about
Toon menu

Vragen aan De Wever - Een voorpublicatie uit 'Waarom twijfelen aan'

Met 'Waarom twijfelen aan' schreef Sven Naessens een boek dat poogt meer inhoud te brengen in het politieke debat. Wars van conventies en vooroordelen en op basis van eigen ervaringen en inzichten stelt Naessens vragen aan the powers that be. Een uittreksel
donderdag 27 maart 2014

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Ik vraag me af wat Friedrich Hayek nu zou schrijven in zijn boek ‘The Road to Serfdom’. Zijn centrale stelling dat alle vormen van collectivisme logisch en onvermijdelijk leiden tot tirannie, kon hij opbouwen rond de vroegere Sovjet-Unie. Het omgekeerde zou hij nu kunnen schrijven en opbouwen rond het thatcherisme en reaganomics: dat alle vormen van liberalisme logisch en onvermijdelijk leiden tot tirannie, werkloosheid, uitbuiting, armoede en een stijgende ongelijkheid.

Het eindpunt van De Wever

Elke ideologie heeft een begin en een eindpunt. Als Bart De Wever in maart 2013 zegt dat ze bij N-VA ‘Geloven in evolutie, niet in revolutie’‘ dan doet hij de waarheid eigenlijk oneer aan. Het eindpunt van zijn partij is immers een sociaal-economische revolutie die onderweg veel slachtoffers zal maken. Het traject naar het einde, dat is zijn evolutie. Het eindpunt is voor mij de revolutie.

De grootte van de afbraak en de snelheid waarmee die revolutie gepaard zal gaan, zal afhangen van de grootte van zijn partij. Hoe groter de partij, hoe sneller de afbraak zal volgen, hoe sneller hij zijn sociaal-economische eindpunt zal bereiken. En hoe sneller Duitse, Amerikaanse en Britse toestanden ons leven zullen bepalen. Het is dus belangrijk om verder te kijken dan morgen. Je moet weten wat het eindpunt is van de ideologie van De Wever.

Socialisme

Ook socialisme heeft een begin en een eindpunt. Mensen die zeggen dat socialisme niet werkt, die liegen. Of beter gezegd: ze hebben een interpretatie gemaakt van iets wat nog nooit echt een kans heeft gekregen. Die interpretatie is dus fout tot het tegendeel bewezen wordt. Het socialisme heeft immers nog nooit zijn eindpunt bereikt en kan dat pas bereiken als heel de wereld gesocialiseerd zou zijn.

Dat de uitspraak ’socialisme werkt niet’ compleet fout is, is makkelijk uit te leggen én te bewijzen. Socialisme en liberalisme hebben namelijk alvast één ding gemeen: ze stoelen allebei op een herverdeling van de welvaart. Socialisme wil dat iedereen evenveel krijgt van de gecreëerde welvaart waardoor er geen armoede meer bestaat. Op die manier ontstaat er dan een wereld waarbij iedereen evenveel heeft en dezelfde kansen krijgt. Liberalisme zorgt bewust voor een dik bevolkte onderlaag die in armoede leeft, een heel dun bevolkte toplaag die buitensporig veel heeft en de dikst bevolkte middenklasse die tussen de twee in zweeft.

Socialisme kan dus pas beginnen te werken als morgen iedereen evenveel zou hebben, als die drie lagen dus niet meer zouden bestaan, iets wat in onze mondiale geschiedenis nog nooit is gebeurd. Liberalisme start wanneer er één egoïst is die meer wil dan de rest en vooral ten koste van de rest, wat momenteel dagelijks gebeurt.

Cuba

Het argument dat socialisme niet zou werken, moet in het pleidooi van de tegenstanders aan kracht winnen door de parallel te trekken met Cuba. Een eiland, dus een wereld op zich, waar het socialisme decennialang heeft gewoed en volgens tegenstanders nooit heeft gewerkt. Maar het socialistische zaadje dat werd geplant in Cuba heeft ook nooit de kans gekregen om tot een mooie bloem te bloeien, laat staan te verstuiven naar de rest van de wereld.

In 1958 brak er een gewapend conflict uit tussen Fidel Castro en de zittende regering van dictator Fulgencio Batista. In 1960 startte de VS met zijn economische en financiële embargo tegen Cuba door de Cubaanse suikerexport naar de VS aan banden te leggen. De Sovjet-Unie sprong echter in het gat en werd de grootste afnemer van suiker. Door de relatie tussen Cuba en de Sovjet-Unie besloot president John F. Kennedy een economisch en financieel embargo in te stellen, maar wel pas nadat hij nog rap twaalfhonderd Cubaanse sigaren voor zichzelf had geïmporteerd. Na de Cuba-crisis stelde Kennedy ook een reisverbod in en Cubaanse tegoeden in de Verenigde Staten werden bevroren. Cuba kon niet meer aan zijn eigen geld. Ik voel mij soms een beetje Cuba vandaag als ik naar de bank ga.

In de jaren negentig werd het economische en financiële embargo tegen Cuba zelfs opgenomen in de Amerikaanse wet. Zo werd het mogelijk om bedrijven te vervolgen wanneer zij handel drijven met Cuba. Zelfs als het geen Amerikaanse bedrijven zijn, kunnen de VS hen sancties opleggen. Wij spreken schande van de muur die men rond Palestina heeft gebouwd, maar de glazen muur die de VS rond Cuba bouwde, lijkt ons minder te deren.

De pleitbezorgers van de vrije markt, de tegenhangers van het socialisme, hebben dus decennialang alle moeite van de wereld gedaan om ervoor te zorgen dat de Cubaanse ideologie zo goed als mogelijk geïsoleerd bleef. Die omzetting van een ideologie in de praktijk was dus blijkbaar niet voor verdere verspreiding vatbaar. Als ik er morgen echter van overtuigd ben dat er iets niet werkt en ik ben tegenstander, dan zou ik er hoegenaamd geen tijd in steken, want het werkt toch niet. Dat men er wel zo veel tijd aan heeft besteed, is dus een bewijs op zich dat socialisme misschien wel eens zou kunnen werken. De schrik zit er dan ook goed in dat mensen dat op een moment zouden beginnen te geloven, want al het geld van de 1% in de wereld zal niet genoeg zijn om de 99% tegen te houden op dat moment.

Tijd om vragen te stellen

Bart De Wever en N-VA mogen dan nog zo hard hun best doen als ze willen, hun ideologie is neoliberaal. Hun recepten zijn ook dezelfde en de uitkomst zal ook grote overeenkomsten vertonen met de huidige sociaal-economische toestanden in Amerika, Groot-Brittannië en Duitsland. Ook denkers als Hayek en Friedman stelden hun liberalisme anders voor aan de massa en verkochten het allemaal als de te bewandelen weg naar persoonlijke vrijheid. Dat Bart De Wever en N-VA hun ideologie altijd proberen te verkopen door te stellen dat zij slechts een deel van de ideeën van bovenstaande personen willen invoeren, daar geloof ik niets van.

Maar misschien wordt het eens tijd om het aan hen te vragen. Welke beslissingen van Thatcher, Reagan en Merkel gaan jullie overnemen? Waar trekken Bart De Wever en N-VA de lijn in de ideologie van Hayek, Friedman, Rand en Dalrymple? Waar zitten deze bezielers van de vrije markt fout in hun ideologie en waarmee gaan Bart De Wever en/of N-VA niet akkoord? Die vragen worden nooit gesteld en omdat ze ontbreken, ontbreekt het aan inhoud in elk debat.

Zo ben ik er ook van overtuigd dat vele N-VA-aanhangers met de beste bedoelingen meewerken aan de partij, maar dat zij zouden afhaken als ze het eindpunt zouden kennen van het sociaal-economische programma. Want dat is de hamvraag natuurlijk: ‘wat is het eindpunt?’

Je kan het boek hier bestellen