about
Toon menu
Opinie

Vranken vs Homans: sprookjes zijn niet van deze wereld

Dinsdagavond wordt "Thatcher aan de Schelde" voorgesteld. Al voor verschijning was dit boek doelwit van heftige debatten, ook op deze site. Auteur Jan Vranken licht toe.
dinsdag 29 april 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

‘Er was eens een jonge vrouw die er prat op ging dat ze haar weg helemaal zelf had gemaakt. Ze was immers grootgebracht in wat indertijd een "gebroken" gezin werd genoemd, ze woonde in een sociale woning en ze werkte als jobstudente voor haar zakgeld en om haar studies te betalen. Die weg bracht haar uiteindelijk op een belangrijke positie: OCMW-voorzitster én schepen van Sociale Zaken, Wonen, Diversiteit en Inburgering, Samenlevingsopbouw en Loketten van de grootste stad in Vlaanderen.’

Dat is alles wat er aan biografische gegevens over mevrouw Homans in mijn boek Thatcher aan de Schelde staat. Al bij al drie regels. Het zijn zaken die ze zelf tijdens haar vele interviews ter sprake bracht; alle andere verwijzingen betreffen haar optreden als politica en dus als publieke figuur. Wie het boek koopt om meer over haar jeugd te weten te komen, moet ik dus teleurstellen; die is op andere lectuur aangewezen. Ik weet dat ik hiermee de verkoopcijfers van Thatcher aan de Schelde geen goed doe, maar de waarheid heeft ook haar rechten.

Mijn boek is dus geen aanval op de persoon van mevrouw Homans; het gaat over het beleid dat ze voert. Het mag dan wel een uitgekiende strategie zijn om kritiek op dat beleid als persoonlijke aanvallen aan te klagen; dat brengt ons geen stap verder op weg een beter sociaal beleid voor Antwerpen. Want, zoals ik als opdracht schreef in het exemplaar dat ik haar gaf na het debat in Terzake: ‘Du choc des idées jaillit la lumière’ (Boileau). Maar dan moet het natuurlijk over ideeën gaan…

Droom

Dat ik mijn boek inleid met een ‘sprookje’, gebeurt welbewust. Voor veel te veel beloftevolle jongeren blijft het inderdaad een droom om hun dromen waar te maken, omdat ze veel te veel hinderpalen moeten overwinnen. En wie wél slaagt, werd daarbij geholpen door allerlei voorzieningen in onze samenleving, zoals kinderopvang, vrijwel gratis onderwijs vanaf de peutertuin, een hele waaier aan sport- en spelfaciliteiten, bibliotheken, theaters en musea, kinderbijslag, sociale uitkeringen voor de kostwinners als die niet aan het werk kunnen, goedkope gezondheidszorg, behoorlijk openbaar vervoer en sociale huisvesting. Het is dus nooit op eigen kracht dat je succesvol bent, evenmin als alles wat er misloopt je eigen schuld is. Maar mevrouw Homans gaat er prat op dat zij alles op eigen houtje heeft bereikt en dat anderen dat dus ook maar moeten kunnen. Daarmee ontkent ze het licht van de zon: dat ze – net als ik, overigens – een kind is van de ‘welvaartsstaat’.

Het uitgangspunt van mijn boek is dan ook: dat we meer zorg moeten besteden aan het hele stelsel van sociale voorzieningen dat na de Tweede Wereldoorlog tot stand is gekomen, dat ons zovele kansen heeft geboden en dat nu van alle kanten onder vuur ligt. Hoe belangrijk die voorzieningen zijn voor onze persoonlijke en collectieve welvaart, welke impact ze hebben op ons dagelijkse leven, zal pijnlijk duidelijk worden wanneer ze verder worden uitgehold. Maar dan is het natuurlijk te laat.

Het is mijn vrees dat dit staat te gebeuren: vandaag in Antwerpen, morgen in Vlaanderen. Dat is de reden waarom ik dit boek schreef.

Polemisch

Ik verwerp inderdaad het ‘rechten- en plichtenverhaal’ zoals het Antwerpse stadsbestuur en N-VA het zien; daarin heeft mevrouw Homans gelijk. Het boek dat ik daarover schreef is meer dan een politiek pamflet. Het is polemisch, dat wel, maar stevig onderbouwd door cijfermateriaal, literatuur en uitspraken van de belangrijkste protagonisten van het debat. Voor alles wat erin staat, worden de bronnen vermeld (150 voetnoten op het einde, plus uitvoerige bibliografie). Daarmee kan de lezer(es) uitmaken of uitspraken van mezelf zijn of dat ik anderen citeer. Vooraleer in het wilde weg naar het boek te trappen, zou men er dan ook best aan doen om het boek helemaal te lezen, de wat moeilijkere stukken inbegrepen. Dat blijken een aantal beweringen van mevrouw Homans van elke grond ontbloot.

Zo zou ik haar verwijten dat ze het leefloon in Antwerpen niet verhoogt. Iedereen die er iets van afweet, en ik dus ook, weet dat dit een federale materie is en dat Antwerpen zelf daaraan niets kan doen. Is het een (on)bewuste foute lezing van een zin op p. 72 waarin ik, Nick Mouton parafraserend, verwijs naar de laattijdige bijsturing van het programma van de N-VA met een punt over de ‘verhoging van de leeflonen (onder voorwaarden) en de allerlaagste lonen’?

Bronnen

In een recente open tribune in De Standaard past ze deze beproefde techniek nog eens toe. Zo zou ik schrijven dat ‘het OCMW mensen die in het bezit zijn van een wagen een leefloon zou weigeren tot ze die verkocht hebben’ en dat ‘het OCMW eerst (zou) eisen dat je je huis opleeft, voor je in aanmerking komt voor een leefloon’. Voor haar vormt dit een illustratie dat ik grijp naar ‘onvolledige citaten’. Dat doet u, mevrouw Homans. Ik citeer hier namelijk uit een stuk van Dirk Van Duppen en ik voeg er daar, in de voorwaardelijke wijs, aan toe dat ‘ik vrees dat de beschrijving van Dirk Van Duppen op DeWereldMorgen.be er niet ver naast is’. Correct omspringen met haar bronnen zou een historica sieren.

Er staan heel wat cijfers in mijn boek, maar er kunnen er zeker nog bij. Zoals gegevens over een aantal realisaties waarop mevrouw Homans prat gaat: dat er veel meer middelen naar het middenveld gaan en dat het budget van het OCMW tijdens deze legislatuur met 25 procent, dat is met zo’n 4 procent per jaar, zal stijgen. Maar een eerste blik op de geplande ontwikkeling van de uitgavenposten van het OCMW (een bijzonder ingewikkeld budgetmodel) over de periode 2014-2019 vertelt me dat de uitgaven voor een aantal relevante posten sociaal beleid wel enigszins achterblijven bij die 25 procent. Voor de posten gezondheidsaanbod, maatschappelijke integratie & ontplooiing (waaronder financiële hulp) en werk en activering is er een stijging – over de hele zes jaar – tussen 6 procent en 8 procent; net niet genoeg om gelijke tred te houden met de inflatie. Voor de prioritaire doelstelling ‘De sociale grondrechten van alle Antwerpenaren en in het bijzonder van mensen in armoede zijn gegarandeerd’ daalt het budget tussen 2014 en 2019 zelfs met meer dan een miljoen euro (van 10.038.524 euro naar 8.911.969 euro). Waaraan wordt die stijging dan wel besteed?

Maar over cijfers wil ik het binnenkort wel eens uitvoeriger hebben.

Boekvoorstelling Thatcher aan de Schelde, 29-04-2014 · Universiteit Antwerpen aula R.004, Rodestraat 14, 2000 Antwerpen, 20 uur · inkom gratis. Met inleiding door Bea Cantillon en interview met Jan Vranken door Lex Molenaar.