about
Toon menu

De staking en haar tegenstanders: posities en hun consequenties

Het economisch veld is geen neutraal veld. Het is geen domein waarin welingelichte en rationele wezens vrije en onafhankelijke keuzes maken. Economie is in de eerste plaats een veld van onevenwichtige machtsrelaties. Dit is natuurlijk de belangrijkste les die Marx ons, in de lijn van Machiavelli, geleerd heeft.
vrijdag 27 januari 2012

Maar, wat Marx ons net als Machiavelli ook leert, is dat macht nooit het exclusieve bezit is van één element binnen de machtsrelatie. Macht kan enkel bestaan dankzij die relatie zelf. Anders gezegd: tussen werkgever en werknemer bestaat een wederzijdse afhankelijkheidsrelatie.

Het is deze afhankelijkheid van het kapitaal ten opzichte van de arbeid die de potentiële macht vormt van de arbeider. De voornaamste manier om die potentiële macht te actualiseren is de staking. In de staking wordt de afhankelijkheid van het kapitaal ten opzichte van de arbeider volledig zichtbaar.

Geen mooiere visualisatie van die afhankelijkheidsrelatie dan de tekening die een zekere Albert Hahn maakte naar aanleiding van de Nederlandse spoorwegstaking in 1903. Op de prent staat een reusachtige arbeider afgebeeld die de veel kleinere treinen tegenhoudt die het station willen verlaten. Kleine mannetjes met kokerhoeden die het patronaat voorstellen trekken vruchteloos aan de broekspijpen van de reusachtige arbeider. De begeleidende tekst bij de tekening luidt: “Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil”. Het is dus dit soort macht die arbeiders hebben en die ook aangewend en veruitwendigd wordt wanneer een staking uitbreekt.

Dit soort denken kadert zich niet zozeer binnen een Marxistische als  wel binnen een democratische traditie waaraan verschillende moderne denkers gestalte hebben gegeven. Bij zowel Hobbes, Machiavelli, Locke en Spinoza vinden we het idee terug dat de soeverein (of die nu oligarch, president of vorst is) wel de finale beslissingsmacht heeft, maar dat het volk de sleutel tot de legitimiteit van de soevereiniteit in handen heeft. Met andere woorden, ook in de politiek is de macht uiteindelijk afhankelijk van de steun en de medewerking van het volk.

Dit standpunt dat men dus bij vele moderne denkers terugvindt, is niet alleen een feitelijke beschrijving van hoe macht werkt. Het opent ook een conceptuele ruimte om over democratische macht te denken. Het descriptieve impliceert een normatieve eis, zeggen dàt het volk de feitelijke macht in handen heeft is slechts één stap verwijderd van de moderne conceptie van volkssoevereiniteit: het idee dat het volk ook de macht in handen moet hebben.

Het recht op staken aanvallen, betekent meteen ook een aanval op de democratie

Ook een ander idee is hier nauw mee verbonden, namelijk het recht op revolutie dat we bijvoorbeeld zien opduiken bij John Locke maar ook bij Thomas Jefferson. Dit recht op revolutie wijst op het feit dat de bevolking het recht heeft om in opstand te komen indien het zijn democratische rechten geschonden ziet. Jefferson verwoordde het nog sterker, volgens hem maakte de rebellie en de opstand een essentieel deel uit van een gezonde democratie.

Wat ik met dit alles wil aantonen, is het volgende: het recht op staking maakt integraal deel uit van een democratie en de democratische verbeelding (imaginary). Wat de revolutie is op vlak van politieke democratie, is de staking op vlak van economische democratie. Het recht op staken aanvallen, betekent meteen ook een aanval op de democratie. Nochtans zien we dat dit alsmaar vaker gebeurt. Niet alleen een specifieke staking ligt onder vuur, maar het recht op staken wordt in het kielzog ervan vaak bevraagd. Dit is mijns inziens een gevaarlijke evolutie. Want het antistakingsdiscours situeert zich binnen een uitgesproken ondemocratisch denken.

De ondeelbare verdeeldheid van de samenleving

Het ondemocratisch karakter van het anti-stakingsdiscours laat zich duidelijk blijken wanneer we dieper ingaan op één van de voornaamste argumenten van de tegenstanders van de staking. Vaak wordt geopperd dat een staking schade toebrengt aan de economie en dat die de crisis nog verergert in plaats van eventueel oplost. Tegenover de zogenaamde onverantwoordelijke staking wordt de verantwoordelijkheid van eenieder van ons in het economisch systeem benadrukt.

Opvallend is dat deze kritiek vaak uit (neo-)liberale hoek komt. Diegene die anders de keuzevrijheid van het individu bezingen, eisen steevast de beperking van die vrijheid als het over economie gaat. Dan heeft men plots niet meer de vrijheid om sociale rechten op te eisen, collectieve actie te ondernemen of op te komen voor sociale verworvenheden. Want die individuele grieven dienen steevast opgeofferd worden voor het hoger goed: de economische groei. Het individu mag dan wel heilig zijn, maar op economisch vlak is de gemeenschap heilig.

Het individu opofferen ter groter heil van de gemeenschap? Iedere rechtgeaarde liberaal en democraat zou moeten steigeren. Maar nee. In plaats daarvan zouden het de stakers zelf zijn die de democratie in gijzeling nemen. Om Roger Blanpain (DS 27/01) even te citeren: de staking is onwettelijk, ondoelmatig en onrechtvaardig. Maar voor wie? Kunnen we niet net hetzelfde zeggen over de maatregelen die deze regering probeert in te voeren? Zijn deze net ook niet onwettelijk (geen sociaal overleg), ondoelmatig (eenzijdige focus op besparingen zal de crisis niet oplossen, wel integendeel) en onrechtvaardig (lagere- en middenklassen moeten opdraaien voor de gevolgen van een crisis die ze niet veroorzaakt hebben).

De staking is onwettelijk, ondoelmatig en onrechtvaardig voor – hier komt ie – een bepaalde klasse in de samenleving, voor een andere klasse symboliseert ze net wettelijkheid, doelmatigheid en rechtvaardigheid. Dit soort conflict heeft een naam: het heet klassenconflict. En wie zich in de literatuur daarover verdiept, weet dat er geen consensus mogelijk is tussen klassen. Hoogstens een tijdelijk compromis. De tegenstelling blijft een tegenstelling. Het gaat hier om twee visies, twee perspectieven die onverenigbaar zijn. Daarom is de sociale strijd ook altijd een strijd en geen koffiekransje.

Het is not done om tegenwoordig te wijzen op de onverzoenbaarheid tussen verschillende klassen. Het in de mond nemen van begrippen als klassenstrijd nog meer vermoedelijk. En dat heeft een reden. Het voornaamste wapen van het anti-stakingskamp is om ons te doen geloven dat er niet zoiets bestaat als verschillende klassen met verschillende fundamenteel onverenigbare belangen en visies. In het anti-stakingskamp wordt de samenleving als één en onverdeeld voorgesteld. Werknemer en werkgever trekken aan hetzelfde zeel, arbeiden voor het gezamenlijke goed van de gemeenschap en de staker is de te verwijderen stoorzender binnen dit plaatje.

Als we echter vertrekken vanuit het idee van een onvermijdelijk klassenconflict, doemt een ander soort samenleving op: een samenleving die altijd al verdeeld is en die nooit tot een reële of symbolische eenheid kan komen. Dat wil niet zeggen dat we allemaal vechtend over straat moeten rollen, maar wel dat verschillende stemmen gehoord dienen te worden en dat rekening moet gehouden worden met verschillende, onverzoenbare belangen. Dat is ook waarom sociaal overleg noodzakelijk is en niet zomaar een verworven recht is dat vrijelijk kan opgeschort worden. Maar net dat is wat er wel gebeurt en het is ook daarom dat de vakbonden het stakingswapen bovenhalen.

Kiezen of gekozen worden

Wat we vandaag zien is de complete miskenning van het bestaan van een klassenconflict. Alsof het klassenconflict iets is van de vorige eeuw dat samen met de politieke en filosofische invloed van het marxisme verdwenen is. Niets is echter minder waar. Het is hetzelfde als beweren dat oorlog verdwenen is omdat we het nu vredesinterventie noemen.

Het discours van de tegenstanders van de staking bevindt zich dan ook niet boven dat klassenconflict, maar maakt er een essentieel deel van uit. Wie zich tegen de staking keert, dient een bepaald belang. Niet het individuele belang, maar het belang van multinationals, speculanten en bankiers die erin geslaagd zijn om de kosten van de door hen veroorzaakte crisis op de gemeenschap af te schuiven. Want zij hebben er alle belang bij om stakingen te verhinderen.

Natuurlijk is de staking niet rechtstreeks gericht tegen banken, speculanten en multinationals, maar wel onrechtstreeks. Want de politieke keuzes die nu gemaakt worden spelen in de kaart van die 1% en het nadeel van de 99%. Staken tegen die politieke keuzes is staken tegen een beleid dat een elite van 1% de hand boven het hoofd houdt en dus tegen de 1% zelf. En als ik het hier over de 1% heb, heb ik het niet over de hardwerkende, kleine zelfstandigen of over vrije beroepen. Zelfs niet over KMO’s. Want ook die groepen hebben te lijden onder de aanpak van de crisis. Ook voor hen is het knokken. Ik heb het wel over een toplaag die via achterpoortjes allerhande géén belastingen betaalt en tegelijk waanzinnige winsten opstrijkt. Dat is de inzet.

Dit hoeft niet te betekenen dat we allemaal rabiate voorstanders van de vakbondslijn moeten worden alsof zij een onbetwijfelbaar evangelie prediken. Maar vakbondskritiek hoeft ook niet gelijkgesteld te worden aan het betwijfelen van het nut van vakbonden of het belang van een staking.

Persoonlijk schaar ik me achter de staking omdat ze een element vormt in de strijd tegen een fundamenteel sociaal en politiek onrecht dat ons wordt aangedaan. Hetzelfde soort onrecht als dat waartegen de occupy-beweging en de indignado’s wereldwijd protesteren. Dezelfde strijd, maar anders gevoerd en anders vormgegeven. Vind je dat de vakbonden een verkeerde strategie voeren? Goed. Maar meng je dan in de strijd in plaats van de strijd als zodanig af te voeren. Geef die strijd zelf mee vorm en wees niet naïef want als je geen kant kiest wordt er één voor jou gekozen.

Thomas Decreus

Thomas Decreus is verbonden aan de KU Leuven en was medeorganisator van de Shame-betoging in januari 2011.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

27 reacties

  • door Geert na op vrijdag 27 januari 2012

    Ik blijf me verbazen over de persberichten die de staking in een negatief daglicht lijken te stellen ?

    Bijvoorbeeld : “Stakingsbereidheid bij zorgpersoneel heel beperkt” Men bloklettert dat 69 PROCENT niet wenst te staken, maar in de “kleine letters” moet men dan nalezen dat het 69% is van slechts 118 antwoorden van de 500 zorgvoorzieningen ??? http://www.demorgen.be/dm/nl/989/Binnenland/article/detail/1386202/2012/01/27/Stakingsbereidheid-bij-zorgpersoneel-heel-beperkt.dhtml

    En zo kan ik tal van berichtgeving interpreteren. Men zou bijna denken dat er een anti-stakings lobby zorgt voor de te publiceren artikelen ? Beïnvloed men de publieke opinie ??? Tijd voor een charmeoffensief ?

    Nog enkele voorbeelden : Voka en ondernemers voeren actie aan kantoren vakbonden Interne oorlog binnen ACV over staking Meer dan helft Belgen steunt staking niet “Wie wil werken, moet kunnen werken op 30 januari” Vakbonden op ramkoers “Vakbonden spelen met vuur door te staken”

    • door Karel op vrijdag 27 januari 2012

      Bedankt om mijn punt te illustreren. Het was wachten op de eerste complottheorie.

      • door Le grand guignol op vrijdag 27 januari 2012

        Het argument - of liever: het verwijt - van een complottheorie om een constructief debat te ondermijnen, opdat men niet meer naar de feiten hoeft te kijken, maakt deel uit van een reactionaire strategie om linkse meningen en argumenten uit de publieke ruimte te bannen. Bij mijn weten werd er nergens een complot of samenzwering gesuggereerd in de reactie waarop u reageert; u insinueert een samenzwering of complot. Van een samenzwering is er echter geen sprake, er is wel sprake van een klassenconflict. U tracht in uw reactionaire poging een klassenconflict te vertalen naar een complottheorie.

  • door Karel op vrijdag 27 januari 2012

    Bof. Er is niet ondemocratisch aan om te pleiten tegen de staking. Er is een stakingsrecht, maar is een ook democratisch recht om tegen een staking te pleiten. Het stakingsrecht erkennen impliceert niet dat je het moet eens zijn met de doelstellingen en opportuniteit van een staking.

    Het grootste probleem van stakingen als die van morgen is net dat de voorstanders ervan zich in steeds grotere bochten moeten wringen om zichzelf voor te houden dat ze voor een grote meerderheid van de bevolking vertegenwoordigen. Het interview met Kennes was typerend voor die neiging, waar een ondemocratisch luchtje aan begint te hangen. De legitimiteit van het democratische proces wordt ondergraven als bepaalde personen beweren dat ze voor 99% van de bevolking spreken, ook al kunnen hun stellingen niet iets buigen op iets dat zelfs maar in de buurt komt van een democratisch overleg komt.

    Democratisch overleg, geen sociaal overleg.

    • door Hansl op vrijdag 27 januari 2012

      Karel, heeft u het artikel eigenlijk wel gelezen? Nu, als u graag meespeelt in het geintje van de 1 procenters, zoals de überkapitalisten heden ten dage genoemd worden, zou ik zeggen "ga uw gang". Echter moet je begrijpen dat niet iedereen het blijft pikken dat ze verwachten dat de 99 procent het goud als makke lammetjes aan hun voeten komen leggen. Als supranationale instellingen als de Europese Unie en onze eigen regering deze historische onrechtmatigheid blijft ondersteunen, geen enkele les trekt uit de door de eenpercenters veroorzaakte crisis en de gouden kansen die deze crisis bood om eindelijk verandering in het systeem aan te brengen zonder verpinken laten voorbijgaan, lijkt het mij dat Locke's en Jefferson's recht op revolutie wel zeer actueel wordt. Recht op staken is hier een geweldloos afvloeisel van en mijns inziens is het onze plicht om en-masse de one-percenters te waarschuwen voor hun gevaarlijk gedrag. Een gewaarschuwd man... Laat uw vrienden aan de top maar weten dat een boze, uitgemolken volksmassa een groot gevaar kan worden voor een kleine elite die niet wilt inbinden, als wij onze democratische rechten niet krijgen, dan komen we ze wel halen...

    • door Le grand guignol op vrijdag 27 januari 2012

      Bij mijn weten spreken de vakbonden in de eerste plaats voor hun leden en niet voor de 99%. Wanneer de vakbonden vruchten uit hun strijd halen gelden die wel voor iedereen - dat is trouwens geen enkel probleem. Ik ben van mening dat de vakbonden en Occupy, op Europees niveau, de handen in elkaar moeten slaan. Maar zelfs dan is het altijd gemakkelijk, zoals u doet, om te zeggen dat organisaties niet voor de ganse 99% spreken en op die manier tracht u de desbetreffende redenering steeds opnieuw aan te wenden om te zeggen dat er geen sprake is van democratie. Terwijl, in wezen, dat net de kern van democratie is: verschillende mensen, groepen, organisaties die samen met, of tegen, elkaar invloed uitoefen en deelnemen aan het politiek-economische beleid. Wat de vakbonden doen is in wezen een vorm van democratisch overleg, omdat het sociaal overleg door de federale regering, bij monde van Quickie, omzeild werd door de hervormingsmaatregelen, voor het eigenlijke sociaal overleg, door het parlement te jagen. Wat u wil doen is de mensen zodanig verdelen dat ze geen gezamelijk standpunt zouden kunnen uitbrengen - "ze spreken niet in de naam van de 99%". U hanteert in wezen een reactionaire retoriek verpakt als democratisch overleg.

  • door Dieter Standaert op vrijdag 27 januari 2012

    Ik staak niet maar dit was verdomd goed geschreven. Ik zou je graag uitnodigen voor een pint... Op een andere dag dan 30j als het kan, want van jou wil ik wel meer leren. En in tegenstelling van wat je op het internet kan verwachten, is dit niet sarcastisch bedoeld.

    Waar ik het persoonlijk moeilijk mee heb, in deze staking, is dat ik zoveel veralgemeende beschuldigingen zie dat ik helemaal niet het gevoel krijg dat het om sociale waarden draait. De veralgemeningen die naar ons, jonge niet stakers, wordt geslingerd begrijp ik gewoonweg niet. We betalen gvd de factuur twee keer zo hard. En weet je? Ik vind het niet erg. Ik wil gerust die factuur betalen. Niet om die rotte bankiers te helpen. Niet om die belegger zijn centjes te redden. Maar omdat ik, ondanks het onrecht, liever zelf bijdraag aan het betalen van die factuur dan den arme stakker die nu al verzuipt terwijl hij zijn botten afdraait te sparen.

    En dan komt bij mij de, hoogst droevige, realisering... Ik verdien -NETTO- amper meer dan een heleboel arbeiders en lager geschoolden. -Dan- gaat er bij mij een belletje rinkelen: "Hier klopt iets niet". Niet tegen het feit dat ik minder verdien... Maar dat ik een duurdere lening betaal, want ik heb geen 40j indexering gekend. Ik ben recent vader geworden, met alle kosten die er bij komen. Wat ik nadien overhoud is weinig maar ik bijt op mijn tanden (dikke pul aan tegen de energie factuur en voor het milieu) om die laatste cent nog op een spaarrekening te zetten voor de toekomst van mijn kinderen.

    En dan zie ik daar iemand op straat betogen die... wel... bijna mijn netto inkomen als pensioen heeft... zonder lening, zonder kinderen met een huis dat onbetaalbaar is voor mij.

    Vind ik dat daarom profiteurs? Wel neen... Mijn mening is echt wel meer genuanceerd dan dat. Ik sta heus niet achter die neo-liberale praat en verzet me absoluut tegen het feit dat die omhooggevallen kakkers de pretentie hebben te praten alsof ze -mij- vertegenwoordigen.

    Ik kan de ontevreden begrijpen. Ik ben ook ontevreden. En in die betoging zitten mensen waarvan ik -weet- dat ze verdomd hard draaien voor veel minder en dat de maatschappij op hun rug leeft. Maar ik zit met een tweestrijd. Ik zie daar mensen slachtoffer spelen die, in mijn ogen, geen slachtoffer zijn. Ik vind staken een gigantisch zwaar wapen en ik zie mensen rond mij, slachtoffer worden van die keuze als ik zou staken... Mensen die in mijn ogen recht hebben op verwachtingen van mij. Was het een betoging... Dan deed ik mee. Maar het is het verschil tussen een betoging en een staking die ik mis in deze politieke en economische kwestie.

    • door Dieter Standaert op vrijdag 27 januari 2012

      Mits een kleine correctie "Maar omdat ik, ondanks het onrecht, liever zelf bijdraag aan het betalen van die factuur dan den arme stakker die nu al verzuipt terwijl hij zijn botten afdraait te sparen."

      Wordt "Maar omdat ik, ondanks het onrecht, liever zelf bijdraag aan het betalen van die factuur EN den arme stakker die nu al verzuipt terwijl hij zijn botten afdraait te sparen.

      • door Le grand guignol op vrijdag 27 januari 2012

        Voor zover ik uit uw reactie kan opmaken bent u het wel eens met de standpunten die de vakbonden innemen (cf. http://www.abvv.be/web/guest/news-nl/-/article/563670/;jsessionid=tlPccliMYhDP_Vb-x0gZSfn&p_l_id=10187 ). Maar u bent niet overtuigd dat die belangen met een staking verdedigd en nagestreefd kunnen worden. Dat is natuurlijk uw volste recht, maar indien iedereen op eigen houtje het initiatief moet nemen en organisaties daarin niet het voortouw mogen en kunnen nemen, dan geraken we nergens. Het 'en plein public' discrediteren van de vakbonden heeft altijd deel uitgemaakt van een reactionair werkgeversdiscours en dat discours wordt door de media overgenomen. Eigenlijk is men reeds een hele tijd, van voor de stakingsaanzegging twee maanden geleden, bezig met de vakbonden te discrediteren in de media. De mensen nemen die gedachtegang in een bepaalde mate over en vandaag gebruiken de media de geïnduceerde onvrede t.o.v. de vakbonden als een bewijs voor het gegeven dat de bevolking - de media generaliseren bewust - zich tegen de vakbonden en hun staking keert. We hebben naar mijn mening te maken met een 'self fulfilling - of zelfs: created - prophecy'. Zoiets kan enkel werken wanneer de mensen te kampen hebben met een gebrek aan historisch en klassenbewustzijn; het geeft aan het 'establishment' de mogelijkheid om door middel van een reactionaire retoriek de 'gewone' mensen tegen elkaar op te zetten. Het eigenlijke klassenconflict - 1% vs. 99% - wordt op die manier verschoven naar een intern volksconflict en geeft in bepaalde situaties mogelijk aanleiding tot een burgeroorlog. U hoort het goed: de elite tracht in een poging haar macht te behouden het eigenlijke conflict te vertalen naar een intern volksconflict: verdeel en heers.

        Het 'bashen' van de vakbonden en de arbeidersbeweging maakt overigens deel uit van een strategie van het fascisme en extreemrechts. Op die manier is het fascisme een reactionaire (politieke) ideologie die fungeert als een hond aan de leiband van het 'establishment': de politieke en businesselite maakt van het fascisme en zijn groeperingen, of zelfs politieke partijen, gebruik om enerzijds de eigen macht te kunnen behouden door anderzijds de bevolking tegen elkaar op te zetten en angst aan te jagen (zie bv. Mandel, 1969; Guérin, 1973; Pauwels, 2003).

        * Guérin, D. (1973). Fascism and big business (2nd edition). London, UK: Pathfinder. * Mandel, E. (1969). Over het fascisme (transcriptie door adrien verlee). Marxistisch Internet Archief, maart 2007, s.f. Retrieved from http://www.marxists.org/nederlands/mandel/1969/1969fascisme.htm * Pauwels, J. R. (2003). Profits über Alles! American corporations and Hitler. Labour / Le Travail, (51), s.f. Retrieved from http://www.historycooperative.org/journals/llt/51/pauwels.html

        • door Dieter Standaert op vrijdag 27 januari 2012

          Mja.. Verkeerde speech. Ik stel het stakingsrecht niet in vraag maar wel deze staking. Ik ga mee met het sociaal gedachtengoed, maar niet met de invulling die vakbonden er -in deze kwestie- aan geven (En bij elke kwestie zal ik een nieuwe mening vormen). En vakbonden hebben niet het alleenrecht op sociale gedachten. Ik deel niet volledig de mening van de vakbonden, althans niet voldoende om mee op straat te komen. Dat wil daarom niet zeggen dat ik alle maatregelen van de regering goed vind, noch het economisch model waar onze maatschappij op gebouwd is.

          Misschien is dat net mijn grootste probleem, en van de vakbonden mee (in deze campagne): een show die ontstaat waar het op aan komt dat je het hardst kunt roepen. Duidelijke informatie is moeilijk te vinden... en al helemaal niet relevant. Bij de 7e dag zie je zeer sterke debatten over standpunten, maar als er effectief een regeling moet uitkomen vallen ze allemaal stil. En het lijkt een ziekte die zich verspreidt over alle maatschappelijk relevante thema's. Noch vakbond bashing, noch staking slogans maken je een jota wijzer. Je praat over verdeel en heers... Maar de lijn tussen de kampen wordt ook door de vakbonden getrokken. Zonde. Er is een heel ander gezicht aan de vakbonden en die wordt in deze kwestie op een hersenloze wijze, onder veel gejoel en met veel show, weggemoffeld onder stakingsdrama.

          Een rustig dialoog waar cijfers en wiskundige modellen naast elkaar kunnen gelegd worden, zonder dat er woorden als fascisme en "onwettig en onverantwoord" in de mond genomen worden... -Dat- had ik graag gezien.

          • door Le grand guignol op zaterdag 28 januari 2012

            De cijfers en wiskundige modellen waar u naar verwijst kunnen geen antwoord bieden op emotionele, morele en ethische kwesties: cijfers zijn amoreel. Naar mijn mening is een overdreven focus op cijfers (bv. cijferfetisjisme van de Europese Commissie) dan ook niet in staat om de sociale en humanitaire drama's achter de cijfers weer te geven: meten is weten maar nog geen wijsheid. Info over de mogelijke perversiteiten van rekenkundige managementmodellen en een overdreven focus op cijfers: zie bv. Steyaert (1996); Van Vliet en Janssens (2012); Verhaeghe (2011). De reden waarom ik naar het fascisme verwijs heeft te maken met een strategie alsook een proces dat zich in de jaren '20 en '30 heeft afgespeeld en aantoont dat een anti-vakbondshouding een door en door reactionair politiek standpunt is. U kan niet zeggen dat ik iemand van fascisme beschuldigd heb, temeer omdat ik dat geschreven noch geïnsinueerd heb. De stakingsactie van maandag is legitiem en werd op een legitieme wijze kenbaar gemaakt alsook voorbereid. Vanuit dat standpunt gaan we inderdaad niet ver geraken met labels als "onwettig en onverantwoord".

            Ik vind het wel frappant dat u verwijst naar "een show die ontstaat waar het op aan komt dat je het hardst kunt roepen". Er werd immers overgegaan tot deze stakingsactie omdat de federale regering het sociaal overleg omzeild heeft en de hervormingen zonder sociaal overleg door het parlement heeft laten goedkeuren. Vanuit dat standpunt is het terecht dat de vakbonden hard roepen, want ze worden immers niet gehoord. Trouwens, op plaatsen (bv. landen, sectoren, bedrijven) waar de vakbonden geen vertegenwoordiging hebben zijn de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden slechter dan in sectoren waar de vakbonden wel vertegenwoordigd zijn. Dat is een van de redenen waarom de ILO pleit voor vakbondsvertegenwoordiging in alle landen en binnen alle sectoren.

            Het valt me op dat heel wat hoogopgeleide jongeren de vakbonden liever arm dan rijk zijn. Op dit ogenblik, met het huidige regeerakkoord, zijn het dan ook niet die hoogopgeleide jongeren die het het hardst te verduren krijgen. Bijvoorbeeld: een flexibele arbeidsmarkt is niet in hun nadeel - mogelijk zelfs in hun voordeel - temeer omdat het de zwakste groepen in de samenleving zijn die het grootste slachtoffer zijn van een flexibele arbeidsmarkt (bv. toename precaire arbeid, 'working poor'); (cf. Newfield, 2010; Nicaise, 2001; Ross, 2008; Tinnemans, 2011). Het huidige regeerakkoord bevat hervormingen die de arbeidsmarkt flexibeler willen maken waardoor er, net als in Duitsland, een arbeidsmarkt ontstaat die systematisch de zwakste groepen in de samenleving in precaire arbeidssituaties duwt en de sociale ongelijkheid aanzienlijk doet toenemen. Op dat vlak hebben de vakbonden dus recht van staken: ze nemen het op voor de sociaal zwakkeren en daardoor ook voor de anderen op de arbeidsmarkt. Meer precaire arbeid gaat immers gepaard met een negatieve loondruk en verslechtering van de arbeidsvoorwaarden voor alle arbeiders en bedienden.

            Het idee van "Flexibility & employability" (ERT, 2010; 2011) is een benadering die o.a. ontwikkeld werd in de schoot van de Europese Ronde Tafel van Industriëlen (ERT). In wezen zijn zij, vanaf de jaren '80, de grootste lobbygroep voor het huidige, neoliberale Europese project. Meer nog: de wijze waarop het Europese niveau vandaag de dag functioneert werd uitgetekend op de ronde tafel van die ERT (cf. van Apeldoorn & Hager, 2010). Bijgevolg hoeft het weinig extra duiding dat de arbeidsmarkthervormingen - de hervormingen die door de EC gedicteerd worden 'tout court' - in het voordeel zijn van de multinationals die door de ERT vertegenwoordigd worden. De financiële en zakenwereld zal men bijgevolg niet horen klagen omtrent de hervormingen - behalve als ze niet snel doorgevoerd worden; dan staan ook zij te roepen in de achterkamertjes van de Europese Commissie en de Raad. Op Vlaams niveau stapt Voka uit een groot aantal adviesraden omdat hun invloed in de desbetreffende raden beperkt blijft en de hervormingen niet lopen zoals ze willen. Dat is geen vorm van staken dan wel eenzijdig elke vorm van samenwerking stopzetten. Voilà, de medaille heeft ook een keerzijde!

            Vakbonden hebben, zoals u zegt, niet het alleenrecht op het sociale gedachtegoed. Niettemin hebben ze er wel recht op en eveneens het recht om dat te verkondigen. Daarenboven beschikken ze als enige middenveldorganisatie over een stakingsrecht: de vakbonden zijn de enigen langs werknemerszijde die daardoor tegelijkertijd een invloed kunnen uitoefenen op politiek en economie. Ik lees dat u het stakingsrecht niet in vraag stelt, maar wel de huidige staking. U bent het niet eens met de invulling die de vakbonden heden - in deze kwestie - aan het sociale gedachtegoed geven. Zou u dat kunnen staven met een aantal voorbeelden en een inhoudelijke argumentatie aub.? U zegt dat duidelijke informatie moeilijk te vinden is, maar dat is niet correct: met betrekking tot het regeerakkoord werd op alle internetsites van kranten een directe link geplaatst, in mijn vorige reactie heb ik een link geplaatst naar het standpunt van de vakbonden over het regeerakkoord - dat is toch geen irrelevante informatie!? Als er sprake van show is dan heeft dat overigens, althans naar mijn mening, te maken met de wijze waarop de media met deze thematiek omgaan: van hen moet u inderdaad niet te veel duiding verwachten. Wat de 7e Dag betreft ben ik het niet met u eens: de debatten die inhoudelijk gevoerd worden zijn zwak en te sterk gefocust op korte slagzinnen, quotes en het aanwakkeren van een stellingenoorlog. Ook met betrekking tot het verdeel-en-heers-principe ben ik het niet met u eens: op welke wijze spelen de vakbonden dat principe volgens u uit? Indien u het hebt over een tegenstelling werknemers vs. werkgevers (bv. multinationals) hebben de bonden immers gelijk, temeer omdat die tegenstelling wel degelijk aanwezig is onder de vorm van een klassenconflict. De neoliberale beleidsvoering die door de Europese Commissie aan de verschillende lidstaten opgelegd wordt omvat immers een klassenstrijd: het neoliberalisme als een "creatieve destructie" van o.a. onze sociale welvaartsstaat (Harvey, 2006; 2009). U hoort het goed: de huidige neoliberale hervormingen worden niet doorgevoerd om ons sociaal model overeind te houden - zoals politici in koor beweren - dan wel om het onderuit te halen en uit te hollen. De vakbonden leggen dus de vinger op de wonde en benoemen de echte tegenstelling. Werkgeversorganisaties en de traditionele politieke partijen + N-VA benoemen foutieve tegenstellingen: 'het werklozenprofitariaat' vs. 'de hardwerkende Vlaming'. Over het 'rijke profitariaat' (bv. multinationals) wordt door de N-VA, Open VLD, CD&V en SP.a zedig en meesmuilend gezwegen. Kan u mij, tot slot, vertellen wat u bedoelt met het "andere gezicht van de vakbonden" waarover gezwegen wordt - desgevallend is A zeggen immers B zeggen!? De vakbonden zijn zeker niet perfect; wie is dat trouwens wel?

            Hieronder volgt een opsomming van de bronnen die ik in mijn reactie gebruikt heb. Een kwestie dat u, net als mij, over nuttige en relevante info en duiding kunt beschikken.

            * ERT (2010). Employability and flexibility. Brussels, B: European Round Table of Industrialists. Retrieved from http://www.ert.eu/default/en-us/workinggroups/workinggroup.aspx?wg=34 * ERT (2011). Flexibility and employability. Brussels, B: European Round Table of Industrialists. Retrieved from http://www.ert.eu/default/en-us/workinggroups/workinggroup.aspx?wg=34 * Harvey, D. (2006). Neo-liberalism as creative destruction. Geografiska Annaler: Series B, Human Geography, 88(2), 145-158. doi: 10.1111/j.0435-3684.2006.00211.x * Harvey, D. (2009, March 15). Is this really the end of neoliberalism? The crisis and the consolidation of class power. Retrieved February 21, 2010, from http://www.counterpunch.org/harvey03132009.html * Newfield, C. (2010). The structure and silence of the cognotariat. Globalisation, Societies and Education, 8(2), 175-189. doi: 10.1080/14767721003776254 * Nicaise, I. (2001). De actieve welvaartsstaat en de werkers van het elfde uur. Arbeid als antwoord op sociale uitsluiting. Antwerpen, B: Standaard Uitgeverij. (isbn: 9034112977) * Ross, A. (2008). The new geography of work. Theory, Culture & Society, 25(7-8), 31-49. doi: 10.1177/0263276408097795 * Steyaert, J. (1996). In de ban van het getal: cliëntregistratie in de Vlaamse ambulante welzijnszorg. Retrieved from http://hdl.handle.net/10067/755250151162165141 * Tinnemans, W. (2011, December 9). Flexicuritymodel levert meer werkende armen op. Retrieved December 11, 2011, from http://www.socialevraagstukken.nl/site/2011/12/09/flexicuritymodel-levert-meer-werkende-armen-op/ * van Apeldoorn, B., & Hager, S. B. (2010). The social purpose of new governance: Lisbon and the limits to legitimacy. Journal of International Relations and Development, 13(3), 209-238. doi: 10.1057/jird.2010.9 * Van Vliet, L., & Janssens, R. (2012, January 24). Lessen uit de crisis voor zorg, onderwijs en welzijn. Retrieved January 24, 2012, from http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/01/24/lessen-uit-de-crisis-voor-zorg-onderwijs-en-welzijn/#more-5773 * Verhaeghe, P. (2011). De effecten van een neoliberale meritocratie op identiteit en interpersoonlijke verhoudingen. Oikos, (56), 4-22. Retrieved from http://www.oikos.be/tijdschrift.html

    • door dw op zaterdag 28 januari 2012

      Ooit kon een gezin met 1 kostwinner een huis afbetalen en kinderen grootbrengen. Nu presteren daar 2 werkers voor, aan een veel hoger rendement per werker-unit. En nog is het niet genoeg. Er klopt iets niet.

      & Wie zorgt er voor die kinderen? Want Oma moet ook nog opbrengen.

      Voor wie doen we dat dan allemaal? Het zal nooit genoeg zijn voor Mr/Mrs 1% Een groter jacht, een eigen jet en als het effe kan doe die heli ook maar ...

      De vakbonden moeten het veel beter en breder/dieper uitleggen, dat is waar.

    • door dw op zaterdag 28 januari 2012

      Ooit kon een gezin met 1 kostwinner een huis afbetalen en kinderen grootbrengen. Nu presteren daar 2 werkers voor, aan een veel hoger rendement per werker-unit. En nog is het niet genoeg. Er klopt iets niet.

      & Wie zorgt er voor die kinderen? Want Oma moet ook nog opbrengen.

      Voor wie doen we dat dan allemaal? Het zal nooit genoeg zijn voor Mr/Mrs 1% Een groter jacht, een eigen jet en als het effe kan doe die heli ook maar ...

      De vakbonden moeten het veel beter en breder/dieper uitleggen, dat is waar.

  • door AdriaanH op zaterdag 28 januari 2012

    [title]Dag Thomas, van iemand die[/title]Dag Thomas,

    van iemand die doctoreert aan de KUL in politieke filosofie had ik toch meer verwacht dan deze kwakkel:

    "‎"Ook een ander idee is hier nauw mee verbonden, namelijk het recht op revolutie dat we bijvoorbeeld zien opduiken bij John Locke maar ook bij Thomas Jefferson. Dit recht op revolutie wijst op het feit dat de bevolking het recht heeft om in opstand te komen indien het zijn democratische rechten geschonden ziet. Jefferson verwoordde het nog sterker, volgens hem maakte de rebellie en de opstand een essentieel deel uit van een gezonde democratie."

    U gaat deze hoogst eigenaardige interpretatie van Locke en Jefferson toch niet écht verdedigen, he?

    • door Thomas Decreus op zaterdag 28 januari 2012

      Jefferson, "Letter to William Stephens Smith", 13 november 1787:

      "God forbid we should ever be twenty years without such a rebellion. The people cannot be all, and always, well informed. The part which is wrong will be discontented, in proportion to the importance of the facts they misconceive. If they remain quiet under such misconceptions, it is lethargy, the forerunner of death to the public liberty. ... What country before ever existed a century and half without a rebellion? And what country can preserve its liberties if their rulers are not warned from time to time that their people preserve the spirit of resistance? Let them take arms. The remedy is to set them right as to facts, pardon and pacify them. What signify a few lives lost in a century or two? The tree of liberty must be refreshed from time to time with the blood of patriots and tyrants. It is its natural manure."

      Lock, "Two Treatises of Government", Second Treatise, Chapter 19:

      "But if a long train of abuses, prevarications and artifices, all tending the same way, make the design visible to the people, and they cannot but feel, what they lie under, and whither they are going, 'tis not to be wondered, that they should then rouse themselves, and endeavour to put the rule into such hands, which may secure to them the ends for which government was at first enacted"

      En om aan te tonen dat het hier niet gaat om enkele geïsoleerde quotes, maar om manifestaties van een belangrijke traditie binnen het democratisch denken en handelen die zich ook uit in wetteksten:

      Kentucky Bill of Rights:

      "All power is inherent in the people, and all free governments are founded on their authority and instituted for their peace, safety, happiness and the protection of property. For the advancement of these ends, they have at all times an inalienable and indefeasible right to alter, reform or abolish their government in such manner as they may deem proper."

      Tennessee constitution:

      "That government being instituted for the common benefit, the doctrine of non-resistance against arbitrary power and oppression is absurd, slavish, and destructive of the good and happiness of mankind"

      Griekse(!) grondwet, artikel 120:

      "it is both the right and the duty of the people to resist by all possible means against anyone who attempts the violent abolition of the Constitution"

      • door AdriaanH op zaterdag 28 januari 2012

        [title]Dag Thomas, dankje voor je[/title]Dag Thomas,

        dankje voor je reactie.

        Kan je mij nu aanwijzen waar de heren Jefferson en Locke de woorden 'democratie' of 'democratische rechten' gebruiken - of ook maar iets beschrijven dat in de verste verte lijkt op wat we heden ten dage 'democratie' en 'democratische rechten' noemen? Beide heren waren voor een republiek gebaseerd op "liberale" rechten. Dat was de voornaamste (of eigenlijk zelfs maar enige) taak van de overheid; waarbij er een controle van het volk mocht zijn om te functioneren als een soort van controle mechanisme. Maar democratie als legitimatie van beleid zat daar toch niet echt bij. Het is pas als de overheid deze "liberale" rechten overtrad, dat de revolutie mocht.

        Je hebt zeker gelijk dat de oude ("Klassiek liberale") auteurs voor revoluties waren indien de staat dingen deed wat ze niet mocht. Maar ik denk dat we veilig en wel kunnen zeggen dat ze daar iets totaal anders mee bedoelden dan wat jij ermee bedoelt. En dat het zeker niet ging over 'democratie' - of "sociale rechten" for that matter. In je tekst link je dit aan het recht op staken - ga je dat écht aan Locke en Jefferson linken? Veel succes daarmee.

        Ik snap dat je hen wilt interpreteren voor je eigen zaak, maar dat is intellectuele naughtiness.

        • door Thomas Decreus op zondag 29 januari 2012

          Beste Adriaan, ik denk dat je hier toch wat spijkers op laag water aan het zoeken bent. Tuurlijk moet het discours van Locke, Jefferson en anderen binnen een bepaalde historische context gesitueerd worden. Iemand als Locke heeft bijvoorbeeld inderdaad nooit letterlijk voor de staking als politiek wapen gepleit. Maar dat beweer ik ook niet. Het enige wat ik wil aangeven is dat er binnen het democratische denken een traditie bestaat waarin revolte en verzet belangrijk worden geacht. Die traditie kan je verbinden met het hedendaagse stakingsrecht. Dat is alles.

          • door AdriaanH op zondag 29 januari 2012

            Laat ik het nog duidelijker zeggen: Locke en Jefferson waren geen democraten maar republikeinen. Niet bepaald hetzelfde. En de manier van 'revolte' was dan ook om dezelfde overheid (quasi gewapenderhand) omver te werpen als er de "liberale" rechten worden gebroken.

            Ja, ze hebben het over revolutie als ze met iets niet tevreden zijn. Dat is de vergelijking; maar veel verder dan dat gaat het niet.

            Als dat gaat voor jou; ook goed.

            • door Thomas Decreus op zondag 29 januari 2012

              Inderdaad, veel verder dan dat gaat het niet. En dat beweer ik ook niet. Overigens gebruik ik hier de term democratie als een algemeen begrip. Ik ken heus wel het verschil tussen republicanisme, liberalisme en democratie. Maar die drie stromingen maken allen deel uit van wat ik veralgemeend onze democratische erfenis noem. Als ik de term democratie dus in bovenstaande tekst gebruik dan is dat als verwijzing naar een denken en politiek handelen dat republikeinse, liberale en meer plebejische kenmerken in zich draagt.

    • door svdl op zaterdag 28 januari 2012

      Doe moeite man! Doe moeite...

  • door Gerd op zaterdag 28 januari 2012

    De vakbonden, de sociaal-en christendemocraten, ook de groenen hebben de economische groei als absolute heilsleer en ideologie aangenomen en daarmee de grondslag van het kapitalisme onderschreven.

    Men moet dus niet verbaasd zijn dat de kapitalisten en hun intellectuele lakeien in de media, politiek en think-tanks het stilleggen van het productie-apparaat als een aanslag op dé economie en de samenleving kunnen voorstellen. En zo ook het klassenconflict begraven.

    • door Le grand guignol op zaterdag 28 januari 2012

      Sociaal- en christendemocraten verkondigen inderdaad de doctrine van de economische groei. Niettemin vind ik het opmerkelijk dat u die partijen die het meest aansturen op een economisch groeimodel niet vernoemd, namelijk: de liberalen + de N-VA. Deze laatste partijen staan voor een ongeremd neoliberaal kapitalisme dat zich uitsluitend richt op economische groei en uitputting van grondstoffen. Het neoliberalisme staat haaks op ecologie, temeer omdat het neoliberalisme die ecologie tracht te economiseren en commercialiseren in functie van economische groei en winstmaximalisatie. Mogelijk zijn op dat vlak zowel de sociaal-, christen- én liberaal-democraten in hetzelfde bedje ziek. Neoliberalen kan men overigens geen democraten noemen omdat het neoliberalisme systematisch een democratische beleidsvoering aan banden willen leggen:

      "Neoliberal theorists are [...] profoundly suspicious of democracy. Governance by majority rule is seen as a potential threat to individual rights and constitutional liberties. Democracy is viewed as a luxury, only possible under conditions of relative affluence coupled with a strong middle-class presence to guarantee political stability. Neoliberals therefore tend to favour governance by experts and elites. A strong preference exists for government by executive order and by judicial decision rather than democratic and parliamentary decision making. Neoliberals prefer to insulate key institutions, such as the central bank, from democratic pressures. [...] conflict and opposition must be mediated through the courts" (Harvey, 2005: 66).

      Wat de vakbonden betreft hebt u deels gelijk: in het verleden focuste de vakbonden zich in grote mate op economische groei in functie van de welvaart. Echter, heden ten dage, zijn er heel wat mensen binnen de vakbonden die ook het economisch groeimodel in vraag stellen omdat het huidige neoliberale groeimodel ten koste gaat van het welzijn van de mensen. Naast een financieel-economische crisis is er eveneens sprake van een ecologische én existentiële crisis. Binnen de vakbonden beseft men dat maar al te goed en daarom is er vanuit de vakbonden alsook vanuit ecologische bewegingen en organisaties wederzijdse toenadering tot elkaar. Jammer dat men daarover in de reguliere media geen informatie kan terugvinden; de desbetreffende info kan men enkel bekomen via de websites van de bonden. Niettemin betreft het een tendens binnen de vakbonden die nog vrij jong is, maar naar mijn mening zijn ze ook op het vlak van ecologie op de goede weg: de vakbonden staan open voor een samenwerking met de ecologische beweging.

      * Harvey, D. (2005). A brief history of neoliberalism. New York, US: Oxford University Press.

  • door Alfons Vanwetswinkel op zaterdag 28 januari 2012

    Alle middelen zijn goed om het staken in een slecht daglicht te stellen.als men maar lang genoeg zegt u moet langer werken ,u leeft boven uw stand, iedereen moet inbinden,werken aan minder loon,werklozen steun beperken in de tijd enz. Dit wordt ons al jarenlang door de neo-liberalen en de pers voorgeschoteld , Alles ten dienste van de rijken.Veel goed gelovigen trappen daar in met het gedacht al dat het niet anders meer kan .Als men de voorbije 100jaar bekijkt is het verhaal altijd zo geweest. Gelukkig hebben onze ouders en voorouders dat doorzien en met staken en betogen onze sociale zekerheid verworven . Ook toen waren er zulke tegenstanders maar heeft men het been stijf gehouden.En bij mijn weten heeft niemand van die tegenstanders de verworvenheden afgewezen.Mensen ga uw verworvenheden verdedigen en staakt !

  • door the dominator op zondag 29 januari 2012

    we leven boven onze stand, tja ....maar dan heb ik toch de vraag wie deze levens patroon opgezet heeft idd de ondernemers en hun pr ,de slimme media, want we moeten met zijn allen consumeren en nu dankzij het perverse gedrag van zij die ons lieten consumeren moeten zij die het zonder nadenken volgden boeten ......dat is neoliberaal!!!... daar moeten we zo vlug mogelijk vanaf en ik geloof nog steeds in een wereld die eerlijk is zowel voor rijk of arm

  • door Wouter Braeckman op maandag 30 januari 2012

    In het verleden is ons landje al ongelooflijk veel het strijdtoneel geweest van Europese grootmachten. De Spanjaarden, de Oostenrijkers, de Fransen, de Nederlanders. Ze hebben hier allemaal gezeten. Dit heeft ons heel wat complexen opgeleverd, en de steevaste neiging om elke regel te gaan omzeilen. Maar het heeft ons één ongelooflijk voordeel opgeleverd, de mogelijkheid om flexibel om te gaan met alles, om compromissen te vinden daar waar anderen het reeds hadden opgegeven. Dat de hoofdstad van de Europese Unie te Brussel is, hoeft dan ook zo niet te verwonderen. Dat de eerste Europese president een Belg is eigenlijk nog veel minder. Buiten het feit dat het allerminst te verwonderen is dat Brussel is gekozen, gewoon omdat ze zo een neutrale plek zochten, blijft het toch een privilege voor zo een klein landje. Niet in het minst voor de economische meerwaarde. Maar waar ik naartoe wil met deze tekst is het volgende. Zoveel jaar geleden was er een zinnetje in de film Spiderman. Een zinnetje dat me altijd zal bijblijven: “great power comes together with great responsibility”. De hoofdstad van Europa ligt in België, de Europese president is een Belg, laat ons dit dan toch gebruiken om Europa duidelijk te maken dat de weg die ze nu bewandelen “one way ticket to hell” is!! Gaan we echt wachten tot Griekse toestanden bij ons de regel worden? Laatst nog op de nieuwjaarsreceptie van 11.11.11. een voordracht gehoord van Guy Standing. Hij had het over vrije tijd (bij de Grieken aergia) dat noodzakelijk is voor totstandkoming van democratie. De elite houdt dit tegen door eerst en vooral een overvolle job, en ten tweede, meestal hersendodend tijdverdrijf, liefst zo individueel mogelijk en meestal voor een scherm. Op dit punt is hij er helemaal op. We denken niet meer na met wat we bezig zijn. En tot voor kort kon je uitgaan van een ver-van-mijn-bed-show, maar het gebeurt verdomme vlak onder onze neus!! Elke dag hoor je het, fraude van hier, ontslagen van daar, ... En wat doen we? We kijken ernaar, mopperen hoogstens, en zeggen dat het goed is!

    • door Le grand guignol op dinsdag 31 januari 2012

      Ik trek uw analyse, noch die van Standing, in twijfel maar zou er graag iets aan toevoegen dat wel vaker vergeten wordt wanneer men het over het 'oude' Griekenland en haar democratie heeft. Het is inderdaad correct dat een democratie pas kan werken en zich pas kan ontwikkelen wanneer de mensen die er deel van uitmaken over voldoende 'vrije' tijd beschikken om zich met maatschappelijke thema's bezig te houden en erover na te denken: zichzelf intra- en interpersoonlijk ontwikkelen, o.m. door participatie en beslissingsmogelijkheid. In het 'oude' Griekenland beschikte men over een middel dat ervoor zorgde dat een selecte groep van mensen zich met 'democratie' kon bezighouden: slavernij. Ten gevolge van die slavernij hadden Grieken die hoger op de maatschappelijke ladder stonden de tijd alsook de mogelijkheid om 'democratisch bezig te zijn'. Vanuit dat perspectief is er in wezen niet veel veranderd in vergelijking met onze 'oude' Griekse collega's: "De elite houdt dit [i.e., democratie] tegen door eerst en vooral een overvolle job, en ten tweede, meestal hersendodend tijdverdrijf, liefst zo individueel mogelijk en meestal voor een scherm". Vanaf de 18e E wordt loonarbeid ingeschakeld als een middel en strategie om de maatschappij, of alleszins bepaalde bevolkingsgroepen, onder de knoet te houden. Vooral op ogenblikken waarbij men economische en pedagogische motieven gebruikt om een socioculturele omwenteling te bewerkstelligen komt o.a. arbeid en het arbeidsproces 'in the picture'. De particratie waarvan in een parlementaire democratie sprake is, alsook de politieke kaste die daaruit ontstaat, bevat in zich de tweedeling waarvan in het 'oude' Griekenland sprake was. Loonarbeid is in wezen niets meer dan een veredelde vorm van slavernij. Blijkbaar is het heden ten dage 'not done' om over loonslavernij te spreken; de taboesfeer wordt doorgaans geïnduceerd op basis van interne sociale controle alsook een druk vanuit bepaalde groepen van hoger opgeleiden.

      In wezen bestaan er twee gepolariseerde visies op democratie: (1) een 'incumbent democracy' oftewel een ambtelijke, representatieve democratie waarbij de bevolking op eerder passieve wijze verplicht, moreel gebonden is aan haar 'leiders' binnen een min of meer stabiel regime (bv. parlementairen); (2) een 'critical democracy' (bv. directe democracy) waarbij burgers actief participeren en niet verplicht, moreel gebonden zijn aan bepaalde leiders dan wel het beleid permanent kritisch onder de loep nemen, in vraag stellen, meebeslissen en mee vorm geven - niet (enkel) in het stemhokje waarbij men mag kiezen uit een door de politieke partijen naar voor geschoven selectie volgens het principe van een competitieve marktcontext, i.e., een 'kiesmarkt'. Beide visies hebben dus een andere invulling van wat burgerschap precies inhoudt: bij een 'incumbent democracy' ligt de nadruk op de representativiteit binnen een vaststaand, institutioneel kader; bij een 'critical democracy' ligt de klemtoon op het procesmatige karakter: een soort van permanente anti-oligarchische opstand of verzet. Ter zijde: het burgerschap dat door alle Europese overheden gepromoot wordt en waaraan men heden ten dage veel aandacht schenkt in het onderwijs is een 'incumbent democracy' - ook wel 'engineerd democracy' genoemd. Het beeld en de interpretatie van democratie en burgerschap wordt desgevallend danig gemanipuleerd door diegenen die de macht in handen hebben. Op die manier legitimeert de overheid, i.e., de politieke elite, zichzelf door een vorm van democratie te promoten en te versterken die de macht van die politieke elite ondersteunt en bekrachtigt. Door onze democratische invloed te (laten) beperken tot het stemhokje geeft de bevolking in wezen een (groot) gedeelte van haar democratisch potentieel af. Een 'incumbent democracy' is er in eerste instantie niet op gericht om de politieke macht te verdelen onder de bevolking dan wel om de bestaande instituties en hiërarchische stratificatie te behouden en te beschermen.

      Tot slot: iets wat evenmin verteld wordt wanneer men het over het 'oude' Griekenland en democratie heeft is het gegeven dat 'dèmokratia' voor de Grieken een pejoratieve betekenis had en doelde op het anarchistische element dat als het ware in de aristocratische steden werd binnengeloodst op het ogenblik dat de massa ('demos') de mogelijkheid kreeg om politieke beslissingen te nemen via representativiteit door hun leiders, de zogenaamde 'demagogen'. Daarnaast bestond er in het 'oude' Griekenland wel een positieve benadering met betrekking tot politieke gelijkheid, namelijk: 'isonomia', i.e., 'gelijke rechten en vrijheden(!)'. De huidige vraag van de (Europese) bevolking naar meer democratie ('dèmokratia') is in wezen een vraag naar meer 'populisme' en tegelijkertijd een vraag naar meer 'isonomia'. De pejoratieve connotatie die 'populisme' heden ten dage heeft is te vergelijken met de pejoratieve connotatie van 'dèmokratia' bij de Griekse aristocratie. Een negatieve connotatie omdat vanuit het standpunt van de Europese aristocratie, i.e., de politieke elite, meer 'populisme' het risico vergroot dat de heersende macht in het gedrang komt. De vraag naar meer 'isonomia' heeft op zijn beurt te maken met de gevolgen van het (neo)liberale kapitalisme. 'Isonomia' en (loon)slavernij zijn maar moeilijk met elkaar te combineren. Het (neo)liberale kapitalisme heeft daar iets op gevonden: iedereen beschikt over een juridische 'isonomia', i.e., gelijke rechten maar ook plichten, terwijl de financiële, materiële en bijgevolg ook sociale ongelijkheid gelegitimeerd worden op basis van een kapitalistische marktwerking, die overigens een mate van ongelijkheid nodig heeft om te kunnen functioneren. Een kapitalistische democratie legitimeert als het ware, met steun van de bevolking(!), de (sociale) ongelijkheid en uitsluiting die het zelf creëert. Desgevallend zijn de idealen van de 'occupy-movement' ontzettend belangrijk: enerzijds streeft deze naar een vorm van directe democratie - een vorm van 'populisme' (cf. 'dèmokratia') - en anderzijds stelt deze het kapitalisme in vraag vanuit een pleidooi voor een effectieve 'isonomia' oftewel effectief 'gelijke vrijheden'. Naar mijn mening zal een directere vorm van democratie enkel mogelijk zijn wanneer er eveneens sprake is van 'isonomia'. Binnen het kapitalisme is dat, althans naar mijn mening, enkel mogelijk wanneer er sprake is van een geïndexeerd minimuminkomen dat iedereen in staat stelt om zich aan de loonslavernij te kunnen onttrekken. Dat geïndexeerd minimuminkomen dient bijgevolg gelijkgesteld te worden met het geïndexeerde minimumloon. Voor alle duidelijkheid, dit wil zeggen dat iemand die voltijds tewerkgesteld is aan het minimumloon eigenlijk zijn minimuminkomen verdubbeld: minimuminkomen + minimumloon. Zoiets is verre van utopisch en perfect te realiseren. Niettemin zal de tegenstand van de politieke, financiële en businesselite heel groot zijn omdat een geïndexeerd minimuminkomen dat op iedereen van toepassing is, binnen een kapitalistisch systeem, de enige mogelijkheid verschaft tot 'echte' democratie. Volgens een aantal personen die aan de G1000 hebben meegewerkt bestond/bestaat er een consensus op vlak van het minimuminkomen. We zullen zien wat er in maart/april uit de bus zal komen wanneer de resultaten van die G1000 gepubliceerd worden. Indien het minimuminkomen er komt is het wel belangrijk dat het geïndexeerd en gelijkgesteld wordt aan het minimumloon opdat de hiërarchische stratificatie van het kapitalisme kan tegengewerkt worden en op die manier kan bijdragen tot de 'vrije tijd' die volgens de Grieken nodig was voor een 'echte' democratie.

      • door Le grand guignol op dinsdag 31 januari 2012

        een geïndexeerd minimuminkomen lijkt me wel iets dat de vakbonden zouden kunnen promoten!! Immers, werkloosheidsuitkeringen, pensioenen,... worden vervangen door een geïndexeerd minimuminkomen. Vermits dat geïndexeerde minimuminkomen voor iedereen geldt kan er geen sprake zijn van een ongelijke behandeling en kan men de vakbonden niet beschuldigen van egoïsme: het geïndexeerde minimuminkomen komt namelijk iedereen ten goede en kan toegepast worden op Europees en zelfs mondiaal niveau. In wezen zorgt het geïndexeerde minimuminkomen ervoor dat Europa zijn beleidsdoelstellingen in functie van 'Europa 2020' met betrekking tot (kans)armoede en sociale gelijkheid kan verwezenlijken. Daarnaast maakt een geïndexeerd minimuminkomen een flexibele arbeidsmarkt mogelijk waardoor er meer mensen tewerkgesteld kunnen worden - eveneens een doelstelling van 'Europa 2020' - doordat mensen niet meer verplicht worden tot voltijdse arbeid. Een geïndexeerd minimuminkomen compenseert eigenlijk de perverse uitwassen van het neoliberalisme zonder daarbij een neoliberale beleidsvoering uit te sluiten of onmogelijk te maken. Een 'win-win'-situatie voor iedereen. Let wel: net dat aspect zal ervoor zorgen dat de tegenstand vanuit de politieke, financiële en zakenelite tegen een geïndexeerd minimuminkomen ontzettend groot zal zijn. Temeer omdat het de (sociale) gelijkheid ten goede komt waardoor mensen minder van die elite en haar machts- en controlemechanismen afhankelijk wordt.

      Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties