Cultuur, Cd-recensie, Tinariwen - KoenDeMeester

LuisterPost: Tinariwen ‘Tassili’

Wereldmuziek wordt vaak in een apart hokje gestopt. Toch zijn er bands die ook buiten de grenzen van het genre potten breken. Eén daarvan is het Noord-Afrikaanse gezelschap Tinariwen, uitvinders van een gemene gitaarsound. Deze Toearegs weten het hun eigenheid te combineren met een muzikaal gevoel dat zelfs de meest verwende westerse muziekliefhebber aanspreekt.

donderdag 1 september 2011 13:11

De leden van Tinariwen excelleren in wat vaak als woestijnrock wordt bestempeld. Muziek die geworteld zit in de Toearegtradities van Niger en Mali. Maar Tinariwen is geen museum. De band wist altijd scherper dan een bajonet te rocken en hun songs hoeven geen vertaling, zo goed zijn ze.

Het verwondert dan ook niet dat Tinariwen zich moeiteloos heeft losgemaakt uit het wereldmuziekgetto en op haar nieuwste plaat Tassili goed volk van Wilco en TV On The Radio te gast krijgt.

Een andere factor die verklaart waarom Tinariwen breder gaat dan de niche is het feit dat niet alleen hun concerten aanspreken, maar ook hun opnames. Vaak kom je thuis van een opzwepend optreden en blijkt de plaat die je net volenthousiast kocht niet te tippen aan wat er op het podium te zien was. Je hebt het in alle genres: bands die live gensters slaan, maar de songs halen het niet op de sfeer. En dat kan je Tinariwen nu niet verwijten.

Ze zien een plaat ook als iets groter dan een verzameling liedjes. Dat bewijst het concept dat achter Tassili zit. Tinariwen koos hier voor een akoestische aanpak en liet de elektrische gitaren even voor wat ze zijn. Het idee was terug te gaan naar de roots, naar de oude camaraderie van te musiceren ver weg van de bewoonde wereld, waar er geen elektriciteit is.

Toch is de attack van de groep er niet minder door geworden. Dat volledig akoestisch beslist niet braaf hoeft te zijn, bewijst bij voorbeeld ‘Ya Messinagh’ waarop de blazers van de Dirty Dozen Brass Band met hun machtige atonale uithalen de deinende song tot het hoogtepunt van de plaat maken. Ook de gastbijdragen van Wilcogitarist Nels Cline (op elektrische gitaar) zijn een schot in de roos. Vooral in de opener ‘Imidiwan Ma Tenam’, meteen ook een oproep aan alle Tamasheqsprekers (zo omschrijven de Toearegs zichzelf) om zich te verenigen.

Door de akoestische aanpak komt de groep dichter dan ooit tegen de blues zonder dat de stereotiepe akkoorden aangeslagen worden, terwijl ‘Tameyawt’ dan weer begint als een soort van Afrikaanse flamenco om uit te groeien tot een bedachtzaam liedje dat je zo aan een kampvuur ergens in de Tassili N’Ajer-woestijn situeert, waar de plaat werd opgenomen. En het wondere is dat je je enkel nog meer betrokken voelt en hun muziek niet als ‘exotisch’ ervaart. Prachtig.

Beoordeling:
++++
(V2)

take down
the paywall
steun ons nu!