond bij de oprichting van de Wereldbank en het IMF.

Keynes was ook de inspirator die stelde dat de staat de economie moet stimuleren door banen te creëren en openbare werken te bevorderen. Het begrotingstekort mag daarbij oplopen. De ‘Golden Sixties’ werden gekenmerkt door relatief hoge progressieve belastingsschijven waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten droegen.

Het tij keert in de jaren 1980

De vroege jaren 1970 van vorige eeuw werden enerzijds getekend door de Vietnamoorlog, anderzijds door het grote tekort op de Amerikaanse handelsbalans. De zenuwachtigheid van een aantal Europese landen leidde tot het einde van de vaste wisselkoersen zoals was vastgelegd in het Bretton Woods-akkoord. De uit de pan swingende olieprijzen en de variabele wisselkoersen verminderden de rentabiliteit van de investeerders. De overheidschuld stijgt en de Keynesdoctrine staat onder druk.

Zo ook in België. In 1983 wordt de vennootschapbelasting achtereenvolgend verlaagd van 48 procent, 45 procent, 43 procent, 41 procent tot 39 procent in 1993, samen met het verhogen van het aantal aftrekposten. In 1984 werden de roerende inkomsten bevrijd (roerende inkomsten, interesten en dividenden werden tot nog toe opgeteld bij de andere inkomsten). Tussen 1988 en 2002 wordt de progressiviteit voor de hoogste inkomens herzien en zullen de heffingen van 72 procent, 69 procent, 63 procent, 57,5 procent, 55 procent en 52,5 procent worden afgeschaft.

De bankencrisis van 2008

De bankencrisis kende zijn ontstaan in de VS en besmette zowat het ganse mondiale bankwezen. De modaliteiten voor het toekennen van hypotheken werden sterk versoepeld met bovenop een zeer lage instaprente, waarbij in de beginperiode slechts de rente moest worden betaald. Pas in de tweede fase werd daar de afbetaling van de hypotheeksom aan toegevoegd. Bovendien werden er een groot aantal hypotheken verstrekt door gulzige hypotheekadviseurs die graaiden naar een grote productie.

De hypothecaire leningen in de VS werden door bankinstellingen herschapen tot financiële producten die werden doorverkocht als obligaties. Vaak verpakt met andere producten, waardoor de echte waarde onmogelijk nog kon worden geschat (CDO’s - Collateralised Debs Obligations) en op de markt aangeboden met een zeer hoog rendement (de veelbesproken besmette producten).

De stagnerende economie en de oververhitte huizenhypotheekmarkt waren de druppels die de emmer deden overlopen met het gekende banken-domino-effect. Het waren de overheden die met grote financiële injecties de banken moesten redden. Vanaf eind 2008 kromp de wereldeconomie en heel wat landen kenden een recessie. Een algemene bezuiniging werd ingeleid.

En de bezuinigingen in Europa gaan verder

Vanaf 2010 ontstond er discussie tussen de beleidsmakers en economen over het nut en de verdiensten van verdere economische besparingen. Toch gaan de besparingen onverminderd verder, terwijl de supergrote vermogens rustig toenemen.

Joseph Eugene Stiglitz, Nobelprijs voor economie 2001, voormalig vicevoorzitter van de Wereldbank: “Opzettelijke onwetendheid van Europese leiders is crimineel: Er bestaat geen enkel voorbeeld van een grote economie – en Europa is de grootste economie ter wereld – die herstelde dank zij besparingen (‘After Austerity’ – Project Syndicate – A World of Ideas, 7 mei 2012)”.

Paul Krugman, Nobelprijs voor economie 2008, best betaalde professor aan de Universiteit van New York, verbonden aan Princeton University en aan de London School of Economics : “Zoals elke verstandige econoom je had kunnen vertellen (en dat hebben we echt gedaan, echt) zorgden bezuinigingen voor meer problemen in de kwetsbare Europese economieën. Dat ondermijnde het vertrouwen van de financiële markten en zorgden voor politieke instabiliteit (The New York Times – 18 mei 2012)”.

Paul De Grauwe, professor aan de London School of Economics and Political Science, gewoon hoogleraar emeritus aan de KUL en voormalig Belgisch senator voor VLD : “Hoe geraken we uit deze vicieuze cirkel? Als iedereen pessimistisch gestemd is moet er iemand opstaan die het optimisme aanwakkert. Dit kan vandaag alleen gebeuren door de overheid. Die zou vandaag een signaal moeten geven aan de bedrijven door zelf meer te gaan investeren. Er zijn voldoende interessante investeringsprojecten in de groene economie, in het publiek transport, in het onderwijs, die een hoog rendement hebben. Bovendien kan de overheid in België en in heel Noord-Europa aan belachelijk lage rentevoeten ontlenen" (De Morgen – 14 januari 2013).

De mondiale inkomensongelijkheid is extreem en gevaarlijk gestegen

De rijkdom is internationaal gigantisch gegroeid bij een bijzonder kleine minderheid. In de Verenigde Staten steeg het vermogensaandeel dat 1 procent van de bevolking bezit de laatste 30 jaar van 10 naar 30 procent. Sinds 2009 ging 95 procent van de inkomensgroei naar 1 prccent van de totale bevolking van de VS. In 1950 verdiende een topdirectielid twintig keer zoveel als het gemiddelde loon van een werknemer, nu bedraagt dit tweehonderd keer zoveel. Sinds 2000 jaar situeert de gemiddelde jaarlijkse groei van economie zich onder de 2 procent, het gemiddelde rendement op het kapitaal tussen de 4 en 5 procent. Naarmate de economie minder groeit, zal de rendementskloof stijgen.

Inkomensongelijkheid is een internationaal fenomeen. Hoe vrijer de kapitaalmarkten, hoe gemakkelijker de kapitaalvlucht naar de belastingparadijzen. Bovendien zal extreme inkomensongelijkheid de democratie ondermijnen, een bijzonder kleine groep superrijken is in staat de geopolitiek te controleren. Om een rechtvaardige vermogensverdeling te verkrijgen is een mondiale progressieve vermogensbelasting noodzakelijk. Hogere belastingen hoeven geen economische barrière te betekenen. (cfr. De naoorlogse periode 1945 – 1980 met in België gestructureerde en geglobaliseerde belastingtarieven van 72 procent voor de hoogste inkomens).

Aan het woord is de Franse econoom Thomas Piketty die hierover een boek van 985 bladzijden schreef en dit verduidelijkt met 97 grafieken nadat hij gedurende vijftien jaar gegevens had verzameld uit 22 landen. Een werk dat bijzonder goede recensies kreeg in Washington Post en The New York Times. Zelfs de Economist schreef lovende kritieken. Volgens Paul Krugman schreef Piketty “wellicht wel het belangrijkste economische werk van dit decennium”. Branko Milanovic, belangrijk expert van inkomensongelijkheid en voormalig hoofdonderzoeker bij de Wereldbank, beschrijft het werk als een “mijlpaal van het economisch denken”.

De inkomensongelijkheid is ook in België extreem gestegen

Ook in België werd het lijvig traktaat enthousiast onthaald. Op de eerste bladzijde van De Standaard van 5 april 2014 prijkte de foto van Piketty onder de titel “De enige redding is een wereldwijde vermogensbelasting”. Het toegevoegd DS-weekblad drukte een lijvig interview over zes bladzijden af met de titel: ‘Thomas Piketty, de schrik van one percent’.

De zakenkrant De Tijd (15 maart) vraagt aandacht voor Piketty onder de titel “Belastingpleidooi dat zelfs rechts verleidt” en drukt op 22 maart het verbaal duel tussen minister van economie Johan Vande Lanotte en economieprofessor (KU Leuven) Joep Konings af: “De Franse econoom Thomas Piketty heeft gelijk: de 1 procent meest vermogende mensen betalen weinig belastingen, het is de middenklasse die goed betaalt. Het lijkt me logisch om het geld bij die eerste groep te halen. Maar dat is moeilijk omdat kapitaal vluchtig is.” De Morgen besteedde aandacht aan Piketty op 29 maart en op 4 april onder de titel: ‘Ook in België kun je iets doen tegen ongelijkheid’.

Er zijn in België weinig officiële studies over vermogensverdeling te vinden, vermits er in België geen vermogenkadasters bestaan. Een recente studie van de Nationale Bank geeft dat 10 procent van de rijkste Belgen 44 procent van het netto vermogen bezitten. Dit bewijst de inkomensongelijkheid, temeer omdat er een groot aantal Belgen rekeningen bezitten in belastingsparadijzen.

Piketty stelt dat kapitaal meer opbrengt dan arbeid, zeker een reden om rendabele staatsbedrijven te stimuleren waarbij de rendabiliteit ten goede komt aan de gemeenschap.

De keuze ligt bij de beleidsmakers: de rijken nog rijker maken of kiezen voor een rechtvaardig progressief belastingstelsel waarbij alle opbrengsten, inclusief opbrengsten uit vermogen, gelijkwaardig en transparant worden belast.

Frank Van Dessel schrijft over culturele activiteiten voor curieus, S-plus en ABVV 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

6 reacties

  • door Roland Horvath op dinsdag 13 mei 2014

    1/ In de VS werden in de jaren 1930 en - 1960 de consumenten gered. Tevens werden de banken gesplitst in spaar/ krediet banken en zogenaamde zakenbanken/ aandelen. Nu worden in een economische crisis de banken gered niet de consumenten. Dat is een kortsluiting in de geld kringloop van ondernemingen naar consumenten en terug. In de VS werden lonen voortdurend verlaagd per bedrijf wat de hoofdoorzaak is van de kredietcrisis in 2008. De banken doen alle bankverrichtingen zowel in de VS als in de EU. De EU maakt geen aanstalten om banken te splitsen, wel om hen te verenigen in een bankenunie. Een bank in moeilijkheden kan niet verhinderd worden te falen door de overheden via het ESM of door de andere banken gezien de betrokken geldhoeveelheden.

    2/ Voor 1980 werd de economie gestimuleerd door de overheid en waren bedrijfslasten en personenbelastingen hoog. Nu wordt er bespaard met als excuus dat na enkele jaren de economie dan vanzelf opbloeit wat nog nooit is voorgekomen zoals gesteld in het artikel.

    3/ Er is wereldwijd een voor de economie en - de maatschappij ongezonde inkomensverdeling waardoor alleen de 1% rijker worden en grote kapitalen bezitten. Dan ligt een vermogensbelasting voor de hand. Maar kapitaal is vluchtig. Er is ook de mogelijkheid om meer belasting te heffen bij de bedrijven. Tenslotte is de prijs van de goederen het probleem van consumenten en overheid. Dus moet eerst het geld daar gehaald worden. De ondernemingen moeten meer geld: Lonen- lasten op arbeid of op machines- BTW- vennootschapsbelasting- rente- dividend uitdelen aan hun toekomstige klanten om meer geld te ontvangen bij hun verkopen. De productie van goederen is niet zo vluchtig als kapitaal.

    4/ De bedrijfslasten zijn verrekenbaar in de prijs van het verkochte product en hen verhogen stimuleert de -huidige- economie. Bedrijfslasten -eerder dan personenbelastingen: inkomsten of vermogen- zijn de financiering van de Sociale Zekerheid SZ, lonen en koopkracht. De neoliberale politieke partijen en de - EU willen de bedrijfslasten verminderen en dus ook SZ, lonen en koopkracht afbouwen en/of privatiseren, zoals in Griekenland gebeurt, zogenaamd ten bate van het concurrentievermogen van de GMO in feite voor hun exportwinst, de export bedraagt slechts 15% van het EU BBP. Ten koste van KMO en consumenten door een gebrek aan koopkracht. Zoiets ruïneert de economie zoals de gebeurtenissen in de VS aantonen. Productie vereist consumptie en omgekeerd. Besparingen zij nodeloos want er is een economische overcapaciteit in de EU dus er zijn meer dan genoeg Materialen, Machines en Mensen om uit te breiden, te investeren. Het verminderen van de investeringen door de overcapaciteit moet niet noodzakelijk gecompenseerd worden door investeringen in nieuwe dingen. Het huidige financiële probleem, geldgebrek bij consumenten en overheden, kan opgelost worden met financiële middelen namelijk meer bedrijfslasten. Dat hoeft niet te betekenen dat de prijzen stijgen. In veel gevallen kan die dalen als de vaste kosten verrekend worden over een grotere productie.

    5/ Het is redelijk rente en dividend te beperken tot de stijging van het BBP. Anders wordt er ingeteerd op het vermogen van de lener, die geld moet terugbetalen. Bovendien moet een aantal beursverrichtingen verboden worden omdat ze alleen een financieel gevolg hebben en geen invloed hebben op de materiële productie. Die beperkingen voorkomen een te ongelijke en ongezonde inkomsten- en vermogensverdeling.

  • door Bart op dinsdag 13 mei 2014

    “There are two ways to conquer and enslave a nation. One is by the sword. The other is by debt.” -- John Adams

    "enslavement by debt" DAT is wat die kenyesiaanse mythe van 'begrotingstekort mag oplopen' ons opgeleverd heeft.

    die schuld was in Belgie ook niet nodig geweest op de 44 jaar aan cijfers die belgostat heeft) is er: * 330,648 miljard meer uitgegeven dan het totale inkomen * 520,565 miljard uitgegeven aan rente op staatsschuld (dat is dus 189,917 miljard meer dan geleend, om dat in perspectief te zetten dat is grofweg gelijk aan het jaarinkomen van de overheid anno 2012)

    De laatste 3 jaar heeft onze socialistische premier nog maar eens 40.504 miljard euro teveel uitgegeven (aan 2% rente is dat 810 miljoen per jaar die van elk toekomstig budget afgaat)

    Voor 2013 zie je verder: * 7.165 miljard uitgegeven aan werkloosheidsuitkeringen * 2.443 milard uitgegeven aan brugpensioenen * 12.386 miljard aan rente op staatsschuld

    En waar horen we de politiek over praten? Juist ja, het te duur zijn van de brugpensioenen en de werkloosheidsuitkeringen, en hoe die overheidsschuld niet belangrijk is.

    Het invoeren van keynesiaanse geinspireerde overheidsbudgetten was en is de grootste slag die de rijken ooit thuisgehaald hebben. Zolang we niet terugkeren naar sluitende budgetten blijft de overheid slaaf van de financiele grootmachten ... met alle gevolgen vandien.

  • door Roland Horvath op dinsdag 13 mei 2014

    @ Bart Cornelis. De overheid kan de economie stimuleren met maatregels gefinancierd met schuld. Er is nog een 2e weg : Meer belastingen vooral bedrijfslasten. Dat hindert de economie niet integendeel de koopkracht neemt toe, de ondernemingen ontvangen meer bij hun verkopen, meer activiteit en werkgelegenheid.

    Overheidsschuld was altijd een goede belegging. Uiteindelijk gaat bij overheidsschuld geld van arm naar rijk ten gevolge van de rente die alleen door de rijken ontvangen wordt, het blijft in het staatshuishouden, het is geen verlies. Met een schuld van 100% van het BBP opgebouwd in 30 jaar wordt bij een overheidsbeslag van 50% 6,2% van de uitgaven van de overheid gefinancierd met schuld. Als er niet terugbetaald wordt is er af en toe een herfinanciering nodig. In plaats van op de kapitaalmarkt te moeten lenen, moeten de nationale overheden in de EU kunnen lenen bij de ECB zoals de banken doen.

    De grootste slag die de superrijken/ miljardairs/ grootkapitaal/ GMO ooit hebben thuisgehaald is het feit dat de geldcreatie door de centrale bank en door de banken in private handen is in de meeste landen. Maar de allergrootste slag is wat de EU de laatste 4 jaar wettelijk tot stand gebracht heeft: de sixpack/ begrotingscontrole 2011, het ESM 2012 om banken te redden met overheidsgeld, de 'twopack' 2013 waardoor de EU commissie maatregels van de lidstaten kan veranderen. Dat alles om de GMO en dan vooral de banken te dienen. Mens, milieu en overheden zijn knechten, materiaal, wegwerpartikelen voor de GMO. Hiermee kunnen Sociale Zekerheid SZ, lonen en koopkracht afgebouwd worden ten bate van de exportwinst van de GMO. De EU moet een goedkope werkplaats worden voor de GMO.

    • door Bart op woensdag 14 mei 2014

      @roland

      u schrijft: "De overheid kan de economie stimuleren met maatregels gefinancierd met schuld."

      De keerzijde van dat Kenyesiaanse idee is dan wel dat die gemaakte schuld afbetaald wordt op momenten dat het goed gaat. De historische cijfers (belgostat) zijn overduidelijk DIT GEBEURD NOOIT, en dat feit vormt dit argument om in goedklinkend bedrog.

      u schrijft: "Uiteindelijk gaat bij overheidsschuld geld van arm naar rijk ten gevolge van de rente die alleen door de rijken ontvangen wordt"

      precies, overheidsschuld vergroot dus de kloof tussen rijk en arm, en dat is precies wat we NIET moeten hebben.

      "Overheidsschuld was altijd een goede belegging."

      daar ben ik het dus compleet mee oneens:

      - ten eerste is overheidsschuld een herverdeling van rijkdom in de verkeerde richting (zoals je zelf al aangaf).

      - ten tweede was die schuld compleet onnodig: 330 miljard teveel uitgegeven, 520 miljard rente betaald over zelfde periode. Dat is dus ongeveer een volledig jaarinkomen van de overheid dat aan de rijken gegeven is bovenop de gemaakte schuld (en er is nog niks van de schuld afgelost dus dat bedrag zal enkel stijgen) En enkel omdat onze politici de zelfdiscipline niet hebben om het begrip 'delayed gratification' in praktijk te brengen.

      - ten derde zorgt die enorme schuldenberg ervoor dat de overheid afhankelijk is van het grootkapitaal (voor die herfinancieringen zonder welke de staat failliet gaat, dit is wat in griekenland gebeurd is). Die afhankelijkheid van het grootkapitaal betekend dat de overheid de macht niet meer heeft om nee te zeggen tegen de eisen van dat grootkapitaal (i.e. dat neo-liberale beleid, de voorbeelden die u noemt zijn het gevolg niet de oorzaak)

  • door Roland Horvath op woensdag 14 mei 2014

    @ Bart Cornelis. Uw 2e argument: De rente op de overheidsschuld =A wordt door de belastingbetaler aan de overheid betaald: Dus door iedereen die belastingen betaalt, de rijken betalen het meest =B. Nochtans, zij ontvangen alle rente. De geldtransfer van arm naar rijk is A - B, dat bedrag is veel kleiner dan de 520 miljard = de door de overheid betaalde rente.

    Uw 3e argument. Inderdaad de overheid is afhankelijk van de kapitaal markt. Maar dat is een ongezonde om niet te zeggen waanzinnige toestand. En een gevolg van het feit dat de geldcreatie in private handen is. Geld is nochtans en collectief goed. De overheid moet kunnen lenen bij de ECB zoals de banken doen.

    • door Bart op woensdag 14 mei 2014

      @roland:

      u schrijft " Inderdaad de overheid is afhankelijk van de kapitaal markt. Maar dat is een ongezonde om niet te zeggen waanzinnige toestand."

      zover ben ik het met u eens... maar vervolgens gaat u verder met: "En een gevolg van het feit dat de geldcreatie in private handen is."

      Dat is doodgewoon niet waar:

      het is de grote schuldenberg die de overheid afhankelijk maakt van het grootkapitaal (want die berg is zo groot dat hij niet meer op een normale manier af te betalen is wat constante herfinanciering nodig maakt)

      Die grote schuldenberg is een logisch en onvermijdelijk gevolg van het consistente en langdurige financiele wanbeheer van een door Keynes geinspireerde overheid...

      We hebben in Belgie een overheid die de laatste 44 jaar, (i.e. de periode waarvoor belgostat cijfer heeft) 42 keer meer uitgeven heeft dan de inkomsten, en meestal flink meer (op het hoogtepunt in '81 was het 1/3 meer, gemiddeld was het 8.27% meer)

      Hoe je dat ook draait of keert, dat is financieel onverantwoordelijk, en dat kan niet blijven duren.

      u schrijft: "de rijken betalen het meest"

      dat is niet de indruk die ik heb, voor zover ik kan zien is het met name de middenklasse die de belastingen betaald, de rijken betalen via allerhande creatieve constructies, die gebruik maken van de vele achterpoortjes, net het minste belastingen (en dat wordt alleen maar erger)

      wat het aan rente betaalde bedrag betreft:

      De laatste 44 jaar is er in totaal reeds 520 miljard betaald aan rente, dat is ~190 miljard meer dan nuttig besteed is (als je ervan uit kunt gaan dat al het teveel uitgeven geld nuttig besteed is, een aanname die op z'n best twijfelachtig is). Er is op diezelfde periode nog geen euro van het teveel uitgegeven bedrag afgelost.

      Dat geld ging naar de entiteiten met bergen staatsbons en dat wil zeggen: voornamelijk het grootkapitaal.

      Er is is vorig jaar 12,386 miljard uitgegeven aan rente op de staatschuld. we zijn met ruwweg 11 miljoen belgen, dat is dus ~1126 euro per belg.

      Ja, ook de middenklasse heeft staatsbons, maar hoeveel middenklasse gezinnen ken je die met hun rente van staatsbons zelfs maar in de buurt komen van de (1126 euro x #gezinsleden), die ze nodig hebben om kiet te spelen?

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties