De onzichtbare hand die ons wurgt. Bart Staes
Nieuws, Europa, De onzichtbare hand die ons wurgt -

De onzichtbare hand die ons wurgt:De aflaat van een mathematicus

Voorpublicatie uit 'De onzichtbare hand die ons wurgt' van Bart Staes. Vandaag: De aflaat van een mathematicus. Hoe een wiskundige formule verhulde wat bankiers niet wilden weten

woensdag 20 juni 2012 15:47

De aflaat van een mathematicus

Hoe een wiskundige formule verhulde wat bankiers niet wilden weten

De onbegrensde groei van de huizenmarkt en de quasi-ontkenning van de risico’s was mogelijk omdat de meeste bankiers echt geloofden dat ze die risico’s helemaal onder controle hadden. Iemand had hen er namelijk van overtuigd dat ze risico’s perfect konden inschatten, en had op die manier de zesde kiem van de crisis geplant.

De Chinees David Li kwam op de proppen met een toverformule die gebaseerd was op methodes uit de wereld van de levensverzekeringen. Ze pretendeerde te voorspellen hoe schijnbaar los van elkaar staande gebeurtenissen toch op elkaar konden inwerken. Li maakte geen gebruik van de historische gegevens om correlatierisico te meten (zoals bijvoorbeeld verzekeraars nog doen als ze uw premie berekenen). Hij gebruikte gewoon de actuele prijzen van de markt, die immers toch ‘altijd gelijk’ had. Daardoor zat niemand op den duur nog te wachten op informatie uit grote databanken vol historische gegevens, om daaruit een wellicht iets meer objectieve analyse of waardering van een markt af te leiden. Wat telde, was het hier en nu.
Die manier van denken verankerde een stevige foutenmarge in het systeem: want als de markt verkeerd dacht, klopte ook de uitkomst van de formule niet meer. Zelfs David Li zelf waarschuwde voor de beperkingen van zijn financieel model. “Weinig mensen snappen in werkelijkheid waar het over gaat”, zei hij in 2004 aan The Wall Street Journal. “Het gevaarlijkste kantje van mijn model is dat mensen het resultaat ervan weleens zouden kunnen geloven.”

Helaas: duizenden investeerders deden precies dát: ze vergaten dat er een grote foutenmarge op Li’s model zat, en lazen de resultaten die de mathematische modellen uitspuwden alsof ze het evangelie zelve waren.

Niet alleen investeerders, ook wetgevers en toezichthouders liepen in de val. In 2004 integreerden ook de ratingagentschappen, die de kredietwaardigheid van ontleners en bedrijven inschatten, Li’s formule in hun risicomodellen. Van daaruit sijpelden ze automatisch door naar de kapitaalvereisten voor de banken. Li’s formule zorgde voor een stortvloed van investeringen in Amerikaanse rommelhypotheken, en daarom was ze cruciaal voor de creatie van een schaduwbankensysteem en een ware windhandel in derivaten.

Li’s formule zorgde ervoor dat risico’s systematisch lager werden ingeschat, zelfs bij de massale verkoop van risicovolle beleggingsproducten zoals bijvoorbeeld de CDO-handel in rommelhypotheken (de collateralized debt obligation is een product dat een groot aantal activa bundelt, herverpakt en in de vorm van obligaties weer doorverkoopt, zie kiem 7).

Li’s mathematisch model gaf een (theoretisch) antwoord op de vraag hoe groot het risico is dat iemand bijvoorbeeld stopt met het afbetalen van een hypotheek. Toen alle banken dat theoretische antwoord als onweerlegbare wetenschap begonnen te beschouwen, konden ze de voorheen onwaardeerbare CDO’s plotseling wel waarderen en massaal in hun boeken zetten.

Maar de financiële wereld hield er op het hoogtepunt van de beursbonanza geen rekening mee dat de hoogste AAA-rating bij een CDO iets heel anders betekende dan een AAA-rating voor, pakweg, een bedrijfsobligatie. Een rating voor een bedrijf schat de kans in dat de duidelijk identificeerbare onderneming de obligatie niet zal kunnen terugbetalen: AAA betekent lage kans, B gemiddelde en C of D grote kans.

Maar bij een CDO wordt een heel pakket schulden samengevoegd en vervolgens getrancheerd. Als de ontleners stoppen met betalen, dan moeten de laagste tranches de eerste verliezen slikken. De AAA-tranches worden daarentegen maar geraakt als een groot percentage van de leningen niet meer terugbetaald wordt. Waardoor hetzelfde etiket dus een totaal andere betekenis krijgt.

Formules als die van David Li zorgden ervoor dat alle AAA’s over dezelfde kam geschoren konden worden. Daardoor konden banken minderwaardige schuld met een vaak veel betere score in hun boeken zetten, waardoor ze er minder kapitaal apart voor moesten houden in hun balans. Dat stimuleerde fors de groei van de schaduweconomie van het financiële systeem.

Zo maakte de formule van Li de wereld van de financiële instellingen meteen ook superkwetsbaar: als er een fout zou sluipen in de uitkomst van Li’s mathematische model, dan dreigde het hele systeem onderuit te gaan. De evolutie van de ‘high frequency trading’ in de beurswereld, zoals beschreven in kiem 2, droeg er ook al niet bepaald toe bij dat handelaars, analisten en bankiers nog tijd hadden om rustig na te denken.

Waar de Oostenrijkse econoom Friedrich von Hayek zo fel voor had gewaarschuwd toen hij in 1974 de Nobelprijs voor economie aanvaardde, werd binnen de kortste keren pijnlijke realiteit: het vermoeden van kennis in de geesten van bankiers, risicobeheerders en toezichthouders had een desastreus effect op de wereldeconomie.

Download hier het boek: De onzichtbare hand die ons wurgt

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!