Interview, Nieuws, Cultuur, Stef Kamil Carlens, Zita swoon group - KoenDeMeester

Interview Zita Swoon Group: “Wij maken platen op een fair trade manier”

Het gaat snel in de wereld van Stef Kamil Carlens, energieke voorman van Zita Swoon Group. Mochten we vorige maand nog de fijne cd Wait For Me – een plaat met beide voeten in Afrika – verwelkomen, dan stelt hij deze week reeds het nieuwe project New Old World voor. Verder is de man ook actief als curator en producer. Dat laatste van soms heel verrassende artiesten. Maar, leest u dat vooral zelf.

dinsdag 17 april 2012 10:29

Stef Kamil Carlens ontvangt ons tussen het instrumentarium van zijn band en ook al lijkt de man de rust zelve, toch zijn het hectische tijden. Carlens werd natuurlijk bekend als de kleurrijke bassist van dEUS. De man uit Schoten bleef bij de formatie tot 1996. Daarna concentreerde hij zich vooral op eigen projecten en scoorde hij hoge toppen met Zita Swoon, tegenwoordig Zita Swoon Group. Ook op zijn 41ste gaat hij het avontuur niet uit de weg, getuige de nieuwe, excellente cross-over-cd Wait For Me. Ontstaan uit een samenwerking met zangeres Awa Demé en balafonspeler Mamadou Diabaté Kibié uit Burkina Faso.

De nieuwe plaat

Wait For Me werd een zeer mooie cd. De samensmelting van Afrikaanse en Westerse muziek lijkt ons nochtans niet evident. Klopt dat?

Stef Kamil Carlens: “Het was wel wat zoeken, maar de zoektocht was heel aangenaam. Ik kende niets van Afrika en dat was meteen al een eerste enorme stap. Het was boeiend en intens om daar te reizen en mensen te ontmoeten. Ik heb ik in het begin veel geluisterd naar hen. Altijd moest ik wel hopen dat ze niet naar het Dioula (één van de meest gesproken talen van West-Afrika-KDM) overschakelden. Hopen dus dat ze in het Frans bleven praten. Dat is normaal, dat doen Vlamingen ook als ze in de meerderheid zijn, op een gegeven moment beginnen ze toch in het Nederlands. Het was ook heel confronterend. Ik ben een week in Mali geweest, maar de hoofdreis lag in Burkina Faso. Ik had daar afgesproken met mijn gids Ibrahim Diallo, een medewerker van het Zuiderpershuis.”

Kwam het initiatief ook niet van het Antwerpse Zuiderpershuis?

“Inderdaad. Ibrahim werkt al heel lang als een soort interface tussen Afrika en het Zuiderpershuis. Hij is tourmanager voor artiesten van daar die naar hier komen en hij heeft er ook verschillende projecten lopen. We speelden ooit een benefietvoorstelling in het Zuiderpershuis. Ibrahim was toen aanwezig met een aantal voodooartiesten uit Benin. We speelden in het midden van de zaal en hij was heel enthousiast. Hij wilde ons laten overkomen, maar dat was financieel totaal onmogelijk. Het plan is nooit doorgegaan. Een paar jaar later heeft hij me dan uitgenodigd om in Afrika te reizen en te zien of er een mogelijke samenwerking met artiesten van daar inzat. Ik heb de eerste keer drie weken met hem gereisd in Burkina Faso. Hij heeft me alles uitgelegd en me overal geïntroduceerd.”

Ben je er meer dan één keer geweest?

“In totaal vier keer. De eerste reis was begin 2010 en de laatste in februari 2011. Die heb ik alleen gemaakt om daar nog verder te schrijven. Het was een heel proces, zeker omdat ik wilde dat de twee stijlen elkaar in het midden zouden tegenkomen. We moesten een systeem vinden zodat ik hun ritmes en structuren zou begrijpen. Mamadou en Awa zijn nooit naar school geweest en denken echt in compleet andere structuren. Dat zorgt ook voor een heel andere artistieke communicatie. Gewoon menselijk contact is gemakkelijk, maar de artistieke talen combineren was buitengewoon boeiend.”

Koos je daarom voor het alternerende in de songs?

“We werkten met een dictafoontje met ideetjes. Ik had met Mamadou al snel iets gevonden. Awa reageerde daar direct op met heel veel tekst. Zij put uit een uitgebreid repertoire van griotgezangen die heel oud zijn. Vooral in de eerste songs die we maakten zoals ‘Sababu’, ‘A Ni Baara’ en ‘Nègèn’. Ik heb eerst proberen te begrijpen waarover het handelde en toen kon ik antwoorden. Bij mij komt een tekst ook veel trager, ik moet echt gaan zitten om te schrijven.”

De plaat heeft een opvallend eigen geluid. Was dat een doelbewuste keuze?

“Ik koos echt voor een specifiek instrumentarium. Het moest akoestisch zijn, omdat we in Afrika gingen repeteren en daar is weinig of geen elektriciteit. Ik wou ook niet in het wilde weg werken. Daarom selecteerde ik de resofonische gitaar (beter bekend onder de merknaam dobro-KDM) voor mezelf. Omdat die heel luid klinkt en toch akoestisch is. Echt geschikt om met de balafon te spelen. Voor Simon Pleysier koos ik de akoestische gitaar en de banjo omdat die ook heel luid kan klinken. Voor Kapinga Gysel dacht ik in eerste instantie aan de zang. Zij is afkomstig uit Congo en heeft daar tot haar 16e gewoond. Voor haar was het trouwens de eerste keer dat ze naar Afrika terugkeerde. Later is er voor haar een klein scheepsharmonium bijgekomen, omwille van de houten klank en ook klokkenspel en melodica. Karen Willems was er voor de eerste keer bij. Zij is een drumster en ik vroeg haar een cocktaildrum te spelen. Dat is een drumstel dat bestaat uit één lange trommel met bovenaan de snaredrum en onderaan de basdrum. Amel Serra Garcia had ik in eerste instantie gevraagd om kleine percussie te spelen. Met als lichtend voorbeeld de percussionist van Bob Marley. Die man valt eerst niet op in Marleys muziek, maar hij is heel inventief en lijkt al schilderend te spelen. Ik vond dat heel boeiend en ik vroeg dan ook aan Amel om niet in ritmische patronen, maar eerder solerend te spelen. Hij is van oorsprong echter congaspeler en de conga’s zijn er later ook bijgekomen omdat hij een beetje vocabulaire miste. Het zijn uiteindelijk geëvolueerde Afrikaanse instrumenten, wel melodieuzer dan een djembé bij voorbeeld. Ritmisch stond Amel heel snel in contact met Mamadou en Awa, omdat ze uiteindelijk dezelfde roots hebben.”

Ben je in Burkina Faso vaak gaan repeteren met de volledige band?

“Eén keer maar, want dat was natuurlijk een dure onderneming. Ik vond het wel belangrijk dat de band ook Afrika – al was het maar heel kort –mee beleefd had. Het was nu eenmaal gemakkelijker om Mamadou en Awa naar hier voor de repetities, de tournee en de opnames over te laten komen.”

Hoe was het hier voor hen?

“Mamadou was al diverse keren in Europa geweest, want hij speelde lang met Adama Dramé en zag zelfs al de VS. Voor Awa was het de eerste keer. Zij heeft zich de ogen uitgekeken. Ik heb ook aan Mamadou gevraagd: zou je hier willen blijven? En hij zei ‘No Way’. Hij bekijkt dat heel realistisch, hij ziet hoe duur hier alles is. Als we stoppen voor een koffie onderweg en die kost drie euro, dan is dat voor hen een hallucinant bedrag. Maar tegelijk merkte ik wel dat velen in Afrika een vertekend beeld hebben van Europa. Ze krijgen niet genoeg informatie. Zoals wij ook geen duidelijke info over Afrika krijgen. Het is er niet allemaal kommer en kwel, maar ook een fantastische plek om te zijn. Als ik terug kwam, was ik steeds volledig veranderd, veel rustiger… De mensen nemen er hun tijd. Er is weinig werk, dus veel tijd. De sociale codes zijn daar zeer uitgebreid. Er is wel een downside aan: veel jaloezie en achterklap. Kinderen zijn daar wel nog veel vrijer. Ze kunnen daar gaan en staan waar ze willen, kinderen zijn daar van iedereen. Ze worden in het oog gehouden door de maatschappij. Dat is bij ons verloren gegaan.”

De curator

Je was ondertussen ook nog bezig met heel wat andere zaken. Eén daarvan was het curatorschap in maart van een week in de Antwerpse Bourla met diverse artiesten. Is dat samenstellen een soort van speeltuin?

“Voor een deel. Niet alles kan immers, want sommige zaken zijn te duur. Het is leuk, maar er zit wel wat werk in. Je moet een goede combinatie van bekende en minder bekende artiesten uitbalanceren, zeker voor zo’n grote zaal. Ik heb het al eerder gedaan voor de AB en Theater Aan Zee. Het is ook boeiend omdat je als muzikant kennis maakt met de andere kant. Het is artistiek èn praktisch, dat houdt je met je twee voeten op de grond. Sommige van de artiesten die er speelden heb ik ontmoet. Randy Newman bij voorbeeld ben ik een handtekening gaan vragen en dat was grappig. Ik had een vinylplaat meegenomen en ik kwam op voorhand aan in het Bourlacafé. Ik zag daar Daan Stuyven met een plastic zakje met vinylplaten. We zijn dan als twee tieners een handtekening gaan vragen aan Randy Newman.”

Ik heb je ooit een handtekening zien vragen aan Frank Black, hij handtekende je rode gitaar.

“Een handtekening van iemand als Frank Black is een soort zegening van het instrument. Ik heb verschillende gitaren met handtekeningen. Die handtekening is er spijtig genoeg al afgegaan. Diezelfde gitaar is ook getekend door Elvis Costello en Suzanne Vega. Maar ook die zijn vervaagd. Op de gitaar die ik bespeel tijdens onze nieuwste productie staat een handtekening van Blixa Bargeld (Einstürzende Neubauten, The Bad Seeds).”

De nieuwe productie

Over die nieuwe productie New Old World gesproken, die gaat dezer dagen in première. Een nieuwe stap voor Zita Swoon Group?

“We spelen NOW voor de eerste keer in België deze week. Vorige week was de wereldpremière in Rotterdam. De muziek wordt gecombineerd met een video-installatie. We hebben er met twee componisten aan gewerkt. Drummer Aarich Jespers en ik schreven elk de helft van de stukken en we maakten samen de film. Het is moeilijk om er iets over te vertellen, want het is instrumentale muziek en er zitten een aantal verrassingen in. Visueel is het heel speels, er zit ook veel beeldend werk in. De bezetting geeft wel een idee: er zijn drie strijkers waarvan violist Jeroen Baert ook akoestische gitaar, mandoline en autoharp speelt, verder Karel Coninx  op altviool en celliste Seraphine Stragier speelt harp en autoharp. Wim De Busser neemt de piano en philicorda (een soort orgel) voor zijn rekening. Tomas De Smet doet mee op contrabas en elektrische bas, Aarich Jespers drumt en ikzelf op elektrische gitaar en heel af en toe een klein casio keyboard. De piano speelt een grote rol, net als de elektrische gitaar. Er zitten referenties naar bij voorbeeld Nino Rota en andere filmmuziek in. Het is inderdaad weer iets anders.”

Verschijnt er ook een plaat van?

“De muziek zal zeker nog op plaat komen, maar voorlopig zijn daar geen concrete plannen voor. Ook omdat het een instrumentale plaat is. Platenfirma’s zitten daar niet echt op te wachten. Het verlangen om op te nemen is er wel. Bij de productie die we samen met Rosas gedaan hebben, werd de plaat maar opgenomen toen de productie al twee jaar op tournee was. De verkoop van dergelijk type plaat is ook eerder beperkt, net genoeg om de kosten eruit te halen.”

Ligt het tegenwoordig zo moeilijk?

“Het heeft niet alleen met het genre te maken. Mensen kopen geen cd’s meer. En je moet niets verwachten van het sluiten van de illegale sites, want een site als Spotify  – die legaal is – brengt ook niets op voor de artiesten. Terwijl platen opnemen wel handenvol geld kost. Wij maken platen op een fair trade manier. De muzikanten worden voor elke sessie correct betaald, volgens de barema’s van de industrie, ook voor de repetities. In het geval van Wait For Me was dat met 8 muzikanten. Eén repetitiedag kostte me ongeveer 1500 euro. Je kan je dus voorstellen wat een gigantisch bedrag zo’n plaat kost om te maken. Veel mensen verklaren me dan ook gek. In de popwereld worden muzikanten doorgaans niet betaald voor repetities, maar we hebben het kunnen doen omdat onze organisatie het nog net aankan. Het wordt wel moeilijker en moeilijker, met zaken als Spotify. We hadden het daarstraks over koffie, je betaalt er drie euro voor en niemand die daarover mort. Twee trappisten kosten zeven euro, je legt dat daar. Maar als mensen 10 of 15 euro moeten betalen voor een cd, waar ze veel langer van genieten en waar maandenlang aan gewerkt is, dan wil men er niet aan. Er is een volledige wanverhouding. Mensen denken dat we veel geld verdienen met concerten en platen maken, maar dat is voorbij. Het was misschien zo in het verleden en ik heb het geluk gehad om er nog een beetje van mee te maken. Elke afspraak voor een concert of een cd wordt tegenwoordig echt realistisch ingeschat en je gage wordt aan de hand daarvan berekend. De echte hallucinante bedragen zijn dan ook weg. In ieder geval niet voor mij en de meeste artiesten die ik ken ook niet.”

Is er dan geen geld meer?

“De generatie onder de 35 koopt gewoon geen cd’s meer. Mensen van mijn generatie doen dat nog wel. De meeste muzikanten waar ik mee speel zijn rond de 30. Die betalen voor niets, niet voor computerprogramma’s, niet voor films, niet voor muziek en dat zijn zelf muzikanten. Ze leven er zelf van. Kun je nagaan. Het gaat hier niet over geen geld hebben, maar over een attitude. Wij zijn dan nog een van de weinige groepen die toch meer dan 3000 platen verkopen. Natuurlijk zijn er grote uitzonderingen als Selah Sue, maar ik denk dan wel: het is een eerste plaat, hoe lang gaat ze dat trekken? Ik heb met mijn groep al 14 platen gemaakt en daarbuiten met andere bands nog een heleboel…”

De producer van…

Gooi je je daarom op het werk als producer?

“Ook daar word je niet rijk van, maar het is wel boeiend. Ik heb nu net een plaat afgewerkt. Ik denk dat ik het nu wel mag zeggen. Ik heb dus de nieuwe cd van Helmut Lotti geproduceerd. We zijn daaraan in alle stilte begonnen in 2010. Veel werk, maar heel fijn om te doen. Hij is een bijzonder enthousiast artiest om mee te werken. Het is vreemd dat ik het moeilijk vind om over zijn plaat te praten. Bij mijn productie van Yevgueni (SKC produceerde hun nieuwste plaat) heb ik me daar nooit vragen bij gesteld. Maar nu wel, omdat Helmut ook gevolgd wordt door een soort pers – de paparazzisfeer, zeg maar – waar ik zelf nooit mee te maken heb gehad en ook niets wil mee te maken hebben. Wat ik wel kan zeggen is dat het héél anders is dan wat hij tot nu toe heeft gemaakt. Het was een puur artistieke samenwerking. De songs zijn van hem en ik was de man die hem begeleidde in de keuze van de sound en de muzikanten, maar hij besliste alles. Ik was zijn klankbord, advocaat van de duivel, een tweede mening.”

Hoe kwam hij bij jou terecht?

“Toevallig, ik was ooit uitgenodigd op Peter Live om een song van Zita Swoon te spelen. Ze vroegen of we dan samen met Helmut en de huisband van dat programma ook een nummer van Queen wilden brengen. Ik ben een Queenfan en ik vond dat wel leuk. Ik kende hem niet persoonlijk, maar hij is een warm, sociaal iemand en het klikte al snel. De plaat komt trouwens pas in oktober uit.”

En, een laatste vraag, waarom heten jullie nu Zita Swoon Group?

“We wilden op een andere manier gaan werken. Het repertoire van alle platen voor 2009 spelen we niet meer en sedertdien hebben we geen popconcerten meer gedaan. We hebben ons voorgenomen om met projecten te werken. Die kunnen songgeoriënteerd zijn zoals Wait For Me, maar even goed veel breder gaan, zoals New Old World. Eén van de belangrijkste punten daarbij was dat er meer instrumentaal moest kunnen gewerkt worden. Ik mik op een verhouding van 50-50. Dat vocale kan dan al dan niet songgericht zijn, want ik wil ook anders met stemmen gaan werken. Qua aanpak moest het meer als een theater- of dansgezelschap zijn met verschillende projecten maken, die door elkaar kunnen toeren. We hopen dat we dat kunnen blijven doen. Er hangt dan ook veel af van de subsidies die we al dan niet krijgen. Het is een beetje bang afwachten op wat de minister zal beslissen. Maar we hebben in elk geval een artistieke intentie. We zien wel of we die al dan niet moeten aanpassen aan de realiteit.”

Koen De Meester

Er zijn nog enkele tickets voor de opvoeringen van New Old World vandaag en morgen in De Singel. De rest van de opvoeringen (ook van Wait For Me en Dancing With The Sound Hobbyist) vindt u op hier.

Wait For Me (++++) is nu uit op Crammed.

take down
the paywall
steun ons nu!