Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Voorpublicatie: ‘De neoliberale strafstaat’

Bleri Lleshi schreef ‘De neoliberale strafstaat’ waarin hij de lokale problemen van Brusselse jongeren in hun globale context plaatst. DeWereldMorgen.be publiceert een uittreksel uit het boek.
dinsdag 1 april 2014

Het boek ‘De neoliberale strafstaat’ is op 25 maart 2014 om 20 uur voorgesteld in het Kaaitheater te Brussel. Op 3 april is er een reprise in de Monty in Antwerpen (zie hier voor informatie).

Toenemende uitsluiting en ongelijkheid

De crisis van 1974 sloeg hard toe. De begrotingstekorten werden groter. De regeringen hadden – in hun ogen – niet veel keuze. Moesten er meer belastingen komen of zouden ze de welvaartsstaat afbouwen? Thatcher en Reagan waren voor de afbouw van de welvaartsstaat en tegelijk voor een verlaging van de belastingen voor de rijken. Toen er in 1989 een einde kwam aan het communisme in Oost-Europa, was dat voor de neoliberalen – en ook voor anderen – het bewijs van het zegevieren van het kapitalisme en van de neoliberale democratie.i

Maar wat zijn de feiten? In 2005 moest meer dan de helft van de wereldbevolking het doen met minder dan 2,5 dollar per dag. Een miljard mensen beschikte over minder dan 1 dollar per dag. In 2007 had de top 0,1% van de Amerikaanse huishoudens een inkomen dat 220 keer hoger was dan het gemiddelde. De 1% rijkste Amerikanen had een derde van de rijkdom van de VS in handen. Rijkdom is belangrijk en interessant om te meten. Zo ging in de VS tussen 2002 en 2007 65% van de gecreëerde rijkdom naar de rijkste 1%. Het loon van een CEO is 243 hoger dan dat van een gewone werknemer.ii

Van 1974 tot 2004 steeg het inkomen van de 20% armste Amerikaanse gezinnen daarentegen met amper 2,8%. In het Verenigd Koninkrijk viel het aandeel van de laagste 10% in het nationaal inkomen van 4,2% in 1979 naar 2,7% in 2002. De inkomensongelijkheid is stevig toegenomen. Er was een stijging van de lonen, maar er waren ook hoge schulden. Voor de gemiddelde Amerikaanse werknemer daalden de reële lonen. In 1979 was de schuld van de Amerikaanse gezinnen 46% van het bbp, in 2010 was dat al 98%. Er werden de afgelopen dertig jaar hoge winsten gemaakt, maar die zijn vooral naar een kleine elite gegaan. Vooral de financiële sector is met de winsten gaan lopen. In de jaren 1960 was 14% van alle ondernemingswinsten voor financiële firma’s.

Vandaag is dat 39%.iii

Het vrijemarktbeleid heeft weinig landen rijk gemaakt, maar het maakte wel rijke mensen nog rijker. De hervormingen die werden doorgevoerd waren vooral voordelig voor de rijken. Het is geen wonder dat we vandaag met de hoogste inkomensongelijkheid zitten sinds we die meten, en met een armoede die terugkeert en zelfs sneller toeneemt in ontwikkelde landen dan in de derde wereld. De Walton-familie, eigenaar van Wal-Mart, bezit 69,7 miljard dollar – evenveel als de rijkdom van de onderste 30% van de Amerikaanse bevolking. Dat toont niet alleen aan hoe rijk die familie is, maar ook hoe arm die 30% is. De ongelijkheid zie je ook in het onderwijs waar in de top van Amerikaanse colleges slechts 9% van de studenten uit de onderste 50% van de bevolking komt en 74% uit de bovenste top 25%.iv

De trickle-down-economisten beloofden dat als de rijken meer zouden ontvangen, iedereen daarvan zou profiteren. In werkelijkheid is dat verre van het geval. Vooral een kleine rijke elite heeft geprofiteerd en van groei is er niet veel in huis gekomen. Wat we vandaag zien is geen trickledown, maar eerder ‘trickle up’: rijken die het geld halen bij de armen en de middenklasse en zo nog rijker worden.v Terwijl de ongelijkheid blijft toenemen en we midden in een Grote Recessie zitten, lijken de mensen die het zelf nog niet aan de lijve voelen weinig ongerust. Slechts 42% van de Amerikanen denkt dat de ongelijkheid is toegenomen. Mensen hebben ook veel te optimistische schattingen over sociale mobiliteit. Bovendien toont deze score aan dat de sociale mix klein is. Mensen weten weinig over de leefwereld en de situatie van andere groepen en klassen. De hogere middenklasse kan zich niet inleven in de lagere middenklasse en de armen.vi

Auteurs Richard Wilkinson en Kate Pickett hebben met cijfers aangetoond hoe schadelijk ongelijkheid is. Hoe meer ongelijkheid, hoe meer sociale problemen in een samenleving, vooral bij groepen die met die ongelijkheid worden geconfronteerd. Geweld, criminaliteit en gezondheidsproblemen nemen toe in landen waar de inkomensongelijkheid groter is. Het vertrouwen in een samenleving neemt bovendien af naarmate de ongelijkheid groter is. Mensen gaan minder voor elkaar zorgen en minder dingen samendoen. Het wantrouwen groeit, angst neemt toe. Grotere ongelijkheid in een maatschappij waar de nadruk op competitie ligt, betekent ook meer stress over je status. Zaken die goed gaan schrijven we aan onszelf toe, dingen die mislopen zijn de schuld van externe factoren.vii

Door de ongelijkheid nemen ook onze gezondheids- en mentale problemen toe. In de VS is een op de vier volwassenen de voorbije twaalf maanden mentaal ziek geweest. Bij een kwart van hen gaat het om serieuze problemen. In 2003 spendeerden de VS meer dan 100 miljard dollar aan het behandelen van mentale ziektes. In het Verenigd Koninkrijk werden in 2005 29 miljoen voorschriften voor antidepressiva uitgeschreven. Een kost van 400 miljoen pond voor de National Health Service.viii

Ongelijkheid is zonder twijfel een van de grootste problemen van het neoliberalisme en zolang het neoliberalisme blijft domineren, zal dit probleem alleen maar groter worden. Door de ongelijkheid aan te pakken bestrijden we tegelijk ook de symptomen van ongelijkheid zoals sociale problemen of onderwijsprestaties.

Werkloosheid en werkende armen

Volgens de meest recente cijfers van Eurostat zijn meer dan 18 miljoen mensen werkloos, het hoogste cijfer sinds 1995. In Zuid-Europese landen zijn de werkloosheidscijfers catastrofaal. Intussen neemt de armoede toe. Bijna 25% van de Europese bevolking riskeert in armoede te vervallen. En dat zijn niet alleen degenen die geen werk hebben, ook mensen die werken zijn soms arm. In Vlaanderen werd vroeger naar deze mensen verwezen met het Engelse ‘working poor’, maar ondertussen is die realiteit zo gewoon geworden dat de Nederlandse term ‘werkende armen’ al sterk is ingeburgerd. In Duitsland, een land dat zogezegd als voorbeeld moet dienen voor de rest van Europa, zijn er miljoenen werkende armen omdat er geen minimumloon bestaat.

Het neoliberalisme wil armoede bestrijden met werk, want naar neoliberaal adagium is werk de beste remedie tegen armoede. Werk maakt arme mensen zelfredzaam, is het uitgangspunt. Op zich een goed idee als er voldoende en kwalitatieve jobs zouden gecreëerd worden. Dat is ook het beleid dat de regering wil voeren – dat is althans de regeringsretoriek.

Vijftien ministers hebben zich geëngageerd in het aanpakken van armoede en de belofte is om tegen 2020 380.000 minder armen te hebben in België.ix Dergelijke voorstellen zijn nog moeilijk serieus te nemen als je weet dat de armoede in België net toeneemt ondanks de millenniumdoelstellingen om armoede te bestrijden en de beloftes om kinderarmoede uit te roeien.

Wat belangrijk is maar wat onze ministers vergeten te vermelden, is dat er veel te weinig werk is. Ook al willen mensen werken – en mensen willen werken, wat ‘topondernemers’ als Jan De Nul ook mogen bewerenx – er zijn veel te weinig vacatures, zoals blijkt uit de cijfers voor Vlaanderen en Brussel. En dit is niet het enige probleem. Politici hebben het graag over werk en activeren maar de vraag is: wat voor werk? Als het van rechtse partijen zoals de N-VA en Open Vld zou afhangen, dan grijpen we naar mini-jobs zoals in Duitsland. Nochtans hebben die het probleem van de armoede in Duitsland niet opgelost. Integendeel, van de zeven miljoen Duitsers die een mini-job hebben, leeft een groot deel nog steeds in armoede. Het systeem van mini-jobs heeft als het ware een kastensysteem gecreëerd dat ongelijkheid duidelijk zichtbaar maakt. Mensen moeten soms tot drie of vier mini-jobs aannemen om rond te komen.

‘Ik werk dertig uur per week als dienstmeisje in een Duits hotel en krijg net geen 500 euro per maand. Omgerekend is dat 4,44 euro per uur. Als ik mijn baas vraag hoe ik daarvan moet leven, zegt hij dat ik het normale uurloon krijg. Ik heb andere hotels gecontacteerd in de hoop een betere job te vinden, maar ik moet hem gelijk geven. Het betaalt overal zo slecht’, zegt een Duitse alleenstaande moeder van twee. ‘Ik voel me vernederd, schaam me dat ik ondanks mijn opleiding zo slecht betaald word.’

‘Om als gezin met kleine kinderen rond te komen, moet ik bij de staat om geld bedelen’, getuigt een andere Duitse jonge vrouw. Nog een andere getuigenis, van een jonge vader: ‘De laatste weken hebben we vaak enkel pasta of aardappelen gegeten. We moeten voortdurend geld lenen van mijn schoonouders. Die zijn heel begripvol, maar je voelt je klote als je voortdurend moet schooien.’ Officieel bestaan dergelijke jobs niet in België, maar in de praktijk wel. Een aantal van die flexwerkers getuigt in het weekblad Humo: ‘Ik heb drie jaar op dezelfde plek gewerkt met dagcontracten, onder het minimumbarema. Ik deed net hetzelfde werk als de vaste werknemers. Meer plichten, minder rechten’, vertelt een jonge vrouw.xi

Dergelijke banen wil men ook in België invoeren. Lage lonen zonder sociale rechten. Het voorbeeld van Duitsland zou onze politici nochtans net moeten duidelijk maken dat dit geen goed idee is. Volgens cijfers van Eurostat nam het aantal werkende armen in Duitsland toe met liefst 60,24% tussen 2005 en 2011. In België was dat nog geen 8%. Een derde van de mensen die een mini-job hebben, verdient minder dan 5 euro per uur. Dat rechtse politici dergelijke voorstellen steunen en zelfs bereid zijn om die jobs in te voeren, is onverantwoord. En wie dacht dat een mini-job toekomstperspectieven biedt om later beter werk te bemachtigen, koestert valse hoop want de cijfers uit Duitsland laten zien dat die kans bijzonder klein is.xii

Terwijl Duitsland zijn mini-jobs heeft, voerde het Verenigd Koninkrijk het nulurencontract in. Naar schatting werken één miljoen Britten met zo’n omstreden contract dat de werknemer weinig of geen garanties op werk, betaald verlof of ziektedagen biedt ook al werkt hij 30 uur per week. Zelfs Buckingham Palace geeft aan 350 tijdelijke werknemers zo’n contract.xiii

Zoals de rest van Europa kent ook België hoge werkloosheidscijfers, zeker voor de jongerenwerkloosheid. In 2013 hadden liefst 61.000 jongeren onder de 25 jaar geen werk, een stijging van 11,5% tegenover 2012. Onderzoek toont aan dat werkloze jongeren gemiddeld 12 sollicitaties per maand versturen.xiv Intussen heeft de Belgische overheid besloten om de werkloosheidsuitkeringen te verlagen met 40%. Volgens politici en de perceptie van de publieke opinie willen deze mensen niet werken. Daarbij wordt genegeerd dat laagopgeleiden weinig kans maken om aan de bak te komen in een stad als Brussel, waar zelfs hoogopgeleiden het moeilijk krijgen.

Laagopgeleiden zijn politiek onmondig, bereiken de publieke opinie niet en worden vooral op hun eigen zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid gewezen. Ze durven ook niet op te komen voor hun rechten want ze staan machteloos. Het is een onderklasse die in de armoede en uitsluiting is beland en daar moeilijk uitraakt. De neoliberale formule van flexibilisering, globalisering en activerend marktbeleid werkt niet. Waarom deze formule heeft gefaald en gedoemd is tot falen, komt in het volgende deel van dit boek aan bod.

i De Swert Gilbert, CrisisMoordenboek, EPO, Berchem, 2010, p.136-138.

ii Stiglitz Joseph, The Price of Inequality, W.W. Norton & Company, New York/Londen, 2012, p.1-3.

iii Idem.

iv Idem. p.6; p.19

v Idem, p.6-8.

vi Idem. p.147.

vii Wilkinson Richard en Pickett Kate, The Spirit Level. Why Greater Equality Makes Societies Stronger, Penguin Books, Londen/New York, 2010, p.18-20, p.44-45, p.56.

viii Idem, p.65.

ix ‘Werk is beste remedie tegen armoede’, De Standaard, 15 september 2012.

x ‘Er is gewoon geen goesting om te werken. Omdat het zonder ook kan’, Jan De Nul op Knack.be, 21 juni 2013.

xi ‘Jongeren en werk: flexjobs flutjobs’, Humo, 4 juni 2013.

xii Idem.

xiii ‘1 miljoen Britten met 0-uren-contract’, De Standaard, 5 augustus 2013.

xiv ‘Werkloze jongere verstuurt gemiddeld 12 sollicitaties per maand’, Vacature.be, 3 mei 2013.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.