about
Toon menu
Opinie

Don’t you sometimes want to shake off your veil?

De grootste intellectueel van Vlaanderen, em. prof. dr. Etienne Vermeersch, schreef een column. Niks nieuws onder de zon. Voor de honderdste maal klopt hij op zijn welbekende nagel: de hoofddoek is onderdrukkend en ondermijnt de neutraliteit van de staat.
vrijdag 5 april 2013

De trein gemist

Hij doet dat zoals steeds op een erg heldere, ‘rationele’ en onderbouwde manier. Deze keer scherpt Vermeersch zijn pen naar aanleiding van het principiële standpunt van de sp.a over het toelaten van religieuze of levensbeschouwelijke tekenen aan de loketten van de stedelijke overheid: “het hoofddoekenverbod” in de volksmond. Ook Groen-voorzitter Wouter Van Besien volgde in dit spoor en spoorde de lokale overheden in de media aan initiatief te nemen. Vermeersch gaat in de aanval: “Het huidige voorstel zal voor lange tijd leiden tot een onheilzame verwarring en verharding van standpunten, naargelang van de politieke meerderheden in gemeenten en de plaatselijke meerderheden in scholen. Het begint nu al in Gent.” (De Standaard, donderdag 2 april).

Los van de bedenking dat dit de kern van een democratische praktijk lijkt, besluipt ons ook een gevoel van schaamte bij het lezen van de opiniebijdrage van onze bekende professor. Dezelfde schaamte overviel ons toen Jan Leyers voor zijn TV-programma “De Schaduw van het Kruis” in het centrum van Caïro een jonge moslima vroeg of ze soms geen zin heeft om de hoofddoek af te schudden en haar schoonheid te tonen (alsof islamitische klederdracht in het teken staat van het verbergen van schoonheid).

Is het niet dringend tijd dat de zelfbenoemde ‘verlichtingsadepten’ zelf hun hoofddoek (of oogkleppen) afschudden? Als verlichting staat voor het onophoudelijke proces om van vrijheid en gelijkheid een concrete praktijk te maken, lijkt dit soort van eindpunt-denken daarvan de antipode. De Grote Waarheid is terug. Vermeersch vertolkt een quasi-Goddelijke rol, met een verregaande ontkoppeling tussen diversiteit in levensbeschouwing en de reëel bestaande samenleving. Daardoor missen Vermeersch en consoorten de trein om aan de slag te gaan met diversiteit en verschil in de stad, dat daarvoor nochtans als sociaalruimtelijk labo kan dienen.

In navolging van “de Gentse Lente”[2], waar de woorden allochtoon en autochtoon werden geschrapt in het streven naar inclusief burgerschap, is het aanpakken van het hoofddoekenverbod via een burgerinitiatief van onderuit de volgende logische stap om dit samenlevingsexperiment verder te zetten. Centraal in deze Gentse lente staat dat alle burgers onvervreemdbare en dus gelijke rechten hebben. Dat betekent natuurlijk ook het recht op een religie en om die te beleven in het openbaar zoals de mensenrechten het omschrijven.

Zoek de moslima?

Onderliggend aan de idee van het mensenrecht op godsdienstvrijheid is natuurlijk dat niemand het individu kan opleggen wat hij of zij moet geloven. Willen we religieuze en levensbeschouwelijke overtuigingen begrijpen in deze moderne maatschappij, dan moeten we in de eerste plaats de betrokkenen zelf begrijpen. Zij bepalen wat ze geloven en hoe ze geloven. In de standpunten van Vermeersch, hoe helder theoretisch-abstract ze ook zijn opgebouwd vanuit de veilige ivoren toren of de comfortabele filosofenzetel, zijn die gelovige burgers volledig afwezig. Van enige handelingscapaciteit of strategische keuzes bij moslima’s is geen sprake. In de tekst van Vermeersch lijken gelovige moslima’s ‘kuddedieren’ (excusez le mot) die slaafs op een eenduidige manier hun islamistische doctrines volgen.

Vermeersch gooit graag zijn degelijk studiewerk in de ring. De vraag is natuurlijk welke studie hier werd gedaan? De heer Vermeersch heeft geen enkele wetenschappelijke publicatie op zijn naam staan waarin onderzoek wordt gedaan naar de identiteitsbeleving van moslima’s. De ervaringen van Karin Heremans inbrengen als gedegen studiewerk schieten in deze schromelijk tekort. Zijn focus ligt vooral op “grondige” tekstexegese van de Koran en Hadith, aangevuld met uitspraken van welbekende imams. Wat ontbreekt, is grondig sociologisch onderzoek naar hoe burgers omgaan met het dragen van de hoofddoek of hun geloofskeuze zien. Dit onderzoek is nochtans wel voor handen, en toont een enorme diversiteit die niet beantwoordt aan "de onbewuste onderdrukte moslima".

In 1994 deden de sociologen Françoise Gaspard en Fahad Khosrokhavar onderzoek naar de betekenis die moslima’s geven aan het dragen van de hoofddoek. Hun onderzoeksinteresse was gewekt door de toenemende aanwezigheid van de hoofddoek op Franse scholen, en specifiek door drie moslimmeisjes die werden geschorst van een school in Creil in Noord Frankrijk in september 1989. De onrust van hogerhand over de vereenzelfbaarheid met republikeinse waarden kreeg een startschot. Zelfs Koning Hassan van Marokko zou interveniëren. Dit zou leiden tot het boek “Le Foulard et la République” in 1995.

De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de hoofddoekdraagsters onder te verdelen zijn in drie groepen die verschillende redenen hebben om de hoofddoek te dragen. Belangrijk is dat geen van de groepen beantwoordt aan het beeld van de hulpeloze moslima die gedwongen wordt door de gemeenschap en door ouders die vastklitten aan hun geloof en tradities, noch aan een essentiële karakteristiek van moslims die hen weerhouden om aan deze samenleving te participeren.

De eerste groep die de onderzoekers aantreffen, zijn vrouwen uit volgmigratie van de jaren ’60. De hoofddoek staat voor hen voor een religieus maar ook ‘etnisch’ symbool die hun identiteit markeert. Deze zijn een kleine minderheid. De tweede groep is een groep die druk ervaart vanuit de gemeenschap of familie, en de hoofddoek gebruikt als negotiatiemiddel om studies verder te zetten of werk te vinden. Eens hun studies zijn afgelopen, geven velen van hen aan de hoofddoek niet langer te zullen dragen. De groep werd “de lakse dragers” genoemd.

De derde groep kiest ervoor de hoofddoek te dragen als identiteitsmarker, los van het feit of hun moeder de hoofddoek draagt of er zelfs negatief tegenover staat. Het gaat vooral om adolescenten die goed opgeleid zijn en contact hebben met moslimorganisaties. De doelstelling is een erkenning van hun identiteit in de maatschappij en publieke sfeer, wat het dragen van de hoofddoek “een politiek statement” maakt. Het gaat dus niet om onderwerping, zoals de exegetische lezing klinkt, maar als een middel om de maatschappelijke onderdrukking en ontkenning tegen te gaan. De hoofddoek geeft hen de legitimiteit die hen moreel wordt ontkend in de maatschappij en zelfs in hun eigen gemeenschap. Ze zien zichzelf als deel van de Franse politieke gemeenschap met een dubbelidentiteit van “moslim-Frans”.

Andere vergelijkende sociologische studies zoals die van Werner Schiffauer, Gerd Bauman, Riva Kastoryano, Steven Vertovec ea. in het boekCivil Enculturation: Nation-State, School and Ethnic Difference in the Netherlands, Britain, Germany and France.” (New York: Berghahn Books, 2004) en het boek “Des filles comme les autres.” (2004) van Alma Levy, Lila Levy, Yves Sintomer en Véronique Giraud bouwen daarop voort[3].

Deze onderzoekers komen bovendien tot de conclusie dat neutraliteit en het maatschappelijke project in scholen sterk beïnvloed zijn door de nationale context van elk land, en dat er niks exceptioneels is aan moslimmeisjes, hun toekomstdromen, wensen en verlangens. Onderzoekers stellen wel vragen bij het uitsluitende ‘effect’ van strikte neutraliteit, niet alleen voor moslimmeisjes die weigeren de hoofddoek af te zetten, maar ook voor de Sikhsmannen voor het dragen van hun keskis’ tulbanden. Wat heeft een overheid of haar onderwijsproject te winnen bij het uitsluiten van (jonge) burgers, die inherent deel uitmaken van dat toekomstig maatschappijproject, in haar streven naar inclusief burgerschap?

De vervlechting tussen religie en maatschappij

Niet alleen de bewust denkende en handelende personen zijn afwezig. Het ontbreekt ook aan een bredere maatschappelijk analyse. Al leven we onontkoombaar in tijden van globalisering en superdiversiteit, toch lijkt dit niet doorgedrongen in de hoofden en geesten. Vermeersch verwijst naar het Stasi-rapport in het Republikeinse Frankrijk. De Franse commissie ‘Stasi’, geleid door Bernard Stasi -een voormalig Frans en Europees Parlementslid- zomaar overplanten naar dit land is een gecontextualiseerde zet; zowel in ruimte als in tijd.

De ruimtelijke mis-match

Republicanisme behoort historisch tot de Franse staatstraditie en leidt tot evenveel problemen als oplossingen. Dit zomaar aanhalen in de Belgische context is als een tang op een varken. Staatstradities en maatschappelijke ideologieën zijn geen “cut and paste” instrumenten. Er valt veel te zeggen over het rapport Stasi waar Vermeersch naar verwijst en het minder bekende ‘rapport Dembré’. Al benoemen beide rapporten terzelfdertijd "de mogelijke radicalisering en de bezorgdheid voor het terugplooien op eigen gemeenschapsidentiteiten", toch wijten ze dit in de analyses grotendeels aan de sociaaleconomische ongelijkheid in de samenleving, de discriminatie, het tekort aan jobs en slecht onderwijs, enz...

Vreemd in deze rapporten is de zet om deze sociaaleconomische problemen, die grotendeels te maken hebben met ongelijke ruimtelijke ontwikkeling en discriminatie, uitsluiting en racisme, op te lossen met een nationaal-republikeins beschavingsoffensief. De commissies namen wel dezelfde maatregelen voor alle religies, en waren vooral gefocust op zichtbare religieuze en levensbeschouwelijke tekens. Ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dat de Franse Staat geen wettelijke grenzen overtrad. Het VN mensenrechtencomité oordeelde dan weer dat er sprake was van discriminatie in Frankrijk in de zaak ‘Bikramjit Singh tegen Frankrijk’. Niet het principe van laïciteit wordt in vraag gesteld, wel of dit een inherent verbod vereist op het dragen van religieuze kentekens voor leerlingen, en of er wel “concrete problemen” zijn die hier aanleiding zouden toe geven[4].

En toch, meer nog dan “het de jure - recht” is het de vraag of deze aanpak rechtvaardig is en vooral of de effecten ervan in de samenleving niet uitermate nefast zijn? De spanningen en "ontploffingen" in de banlieues van Parijs zouden het falen aantonen van dit beleid. Wat Vermeersch deelt met deze rapporten, is de weigering om te focussen op de realiteit van vandaag. In de geest van Vermeersch is wat Dé Koran zegt (alsof die niet geïnterpreteerd wordt door moslims zélf?) het enige relevante in het beoordelen van moslims die in het hier en nu leven. De stem van de moslimvrouw wordt enkel opgevoerd als een dwaling in de retoriek van Vermeersch. En laat dat nu ook het probleem zijn met de beide rapporten uit Frankrijk. Beide rapporten roepen veel contestatie op omdat vrouwen met de hoofddoek teveel buiten de nochtans meer dan 100 publieke consultaties werden gehouden.

De temporele ‘mis-match’

De ‘mis-match’ in tijd heeft te maken met de specifieke globale veranderingen en gebeurtenissen die een rol speelden in de toenemende bezorgdheid rond de aanwezigheid van de hoofddoek en “hidjab” in Frankrijk, en bij uitbreiding bij ons en andere Europese landen. Tegen eind jaren ’80, begin jaren ’90 heerst een politiek debat over de aanwezigheid van Islami(s)tische groeperingen op internationaal niveau. Islam-gerelateerde tekens zijn meer publiek aanwezig op het internationale toneel, maar ook in de wereldwijde diasporagemeenschap.

Eind jaren ’80, begin jaren ’90 steekt bovendien een nieuw paradigma de kop op over de onverzoenbaarheid van de islam en het Westen. Denk maar aan de uitspraak van Willy Claes die zei dat het moslimfundamentalisme de grootste bedreiging voor Europa vormde of Samuel Huntington die het had over de “botsende beschavingen”. (Maly, 2007 & 2009; Fadil, 2009 in Mo magazine) [5]. Onder andere de confrontatie met het extremisme van de FIS en GIA en de Rushdie-affaire spelen hierin een belangrijke rol. Samuel Huntington had het in 1993 over de botsende beschavingen. Toch zou de nadruk daarop pas rond 2001 doorslaggevend worden.

Paul Scheffers’ discours zou na de gebeurtenissen van 9/11 de bekende slogan inzetten ’Het multicultureel samenlevingsmodel is failliet!’ Andere gebeurtenissen spelen ook een rol, zoals de moord op Theo van Gogh in 2004, de zogenaamde mp3-moord op Joe van Holsbeeck in april 2006 - de eerste foute reacties spreken van Marokkanen als daders en de oorzaak het islamosocialisme van de PS en multiculti’s- en de reacties tegen de Deense Mohammed cartoons en Fitna van Geert Wilders in 2008.

Zelfverklaarde hardcore secularisten zoals Geert Van Istendael, Benno Barnard en zelfs Luckas Van Der Taelen in zekere zin volgen in het kielzog van de strijd tegen politieke correctheid om “de Islam” en de problematische cultuur van moslims op hun nummer te wijzen. Het zijn die gebeurtenissen waardoor zich een criminalisering van de ander doorzet (Naar Ico Maly, 2009). Lees gerust het ENAR-rapport (nvdr: Europan Network against Racism) na van 2011-2012 over racisme en islamofobie om te zien wat de ernst van de situatie is, of het Amnesty International onderzoeksrapport van 2012 om te zien wat het effect is van het hoofddoekenverbod op toegang tot de arbeidsmarkt -ook in België (Blz. 33-39)-, en ongeveer alle andere levensdomeinen[6].

Kortom, Vermeersch beperkt zich tot een meestal nauwgezette en simplistische exegetische lezing van dé Islam. Geloof ontvouwt zich niet in een vacuüm, maar is verbonden met de geglobaliseerde maatschappij. En steeds meer ontwikkelen jongeren een religieuze identiteit in een geglobaliseerde peergroup. We geven dhr Vermeersch dan ook de raad om eens in Youtube te zoeken naar Hijabista’s. Hij zal daar een heel rijke, wereldwijd georganiseerde community ontmoeten van fashionable moslima’s.

Als de heer Vermeersch echter liever wetenschappelijk materiaal nuttigt over hoe moslima’s in de 21ste eeuw identiteit opbouwen, dan raden we hem het onderzoek van Jan Blommaert en Varis aan over Hijabista’s (http://www.kifkif.be/actua/how-to-how-to). De vraag is nu maar of prof. Vermeersch hier wel oren naar heeft. Het is toch maar toevallig hoe het bewustzijn van moslima’s en hun keuzes telkens in vraag worden gesteld. Het concept van ‘het vals bewustzijn’ is reëel, maar zijn we daar niet allemaal onderhevig aan? In hoeverre bent u zich wel bewust van de keuzes die u of uw omgeving voor u maakt, beste Etienne?

Vermeersch zou een evident sociaalwetenschappelijk gegeven eens moeten in rekening brengen: “Mensen leven in een maatschappij.” Dat wil zeggen dat mensen in hun geloof ook maatschappelijk meedenken en -handelen. Veel katholieken zijn én gelovig, maar kunnen niettemin de grondwettelijke beginselen van de rechtsstaat aanvaarden, of gaan probleemloos naar de biologieles, of verwerpen veel doctrines die "hun geloof" predikt.

Niet elke exegetische lezing van religie leidt tot dezelfde uitkomsten. Met andere woorden, niet elke gelovige is erop uit zijn "boek" letterlijk te volgen in elke doctrine. Niet elke katholiek zal Bisschop Leonard volgen in zijn homo-discriminerende opinies, noch zal elke moslim dat doen door de interpretatie van een bepaalde school of één specifieke  Imam te volgen. Kijk gerust op de blogspot van de Vereniging Merhaba die homoseksualiteit binnen de islamitische gemeenschap publiek bespreekbaar maakt. Als verwoede studax zal je er zeker wat tegensprekelijk materiaal vinden.

Back to basics?

Vermeersch doet erg dubbelzinnig over de capaciteit tot neutraal handelen: het is niet dat moslims het niet kunnen, maar toch. Het gaat om "het vermoeden van neutraliteit" aan de kant van de klant van de overheid die telt volgens Vermeersch. In België moet enkel een rechter ‘vermoeden van partijdigheid uitsluiten’, maar dat heeft niets van doen met ‘neutraliteit’ binnen de ambtenarij. Nog buiten het feit dat Vermeersch hier het juridische begrip ‘vermoeden van partijdigheid’ verwart met het begrip neutraliteit, is dit de wereld op zijn kop.

Is een van die principes waarmee verlichte lieden schermen trouwens niet “het vermoeden van onschuld”? Gaan we trouwens een maatschappij bouwen op "vermoedens"? Wat dan met het vermoeden dat mensen het goed voor hebben met elkaar"? En wat dan met “vermoedens” van moslims dat ze racistisch zullen behandeld worden door een “echte” Vlaamse ambtenaar? Heeft hij of zij dan het recht op een moslim-ambtenaar? Of tellen de vermoedens van moslims niet gelijk mee met “de vermoedens” van een niet-moslims? Wat met het vermoeden dat mensen met ideologische, politieke of religieuze overtuigingen het goed voor hebben met medeburgers?

Vermeersch schrijft dat hij niet zegt dat moslims niet neutraal zouden kunnen handelen, wel, "give them the benefit of the doubt". En, denk je nu echt Etienne, dat door die hoofddoek of kruis of regenboog t-shirt thuis te laten, dat mensen dan anders gaan handelen? Denk je nu echt dat wat in de geesten zit, weg is door de uiterlijke tekenen te verwijderen? Als we werknemers van de overheid op “iets” moet evalueren, dan is het in hun publieke dienstverlening naar de burgers toe. De 'neutraliteit' van het handelen meten we wél af aan de kwaliteit van de dienstverlening op zich en niet aan de perceptie van de mensen die aan het loket staan en eventueel aanstoot nemen aan een hoofddoek.

Als uitsmijter lijkt het ons belangrijk deze zoveelste ‘hoofddoekensaga’ open te trekken. De focus van het diversiteitsdebat is komen te liggen op religieuze en levensbeschouwelijke frontlinies, waarvan de meest recente die tussen “Islam” en “het verlichte Westen” is. Dat de aanhangers van ‘het verlichte Westen’ hier een compleet geperverteerde visie projecteren op wat radicale verlichtingsdenkers beoogden en voorstonden laten we nog links liggen. We kunnen Dhr. Vermeersch enkel maar aanraden om de werken van Jonathan Irvine Israel eens na te lezen over de radicale verlichting. Hij zal dan niet alleen merken dat het recht op Godsdienstvrijheid centraal staat bij deze (vaak atheïstische denkers), hij zal ook merken dat zij betogen dat niemand, en al zeker geen staat, die rechten kan afnemen.

Maar, laat ons het debat terugbrengen naar een werkbaar vertrekpunt: het omgaan met verschil en pluralisme in een superdiverse samenleving. Onze zorg moet daarbij niet alleen zijn hoe “absoluut neutraal” onze overheid moet zijn, maar veeleer hoe de overheid een voorbeeld kan stellen als frontlijnactor naar de hele samenleving toe. De zogenaamde “problemen met diversiteit” gaan in realiteit over persoonlijke keuzes. Die persoonlijke keuzes zijn in het huidige maatschappelijke bestel ook meer dan levensbeschouwelijk. Maatschappelijke dwang moet in alle gevallen bespreekbaar zijn- laat dat duidelijk zijn- maar omgaan met het feit dat mensen individueel of zelfs in groepsverband keuzes maken duidt op een volwassenwording van de democratische samenleving.

Er worden nog achterhoedegevechten geleverd over de vraag hoe een bepaalde levensbeschouwing, levensstijl of ideologie op één lijn kan gebracht worden met de democratische beginselen. Zolang diversiteit en actief pluralisme in de praktijk niet tot racisme en discriminatie leiden, stelt zich geen probleem. Een samenleving die met diversiteit omgaat door diezelfde diversiteit uit te gommen, is een verarmde samenleving. Als een neutrale overheid ‘iets’ kan betekenen in een superdiverse samenleving, dan is het een overheid die geen ideologie, levensbeschouwing of persoonlijke keuzes verdrukt noch privileges geeft. Neutraliteit betekent dat iedereen op dezelfde manier behandeld wordt en dat de wetgever en wetgeving zo onpartijdig mogelijk zijn.

We staan, om het wat sterk te zeggen, op een kruispunt: ofwel blijven we de breuklijnen voorstellen als een onverenigbaar botsend zij en wij, waardoor de frontlijn tussen beschavingen dwars door de ruimte van de stad loopt, ofwel hanteren we de stad als een platform dat de aanwezige breuklijnen en complexe claims kan her-articuleren. De stad als plaats van nabijheid is een uitgesproken ruimtelijk labo om hiermee te experimenteren. Zowel de overheid als de civiele samenleving hebben hier een voorbeeldrol te spelen.

Eens we de struikelstenen opruimen, heeft de emancipatie van onderop ook meer doorgang. Na het afschudden van het hoofddoekenverbod, kunnen we terug praten over zaken voorbij dat “verschil”: gelijke toegang tot werk, gelijke uitkomsten op basis van radicale solidariteit en herverdeling, vooruitgang op het vlak van onderwijs en gelijke behandeling door het alomtegenwoordige racisme en discriminatie concreet aan te pakken. Dan pas kunnen we ook praten over de algemene sociale stijging van burgers, want alleen als we er allen op vooruitgaan, gaan we er ook als samenleving op vooruit.

Dus Etienne, just shake of your veil!

Pascal Debruyne, Ico Maly en Yasmina Akhandaf

Pascal Debruyne (UGent en Vooruitgroep), Ico Maly (Universiteit Tilburg en KifKif), Yasmina Akhandaf (UGent en BOEH).

Voetnoten:

[1] De auteurs zijn ook actief in het burgerinitiatief in Gent om het hoofddoekenverbod terug te laten schrappen.

[2] Debruyne, P., (2013) het A-woord in de Gentse Lente. http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/02/19/het-woord-in-de-gentse-lente

[3] Ander onderzoek naar huwelijksstrategieën bij burgers met een migratieachtergrond toont dezelfde strategische keuzes die mensen maken, en benoemt ook de problemen en grenzen van keuzevrijheid. zie: “studie naar de factoren die de vrijheid van keuze van een echtgenoot beperken, bij bevolkingsgroepen van vreemde oorsprong in België” van Zemni, Peene en Casier (2005) voor de kbs (http://igvm-iefh.belgium.be/nl/binaries/rapport%20partnerkeuze%20nl_tcm336-152788.pdf). Deze auteurs stellen op basis van dat sociologisch onderzoek ook vragen bij het “misplaatst messianisme” van Dirk Verhofstadt’s boek “De derde feministische golf” (http://www.cie.ugent.be/cie2/casier_zemni_peene1.htm).

[4] Saïla Ouald Chaib, (2013), VN-Mensenrechtencomité veroordeelt Frankrijk voor verbod op religieuze kentekens. De juristenkrant - 27 februari 2013

[5] http://www.mo.be/index.php?id=63&tx_uwnews_pi2[art_id]=26168&chash=0bdcd9df97)

[6] (1) http://cms.horus.be/files/99935/MediaArchive/publications/shadow%20report%202011-12/shadowReport_EN_LR%20%283%29.pdf

(2) http://www.aivl.be/nieuws/rapport-discriminatie-van-moslims-in-europa-over-keuzevrijheid-en-vooroordelen/40045#.UV6y2VeGnRM :http://www.aivl.be/sites/default/files/bijlagen/DiscrmoslimsinEuropa-samenvattingNL_0.pdf. Nochtans vermeldt het Amnesty International Rapport: “The EU Framework Employment Directive (2000/78) requires EU member states to forbid both direct and indirect discrimination as well as harassment and incitement to discriminate on the ground of religion or belief in the area of employment and occupation, including vocational training.”

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

13 reacties

  • door Alysa op zaterdag 6 april 2013

    Heb deze 'intellectuele boterham' niet geheel gelezen, ga dit eventueel later nog doen, maar wou toch reageren; ik vind dat openbare ambtenaren wél een religieus symbool of iets dergelijks mogen dragen wanneer zij aanvoelen dat dit hoort en/of moet bij/van hun religie, als zij in functie zijn, tot hier heb ik zeker geen probleem, 't wordt voor mij pas problematisch wanneer openbare ambtenaren in functie een Regenboog-T-shirt of iets dergelijks in 't mogelijke zicht van hun klanten wensen te dragen, hier zie ik de noodzaak er niet van in en zij kunnen in hun vrije tijd wel met dergelijke zaken naar buiten treden, anders is 't gesteld met hogere ambtenaren zoals rechters bv. hun zie ik liefst nooit met iets dergelijks om of aan 't lijf, natuurlijk ga ik er van uit dat iemand met een Regenboog-T-shirt of iets dergelijks aan het mogelijk best met de rest van de wereldbevolking voor heeft, maar je kunt je goede bedoelingen als openbaar ambtenaar toch ook kenbaar maken via een degelijke dienstverlening, e.d.!

    • door Le grand guignol op zaterdag 6 april 2013

      Het dragen van een hoofddoek wordt nergens in de Quraan vermeld als een gebod of stelregel. Leest u even mee:

      "O profeet! Zeg aan uw vrouwen en uw dochters en de vrouwen der gelovigen dat zij een gedeelte van haar omslagdoeken over haar (hoofd) laat hangen. Dat is beter, opdat zij mogen worden onderscheiden en niet lastig worden gevallen. En Allah is Vergevensgezind, Genadevol" (Quraan 33: 59).

      Zonder deze vers letterlijk te willen interpreteren is het naar mijn mening duidelijk dat het in deze gaat over een sterk advies, eerder dan over een gebod, en dat het dragen van een hoofddoek in wezen berust op een individuele keuze van de betreffende moslima. Bovendien bestaat er ook nog zoiets als Ijtihad: de mogelijkheid voor een moslim om afhankelijk van de context - tijd, plaats en ruimte - het geloof op een eigen manier te beleven én te belijden, evenwel met respect voor de vijf Zuilen. Met betrekking tot de hoofddoek beschikken moslima's bijgevolg over een keuze deze al dan niet te dragen. De geloofsbelijdenis hoeft niet noodzakelijkerwijs gepaard te gaan met uiterlijke kenmerken. Anders gezegd: het beleven en belijden van het geloof en er vervolgens naar handelen alsmede er gestalte aan geven volgens 'de geest van de wet' en niet volgens 'de letter van de wet' is waar het in essentie over hoort te gaan. Dat is overigens meteen het belangrijkste onderscheid tussen gelovigen en fundamentalisten.

      In wezen ligt de consensus bij het hoofddoekendebat voor het oprapen, maar slagen slechts weinigen erin om die consensus te (h)erkennen - te zien. Hij ligt namelijk vervat in de speelruimte die de islam laat bij het beleven en belijden van het geloof. Dit maakt dat we het dragen van een hoofddoek, althans naar mijn mening, niet kunnen vatten in een regelgevend kader, maar moeten overlaten aan de individuele invulling die mensen eraan geven. Echter, het gegeven dat het dragen van een hoofddoek berust op een individuele keuze brengt met zich mee dat de betreffende persoon ook verantwoordelijk dient te zijn voor de gevolgen die zo'n keuze met zich meebrengen. Temeer omdat de betreffende keuze nooit definitief is: men kan er binnen een bepaalde context voor kiezen om een hoofddoek te dragen en er binnen een andere context voor kiezen om geen hoofddoek te dragen; beide keuzes sluiten elkaar niet uit.

      De huidige discussie is problematisch omdat de verschillende partijen die eraan deelnemen: (1) een regelgevend kader willen installeren om een individuele keuze op collectieve wijze, zogezegd vanuit de samenleving, te gaan reguleren met als gevolg dat er in wezen geen sprake meer kan zijn van een keuze (cf. Vermeersch c.s.); terwijl (2) anderen een individuele keuze willen extrapoleren naar de ganse samenleving en op die manier het collectief, de normen en waarden die door de samenleving gedragen worden, ondergeschikt maken of willen aanpassen aan de keuze van het individu. Dit maakt dat men constant verzandt in een egelstelling.

      Waarom kunnen voor een hoofddoek niet dezelfde (informele) afspraken gelden als voor pakweg een baseballpet of stropdas? Immers, het dragen van een hoofddoek is geen noodzakelijke voorwaarde omdat de islam zelf de keuze laat. Een keuze die kan variëren naargelang de context. De geplogenheden verschillen naargelang de context en worden maatschappelijk, en niet individueel, bepaald. Wat mij betreft mogen moslima's overal en binnen elke context een hoofddoek dragen, maar ik kan niet spreken in naam van de samenleving. Meer nog: samen-leven is een kwestie van geven en nemen en me dunkt dat er in verband met de hoofddoek best wel wat ruimte is om die waarheid in de praktijk te brengen.

      • door Alysa op zondag 7 april 2013

        "Men kan er binnen een bepaalde context voor kiezen een hoofddoek te dragen en er binnen een andere context voor kiezen om geen hoofddoek te dragen; beide keuzes sluiten elkaar niet uit" OK, Le Grand Guignol, wat u schrijft kan waar zijn, maar de moslima's die ik gekend heb kozen er ofwel voor om altijd wanneer zij in het openbaar leven zijn een hoofddoek te dragen of nooit wanneer zij in het openbaar leven zijn, het dragen of niet dragen van een hoofddoek in het openbaar leven mag dan reeds een individuele keuze zijn, wanneer de moslima in kwestie er voor kiest om bv. met het dragen van een hoofddoek te beginnen wanneer zij in 't openbaar leven verschijnt dan is dat omdat vanaf die bepaalde moment altijd zo te doen en niet anders! Natuurlijk kan zij er dan voor kiezen om de arbeidsfunctie's waarvoor het voor haar verboden is een hoofddoek te dragen niet (meer) te gaan uitoefenen of er niet voor te solliciteren, anders is het helaas gesteld met Sikh-mannen die een bepaald soort 'doop' hebben ondergaan (Khalsa) genaamd, hoewel het ondergaan voor Sikh-mannen van khalsa op vrijwillige basis is, moet de man in kwestie vanaf dat moment dat hij khalsa ondergaan heeft van zijn geloof altijd in 't openbaar leven de uiterlijke (ken)tekenen van dat ondergaan hebben van khalsa dragen, dat betekent ondermeer het dragen van die tulband!

        • door Le grand guignol op zondag 7 april 2013

          U schrijft dat alle moslima's die u gekend hebt - en waarschijnlijk nog steeds kent - ervoor kiezen om ofwel de hoofddoek altijd te dragen of de hoofddoek helemaal niet te dragen. Dat is uw ervaring en ik ga die geenszins in twijfel trekken. Echter, ook het omgekeerde is waar. Een aantal jaren geleden vertelde een moslim mij dat zijn dochters, zolang ze thuis woonden, geen hoofddoek mochten dragen op school, noch op het werk. Zijn opvatting daaromtrent drukte hij uit in ietwat provocerende woorden, die naar mijn mening een belangrijk knelpunt blootleggen. Hij vertelde me: "Mijn dochters gaan zich niet laten marginaliseren door hun paternalistische, fundamentalistische zusters." Het standpunt van de vader werd blijkbaar gedeeld door de andere mannen die aan het gesprek deelnamen en die de scheiding tussen Kerk en Staat bijzonder gemakkelijk konden maken: daar waar het dragen van een hoofddoek geen problemen oplevert is een hoofddoek toegestaan; daar waar het dragen van een hoofddoek botst op datgene wat als algemeen aanvaardbaar beschouwd wordt is het beter om geen hoofddoek te dragen. Volgens de mannen was het dragen van een hoofddoek dan ook geen noodzakelijke voorwaarde om een 'goede moslima' te (kunnen) zijn: "De geloofsbelijdenis speelt zich niet af op het hoofd, maar wel in het hoofd en - nog veel belangrijker - in het hart." Evenwel is het belangrijk dat men zich als moslim gedraagt in overeenstemming met de vijf Zuilen, maar het permanent (!) dragen van een hoofddoek maakt daar geen deel van uit.

          Nogmaals: wat mij betreft mogen/kunnen moslima's binnen elke context een hoofddoek dragen, maar ik kan/mag niet spreken in naam van de samenleving en binnen die samenleving zijn de standpunten daaromtrent (bijzonder) verdeeld. U schrijft dat de moslima's die u kent kiezen om de hoofddoek wel of helemaal niet te dragen. Het is dat zwart-wit-denken, dat in wezen geen ruimte overlaat voor toenadering, dat wordt meegenomen in het ganse hoofddoekendebat waardoor dat hoofddoekendebat altijd verzandt in een stellingenoorlog. Bovendien is het hoofddoekendebat uitgegroeid tot een symbooldossier wat, althans naar mijn mening, ten koste gaat van de redelijkheid waarmee het debat gevoerd wordt. Hierdoor ontstaat de perceptie dat de islam, als religie, gelijk staat met het al dan niet dragen van een hoofddoek. Niets is echter minder waar.

          • door Alysa op zondag 7 april 2013

            Le grand guignol, een van die moslima's die dat zei dat zij de hoofddoek consequent zal dragen in 't openbaar vanaf het moment dat zij daarvoor zou kiezen gaf les over haar geloof nml. de Islam natuurlijk moet je van de Islam niet (permanent) een hoofddoek dragen om een goede moslima te zijn, alhoewel sommige moslima's en moslims er (helaas) anders over denken!

  • door PLUS op zaterdag 6 april 2013

    Mr Etienne Vermeersch heeft blijkbaar zeer graag dat met hem in debat gaat, zodat hij het kan uitleggen. Hij vindt dat iedereen zou moeten luisteren naar zijn razend interessante wetenswaardigheden. Maar zelf is hij zelden of nooit luisterbereid voor de meningen van anderen.

    De PLUS beweging wil ijveren voor een Positieve Luisterende Universele Samenleving, waarin iedereen gelijke rechten heeft en niemand zich interessanter of belangrijker hoeft te vinden dan iemand anders. We zijn allemaal even interessant en belangrijk.

    • door huracan op maandag 8 april 2013

      @Plus Beweging : Uw laatste alinea is een schot in de roos . Waarover wordt er eigenlijk hele dagen " gezeverd"? Over niets anders dan details . Waardering zoeken via het prestaties leveren in onbelangrijke dingen, compleet naast de kwestie waar het gaat om werkelijk universeel ecologische en sociale problemen, en die zijn er massaal. Bij ons moest de vrouw vroeger ook een hoofddeksel dragen in het openbaar , in de kerk, enz.. De vrouw in badpak , onvoorstelbaar en van daaruit evolutie ( noemt men dat dan) naar naaktstranden. Dat alles is plaats en tijdsgebonden en behoeft helemaal geen filosofische onderbouw; het gaat om veranderende cultuur. En , ..wij westerlingen , wij denken de wijsheid in pacht te hebben, want onze cultuur is superieur en moet dus o zo nodig alle sociale gelijkheid ondermijnen . Van sociaal terrorisme gesproken, dat kan tellen . Binst wordt elke sociale binding tussen culturen , groepen en subgroepen vernietigd. Binst wordt de planeet naar de vaantjes geholpen ten voordele van alle soorten van graaiers. Binst betekent innovatie en vooruitgang slechts het scheppen en uitbuiten van nieuwe winst leverende bronnen , waar die ook maar te vinden zijn en ten koste van om het even wat of wie .. Probleemoplossing betekent slechts " het probleem oplossen binnen eenzelfde denkkader , dat van manipulatie van de omgeving ten behoeve van winst , macht en een binnen dat kader noodzakelijke psychologisering van de massa, iets waarin het zaaien van angst de centrale rol vervult. Wij drijven schapen met behulp van de hond ; in andere culturen volgen schapen in volle vertrouwen hun begeleider .In dat laatste geval is er respect en gelijkheid in waarde binnen de wederzijdse verhouding. Tijd voor het opstarten van een mondiale denktank van mensen die creatief innoveren uitgaande vanuit de onvervreemdbare behoeften van onze planeet en van daaruit de mondiale sociale gelijkheid en de noodzaak van " genoeg voor iedereen".

  • door Selis op zaterdag 6 april 2013

    Alysa toont meteen het probleem aan: ofwel verbied je ongeveer alles, ofwel laat je ongeveer alles toe. Ik zie niet in waarom een regenboog T-shirt niet zou mogen en een hoofddoek wel. En wie gaat daarover beslissen? Verschilt een ideologische boodschap van een godsdienstige? En als je respect vraagt voor godsdiensten, dan moeten atheïsten ook respect krijgen en zich kunnen uiten. Als alles moet kunnen, dan wil ik ook wel meisjes van Femen zien zitten achter een loket. En als bloot niet mag, dan met een T-shirt van een bloot bovenlijf met 'Fuck your morals' op. Want laat ons eerlijk zijn in wezen zegt de hoofddoek hetzelfde tegen de andere levensbeschouwingen. Dat iemand de hoofddoek wél ziet zitten maar de regenboog-T-shirt niet is, naar mijn gevoel, te waar om mooi te zijn... Zo veelzeggend. De eerste reactie toont dus al onmiddellijk aan dat het werk van deze auteurs eigenlijk voor niets is geweest...

    Ik heb de tekst wél helemaal doorgelezen en hij is inderdaad veel te lang. Eigenlijk wil hij zeggen dat we allemaal (Vermeersch incluis) eerst nog veel moeten gaan lezen vooraleer we voorzichtig een mening zullen mogen geven over iets dat zonneklaar is: het pro-hoofddoeken standpunt leidt tot oorlog aan het loket, tussen de mensen en tussen gemeenten (1 seculier standpunt over het hele grondgebied dringt zich op om dit te vermijden).

    • door Niko op zaterdag 6 april 2013

      In wezen zegt een hoofddoek hetzelfde als een ontbloot bovenlijf met 'fuck your morals'? In the eye of the beholder, misschien. Bovenstaand artikel, dat je volledig gelezen hebt, verwijst naar een studie over de verschillende beweegredenen voor het dragen van een hoofddoek. The beholder zou er na het lezen daarvan ook eens kunnen bij stilstaan dat wat hij ziet niet de eenduidige betekenis heeft die hij er zelf aan geeft. Maar ik begrijp wel wat je bedoelt. In hoeverre kan een loketbediende of schoollopende jongere vrij zijn om te dragen wat hij wil? En in hoeverre moet een hogere instantie de normen hiervoor opleggen? Het blijft moeilijk discussiëren over de grenzen van de vrijheid. Dictaturen zijn in dat opzicht makkelijker.

  • door Niko op zaterdag 6 april 2013

    Sterk artikel. En goed dat het onderscheid nog eens wordt gemaakt tussen neutraliteit en dat 'vermoeden van partijdigheid' waarrond een deel van Vermeersch' argumentatie is opgebouwd. Alsof we loketbedienden en schoolgenoten zouden moeten kunnen wraken, als waren ze rechters die met de verkeerde mensen een spaghetti hebben gegeten. En wat de druk van de groep betreft die vrouwen ertoe zou aanzetten om een hoofddoek op te doen : het zou interessant zijn om te weten hoeveel vrouwen werkelijk om die reden een hoofddoek dragen en daarbij een zekere dwang ervaren. In elk geval is het zo dat als iemand het dragen van een hoofddoek verbiedt , die de volledige 100% van de groep dwingt om hem af te leggen. En dan kan je je evengoed de vraag stellen welk aandeel van die vrouwen die dwang als negatief ervaart...

  • door Martin Veltjen op zondag 7 april 2013

    ik zal er over zwijgen, beloofd.

  • door Martin Veltjen op zondag 7 april 2013

    Etienne is toch een beetje de partijfilosoof van open-vld geworden, eh. Goed dat Kruithof het niet meer heeft moeten meemaken.

  • door froels op maandag 8 april 2013

    Het interessantst zijn de verwijzingen naar enquetes waarom vrouwen hoofddoeken willen dragen. Enkele daarvan dateren van de vorige eeuw en voor 9/11. Het verwondert mij dat geen van de motivaties verwijst naar de internationale scene. Veel hangt natuurlijk af welke vragen werden gesteld, en welke niet. Ook willen moslims in W-Europa niet geassocieerd worden met terrorisme, en verbergen ze hun verontwaardiging over de jarenlange georganiseerde moorden op moslims in het M-Oosten. Het zou ook kunnen dat die verontwaardiging en protestbedrag sterker zijn bij moslim mannen, en die komen niet aan het woord in deze enquetes (vermoed ik althans). Ik schreef al in 2010: https://biblio.ugent.be/publication/920908 De hoofddoekdiscussie in scholen heeft nog een heel andere dimensie, die typisch Vlaams is: de concurrentie tussen de netten. Zie https://biblio.ugent.be/publication/814615

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties