Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

'Coöperaties. Hoe heroveren we de economie?', warm pleidooi van Dirk Barrez

Met 'Coöperaties. Hoe heroveren we de economie?' schreef journalist Dirk Barrez een warm pleidooi voor de herwaardering van de coöperatieve onderneming in al zijn vormen, als alternatief voor het in zijn eigen contradicties vastlopende en ons allen verstikkende financieel kapitalisme. Dit boek is het resultaat van jaren onderzoekswerk. Stof tot nadenken ... en tot actie.
donderdag 23 januari 2014

Dirk Barrez

De auteur is geen onbekende voor de lezers van DeWereldMorgen.be. Hij was er in 2010 één van de bedenkers en stichters van. Dirk Barrez kan bogen op een ruime ervaring, hij was 20 jaar tv-journalist en reportagemaker voor de openbare omroep VRT. ZIjn talrijke analyses vind je ondermeer in de drie dossiers, die je hier rechtsboven naast deze recensie kan vinden. 

Barrez is hoofdredacteur van Pala.be waarin hij regelmatig bericht over de problemen van de geglobaliseerde wereld en medeoprichter van NewB, het initiatief dat zich in 2015 wil omvormen tot een nieuwe coöperatieve bank.

Veelzeggende titel

De titel alleen al van dit boek verzamelt genoeg elementen om de lezer een duidelijk idee te geven waar dit over gaat. Wat is het woord 'coöperatie' anders dan een synoniem van 'samenwerking'? Dit gaat voor Barrez bovendien over iets dat 'we' samen gaan doen, niet één persoon, niet een kleine groep mensen maar iedereen samen. Daarenboven gaat dit boek over het 'heroveren' van de economie. 

Dat laatste suggereert twee zaken, ten eerste dat het hier gaat over iets dat 'wij' al ooit in handen hadden, ten tweede dat 'de economie' in feite altijd van ons allen is geweest en hoort te blijven. De auteur spreekt ook niet over het heroveren van 'onze' economie, maar over 'de' economie, de volledige en ondeelbare bedrijvigheid die de maatschappij zijn welvaart en welzijn geeft (of liever: hoort te geven).

Coöperatieven, u zegt?

Is dat niet iets van de oude tijd, coöperatieven? 'Ja, en dan?' zegt Barrez.  Coöperaties zijn geen voorbijgestreefde oubollige concepten, wel integendeel.  Net als de auteur behoor ik tot de generatie die in de lagere school nog elke maandag vijf Belgische frank meebracht naar de klas waar de 'meester' dat netjes in ons spaarboekje inschreef.  Vandaag zou dat bedrag amper 12,39 eurocent zijn, rekening houdend met de inflatie valt dat wel rond de 2 euro.

Dat spaarboekje was het bewijs van ons geld bij de Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK). Als kind stond je er niet bewust bij stil, maar het was veel meer dan dat. Zo kregen we het idee mee om na te denken over de verre toekomst én vooral kregen we het idee mee dat allen samen veel beter was dan ieder voor zich alleen.  

De jongeren onder ons zegt dat letterwoord ASLK waarschijnlijk niets. Het zal hen al iets bekender klinken als ik er bij zeg dat deze bank in 1980 werd geprivatiseerd 'om de concurrentie te stimuleren', zoals dat toen zo modieus heette, en in 1992 voor de helft werd verkocht aan een andere bank. Die bank nam de ASLK daarna volledig over in 1998. Voorbij was de tijd van het kneuterig sparen, de 'sky was the limit'. De naam van die andere bank? 'Fortis', tevens het Latijnse woord voor 'sterk'. Wat daar van overbleef is een bekend verhaal.

Terug van nooit weggeweest

Barrez pleit niet voor een 'terugkeer' van de coöperaties maar voor hun 'herwaardering'. Ze zijn immers nooit weg geweest. Meer zelfs, helemaal onder de radar van de neoliberaal ondergesneeuwde media, hebben heel wat coöperaties goed stand gehouden. Met talrijke voorbeelden toont de auteur aan hoe ook nieuwe initiatieven ontstonden die gestaag maar onstopbaar tegen de tijdsgeest in roeiden. 

De argeloze lezer associeert Zwitserland eerder met koekoeksklokken en met woorden als 'bankgeheim', 'zwart geld', 'postbusbedrijven' en vooral met 'massale belastingontduiking van bedrijven'. Minder bekend - zeer onterecht trouwens - is dat in dit land de distributiesector voor 70 procent in handen is van twee coöperatieve bedrijven COOP en MIGROS.

Daarna neemt Barrez de lezer op reis naar coöperatieve bedrijven in Canada, Italië, Brazilië, Argentinië en Spanje. Het is voldoende bekend dat dit laatste land één van de zwaarst getroffen economieën is van de EU. Torenhoge werkloosheid, sluitende bedrijven, massale overheidsbesparingen. 

Tussen al die ellende is er zowaar één Baskisch bedrijf dat er niet alleen in is geslaagd overeind te blijven, maar zelfs de winsten wist te verhogen én meer mensen aanwierf. In de regio van het Baskisch stadje Mondragon is de gelijknamige coöperatie daar inderdaad in geslaagd. De werkloosheidgraad is er vandaag de laagste van heel Spanje.

Kritsiche analyse

Barrez gaat de mislukkingen en de kritiek niet uit de weg. Eén van de bedrijven van Mondragon, dat ondermeer koelkasten produceerde, ging tijdens de crisis failliet. Dat leidde echter niet tot een Ford-Genk-drama. Dankzij de coöperatieve structuur en bedrijfsvisie wist Mondragon immers dat verlies te compenseren en de werknemers op te vangen in de andere bedrijven.

Ook het Belgische fiasco van Arco wordt onder de loep genomen. Wie Barrez' analyse daarover wil kennen, raad ik alvast dit boek aan. Stof tot nadenken. Voor de ideologische tegenstanders van coöperaties is deze ondergang hét argument. Barrez weerlegt dat met onderbouwde argumenten.

Ik voeg er graag nog een strategisch argument aan toe. Er gaan wekelijks - jammer genoeg - kleine zelfstandingen over kop en kmo's failliet, ik moet de eerste stem nog horen die daaruit besluit dat zelfstandigen en KMO's niet meer van deze tijd zouden zijn.

Een veelzijdigheid aan vormen

De auteur gaat uitvoerig in op de vele vormen die coöperaties kunnen aannemen, gerund door de werknemers, door de klanten, door beiden, in tal van economische sectoren, allesbehalve beperkt tot de sociale economie maar evengoed in de harde economie, zelfs in scholen en onderzoeksinstellingen. In Canada wist zelfs een coöperatie van begrafenisondernemers de overname van de sector door een groot bedrijf ten koste van kleine zelfstandigen tegen te houden en zo de prijzen democratisch te houden.

Verder volgt een overzicht van mogelijke nieuwe initiatieven en ideeën, te talrijk om hier op te noemen. Zo pleit Barrez voor de coöperatieve overname van (voormalige) overheidsbedrijven zoals de NMBS en de Post. Hij wijst tussendoor ook op de sociale roof die het privébedrijf Electrabel ondertussen blijft plegen op een gemeenschappelijk goed dat de bevolking toehoort.

Barrez gaat er niet van uit dat coöperaties het ultieme wondermiddel zijn die de economie moeten overnemen. Zij zijn voor hem echter wel een belangrijk onderdeel van de oplossing. Hij biedt met dit boek echter een warm pleidooi voor een sociaal gedreven economische activiteit die op zowat alle vlakken heeft getoond de betere en de stevigere overlever van de crisis te zijn en een belangrijk onderdeel van het economisch herstel.

Coöperaties zijn uiteindelijk maar in één ding slechter dan klassieke bedrijven. "... ze zijn afschuwelijk slecht in absolute winstmaximalisatie voor de topmanagers en de aandeelhouders ten koste van alles." Zijn besluit: "Coöperaties kunnen de motor zijn, en dan nog wel één met groot vermogen, van het noodzakelijke samenspel tussen samenleving, politiek en economie. En het resultaat? De best mogelijke toekomst, de opbouw van een democratische en sociaalecologische economie. Daarmee winnen we allemaal."

Dit boek krijgt van mij de ondertitel: "Coöperaties: nachtmerrie voor de één procent, realiseerbare droom voor de rest van ons."

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

4 reacties

  • door Rudy Baker op vrijdag 24 januari 2014

    De 99 procent hadden een wasmachine nodig, dus besloot de 1 procent daar iets aan te doen.

    Hij (de 1 procent) stapte naar zijn vriend 'De Bank' om geld te lenen voor de bouw van een fabriek om wasmachines te produceren. De 1 procent gebruikt daar nooit zijn eigen centen voor. Na overeen te zijn gekomen met De Bank hoeveel intrest er diende betaald te worden werden de werkzaamheden gestart. Enige tijd later rolden de eerste wasmachines van de band en kon de 99 % zich een wasmachine aanschaffen.

    Iedereen gelukkig, de 99 procent met hun wasmachine, De Bank met de intresten, de 1 procent met de genomen winst op de wasmachine, en zelfs enkele procenten arbeiders van de 99 procent die een job hadden versierd in de fabriek. Prachtig allemaal. En toch is er iets vreemd aan de hand.

    Na een zekere periode en vele wasmachines later is de fabriek volledig afbetaald, daar die last in de kostprijs van de wasmachine verrekend zit. De 99 procent hebben dus de fabriek volledig betaald, en de intrest aan De Bank, evenals de winst van de 1 procent die ondertussen de eigenaar van de fabriek is geworden. En nu komt het: dit alles met het geleende geld van De Bank. Dat in wezen het spaargeld was van de 99 procent!!! De 99 procent hebben dus een fabriek afbetaald die daarna niet de hunne is.

    Of anders gesteld: voor de aankoop van een nieuwe wasmachine moeten de 99 procent nu een vergoeding betalen (winst) aan de 1 procent die hun eigen spaargeld heeft gebruikt om de eigendom te verwerven over een goed dat door diezelfde 99 procent is afbetaald. Faut le faire.

    Waarom is de fabriek nu niet de eigendom van de 99 procent? Zij hebben het geld ervoor geleend en ze hebben de kost ervan betaald. En de winst van de 1 procent is dan ook nog eens enorm gestegen na de afbetaling van de lening.

    One more thing! Mochten afgevaardigden van de 99 procent, bijvoorbeeld als coöperatieve, naar De Bank stappen om een lening voor de aankoop van die fabriek, dan zouden zij niets krijgen van hun eigen geld. Dus kunnen de 99 procent ook maar beter een eigen bank oprichten.

    • door Mauricex111 op vrijdag 24 januari 2014

      De stelling "De 99 % hebben dus de fabriek volledig betaald" klopt niet. De eigenaren/aandeelhouders/1% hebben dit afbetaald door af te zien van een stukje winst. De arbeiders krijgen gewoon hun salaris, ongeacht hoeveel er betaald moet worden voor de lening van de bank. De eigenaren/aanhouders/1% nemen het risico en de aansprakelijkheid voor de schulden dus hebben ze ook recht op de winst. De arbeiders nemen geen deel aan het ondernemersrisico, dus hebben ze ook geen recht op winst.

      • door Lode Vanoost op vrijdag 24 januari 2014

        Die investeerders zijn nooit personen die alleen maar geld en risico steken in dat éne bedrijf, hun risico is dat ze een beetje minder stinkend rijk achterblijven, en wat hun 'aansprakelijkheid' betreft, dat is helemaal een lachertje. Ze staan niets af van de winst. De vervuiling van he grondwater en de lucht wordt grotendeels op de overheid afgewimpeld. De risico's op de werkplaats, de arbeidsziektes, de lage lonen, de werkonzekerheid, dat zijn de echte risico's. De arbeiders van een bedrijf dat op de fles gaat verliezen alles.

        Met dit soort redeneringen kan men net zo goed terug gaan naar de 19de eeuw. Zo werden ook de tienden van de kasteelheren goedgepraat en de slavernij ... walgelijk. Gelukkig bestaan er wel ondernemers die hun trots halen uit het tewerkstellen van duizenden mensen aan een leefbaar loon en dat hoger plaatsen dan een tweede villa aan de Azurenkust of een yacht in Marbella.

        Economie is er niet voor de winst van enkelen maar voor de mensen. De stelling klop wel degelijk. En geen klein beetje.

  • door kritisch op vrijdag 24 januari 2014

    Ik wens het sprotje NewB veel geluk tussen de orka's.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties