“De Gravensteengroep behandelt Brussel als een kolonie”
Opinie, Nieuws, België - Vooruitgroep

“De Gravensteengroep behandelt Brussel als een kolonie”

De Gravensteengroep formuleerde drie principes die volgens hen aan de basis moeten liggen van elk communautair overleg. De Vooruitgroep fileert de principes en verwerpt er twee van en waarschuwt tegelijk voor een "wereldvreemd oudbollig nationalisme".

woensdag 16 maart 2011 10:40

De Gravensteengroep deed weer een opmerkelijke bijdrage tot het debat. Drie onderhandelingsprincipes zouden aan de basis moeten liggen van elk communautair overleg. Alle partijen worden opgeroepen ze te onderschrijven.

Het eerste principe is het territorialiteitsbeginsel, dat wil zeggen dat de overheden zeggenschap hebben over alle personen op een gebied. Het tweede is dat van niet-inmenging of van een volledige soevereiniteit over dat gebied.

Het derde ‘principe’ is dat van de Brusselse uitzondering want hier geldt dan weer het territorialiteitsbeginsel niet en mag de inmenging van buitenuit weer wel. “Als Brussel de hoofdstad van de Belgische staat wil zijn, moet het zich schikken naar de democratische en solidaire principes van een Belgische confederatie of unie. Zoniet is er sprake van Brussels separatisme”.

Indien die principes niet onverkort worden onderschreven – wat een zeer waarschijnlijke verwachting is – dan moeten de Vlaamse parlementsleden eenzijdig de Belgische grondwet inzake de bescherming van de minderheden opzeggen en hun meerderheid van getal laten spelen.

Wat een uitnodiging tot discussie over democratische principes moet zijn wordt zo een dictaat, onmiddellijk vergezeld van een sanctie indien men van een andere mening is. Eigenaardige verdediging van de democratie.

Wel, we zijn het niet eens met de inconsistente aanpak van de Gravensteengroep. De tekst doet het voorkomen alsof die principes vanzelfsprekend worden onderschreven door de Vlaamse partijen en publieke opinie. In feite richt de oproep zich enkel tot de Walen,want alleen het Waalse gewest zou van dezelfde principes kunnen genieten.

Over de Duitstaligen geen woord. En de 1,1 miljoen Brusselaars moeten zich onderwerpen aan het uitzonderingsregime. Gelukkig is daarover in Vlaanderen geen consensus, zelfs geen meerderheid. Het debat moet dus eerst hier worden gevoerd.

Het eerste principe, het territorialiteitsbeginsel, verkiezen boven het personaliteitsbeginsel – waarbij de overheid zeggenschap heeft over personen van een bepaalde “soort” – lijkt ons in de huidige context zeer verstandig.

Wil men bevoegdheden herverdelen dan moet hun bereik het best territoriaal worden afgebakend los van de cultuur, afkomst, religie of taal van de bewoners van dat gebied. En gezien de al geblokkeerde Belgische context is het ook aangewezen het te houden bij de bestaande afbakeningen en dus de gewesten te behouden zoals ze zijn.

Op zich worden daarmee alleen gebieden begrensd en is er nog niks gezegd over de politieke organisatie binnen die gebieden. De Gravensteengroep doet alsof ze in naam van de “Vlaamse grond” kan spreken, maar dat is maar schijn. Politiek wordt tot dusver alleen door mensen bedreven. En democratie laat dus toe dat de burgers van een gebied hun regime bepalen.

Dat Vlaanderen daarbij zonder enige uitzondering een zuiver eentalig grondgebied zou zijn is een bepaalde politieke visie, die kan worden betwist, zeker wanneer in bepaalde stukken van het grondgebied, de overgrote meerderheid van de bevolking anderstalig is. Maar goed, dat politieke debat tegen de nationalistische principes moet dan maar worden gevoerd. Als maar wordt erkend dat het hier gaat om één ideologie tussen vele, en niet om een natuurwet.

Het tweede principe, dat van de niet-inmenging, is totaal onrealistisch. Dat gaat immers alleen op voor totaal zelfstandige en economische onafhankelijke gebieden.

De wereld van vandaag is er één van wederzijdse afhankelijkheid, van in elkaar hakende gebieden, die in voortdurende wisselwerking zijn met elkaar.  Er zijn nog nauwelijks territoria te vinden die een volledige zelfbeschikking hebben en Vlaanderen, waarvan de economie bijna volledig in buitenlandse handen is, hoort daar zeker niet bij.

Vlaanderen hangt totaal af van de wereldmarkt, van de Eurozone en van de Europese Unie die meer dan de helft van ons dagelijks leven regelt. Dus zowel politiek als economisch is er voortdurend inmenging en zijn er dus voortdurend “toegevingen”.

Dat er in die verhoudingen een groot democratisch deficit zit moet men aan de Vooruitgroep niet uitleggen. Maar doen alsof er een zelfstandig Vlaanderen zonder inmenging kan bestaan is niet meer van deze tijd. Meer Vlaanderen is niet automatisch meer democratie.

Wij pleiten voor een duidelijke visie op een meerlagige democratie. Daarin wordt het territorialiteitsbeginsel op de gepaste schaal toegepast. En zolang gebieden in een Belgische staatsverband willen blijven moet er dan ook een Belgisch gebied worden afgebakend, met een eigen politieke discussie, met een federale kieskring bijvoorbeeld, met duidelijke afspraken over solidariteit tussen personen in een gezamenlijke sociale zekerheid, enz.

Ook op dat vlak geldt het territorialiteitsbeginsel. En zo gaat het ook voor de eurozone, of voor de Europese Unie. Vandaag pleiten voor afgesloten containers zonder inmenging is politiek reactionair. Inmenging van de VS of van Duitsland aanvaarden en ze verwerpen binnen België is naïef.

Vooral wanneer men in een derde beginsel al direct de eigen principes overboord gooit. Er bestaat namelijk een gebied van 19 gemeenten, het Brussels gewest, dat geen eentalig gebied is en een zeer gemengde onzuivere bevolking kent.

Wil men de staatshervorming en de herverdeling van de bevoegdheden via een heilig territorialiteitsbeginsel regelen dan komt men onvermijdelijk uit op drie of zelfs vier gewesten. Tenzij men hier en daar toch een beroep wil doen op het personaliteitsbeginsel en dan een onaanvaardbare ongelijkheid, gebaseerd op subnationaliteiten, tussen de burgers creëert.

En, wil men de democratie ernstig nemen, dan zou men dat op zijn minst mogen vragen aan de betrokkenen. De Gravensteengroep behandelt Brussel als een kolonie, waarin de regels kunnen worden opgelegd door twee buurlanden.

Gelukkig is die visie nu ook in Vlaanderen totaal marginaal geworden. Noch Groen!, noch de SP.A noch de Open VLD delen ze. Zelfs Bart De Wever (N-VA) begrijpt dat Brussel een statuut moet hebben waarmee de Brusselaars akkoord kunnen gaan. Etienne Vermeersch bepleit zelf het herzien van de grenzen van het Brussels gewest. Het derde principe wordt in Vlaanderen in feite alleen nog door de CD&V verdedigd.

Hoe kan het dat de ondertekenaars niet hebben nagedacht over de verregaande ondemocratische implicaties van hun principes. Ze komen de Vlaamse zelfstandigheid misschien ten goede, ze kunnen BHV zonder meer splitsen, maar ze miskennen basisrechten van andere mensen. Waarom zou het strenge toespreken van de Brusselaars – zie hoger – niet gelden voor de bewoners van de Vlaamse rand?

“Als de Vlaamse rand het hinterland wil zijn van een kleine wereldstad, die zorgt voor de werkgelegenheid van meer dan 360.000 pendelaars, voor de rijkdom van Vlaams- en Waals-Brabant en voor de dienstverlening aan een stadsgewest van 2,5 miljoen inwoners, moet het zich schikken naar de principes van elk goed metropolitaans bestuur en toetreden tot een grootstedelijk overleg. Zo niet, is er sprake van suburbaan revanchisme.” We maken zulke dreigende taal niet tot de onze want ze is even schokkend als het derde ‘principe’ van de Gravensteengroep.

Ten slotte blijven we zoeken naar het ‘progressieve’ dat deze groep zich toedicht. Men decreteert enkele abstracte principes, zonder duidelijk stelling te nemen in het debat zoals het zich in de samenleving reëel voordoet.

Aan welke kant staat de Gravensteengroep wanneer het gaat over de verdediging van de sociale zekerheid, of van de loon-indexkoppeling, of van die andere sociale verworvenheden verdedigd door een vakbondsfront en expliciet in vraag gesteld door het heersende Vlaams nationalisme? Waarin staat de Gravensteengroep in de feiten ‘links’ van de N-VA?

En ten slotte, waar positioneert de groep zich t.o.v. politieke discussies in de Franse gemeenschap? Wat is hun mening over de recente stellingen “Pas en notre nom” ook vanuit een gebiedsgerichte aanpak? Een even sterke afwijzing als die van de Vlaamse Volksbeweging? Een principiële denktank zou zich daarover ook eens moeten buigen. Vooral wanneer men niet wil vervallen in een wereldvreemd oudbollig nationalisme.

De Vooruitgroep: Eric Corijn (VUB), Stijn Oosterlynck (UA), Pascal Debruyne (UGent), Karim Zahidi (UA/UGent), Francine Mestrum (ULB), Rik Pinxten (UGent), Sami Zemni (UGent), Patrick Deboosere (VUB), Erik Swyngedouw (University of Manchester), Jan Blommaert (U.Gent & Tilburg), Lieven De Cauter (KU Leuven), Monika Triest, Eric Goeman (woordvoerder Attac Vlaanderen, voorzitter Democratie 2000), Pieter Saey (UGent), Jan Teurlings (Universiteit van Amsterdam), Fernand Tanghe (UA), Pascal De Decker (Hogeschool Gent/St. Lucas), Herman De Ley (UGent), Bambi Ceuppens (KMMA), Leen Van der Vorst (Victoria Deluxe), Aleidis Devillé (KU Leuven), Dirk Tuypens (acteur), Dominique Willaert (Victoria Deluxe), Ico Maly (KifKif), Johan Van Hoorde, Koen Dille

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!