Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

De staat van de democratie (bis): neoliberalisme en populisme

Links dient zichzelf opnieuw op de electorale kaart te zetten. Dit kan enkel door tegenover het rechts-populisme een links-populisme te plaatsen, schrijft politiek filosoof Thomas Decreus.
vrijdag 13 mei 2011

Vaak worden neoliberalisme en democratie als antoniemen gebruikt. Maar neoliberalisme is verre van een eenduidig begrip. Het is een term die verwijst naar meerdere maatschappelijke tendensen die soms in elkaars verlengde liggen, maar elkaar evengoed kunnen uitsluiten.

Neoliberalisme wordt het vaakst opgevat als een geheel van politiek-economische denkbeelden die vertrekken vanuit een heilig geloof in de principes van de vrije markt als organisatieprincipe voor de samenleving als geheel. In praktijk resulteert dit soort denken in de-regulering en privatisering van publieke sectoren.

Het hoeft geen betoog dat het dereguleren van markten en het privatiseren van wat eens onder publieke controle was eerder vroeg dan laat tot een democratisch deficit leidt. Privatisering zorgt immers voor – in tegenstelling tot wat neoliberaal geïnspireerde denkers beweren – een gebrek aan transparantie, achterkamerpolitiek en een cultuur waarin het algemeen belang wordt ondergeschikt aan het belang (lees: de winst) van enkelen.

    In deze bijdrage wil ik vooral ingaan op de herstructurering van het politieke-ideologische landschap onder invloed van het neoliberalisme. Dit aspect dient ook ten volle in rekening gebracht te worden, willen we de staat van de huidige democratie begrijpen. Ik wil echter ook meer doen dat. Vanuit de beperkte analyse van onze hedendaagse democratie die ik hieronder geef, wil ik ook enkele potentiële kansen voor verandering schetsen. Hierin zal het begrip populisme een centrale rol spelen.

Transformatie van het politiek-ideologische landschap

Vanaf de jaren zeventig en tachtig is het politiek-ideologische landschap in West-Europa drastisch veranderd. Men is geëvolueerd van een partijdemocratie naar, wat men in de vakliteratuur noemt, een ‘audience democracy’. In een partijdemocratie vormen partijen de reële maar ook en vooral de ideologische machtsbastions.

Het zijn partijen die het maatschappelijk debat structureren en bepalen. De verschillende ideologische posities binnen een bepaald debat komen doorgaans overeen met de verschillende partijposities. Ook media en allerhande instellingen, verenigingen en associaties zijn verbonden met partijen. In België heeft een dergelijke partijdemocratie zich vooral geuit in een fenomeen dat gekend staat onder de naam ‘verzuiling’.

Vanaf de jaren zeventig en tachtig zien we dat de partijdemocratie in een crisis begint te verkeren. In België is het ook in die periode dat de zuilen langzaam maar zeker verbrokkelen. Het verdwijnen van de partijdemocratie is een complex fenomeen dat zeker niet eenduidig kan verklaard worden, maar vast staat wel dat er een correlatie bestaat tussen   enerzijds de overgang van het keynesianisme naar meer neoliberale marktmodellen en anderzijds de teloorgang van de partijdemocratie.

Hiermee wil ik niet vervallen in een economisme. Het is niet zo dat een verandering in de economische structuur leidde tot het verdwijnen van de partijdemocratie. Wel is het zo dat neoliberaal geïnspireerde politici er alle belang bij hadden om de structuren van de oude partijdemocratie (vakbonden in het bijzonder) te ontmantelen om zodoende een bepaalde politiek-economische agenda te kunnen doordrukken. Herinner u in dit verband de alleszeggende uitspraak van Thatcher: ‘there’s no such thing as society: there are individual men and women, and there are families’.

In plaats van een partijdemocratie kwam wat dan heet een ‘audience democracy’. Wat dient hieronder verstaan te worden? Allereerst verschilt een ‘audience democracy’ van een partijdemocratie in de zin dat partijen niet langer de structurerende krachten zijn van de samenleving: er bestaat een veel losser (of geen) verband tussen partijen en instellingen, verenigingen en media. Partijen zijn niet langer de ideologische bastions van weleer. Maar dat neemt niet weg dat partijen nog steeds reële machtscentra blijven. Het blijven knooppunten van de politieke macht: wie politieke carrière wil maken, koopt zich best zo snel mogelijk een partijkaart.

Net doordat partijen eigenlijk meer reële machtsinstrumenten en –netwerken in plaats van ideologische bastions geworden zijn, kan de kiezer zich steeds minder identificeren met een partij. Vroeger stemde men op ‘de sossen’ en was men ook een sos. De politieke voorkeur vormde een deel van de persoonlijke identiteit, zowel voor politici als hun kiezers. Dit is tegenwoordig veel minder het geval. Partijen zijn – zowel voor politici als voor kiezers – inwisselbaar geworden.

Er is iets ontstaan dat op een politieke markt lijkt. De kiezer is een klant. Iemand die van politiek merk kan veranderen van zodra een dat merk in haar ogen tekortschiet. Partijen nemen op hun beurt de logica van commerciële bedrijven over. Via marketingbureaus proberen ze te weten te komen wat er ‘leeft’ in de samenleving en waar ‘de mensen’ van wakker liggen. Partijen en politici zijn in die zin ook een soort performers geworden die ervoor moeten zorgen dat ze het publiek – de potentiële kiezers - op hun hand krijgen. Vandaar dus de naam, ‘audience democracy’.

Gevolgen voor de democratie: rechts-populisme

In welke mate heeft deze verandering in het politieke landschap nu gevolgen voor onze democratie? Op deze vraag zijn uiteraard meerdere (zowel positieve als negatieve) antwoorden mogelijk maar één van de meest nefaste gevolgen van een dergelijke ‘audience democracy’ was en is het succes van het rechts-populisme. Binnen de tot hiertoe gevolgde redenering kunnen twee verklaringen gegeven worden voor het succes van populistisch rechts.

Ten eerste is populistisch rechts een reactie tegen de (schijnbare) inwisselbaarheid van de traditionele partijen. Herinner u de nineties waarin door politici om de haverklap gescandeerd werd dat de links-rechts tegenstelling tot het verleden behoorde. Herinner u Blair en de Derde Weg waarin het socialisme feitelijk de neoliberale logica onderschreef en hoogstens nog wat sociale correcties op dit neoliberale model toepaste.

Het gevolg van dergelijke politiek was dat het moeilijker werd om partijen van elkaar te onderscheiden. Maar net omdat traditionele partijen hoegenaamd niet meer ideologisch van elkaar verschillen worden ze ook meer en meer geassocieerd met de gevestigde macht in het algemeen. Denk aan de achter menige toog gezuchte boutade ‘ach, politici, ’t zijn allemaal dezelfde zakkenvullers’. Populistisch rechts steunt op deze associatie van de vroegere zuilenpartijen met de gevestigde macht en claimt een reactie te zijn tegen die gevestigde macht. In het rechts populisme klinkt het dan dat het volk gedomineerd wordt door een wereldvreemde, doorgaans ‘linkse’ elite die niet weet wat er leeft onder het ‘gewone volk’.

Ten tweede slaagde populistisch rechts erin om het ideologisch vacuüm dat achtergelaten werd door de traditionele partijen opnieuw in te vullen. Waar traditionele partijen niet meer slagen in het aanreiken van een politieke identiteit (cf. men is geen sos of liberaal meer, men stemt gewoon socialistisch of liberaal), slaagt populistisch rechts wel in het creëren van een zekere identiteit. In een rechts-populistisch discours wordt doorgaans een identiteit gecreëerd op basis van nationaliteit, etniciteit of cultuur. Meestal worden deze termen slechts vaagweg ingevuld en vooral overeind gehouden door de constructie van een gemeenschappelijk vijandsbeeld waartegen men zich kan afzetten: de allochtoon, de islam of een ‘linkse elite’. Voorbeelden hiervan zijn, helaas, legio.

Kansen voor links

Iedere verandering in het politieke landschap creëert echter nieuwe kansen. Dit geldt ook voor de huidige staat van onze democratie. Voor links zie ik concreet twee openingen. Eén van die openingen is er reeds, de andere dient nog gecreëerd te worden. Laat me beginnen met de opening die er reeds is.

Een ‘audience democracy’ heeft er zeker toe bijgedragen dat buitenparlementaire vormen van actie hernieuwde zuurstof kregen. Net doordat de ideologische macht van traditionele linkse partijen en instituties afkalft is men ook in concrete acties minder gebonden aan die machtsbastions en verstarde ideologische schema’s. Dit biedt ruimte voor meer verfrissende, radicale en vernieuwende actievormen.

Daarnaast creëert deze politieke constellatie ook meer dan ooit de mogelijkheid om over gevestigde bewegingen en groepen heen regionale, nationale en internationale allianties te sluiten omheen specifieke issues. Dit zorgt voor een hernieuwde dynamiek binnen links die bovendien ook een van onderuit gestuwde verruiming van links kan betekenen. Het meest sprekende voorbeeld van deze evolutie is ongetwijfeld het andersglobalisme. Maar ook het ecologisch activisme of de anti-oorlogsbeweging horen in dit rijtje thuis.

Het probleem met deze buitenparlementaire vormen van actie is echter dat ze zich zelden of niet kunnen vertalen meer verankerde machtsvormen of electoraal succes. Vandaar dat er ook een tweede, nog te maken, opening nodig is. Links dient zichzelf opnieuw op de electorale kaart te zetten. Dit kan volgens mij enkel door tegenover het rechts-populisme een links-populisme te plaatsen. Hiervoor dient men aan de linkerzijde de door neoliberale denkschema’s ingegeven angst voor het populisme te overwinnen.

Populisme op zich is geen slecht fenomeen. Het wijst enkel op het proces waarbij een bepaalde groep zichzelf associeert met het begrip ‘het volk’ en zich daarmee plaatst tegenover zij die de macht hebben. In die zin is populisme ook een essentieel democratisch proces: het is een mobilisatie van ‘het volk’ tegenover zij die over het volk heersen. Een herinnering aan wie de werkelijke soeverein is in een democratisch regime. In het populisme zit dan ook altijd een emancipatorisch moment in de zin dat er een deelname aan of een verwerping van de heersende macht wordt geëist.

Het probleem is echter dat wij populisme volledig gelijkgesteld hebben met het rechts-populisme en daarmee voorbijgaan aan het gegeven dat het populisme ook emancipatorisch en links kan zijn. ‘Het volk’ hoeft niet etnisch, cultureel of nationaal ingevuld worden. Het volk kan ook gelijkgesteld worden met een bepaalde klasse of zij die de schaduwkant van een bepaald politiek-economisch systeem ervaren. De geschiedenis van het socialisme en de arbeidersbeweging in het algemeen is daar het meest sprekende voorbeeld van.

De heersende afkeer tegenover het begrip populisme kan niet enkel begrepen worden vanuit de vermeende gelijkstelling van populisme met het specifieke rechts-populisme. Het is het concept populisme zelf dat niet past binnen een neoliberale en individualistische opvatting over politiek. Veelzeggend in dit verband is dat ‘populisme’ als scheldwoord vooral vanuit (neo-)liberale hoek gebruikt wordt. Even veelzeggend is het dat de huidige kritiek op de bankbonussen vanuit die zelfde (neo-)liberale hoek ook als populistisch werd afgedaan. De neoliberale visie op politiek kan niet om met collectiviteiten of de constructie ervan. Vandaar dat het neoliberalisme huiverachtig staat tegenover iedere vorm van populisme, of dat nu links of rechts is.

 Links heeft het populisme aan rechts overgelaten. Tot zolang zal rechts electoraal zegevieren en zal het begrip volk op asociale wijze ingevuld worden. Dat laatste vormt momenteel één van de grootste bedreigingen voor de westerse democratieën. Een links populisme zou zowel het rechtspopulisme kunnen bedaren als het begin zijn van een transformatie van het huidige politieke landschap.

Power to the people!

(Deze bijdrage is een schriftelijke neerslag van de reactie die ik gaf tijdens het cultuurparlement van 09/05 op de lezing van Karim Zahidi)


Thomas Decreus is politiek filosoof (KULeuven). Hij is ook mede-organisator van de Shame-betoging.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

10 reacties

  • door Mestrum op zaterdag 14 mei 2011

    'Populisme' is niert zomaar 'van het volk'. Populisme wijst op een specifieke band tussen 'het volk' en 'een leider', wars vanb alle klasszenconflicgen die er vandaag meer dan ooit zijn. Populisme is altijd anti-democratisch, en betekent vaak dat men 'het volk' 'naar de mond praat' om ondertussen antisociale maatregelen nemen. De linkerzijde moet een politieke boodschap hebben om mensen te emanciperen.

  • door De Witte Bernard op zaterdag 14 mei 2011

    Ik heb wel een paar bedenkingen. Ten eerste wordt in het artikel enkel gesproken over politieke democratie. Van enige vorm van economische democratie is er geen sprake. Maar zolang de werknemers niet mede kunnen beslissen in het bestuur van hun bedrijf (maw als alleen de kapitaalbezitters de totale beslissingsmacht uitoefenen) kan er geen sprake zijn van economische democratie. En een politieke democratie zonder economische democratie is in wezen halfslachtig. Ten tweede, wat is de waarde van de vierjaarlijkse 'bollekenskermis', als de burgers daarna geen enkele inspraak meer hebben? Zou het niet beter zijn als regeerders ten allen tijde 'tot de orde' kunnen geroepen worden via volksreferenda ? Maar ik besef ook wel dat ook hier het gevaar van populisme (lees manipulatie) blijft bestaan. Er blijft dus nog een hele weg af te leggen om uit het (politiek én economisch) democratisch deficit te raken.

  • door TC op zaterdag 14 mei 2011

    Ben ook verre van overtuigd van wat hier wordt geponeerd. Zeker, er is die interessante intuïtie dat neo-liberalisme niet om kan met collectiviteiten die zich organiseren rond een bepaald issue... het gevoel zal echter blijven, dat tegenover 1 overwinning 10 verloren zaken staan. Zo bouw je geen beweging uit, laat staan een politieke identiteit. Wat wel waar is, is dat vakbonden niet langer de enige spelers zijn die mensen verenigen: wie identificeert zich nog (uitsluitend) als werknemer. Neen, we tasten de grenzen van ons burgerschap af, overigens niet zonder groeipijnen.

    • door Le grand guignol op zondag 15 mei 2011

      Zou het niet kunnen dat de grenzen van het burgerschap ons aftasten? Niettegenstaande het neo-liberale gedachtegoed bulkt van aanspraken op individuele (keuze)vrijheid - o.a. vanwege het terugdringen van overheidsinmenging, het laten 'spelen' van de 'vrije' markt,... - heeft het neoliberalisme een paternalistische ondertoon, in die zin dat top-down (en niet democratisch) wordt beslist wat goed is voor 'de burger' alsook op welke wijze die burger zich in de toekomst zal moeten gedragen om een onzekere toekomst het hoofd te kunnen bieden. Hierbij fungeert 'onzekerheid is de enige zekerheid', gecreëerd d.m.v. een bepaald beeld van de toekomst, om in het heden een mentaliteitswijziging te bewerkstelligen. Op die manier vormt het neoliberalisme niet 'minder overheid', maar juist het doorsijpelen van overheidsinvloeden (i.e. controle en sturing d.m.v. bijvoorbeeld zelfreflectie, (zelf)evaluatie,...) naar alle - of op z'n minst andere - levensdomeinen. Mijns inziens tast 'de burger' geenszins de grenzen van zijn of haar burgerschap af, maar voelt hij/zij de 'constraints' van een (neoliberaal) controle-mechanisme (cf. Foucault: 'technologies of the self' - zelfregulering - in combinatie met 'technologies of domination' - soevereine regulering), waarbij het vrijheidsgevoel als het ware door de mazen van een net geperst wordt.

      • door TC op zondag 15 mei 2011

        Tof dat je op mijn woorden reageert... De kwestie is natuurlijk wat we onder 'burgerschap' (citoyenneté) verstaan. Is het een begrip waarmee we het gedrag van burgers omschrijven (in termen van normen en waarden, rechten en plichten) en vóórschrijven, of nog een eufemisme voor een consumeristische verhouding tot de gemeenschap, ofwel (zo bedoel ik het toch) een revolutionair begrip: iedereen is burger, dwz een subject dat, vanuit zijn situatie, wat zijn situatie ook is, tegenover de gemeenschap bepaalde rechten kan laten gelden. Zeker, het neo-liberalisme fnuikt burgerschap zoals ik het hier omschrijf. En in zijn discours raakt het neo-liberalisme weg met het begrip 'burgerschap', door de mensheid tot afzonderlijke individuen te herleiden en vervolgens dat individu een gedrag voor te schrijven, conform een 'ideaal', ten koste van de werkelijke samenleving die er altijd al ís. Om het wat concreter te maken, een voorbeeld. Laatst werd ik door een zigeunermeisje aangesproken, ze had een formulier bij, opgesteld als een enquête waarin het recht op wonen werd opgeëist. Een handtekening plaatsen kostte je wel enkele euro's... Ik vertel het omdat ik het een vette kluif voor politieke analyse vind... vooral omdat ik me veel inschikkelijker toonde dan ik, tgo. mensen die me geld vragen, doorgaans ben. Het was een goede strategie van haar, te appeleren aan mijn principes eerder dan aan haar behoeften (die nochtans niet minder wezenlijk zijn)... een 'samenleving' bestaat maar in geobjectiveerde principes en in begrip dat tussen mensen ontstaat -begrip dat niet conceptueel is, maar eerder dialogisch, iets wat moet worden geactualiseerd-.

        • door Le grand guignol op dinsdag 17 mei 2011

          In mijn andere antwoord ben ik vergeten te reageren op uw voorbeeld m.b.t. 'het zigeunermeisje met haar petitie'. Ze maakte inderdaad aanspraak op uw principes door gebruik te maken van een handelspraktijk die, vandaag de dag, min of meer ingeburgerd is - of alleszins: lijkt. Hierbij tracht men 'de burger' te herleiden tot een consument, tot iemand die - van nature - gewend is te betalen om deel te nemen of een bepaalde behoefte te bevredigen. Echter voor het laten gelden van (basis)rechten zou men in principe geen Euro mogen/moeten neertellen, omdat men op die manier - althans naar mijn mening - meewerkt aan het stimuleren van een klassenjustitie.

          Overigens, het recht op menswaardig wonen zit - als 'k me niet vergis - vervat in art. 23 van de Belgische Grondwet en daarnaast maakt het eveneens deel uit van de universele verklaring van de rechten van de mens alsook van de universele verklaring van de rechten van minderjarigen. In dat geval zou het mijns inziens het meest afdoende zijn om het zigeunermeisje hieromtrent in te lichten in plaats van een handtekening te plaatsen 'for a special price'. Anderzijds zou het me verbazen mocht het zigeunermeisje niet van haar rechten op de hoogte zijn. De kans is bijgevolg groot dat het vooral om 'the special price' en niet zozeer om de handtekening te doen was. Vermits dat minder relevant is dan het principe waarop u doelt, laat ik 'het prijskaartje' liever in het midden. Niettemin vormen naar mijn mening commerciële motieven verpakt als burgerschap een wezenlijk gevaar voor een democratisch bestel.

  • door TC op zondag 15 mei 2011

    Ik bedoelde 'petitie' ipv 'enquête'

    • door Le grand guignol op maandag 16 mei 2011

      Dat is inderdaad een belangrijk onderscheid aangaande het burgerschap, in die zin dat dit burgerschap - zoals u het omschrijft - behoefte heeft om (opnieuw) geactualiseerd te worden en hierdoor een andere invulling, een tegengewicht, kan verschaffen voor het 'citizenship' dat men van overheidswege tracht te introduceren en mogelijk zelfs wenst te introjecteren (a.h.w. een sequentieel proces van zelfevaluatie in en door het subject van het menselijk organisme). Op dat vlak deel ik uw mening in verband met de noodzakelijke dialoog tussen mensen omtrent o.a. maatschappelijk-ethische thema's, een praxis waarin en waardoor men zijn of haar burgerschap - mogelijk zelfs dat van een collectief - gestalte en inhoud kan geven.

      Het verschil tussen 'citoyenneté' en 'burgerschap' zit hem naar mijn mening in een onderscheid tussen doel en middel, tussen objectief en handeling. In het geval van 'citoyenneté' worden doel en middel op voorhand bepaald door beleidsmakers, weliswaar zonder vermelding van de dubbele agenda: het uitoefenen van controle, het 'managen' van een samenleving. Terwijl bij burgerschap doel en middel vervat zitten in, alsmede voortvloeien uit, een specifieke of contextgebonden praxis gebaseerd op dialoog (i.e. de eigenlijke democratie en democratische praktijk). In dat opzicht tast inderdaad een groeiend aantal burgers de grenzen van 'het burgerschap' af en blijkt eveneens het vakverbond ontoereikend om op te treden als spreekbuis van iedere burger. Desalniettemin vormt de vakbond een belangrijke schakel omdat het een instituut vormt dat vanuit de 'civiele maatschappij' - een begrip dat ik liever niet gebruik aangezien het een vat vol tegenstrijdigheden betreft - druk kan uitoefen op de economische verhoudingen binnen de samenleving. Dat maakt mijns inziens de vakbond uniek en noodzakelijk om een maatschappelijke verandering te bewerkstelligen. Met dien verstande dat die vakbond eveneens zijn ontoereikendheid erkent en openstaat voor een nauwere samenwerking met andere burgerinitiatieven (bvb. ngo's én zelfs personen die in eigen naam handelen zonder deel uit te maken van een bepaalde organisatie).

      Ik heb echter de indruk dat naarmate de bevolking haar 'actief burgerschap' opneemt tegelijkertijd de druk van overheidswege toeneemt om dit proces te bemoeilijken of zelfs te beletten. Zo zijn beleidsmakers zich maar al te goed bewust van het democratisch deficit waarmee de EU te kampen heeft, zonder geneigd te zijn dit deficit aan de kaak te stellen en maatregelen nemen om het desbetreffende deficit op te heffen. Misschien hebben we op dat vlak met een bepaalde vorm van klassenstrijd te maken zonder voldoende te beseffen dat we volop met die strijd bezig zijn. Mogelijk verschaft dergelijk gebrek aan bewust-zijn een onderdeel van de verklaring voor de apathische houding van een groot gedeelte van de bevolking, waardoor een Europese revolutionaire lente alsnog uitblijft.

  • door Tom V. op maandag 16 mei 2011

    Dit is het soort artikels waar ik al een tijdje op wacht. Links moet meer dan ooit durven opteren voor een links populisme en het gebruik van populistische tactieken om de dominantie van rechts te breken. Of dat zo anti-democratisch is betwijfel ik. Waarom zou een links-populisme dat met linkse leidersfiguren de massa - over de klassegrenzen heen - mobiliseert voor een links beleid zo ondemocratisch/slecht zijn? Au fond heeft iedereen meer te winnen bij een links georienteerd sociaal beleid, dan bij een rechts.

    De vraag dringt zich ook op wat men wil met links. Je kan de democratie nu eenmaal zozeer beleven dat ze uiteindelijk zichzelf afschaft. De vraag is echter of dergelijk toppunt van democratie wel leidt tot de emancipatie van de massa en een goed sociaal beleid. Ik heb de indruk dat links met het huidige discours over democratie in dergelijke hoge sferen vertoeft dat men zichzelf verliest in oeverloze discussie die uiteindelijk maar één doel hebben, zo zuiver mogelijk - lees: niet-populistisch - de democratie beleven, waarbij men zijn neus ophaalt voor ideologische medestanders die opteren voor een 'populistischer' discours. Alleen, met heiliger te zijn dan de paus komt men uiteindelijk hier op aard niet ver... Iedere dag dat men langer in dergelijk verhaal cirkeltjes blijft draaien, gaat de afbraak door rechts verder op ecologisch en sociaal vlak.

    • door TC op maandag 16 mei 2011

      "Dit is het soort artikels waar ik al een tijdje op wacht" - Ach zo, en bewijst dat dan de waarde van het artikel, of is dat een teken van narcissisme en vooringenomenheid? "Au fond heeft iedereen meer te winnen bij een links eerder dan een rechts georiënteerd beleid" - Hoe vreemd dat rechts dan toch zo'n hegemonie in denken en spreken heeft...! Wie daar dan schuld aan heeft? Ach ja, natuurlijk: een linkse elite die oeverloze discussies over democratie houdt, en zuiverheid in de leer betracht. - Dát is een argument pro populisme...

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties