(poster www.noliesradio.org)
Nieuws, Politiek, Mediakritiek, Column - DeWereldMorgen vertaaldesk

Propaganda vermomd als geïnformeerde commentaar

Journalist Jonathan Cook becommentarieert twee opiniestukken in de Britse krant The Guardian over de oorlog in Syrië. Een journalistiek staaltje van grondige mediakritiek.

dinsdag 10 september 2013 13:22

Er staan twee uiterst propagandistische commentaren over Syrië in de Guardian op dezelfde dag (6 september 2013):

1. Een eerste commentaar werd geleverd door kunstcriticus Jonathan Jones op Bashar Assads Instagram-account. Assad wordt daarin aangevallen om de banaliteit van zijn eigen kwaadaardigheid en die van zijn regime. Afbeeldingen van zijn vrouw Asma als weldoenster, terwijl dood en vernieling om zich heen grijpen, zijn ‘schaamteloos en grotesk’. Een citaat:

“Het is te simplistisch om deze afbeeldingen als ‘propaganda’ af te schilderen. Propaganda voor wie? Zou het regime van Assad werkelijk denken dat foto’s van zijn vrouw, terwijl ze de bevolking ontmoet, de dode lichamen, vernielde steden en dakloze kinderen doen vergeten? Buitenstaanders kunnen het alleen maar monsterlijk vinden om deze mythe van een uitgezuiverd Syrië gepromoot te zien door een regime dat in oorlog is met een groot deel van zijn eigen bevolking.”

Wanneer zien we daarentegen een gelijkaardig cynisme in onze mainstreammedia over de kruiperige fotosessies van president Obama, zijn vrouw Michellle en hun kinderen – de perfecte ‘American family’ – terwijl deze president mensen de dood in jaagt in Jemen met zijn droneprogramma, of aanvalsoorlogen ondersteunt in Libië, Afghanistan of Syrië?

Is het kwaad dat onze eigen leiders aanrichten bij mensen over heel de wereld minder banaal of betekenisvol?

Om enig perspectief te bieden, loont het de moeite Jones’ onderstaande woorden te lezen. Denk ondertussen niet aan Assad, maar aan president Obama, president W. Bush en de Britse eerste minister Tony Blair:

“De lachende fantasiewereld van Assads Instagram is gestoord op een platweg psychotische manier. Het onthult een verschrikkelijke kloof tussen de realiteit en het fictieve zelfbeeld van de heerser. Banaliteit mag dan op zichzelf geen bewijs van kwaadaardigheid zijn, welke leugens zijn niet mogelijk in de psychologie, die deze afbeeldingen onthullen? De geest, die in deze afbeeldingen gelooft, zou zonder enige moeite een oorlog kunnen bevelen, daarna thuiskomen en zijn geliefde vrouw zoenen.”

2. Het andere commentaar is van de hand van de afschuwelijke neoconservatieve historicus Niall Ferguson. Hij is één van die hovelingen van het establishment wiens job het is ons mythes wijs te maken over ons imperialistische verleden, mythes die bedoeld zijn om ons een goed gevoel te geven over onze geschiedenis. Eenmaal het historisch geheugen is weggesneden, geeft hij daar een nevengedachte bij door ons voortdurende oorlogsmisdaden tegen de Derde Wereld te verkopen als het glorieuze bewijs van onze superieure beschaving. Bij deze gelegenheid is hij voor een militaire aanval op Syrië aan het pleiten.

De bedrieglijke leugenachtigheid van dit artikel wordt nog benadrukt door het feit dat hij de oppositie tegen een aanval aanhaalt als een bewijs van het morele falen van ‘links’ (‘Het zogezegde getwijfel van Obama is daar een zoveelste bewijs van’). Het komt hem daarbij goed uit om te negeren dat die oppositie op een zeer brede consensus kan bogen in Groot-Brittannië en elders. Dat heeft echter niets met ‘links’ te maken.

Zijn argumentatie is bovendien zo onsamenhangend dat de publicatie van zijn artikel tegengehouden had moeten worden. Hij gelooft namelijk dat de militaire ‘interventie’ van de VS er zou moeten komen omdat dat ‘een kracht voor de goede zaak’ zou zijn in Syrië.

“Het uitstel van Obama en zijn gebrek aan leiderschap hebben het uiteenvallen van Syrië als een hechte staat aangemoedigd.” Of zoals Ferguson dat stelt: “Hoe minder de VS doet, hoe sneller de regio verandert, terwijl de verschillende actoren zich een positie verwerven in het post-Amerikaanse Midden-Oosten. Syrië is vandaag uit elkaar aan het vallen.”

Als bewijs voor die stelling geeft hij Irak, dat nu is opgedeeld in sjiïetische, soennietische en Koerdisch rijkjes. Wat hij daarbij vergeet is dat de ineenstorting van Irak als staat er is gekomen omdat wij militair ‘zijn tussenbeide gekomen’. Hoe zal hetzelfde doen in Syrië dan eigenlijk de huidige dynamiek veranderen van verzwakking van de staten van het Midden-Oosten?

Ferguson heeft er verder niets over te zeggen. Dat komt omdat het zijn rol is geschiedenis niet te begrijpen en omdat het zijn rol is een zelfverheerlijkend verhaal te vertellen dat de belangen van de westerse elites dient.

Jonathan Cook

De auteur is freelance journalist sinds 2001 en de enige buitenlandse journalist die vanuit de Palestijnse stad Nazareth werkt. Al zijn collega’s werken vanuit Tel Aviv of Jeruzalem. Hij won o.a. de Martha Gellhorn prijs voor ‘uitstekende journalistiek’. Martha Gellhorn (1908-1988) is één van de grootste oorlogscorrespondenten van de twintigste eeuw.

Cook is tevens auteur van Blood and Religion: The Unmasking of the Jewish State (2006),  Israel and the Clash of Civilisations: Iraq, Iran and the Plan to Remake the Middle East (2008) en Disappearing Palestine: Israel’s Experiments in Human Despair (2008).

Vertaling Dieter Bruneel en Lode Vanoost

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!