about
Toon menu
Opinie

Hayek: nuance of verbloeming?

Vorige week verscheen op DWM een hoofdstuk van het boek “De paradox van Hayek” van Jan Blommaert en mezelf. Kort daarna kwam er een reactie op van Lode Cossaer waarin hij ons verwijt te grossieren in “groteske misrepresentaties” en waarin hij stelt dat het werkstuk een “uitstekend boek wordt voor hen die vooroordelen over het liberalisme – als een slavernij rechtvaardigend, minderhedenonderdrukkend en armen uitbuitende ideologie – willen bevestigd zien.”
dinsdag 15 april 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Vooraleer ik een aantal kritieken van Cossaer aan een onderzoek onderwerp, is het zinvol even stil te staan bij de methodologie van het boek. We vertrekken van de, volgens ons correcte, vaststelling dat ideeën geen geïsoleerde dingen zijn die, afgesloten van de politieke en economische wereld, ergens in een filosofisch universum rondzweven.  Zij worden voortdurend gebruikt, misbruikt, aangepast en vertroebeld om reële politieke beslissingen te rechtvaardigen. Ze hebben effecten buiten het politiek-filosofisch universum die het leven van miljoenen mensen beïnvloeden. 

Dat lijkt allemaal triviaal en vanzelfsprekend, maar de conclusie die we daaruit trekken is dat een evaluatie van politieke ideeën geen abstractie kan of mag maken van de politieke en socio-economische effecten die er door worden gegenereerd. Dit idee passen we toe op de dominante ideologie die de laatste decennia het politieke doen en laten heeft beïnvloed, namelijk het neoliberalisme en één van haar aartsvaders: Friederich Hayek.

We bekijken de ideeën van Hayek en andere neoliberale denkers niet als geïsoleerde politiek-filosofische ideeën, maar we belichten ze door het prisma van hun reële effecten. En die effecten zijn niet fraai: toenemende ongelijkheid, precarisering, concentratie van politieke en economische macht in de handen van een kleine elite, uitholling van de democratie, overconsumptie, … .  

Accidents de parcours

Onze vaststelling is dat een politieke filosofie die vrijheid hoog in het vaandel voert, in de feiten leidt tot onvrijheid voor velen. Een van de tegenwerpingen die tegen deze werkwijze kan worden ingebracht en die Lode Cossaer impliciet lijkt te hanteren, is de volgende. De filosofische ideeën van Hayek zijn nooit in hun zuivere vorm toegepast en dus is het intellectueel oneerlijk, om niet te zeggen karikaturaal, om deze effecten op conto van Hayek en zijn ideeën te schrijven.

In zijn algemeenheid is deze kritiek terecht, maar ze geldt niet in alle gevallen. Dat een denker niet altijd verantwoordelijk kan gesteld worden voor het gebruik of misbruik van zijn ideeën aanvaarden we. Zo zou het inderdaad karikaturaal zijn om Nietzsche verantwoordelijk te stellen voor het misbruik van zijn ideeën door het Duitse nationaal-socialisme.

Er is echter een belangrijk verschil tussen Nietzsche en de politieke denkers van het neoliberalisme die we bespreken. Terwijl Nietzsche niet in staat was om te protesteren tegen het misbruik van zijn ideeën door het nationaal-socialisme – hij was al ruim 30 jaar overleden toen de Nazi’s aan de macht kwamen – kon Hayek zich wel distantiëren van eventueel misbruik van zijn ideeën door politici. Dat heeft hij echter nooit gedaan: politici zoals Margaret Thatcher en Ronald Reagan hebben steeds kunnen rekenen op zijn publieke steun. Ook t.o.v. van meer sinistere regimes zoals de Zuidamerikaanse junta’s van de jaren 80, voor wie individuele vrijheid niet bepaald een strijdpunt was, was de houding van Hayek op zijn zachtst gezegd coulant te noemen.

In tegenstelling tot wat Cossaer beweert, nemen wij denkers als Hayek wel serieus. Dat impliceert voor ons dat we concrete politieke interventies niet afdoen als accidents de parcours, maar als integraal deel van hun politieke denkwereld. Dat Hayek bijvoorbeeld voor overheidsregulering pleit in zijn geschriften is zeker waar, maar de steun die hij aan politici gaf die stelselmatig overheidsregulering hebben afgebouwd, zetten die passages toch in een ander licht.

Competitief mensbeeld

Met dit in het achterhoofd lijken heel wat van de opmerkingen van Lode Cossaer weinig relevant. Inderdaad we hebben niet alle redeneringen van Hayek weergegeven. Maar dat was ook niet de bedoeling. Onze stelling is eenvoudig weg dat de ideeën van Hayek en andere neoliberalen zoals die in de laatste decennia zijn toegepast en schijnbaar met goedkeuring van Hayek, desastreuze gevolgen hebben gehad voor een overgroot deel van de wereldbevolking.

Laten we enkele van de opmerkingen van Lode Cossaer van dichterbij bekijken. In ons artikel schreven we dat het vrijheidsconcept van Hayek uitgaat van een competitief mensbeeld. Cossaer verwerpt deze interpretatie:

“voor Hayek (en, bij uitbreiding, de andere Oostenrijkse economen) is het hele marktproces (en de samenleving) een gigantisch proces van sociale coöperatie. Een bedrijf - of het nu een VZW is of een Naamloze Vennootschap - is een coöperatief geheel van interacties. Uiteraard speelt er wel een competitief element: mensen concurreren met elkaar over de voorwaarden om samen te werken. De samenleving is dus zowel coöperatie als concurrentie, […]” 

Dit is inderdaad de visie van Hayek, maar het is onduidelijk hoe dit onze stelling ondergraaft. (Terloops dient opgemerkt te worden dat niet alleen mensen concurreren, maar vooral bedrijven. En die concurreren niet alleen “over de voorwaarden om samen te werken”; ze concurreren om grondstoffen, om productiemiddelen, om afzetmarkten etc. ) Immers, de markt als proces van sociale coöperatie werkt alleen maar als mensen concurreren, en belangrijker, in een marktsysteem worden mensen, om sociale coöperatie te realiseren, voornamelijk aangesproken op hun competitiviteit. Dus de sociale coöperatie, als die er is, is een gevolg van concurrentie.

Dit is een thema dat bij  alle liberale denkers terugkomt en door Mandeville beschreven werd met de prachtige oneliner private vices, public benefits. Er kan uiteraard gediscussieerd worden over de vraag of interindividuele concurrentie leidt tot sociale coöperatie (wij zijn daarover minder optimistisch dan Lode Cossaer), maar dat is niet wat hier ter discussie staat. Wat wel ter discussie staat is de vraag of dit een competitief mensbeeld veronderstelt of niet. En hierover lijkt weinig discussie te bestaan.

Ongelijkheid

Merk op dat het bovenstaande citaat ook aangeeft dat maatschappelijke processen steeds worden gedacht in termen van economische processen. Ook vrijheid wordt dus in economische termen geconcipieerd. Opnieuw is dat een perfect legitieme opvatting waar wij het echter niet mee eens zijn. Wat we vreemd vinden is dat deze tendens om maatschappelijke processen in termen van economische concepten te denken, wordt ontkend.

Opmerkelijk is ook dat Lode Cossaer beweert dat Hayeks opvattingen ruimte laten voor substantiële herverdeling:

“Nogmaals, dit laat uitgebreide herverdelingen toe zodat mensen meer kansen hebben om deel te nemen aan het proces van sociale interactie.”

Dat lijkt ons een weinig genuanceerde voorstelling van het denken van Hayek. Hayek waarschuwt herhaaldelijk dat herverdeling – zoals gebaseerd op progressieve belastingen – niet de doelstelling mag zijn van overheidsbeleid. Zijn kritiek op het sociaal beleid van de na-oorlogse welvaartstaat is precies dat het gericht is op herverdeling en dat dit onverzoenbaar is met de vrijheidsgedachte. Weliswaar betreurt Hayek het bestaan van een te grote materiële ongelijkheid en is niet tegen de vermindering er van. Zo schrijft hij in The Constitition of Liberty:

“Wanneer er legitieme redenen zijn voor overheidsinterventie en wanneer er verschillende mogelijkheden bestaan om het doel van de interventie te verwezenlijken, en wanneer toevallig één van deze interventies ongelijkheid vermindert, dan kan dat een goede reden zijn om de ongelijkheidsreducerende interventie te verkiezen.”

Dit klinkt mooi, maar tegelijk ook zeer vrijblijvend. Het cruciale punt is natuurlijk dat voor Hayek ongelijkheid op zich geen legitieme reden is voor overheidsinterventie. Wel laat hij toe dat overheidsinterventies toevallig leiden tot minder ongelijkheid. Hayek is inderdaad geen voorstander van ongelijkheid, maar dat maakt hem nog geen voorstander van bewust vorm gegeven herverdeling (en dus geen voorstander van meer gelijkheid). Dat hij in zijn concrete politieke interventies steeds beleidsmaatregelen heeft gesteund die (bewust) tot groeiende ongelijkheid hebben geleid, geeft aan hoe hoog het thema van herverdeling op zijn agenda stond.

Rijkdom zonder limiet

Een van die herverdelende maatregelen die Hayek verafschuwde zijn progressieve belastingen. In ons stuk  verwijzen we naar progressieve belastingen als limieten op accumulatie van rijkdom. We schrijven dan ook dat het vrijheidsconcept van Hayek impliceert:

“dat er geen beperkingen mogen opgelegd worden aan een individu in het proces van private eigendomsverwerving. Geld verdienen voor zichzelf verdraagt geen beperkingen en limieten.”

Cossaer brengt hier tegen in dat dit geen correcte weergave is van Hayeks standpunt. Hij heeft gelijk wanneer hij stelt dat Hayek wel degelijk overheidsregulering toelaat. Maar wat wij bedoelden – en wat in deze formulering inderdaad niet helemaal duidelijk is – is dat er geen limiet, in de zin van progressieve belasting, op rijkdomsverwerving staat.  We zijn Cossaer dankbaar dat hij ons op deze onduidelijkheid heeft gewezen, maar voor het overige lijkt hij ons wel degelijk gelijk te geven als hij schrijft dat

“dat Hayek geen voorstander was van het limiteren van kapitaalaccumulatie omwille van het limiteren.”

Maar in tegenstelling tot Cossaer en Hayek denken we niet dat herverdeling een beperking is op kapitaalaccumulatie “omwille” van kapitaalaccumulatie, maar wel een beperking is die de vrijheid van hen die niet in staat zijn om te accumuleren mogelijk maakt.

De meritocratische klasse

Over Cossaers opmerkingen i.v.m. meritocratie kunnen we kort zijn: we schrijven nergens dat Hayek de vrije markt verdedigt op basis van meritocratie of stellen nergens Hayeks ideeën gelijk aan meritocratie.  We schrijven wel dat de facto de toepassing van de vrije markt leidt tot een meritocratie. Zoals Cossaer schrijft, is het Hayeks overtuiging dat de markt

“grosso modo, mensen beloont wanneer ze welvaart produceren voor anderen.”

Door het marktproces te reïficeren als ultieme en onpersoonlijke arbiter lijkt het alsof het om een objectief proces gaat. Maar dat proces wordt bepaald door mensen die zich op die markt begeven, en op die markt telt niet iedereen even zwaar mee.

Wie meer macht, d.w.z. koopkracht, heeft op de markt kan zijn evaluatie veel sterker laten doorwegen. Het is dus inderdaad de waardeschaal van een klasse van mensen die uitmaakt wie er beloond dient te worden en wie niet. Op die waardeschaal worden diegenen die al veel macht hebben dan ook als de meest verdienstelijken beschouwd en navenant beloond.   Dit leidt de facto tot een reproductie van een meritocratische klasse.

Geen karikatuur

We vinden in de kritiek van Lode Cossaer geen enkele reden om onze evaluatie van Hayeks politieke filosofie of het neoliberalisme te herzien. Dat onze voorstelling van zaken geen volledige behandeling van het denken van Hayek en bij uitbreiding van de neoliberale politieke filosofie is, accepteren we. Dat was ook niet de bedoeling, wel was het de bedoeling om de maatschappelijke ramificaties van het denken van Hayek te illustreren. Dat we hiermee een karikatuur maken van die politieke denkrichting verwerpen we echter ten stelligste en geen enkele van de door Cossaer aangebrachte argumenten wijzen in die richting.

De vrijheid verkwanseld: voorpublicatie

De nuance in Hayek: tussen vrijheid en overheid

reacties

2 reacties

  • door Bennie Janssens op woensdag 16 april 2014

    Beste Karim, Mag ik nog eens een verwijzing naar het oorspronkelijke artikel?

    • door Keltoum Belorf op woensdag 16 april 2014

      We hebben de links nu onderaan toegevoegd.

      K

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties