about
Toon menu
Opinie

Kromgaan met historische foto’s

Halverwege november 2011 wendde de curator van het nog op te richten Vlaams Holocaustmuseum, professor Herman Van Goethem, zich via de media tot het grote publiek om een foto uit 1942 thuis te brengen. Volgens de professor kon dat door het ijzeren hekken op de achtergrond te lokaliseren.
donderdag 19 januari 2012

In verscheidene media, onder meer Terzake, voegde de professor daar een historisch gezien gammel verhaal over de foto aan toe. Het beeld zou zijn gemaakt op 8 augustus 1942, er zouden Joden op staan die van Mechelen (doorgangskamp kazerne Dossin) naar Auschwitz werden gedeporteerd, maar onderweg van trein moesten wisselen.

"De mensen op de foto", verzekerde Van Goethem met klem, "zouden drie dagen later omgebracht zijn in Auschwitz." De professor had ook een aantal onder hen laten identificeren, allen weggevoerd met het derde konvooi uit Mechelen. In het RTBf-journaal liet hij een foto zien met hun transportnummer en hun namen werden in verscheidene kranten gepubliceerd.

In La Libre Belgique maakte Van Goethem van de gelegenheid misbruik om de analyse die historicus Lieven Saerens recent maakte van een andere foto van weggevoerde Joden onwetenschappelijk te noemen, in tegenstelling tot zijn, Van Goethems benadering.

Als auteur van een recent boek over onze omgang met historische foto's, Kijken zonder zien. Omgaan met historische foto’s, en goed thuis in de materie van deportatie en uitroeiing, trok ik bij zoveel wetenschappelijke onkunde en gebrek aan collegialiteit grote ogen.

Het derde konvooi uit Mechelen vertrok pas op 15 augustus, dus zeven dagen nadat de foto onderweg naar Auschwitz zou zijn gemaakt. Om maar iets te noemen. Achterop de foto (die acht jaar geleden door een Gentenaar werd gevonden op een beurs voor militaria en eind 2010 aan Van Goethem en andere historici bezorgd) staat overigens niet 8, maar 9 augustus (Le 9 – 8 42 Départ de juifs).

Begin december vorig jaar wees ik in enkele lezingen over historische foto's terloops op deze foute aanpak en foute interpretatie. Kort nadien ving ik op dat ook Van Goethem de eigen interpretatie betwijfelde. Ondertussen waren heel wat mensen bezig met diens foute interpretatie en kwamen er tal van suggesties binnen. Maar Van Goethems interpretatie bleef op de website van kazerne Dossin staan en is nog altijd na te lezen in verschillende media.

Dat zinde me als rechtgeaard historicus niet en op 12 januari vroeg ik Van Goethem in een mail om een stand van zaken - mail die ik in zichtbare kopie ook aan enkele historici en media stuurde. Van Goethem reageerde meteen met een nieuwe interpretatie van de foto, ontkende mensen op de foto geïdentificeerd te hebben (wat hij kort nadien toch moest toegeven) en legde mij en alle andere bestemmelingen een embargo op.

Christian Laporte, de journalist van La Libre Belgique die Van Goethem eerder aan het woord liet, sloot zich bij dat embargo aan omwille van wat nu plots 'sereniteit' heette. Ondertussen waren dus wel verkeerde slachtoffers van Auschwitz geïdentificeerd en geloofden veel mensen in de foute Holocaustinterpretatie van de professor.

Nadat ik liet weten dat ik het embargo niet zou respecteren omdat het grote publiek recht heeft op een rechtzetting, schoten Van Goethem en Laporte snel in gang. Op maandag 16 januari al publiceerde Laporte een groot artikel waarin Van Goethem zijn nieuwe interpretatie gaf. Diezelfde interpretatie stond dezelfde dag ook op de website van de Dossinkazerne en kort nadien ook in Joods Actueel.

Nu wordt met grote stelligheid geponeerd dat de foto op 3 augustus 1942 in Luik werd gemaakt, dat er mogelijk Joden en niet-Joden op staan. Het zou gaan om Joden die op die dag uit Luik werden weggevoerd voor dwangarbeid aan Duitse militaire versterkingen in Noord-Frankrijk dat door de Duitsers was bezet.

Ook het nieuwe verhaal (http://www.kazernedossin.be/content/foto-3-augustus-1942) is niet echt overtuigend. Om te beginnen staat achterop de foto 9 augustus. Die 9 (volgens Van Goethem een 8) kan een haastig geschreven 3 zijn, en de tekst achterop is mogelijk onjuist en/of later toegevoegd. De professor rept over dit alles met geen woord.

Hoe komt hij bij 3 augustus uit? Op basis van weerberichten. De straat op de foto ligt er volgens hem nat bij en het heeft begin augustus dat jaar veel geregend. Voilà! Het heeft toen inderdaad veel geregend, maar op de foto is daar toch weinig van te zien. De kasseien glimmen weliswaar, maar te oordelen naar de op de foto geworpen schaduwen werd het beeld mogelijk vroeg in de ochtend gemaakt en dan glimmen de straatstenen misschien van de dauw.

Of de foto werd toch op 9 augustus gemaakt en misschien had het toen ook geregend. Van Goethem rept daar met geen woord over. Maar hij schrijft wel dat hij zich van datum vergist heeft. Het is niet 15 augustus zoals hij aanvankelijk dacht want, gaat hij verder, het heeft op die dag niet geregend. Maar de prof heeft het nooit over 15, maar wel degelijk over 8 augustus gehad. Vraag is dus waarom hij niet natrok of het in Luik ook op 8 of 9 augustus 1942 geregend heeft.

Ook merkwaardig blijft dat op de foto maar één persoon met Jodenster staat. In België was de Jodenster begin juni 1942 verplicht gesteld en op het niet-dragen ervan stonden zware sancties. Als op de foto Joden staan die zich 'aanmelden' voor verplichte tewerkstelling (Arbeitseinsatz) dan zouden ze vermoedelijk niet zo gek zijn om zich zonder Jodenster aan te melden. Van Goethem verklaart dat niet.

Hopelijk is dit alles niet representatief voor het nog op te richten Holocaustmuseum. Verontrustend is wel dat heel wat media zonder enig spoor van kritiek het woord verlenen aan een curator die zich in sneltreintempo als holocaustspecialist wil profileren en van 'zijn' foto het icoon van dat museum wil maken (terwijl er al zo'n aangrijpend icoon van de binnenkoer van de Dossinkazerne bij de voorbereiding voor een deportatie bestaat).

Van Goethem hamert voortdurend op het uitzonderlijk karakter van 'zijn' foto en gaat voorbij aan de mogelijkheid dat tal van foto's niet bewaard gebleven of nog niet ontdekt zijn, onder andere omdat er pas vele decennia na het einde van de Tweede Wereldoorlog in België enige belangstelling kwam voor wat nu Holocaust heet. Een publieke oproep voor het opsporen en grondig onderzoeken van dergelijke fotomateriaal ware beslist zinniger geweest.

Verontrustend ook is dat de media geen belangstelling hebben voor visies die afwijken van de gestandaardiseerde collectieve Holocaustherinnering. Maar Canvas, kondigt Van Goethem al fier aan, komt wel met een programma over zijn aanpak van deze foto!

Ook verontrustend is dat de historici die ik vorige donderdag aanschreef, zich duidelijk niet in de discussie over deze toch wel verbijsterende omgang met een historische foto willen mengen en doen alsof hun neus bloedt. Ontstellend is dat twee historici die ik vroeg om dit opiniestuk (na lectuur en correctie) mee te ondertekenen, dat niet aandurfden. De één uit angst voor de Joodse lobby, de ander uit angst zijn job te verliezen.

Proef op de som: De Standaard weigerde (na raadpleging van de redactie) dit opiniestuk te publiceren en De Morgen reageerde niet.

Gie van den Berghe

Gie van den Berghe promoveerde tot doctor in de moraalwetenschap met een studie over de nazi-kampen, die hij herwerkte tot Met de dood voor ogen (Antwerpen, 1987). Later volgden nog: De uitbuiting van de Holocaust (Antwerpen, 1990 & Amsterdam, 2001), De zot van Rekem & Gott mit uns (Antwerpen, 1995), Getuigen, de Belgische nationale bibliografie van egodocumenten over de nazi-kampen (Brussel, 1995), Au camp de Flossenbürg (1945). Témoignage de Léon Calembert (Bruxelles, 1995), Flossenbürg, een vergeten concentratiekamp (Brussel, 1999), De mens voorbij. Vooruitgang en maakbaarheid 1650-2050 (Antwerpen, 2008) en Kijken zonder zien. Omgaan met historische foto's (Kalmthout, Pelckmans, oktober 2011). Hij werkte acht jaar als geschiedkundige aan het SOMA (Studiecentrum Oorlog en Maatschappij, Brussel) en is gastprofessor aan de Universiteit Gent.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

13 reacties

  • door Bijnens op donderdag 19 januari 2012

    Het ontbreken van meer uitleg over een "gestandaardiseerde collectieve Holocaustherinnering" maakt dat bovenstaand opiniestuk een bevreemdende indruk nalaat op de modale lezer. Het wordt tevens niet echt duidelijk hoe een andere duiding van de foto afbreuk zou doen deze "gestandaardiseerde collectieve Holocaustherinnering". Wat wel duidelijk wordt is dat de schrijver meer professionalisme verwacht van de curator van een toekomstig Vlaams Holocaustmuseum.

    • door Gie van den Berghe op donderdag 19 januari 2012

      Gelijk heeft u, maar ik schreef dan ook geen opiniestuk over die gestandaardiseerde collectieve Holocaustherinnering. Elders (zie mijn website www.serendib.be zoeken op holocaust, jodenuitroeiing of via de index) heb ik daar heel veel over geschreven. Ook in de inleiding van 'De mens voorbij', een boek dat u op dezelfde website onder 'boeken' kan raadplegen. Alvast een voorsmaakje uit die inleiding:

      "In het klassieke verhaal wordt alles aan de nazi‟s geweten. De jodenuitroeiing wordt voorgesteld als een breuk in de beschavingsgeschiedenis, onvergelijkbaar, uniek. In werkelijkheid was ze een ontsporing van die civilisatie, de in nachtmerrie verkeerde droom om de mensheid eens en voor altijd van alle ellende en kwalen te bevrijden.

      Breuk of ontsporing, het is een wezenlijk verschil. Bij een breuk, een terugval in de barbarij, staat het gebeurde los van de beschaving die eraan voorafging en erop volgt. Er valt dan weinig lering uit te trekken, we mogen verder doen zoals we bezig waren. Bij een ontsporing daarentegen, moeten bepaalde aspecten van de beschaving in vraag gesteld worden."

      Maar dat is maar één benadering, u vindt er op mijn website en natuurlijk ook elders nog vele andere.

  • door Robrecht Vanderbeeken op donderdag 19 januari 2012

    Dit museum moet ons er aan herinneren dat we als lafbekken weggekeken hebben in het verleden. De historische reconstructie ervan is vanzelfsprekend uiterst delicaat, dus laten we vermijden dat we opnieuw de andere kant opkijken als blijkt dat er fouten worden gemaakt? Laten we ook vermijden dat dit een media spektakel wordt. Daar heeft niemand baat bij, het voedt alleen de clichés (antisemiet!, zionist!). De oplossing: alle bevoegde historici, hens aan dek! Curator, best een stapje opzij.

  • door den bok op vrijdag 20 januari 2012

    wie is er hier jaloers op een postje ?

    • door Robrecht Vanderbeeken op vrijdag 20 januari 2012

      Flauwe insinuatie, de auteur van dit stuk is duidelijk geen kandidaat. Laten we er ajb geen zogezegde stoelendans van maken, daarvoor is het museum te belangrijk.

    • door Gie van den Berghe op vrijdag 20 januari 2012

      Mensen beoordelen medemensen al te makkelijk met eigen maatstaven, streefdoelen en verlangens.

      Dat men me zoiets kleinmenselijks als jaloersheid zou aanwrijven als ik zou reageren op het foute verhaal van Van Goethem (de compromis-curator van het nog op te richten holocaustmuseum), realiseerde ik me meteen. Daarom heb ik ook niet onmiddellijk gereageerd en gehoopt dat iemand anders de (euvele?) moed zou hebben om enkele kritische kanttekeningen te maken bij die foute interpretatie. Helaas is dat niet gebeurd en erger, liet Van Goethem bijna twee maand zijn foute interpretatie staan, ook al wist hij ondertussen beter. Daarom ben ik toch in gang geschoten en heb ik in een mail aan Van Goethem en enkele historici het vuur aan de lont gestoken. Dat is me zuur opgebroken, want Van Goethem duldt blijkbaar geen kritiek en geeft me van verdere communicatie en discussie uitgesloten, zelfs zonder me dat te laten weten (zie het post scriptum op http://www.serendib.be/artikels/kromgaan) en me ook nog eens beschuldigend van lasterpraat.

      Postjes heb ik mijn hele leven niet nagestreefd. Ik ben wat dat betreft een anarchist: macht corrumpeert. Dat blijkt ook nu weer. Wat dat Vlaams Holocaustmuseum betreft, ik ben altijd een verklaard en openlijk tegenstander geweest van dat concept, laat staan dat ik er een postje zou willen in bekleden. Wie me niet gelooft, leze de vele artikels die ik hierover geschreven heb, onder meer http://www.serendib.be/artikels/geenholocaustmuseum.htm

      Ernstige kritiek is van harte welkom, maar aan dit soort persoonsgerichte verdachtmakingen zal ik verder geen tijd en energie meer verspillen.

      • door Gie van den Berghe op vrijdag 20 januari 2012

        Volledigheidshalve ook nog even aanstippen dat curator Herman Van Goethem er maar gekomen is omdat alle vorige concepten voor het in 2000 door Patrick Dewael aangekondigde holocaustmuseum (naast een museum over de Vlaamse ontvoogding) afgekeurd zijn. Het eerste in sneltreinvaart in elkaar gestoken concept door historici. Het tweede door historici uitgewerkte concept (waaraan ik hard heb meegewerkt) door politici onder Joodse druk in de vuilbak gedeponeerd. De historici, zoals Rudi Van Doorslaer en Herman Van Goethem, die nu achter de schermen of op het toneel aan het nieuwe concept meewerken (er zijn er nog heel wat, maar ik wil niemand in verlegenheid brengen) zijn voor die Joodse of beter zionistische drukkingsgroepen wel aanvaardbaar en kunnen niet anders dan in de pas van die drukkingsgroepen lopen. Wie hierover durft te schrijven wordt verdacht gemaakt en uitgesloten. Misschien dwaal ik, maar als ook zij er het zwijgen toe doen (bijvoorbeeld om de beschuldiging dat ze 'gewoon' jaloers zijn), wie zal dat museum, eens het er is, nog kritisch durven bekijken? Wordt het een belangrijk museum? Zeker wel. De hele schoolgaande jeugd zal er voorspelbaar door gejaagd worden. Laten we hopen dat er niet alleen aan de Jodenuitroeiing (Endlösung, verkeerdelijk Holocaust - brandoffer aan god - geheten) aandacht wordt besteed en dat die genocide niet als een breuk in de beschaving wordt voorgesteld. Niet als iets unieks, wel als iets des mensen.

        • door JK op vrijdag 20 januari 2012

          Beste heer van den Berghe

          Het gaat hier niet over een Vlaams Holocaustmuseum. De naam luidt Kazerne Dossin. Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten. De formulering "er scholen door jagen" doet afbreuk aan de vebreding van thematiek, de keuze voor een nieuw educatief concept en een aandacht voor publiekswerking én internationaal publiek.

          gelieve u voldoende te informeren. Misverstanden in communicatie zijn nu echt te mijden.

          • door Gie van den Berghe op vrijdag 20 januari 2012

            Om verder misverstand te vermijden: ik heb nergens geschreven dat 'Vlaams Holocaustmuseum' de benaming zou zijn van het museum waar het hier over gaat. Maar het is wél een Vlaams (en geen Belgisch) museum en het voert het (zoals gezegd verkeerde) begrip 'Holocaust' en niet 'genocide' in het algemeen in het vaandel. De in Joodse kringen gehuldigde uniciteit, weet je wel? Vlaams Holocaustmuseum was ook de benaming die Patrick Dewael er in 2000 aan gaf. Een initiatief van de Vlaamse regering, niet van de Belgische. Vlaanderen had toen af te rekenen met het succes van het Vlaams Blok (nu Vlaams Belang) en de herinnering aan de Endlösung of Jodenuitroeiing gebruiken als wapen tegen extreemrechts. Wallonië zat daar toen niet mee. Dus wel degelijk een Vlaams Holocaustmuseum. Geschiedkundig, politiek en ideologisch gezien is de benaming Vlaams Holocaustmuseum dus zeer zeker van belang. Dat het museum nu een andere naam gekregen heeft, nadat drukkingsgroepen een bredere invulling van het museum hadden teruggefloten, weet ik. Of het huidige concept desondanks een verbreding van de thematiek etc... inhoudt, weet ik niet en kan voorlopig niemand zeggen, alleen maar hopen. Voorlopig is alleen duidelijk dat het museum nog steeds het begrip Holocaust en niet het begrip genocide in het vaandel voert. Dat de schoolgaande jeugd onder zachte of sterke druk zal aangezet of verplicht worden het museum te bezoeken, staat wel vast. Dat was van meet af aan de bedoeling. Maar u heeft natuurlijk het recht om over begrippen en woorden (zoals 'er de scholen door jagen') te struikelen, zoals ik ook het in feite religieuze begrip Holocaust en het filosofisch-religieuze begrip uniciteit verkeerd vindt.

            Dus neen, de benaming Vlaams Holocaustmuseum, is wat mij betreft niet verkeerd, maar verduidelijkt nogal wat. Zinvolle communicatie voor wie even de moeite wil nemen om daar ook inhoudelijk bij stil te staan.

            • door Gie van den Berghe op vrijdag 20 januari 2012

              Nog even over wat u de verbreding van de thematiek betreft. Ik hoop dat u gelijk heeft, maar vrees ervoor. Waarom? De verbreding die door het wetenschappelijk comité van historici werd voorgesteld, nu alweer vijf jaar of langer geleden, een verbreding die terugging tot in de Verlichting, aandacht zou besteden aan de eugenetica en aan alle vormen van in- en uitsluiting, die verbreding werd in elk geval in de vuilbak gedeponeerd (zie hierboven en mijn website). Daar hadden Joodse drukkingsgroepen en politici geen oren naar.

              Wat ik nu aan verbreding zie lijkt me aan de smalle kant. Holocaust en niet 'genocide' in het vaandel, waarschijnlijke toespitsing op de Belgische casus van de jodenvervolging, uitsluiting van vele specialisten over dit onderwerp (Lieven Saerens, Pieter Lagrou, ikzelf), keuze voor een tot voor kort onbesproken compromisfiguur Herman Van Goethem, geen specialist in de materie, geklungel rond de foto 'départ de juifs', laatdunkende opmerkingen over een onderzoek van Lieven Saerens, historici die geen kritiek durven uiten en bang zijn voor de Joodse lobby, hun werk te verliezen en die, als ze in de discussie tussenkomen, ook op de vingers getikt worden.

              Neen, die verbreding is me niet erg duidelijk.

              Gezien ook het feit dat de wel duidelijke verbreding van het wetenschappelijk comité onder leiding van prof. Bruno De Wever in de vuilnisbak belandde, valt helaas ook niet te verwachten dat er veel ruimte is voor verbreding.

              Ik hoop dat ik me vergis, maar dit alles voorspelt niet veel goeds. Maar laat ons hopen dat het museum, onder welke naam dan ook, jongeren zal aanzetten tot meer zelfinzicht en maatschappijkritiek.

  • door tillaert jean-pierre op vrijdag 20 januari 2012

    Als leek in deze materie,maar wel met een groeiende belangstelling ,begrijp ik niet waarom professer Van Goethem niet grondiger tewerk is gegaan om zijn fotografische uitleg te weerleggen aan de hand van korrekte gedateerde informatie . Heeft hij dan niet verwacht dat iemand tot op het bot zijn plaatjes beschrijving zou ontleden ? De puntgave analyse van Gie van de Berghe bewijst nogmaals dat er meer is onder het oppervlak van een gepubliceerde foto .Los hiervan doe ik een verontrustende vaststelling: kan manipulatie, oppervlakkigheid of waarheidsverachting doorgetrokken worden naar elke vorm van publikatie ? Er zijn natuurlijk nog waarheidsgetrouwen , maar als het leugenschoentje wringt wordt het soms toch aangetrokken om maar hogerop te klimmen.

    • door Gie van den Berghe op zaterdag 21 januari 2012

      Geachte en beste Jean-Pierre Tillaert,

      U werpt voor historici en geïnteresseerden in het algemeen zeer interessante vragen op. Voor de analyse van taal, tekst en geschreven bronnen beschikken we over een heel arsenaal, maar wat beeldtaal betreft tasten historici nog grotendeels in het duister, is het zonder iets als een beeldgrammatica nog behelpen geblazen. Collega Van Goethem ging ongetwijfeld te goeder trouw te werk, is hoogstwaarschijnlijk ook niet over één nacht ijs gegaan, maar heeft zijn ploeg aan het werk gesteld. Het probleem is waarschijnlijk dat we bij wijze van spreken 'met voorbedachte rade' naar beelden kijken. We zien, zoals de titel van een boek van Errol Morris over fotografie luidt, wat we geloven. En als we een foto in handen krijgen met achterop 'départ de juifs, 9-8-1942' dan denken we vanuit onze kennis hier en nu, zeker als we curator zijn van een Holocaustmuseum, in termen van die genocide. En dan zien we al vlug, bijna onvermijdelijk 'départ des juifs' (niet 'vertrek van Joden' maar 'vertrek van de - alle - Joden') en gaan we wat er te zien is invullen vanuit die niet al te bewuste vooronderstelling. Daar is weinig aan te doen en daar is niks mis mee. Merkwaardig is wel dat het team van onderzoekers waarover Van Goethem kan beschikken - alle toegespitst op de Holocaust en dat museum waaraan ze meewerken - niet verder keek dan zijn neus lang was; dat de professor zelf overhaast naar de media stapte; dat die media (met dezelfde Holocaustblik) direct bereid waren om zonder enige kritische vraagstelling de interpretatie van de professor te volgen en die wijder te verspreiden. Fout was dat Van Goethem, toen hij begin december al besefte dat er iets aan zijn interpretatie schortte, hij die niet rechtzette, ja nog een maand op allerhande websites liet staan, tot ik hem aanspoorde tot een rechtzetting, een nieuwe interpretatie die in tal van opzichten mank loopt. Herman Van Goethem was, zoveel is duidelijk, rotsvast overtuigd van de interpretatie die hij en zijn team aan de foto gegeven hadden (en hebben), zozeer zelfs dat ze zelfs mensen op die foto, mensen die in Auschwitz zijn omgekomen, verkeerdelijk identificeerden. Niet niks toch.

      Ik zou dus niet meteen van leugen gewagen. Het is veel interessanter in te zien dat mensen bij het gebruik (vertonen en bekijken) van historische foto's (en foto's tout court), onvermijdelijk door een bepaalde bril, met voorkennis van zaken kijken, plaatsen en interpreteren (want anders zien ze niks of kunnen ze niet interpreteren). Mensen zijn dus vaak te goeder trouw, rechtvaardigen zichzelf dan ook als er kritiek komt, zijn niet meteen oppervlakkig en onwaar bezig. Dat is juist het interessante, geen boosaardig opzet, geen manipulatie om mensen te misleiden, maar goed bedoelde interpretaties, scheefgetrokken door wat we geloven te zien, door wat we vanuit onze hedendaagse belangstelling, kennis en doelstelling willen zien. Heel erg boeiend, zoals ik heb proberen aantonen in 'Kijken zonder zien. Omgaan met historische foto's', een eerste begin over deze thematiek.

  • door Le grand guignol op zondag 22 januari 2012

    Bij mijn weten is het in functie van een kritisch wetenschappelijk onderzoek belangrijk dat zoveel mogelijk verschillende onderzoekspistes bekeken en onderzocht worden. Dat komt immers het kritische karakter van het onderzoek, alsook het onderzoek an sich, ten goede en mogelijk is het één van de grondvereisten waarop een onderzoek zich wetenschappelijk kan noemen. Echter, vanwege verschillende oorzaken en drijfveren wordt naar mijn mening het onderzoek omtrent de desbetreffende foto niet op een dergelijke wijze gevoerd: onderzoekers, waaronder Van Goethem, hebben het blijkbaar moeilijk met goed onderbouwde kritiek; historici staan, bijvoorbeeld uit angst hun baan te verliezen, weigerachtig tegenover het 'en plein public' bijtreden van de goed onderbouwde kritiek; de invloed van de Joodse lobby en andere belangengroepen op (de keuze van) de medewerkers-historici en bijgevolg, impliciet én expliciet, op het onderzoeksresultaat. Kan er in een dergelijke context nog sprake zijn van een kritisch wetenschappelijk onderzoek die naam waardig?

    De oprichting van het museum met betrekking tot de Jodenvervolging en -uitroeiing spruitte inderdaad voort uit een politiek project als onderdeel van een strategie tegen extreemrechts, maar gaandeweg werd het desbetreffende museum ook een prestigeproject. Beide aspecten: politieke invloed en prestige, zijn geen goede raadgevers voor een kritisch wetenschappelijk onderzoek. Naast politieke en andere beïnvloeding vernauwt eveneens de drang naar prestige het perspectief van de onderzoeker en bijgevolg de uiteindelijke onderzoeksresultaten alsook de presentatie van die resultaten in een museum. De onderzoeker heeft met andere woorden te maken met een, deels van buitenaf, afgebakende tunnelvisie waardoor het risico bestaat dat belangrijke aspecten en pistes voor het onderzoek, die evenwel buiten de tunnelvisie vallen en mogelijk die visie (kunnen) ontkrachten, geen of weinig aandacht krijgen.

    Ik heb de indruk dat er met betrekking tot het museum, alsook met betrekking tot de bewuste foto, sprake is van ondermijning, van het kritische karakter, van het wetenschappelijk onderzoek. Van Goethem publiceert als het ware zonder 'second opinion' zijn vaststellingen als waarheid in de media en bakent tevens het onderzoeksdomein af: het thema van de bewuste foto ligt zo goed als vast en we moeten enkel nog weten waar het hekwerk zich bevindt - ter bevestiging van het eigen onderzoek of alleszins van de persoonlijke vaststellingen en interpretatie. Het betreft in wezen het zoeken naar een bevestiging voor het eigen gelijk en van die piste(s) die dat gelijk onderbouwen: het 'kritisch' wetenschappelijk onderzoek krijgt een teleologisch tintje.

    Niettemin zijn er een aantal zaken die naar mijn mening verder onderzoek vereisen: van wanneer dateert het opschrift op de achterzijde, wie heeft dat erop gezet: uit eerste, tweede, derde hand ? (bv. fotograaf, iemand die de foto in handen kreeg,...); zijn er andere foto's van die gebeurtenis (de huidige foto geeft immers een bepaalde kadrering van een gebeurtenis weer, er valt met andere woorden ook een deel buiten het bereik van de foto); het opschrift 'départ de juifs, 9-8-1942' kan betrekking hebben op verschillende zaken en hoeft bijvoorbeeld niet noodzakelijk te maken hebben met een verplicht, georganiseerd vertrek (bv. vluchten)? Op dit ogenblik lijken er in het onderzoek van Van Goethem reeds zoveel zaken vanzelfsprekend en onomstotelijk de waarheid, terwijl een kritische vraagstelling van iemand die gepokt en gemazeld is in de desbetreffende thematiek van de Jodenvervolging - ik reken mezelf daar niet bij - de interpretatie van Van Goethem goed onderbouwd kan ontkrachten.

    Op die manier lijkt het museum naar mijn mening een van de twaalf in een dozijn te worden en krijgen de schoolkinderen op hun 'parascolaire activiteit' de stereotype verhalen te horen en te zien die datgene wat in de geschiedenisboekjes geschreven staat bevestigen. Bijvoorbeeld: dat de Endlösung een breuk met de menselijke beschaving was - een acuut verval in barbarij - en geen ontsporing in het streven naar een verwetenschappelijkte beheersing en controle van het alledaagse leven (bv. eugenetica). Overigens, de doorgedreven tendens naar beheersing en ('positieve') verwetenschappelijking vormen heden ten dage nog steeds, of alleszins terug opnieuw, een 'hot item' in onze hypermoderne samenleving.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties