Nieuws, Wereld - Marc Vandepitte

De hoofdrolspelers van de Egyptische revolutie

De opstand in Egypte zit in een beslissende fase. Hoe het zal uitdraaien en hoe de toekomst van Egypte er zal uitzien, hangt grotendeels af van de hoofdrolspelers van deze historische gebeurtenis. In dit artikel bekijken die hoofdrolspelers daarom van wat dichterbij.

zaterdag 5 februari 2011 16:00

Wie zijn de hoofdrolspelers? Aan de ene kant heb je de oude politieke garde en het militair apparaat. Zij staan tegenover een massale volksopstand, die geleid wordt door een coalitie van diverse krachten.

De oude politieke garde

We beginnen met de oude politieke garde. President Moebarak, zelf een militair, regeert al dertig jaar zijn land met zeer harde hand. De politieke oppositie werd monddood gemaakt, opposanten vermoord en gefolterd. Zijn land is een sociale puinhoop.

Bijna de helft van de bevolking moet rondkomen met minder dan twee dollar per dag. Honderdduizenden leven letterlijk op kerkhoven. Ze zijn zo arm dat ze geen geld hebben om iets te huren en leven dan maar in barakken op de graven van hun voorouders. Corruptie is algemeen verspreid. Moebarak was al die tijd de lieveling van het Westen. Na Israël ontvangt zijn land het meeste financiële steun van de VS.

De revolte is in de eerste plaats tegen Moebarak gericht. Het ziet ernaar uit dat het Witte Huis – na een moment van verwarring – besloten heeft hem op te offeren om een diepgaande revolutie te voorkomen. Die praktijk werd in het verleden ook al toegepast op andere dictators zoals Marcos in de Filippijnen, Mobutu in Congo en Jean-Claude Duvalier in Haïti. Er waren in het verleden al contacten tussen het Witte Huis en de leiding van de huidige opstand (zie verder). Maar Moebarak zelf lijkt niet van plan om te wijken.

In september waren er presidentsverkiezingen gepland. Twee namen circuleerden: Gamal, de zoon van Moebarak en Omar Suleiman. Gamal werd door zijn vader naar voren geschoven, maar genoot niet de volle steun van de legertop. Door de huidige opstand zijn de kansen van Gamal echter verkeken.

Blijft nog over: Suleiman. Hij is ook een militair en vertrouweling van Moebarak. Hij wordt als de tweede sterkste man van Egypte beschouwd. Hij stond aan het hoofd van de geheime dienst tot hij bij het begin van de volkopstand tot vicepresident werd benoemd. Hij werkt nauw samen met de CIA en staat bekend voor zijn hard optreden tegen de Islamisten. Suleiman was ook het hoofd van de Egyptische delegatie bij de Israëlisch-Palestijnse vredesbesprekingen. Hij is op dit moment de belangrijkste troef van de VS en Israël voor het behoud van de status quo.

Het repressieapparaat

Het repressieapparaat bestaat uit het reguliere leger en paramilitaire troepen. De paramilitaire troepen bestaan uit de Nationale Garde en de Centrale Veiligheidsdienst. Er is ook nog de Grenspolitie. Samen zijn ze 400.000 man sterk. De Nationale Garde telt 60.000 manschappen en valt onder het Ministerie van Defensie. Zij zijn goed uitgerust en bedreven in het neerslaan van rellen. De Centrale Veiligheidsdienst telt 325.000 man. Zij vallen rechtstreeks onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Zij zijn ook zeer goed uitgerust en hebben onder meer bepantserde wagens. Het zijn deze paramilitaire groepen die verantwoordelijk zijn voor de gewelddadige aanvallen tegen de betogers en de intimidatie van buitenlandse journalisten. Het is op dit moment niet duidelijk of en in welke mate ze onder één hoedje spelen met de legertop.

Het Egyptische leger zelf bestaat uit bijna een half miljoen manschappen en is daarmee het grootste van het Afrikaanse continent en het tiende van de wereld. Het is een staat in de staat die enkel verantwoording schuldig is aan de president. Volgens de Financial Times zou een belangrijk deel van de topofficieren, vooral dan in de luchtmacht, loyaal blijven aan Moebarak. Het leger ontving de laatste dertig jaar meer dan 40 miljard dollar steun vanuit de VS.

De voorbije dagen was er intensief contact tussen de legerleiding en zowel Robert Gates, de minister van defensie van de VS, als met Admiraal Mullen, de hoogste in rang van de Amerikaanse strijdkrachten. Het leger wordt door hen gezien als hun garantie voor de status quo. Mullen: ‘Wij hebben decennialang een zeer sterke band gehad met het Egyptische leger.

De militairen zullen een stabiliserende invloed blijven uitoefenen binnen hun land.’ De huidige legertop zal, gezien de gulle steun vanuit Washington, niet geneigd zijn een anti-Amerikaanse koers te varen, ook na een politieke machtswissel. Zo’n koerswijziging zal er pas komen als het leger grondig herschikt wordt en dat zal afhangen van zowel de krachtsverhoudingen op straat als die binnen het leger (zie verder).

Het leger onderhoudt ook belangrijke economische activiteiten, zoals de aanleg van wegen, de constructie van huizen, de bevoorrading van gas en water, de landbouw en de productie van consumptiegoederen voor de export. Daar wordt een flinke stuiver mee verdiend. De officieren die daarmee verbonden zijn, hebben dus alle belang bij het behoud van het huidige regime, met of zonder Moebarak. Zij zullen alles doen om een grondige omwenteling te voorkomen en proberen daarom een escalatie van de oproer en het geweld te voorkomen.

Maar het leger is geen homogeen blok. Gelekte nota’s op Wikileaks tonen aan dat er binnen de schoot van het leger sterke verdeeldheid heerst en dat de steun voor het regime allesbehalve unaniem is, zelfs niet binnen het officierenkorps. Tussen de top en de basis is er ook een belangrijke tegenstelling. Een kleine helft van het leger bestaat uit dienstplichtigen. Het overgrote deel daarvan is de dictatuur meer dan beu en wil een grondige verandering van de maatschappij. De gewone soldaten en lagere officieren hebben een heel laag loon en kunnen niet profiteren van de economische activiteiten van het leger. Ook zij hebben wellicht heel wat affiniteit met de eisen van de manifestanten. Zij zijn dan ook niet geneigd om te schieten op hun volksgenoten.

Tot op heden houdt het leger zich afzijdig. Maar als de opstandelingen aan kracht winnen en het regime aan het wankelen brengen, zou het die afzijdigheid wel eens kunnen laten vallen. Het gebruik van geweld tegen de burgerbevolking zou echter de lont aan het kruitvat kunnen zijn en tot een burgeroorlog kunnen leiden. Het is bovendien de vraag of de lagere legereenheden bereid zullen zijn om zich tegen de bevolking te keren. Een andere mogelijkheid is een staatsgreep van een deel van het leger (of van de legertop). Dat zou zowel kunnen ten gunste van het huidig regime als ertegen. In het laatste geval zou dat kunnen gebeuren in coalitie met de leiding van de volksopstand.

De leiding van de volksopstand

De opstand in Egypte wordt doorgaans voorgesteld als een spontane revolte zonder leiding. Maar dat klopt niet. Zeker de opstand was niet voorbereid en werd uitgelokt door de gebeurtenissen in Tunesië. Dertig jaar dictatuur heeft de politieke oppositie fel verzwakt. Linkse en islamitische partijen werden verboden. Hun leiding is vermoord, gevangengezet of verbannen. Vakbonden werden gemuilkorfd en waren in veel gevallen een verlengstuk van het staatsapparaat. Ook het politiek bewustzijn heeft heel erg geleden onder de dictatuur. Het hoeft dan niet te verwonderen dat er geen sterke, georganiseerde politieke bewegingen of partijen klaar stonden om in te spelen op de gebeurtenissen in Tunesië.

De rebellie begon met oproepen via Facebook en andere sociale media. Maar er heeft zich heel snel een leiding gevormd. Daarin zitten studenten, syndicalisten, intellectuelen, mensenrechtenactivisten, islamisten en kaders van politieke partijen. Voor zover daar nu al zicht op is, overlopen we de belangrijkste componenten van die coalitie.

* De 6 april jongerenbeweging.

Deze groep van vooral jongeren werd opgericht om een staking te ondersteunen op 6 april 2008, die bloedig onderdrukt werd. De beweging maakt heel sterk gebruik van nieuwe media. De groep ondersteunde ook de protesten in Egypte tegen de Israëlische invasie in Gaza. Ze onderhouden contacten met een breed spectrum van anti-Moebarak krachten. De leiding had eind 2008 ook contacten met officials van het Witte Huis.

* We zijn allemaal Khaled Saeed

Ook een netwerk van vooral jongeren, die het internet gebruiken voor hun protest. Khaled Saeed was een twintiger die door de geheime politie in een cybercafé werd opgepakt en doodgeslagen. Zijn dood lokte in heel Egypte verontwaardiging uit en was de start van deze digitale protestgroep. Deze groep werkt nauw samen met de 6 april jongerenbeweging. Het waren deze beide groepen die opriepen voor de eerste betogingen in Egypte.

* De Nationale Vereniging voor Verandering

Een groep rond nobelprijswinnaar ElBaradei. Hij was tot 2009 hoofd van het Internationaal Atoomenergie Agentschap. Hij botste herhaaldelijk met de regering Bush over het vermeende nucleaire arsenaal van Saddam Hoessein en over het nucleaire programma van Iran, maar is zeker geen radicaal figuur. Hij stuurt zeker niet aan op een grondige sociaaleconomische omwenteling van zijn land. Hij keerde terug naar Egypte op 29 januari, enkele dagen nadat de protesten uitbraken.

* De Moslimbroeders

Zij zijn de grootste en best georganiseerde politieke groep. Doorheen de jaren hebben ze aan radicaliteit ingeboet. Ook zij wensen geen ingrijpende sociaaleconomische veranderingen. Voor de VS zijn ze misschien niet de meest gewenste groep maar toch aanvaardbaar genoeg. Door deel te nemen aan de verkiezingen in 2005 hebben ze bij de Egyptenaren een deel van hun geloofwaardigheid verloren.

* De Egyptische Beweging voor Verandering

Ook wel Kefaya of ‘Genoeg’ genoemd. Het is een basisbeweging die verschillende strekkingen van het politieke spectrum vertegenwoordigt en die zich tegen verzet tegen het presidentschap van Moebarak en zijn eventuele opvolging door zijn zoon.

Deze groepen hebben zich verenigd in een comité van een tiental mensen. Ze hadden verschillende vergaderingen met het zogenaamde ‘schaduwparlement’, met belangrijke oppositiefiguren, intellectuelen en enkele politieke partijen. Ze organiseerden meetings op het ondertussen bekende Tahrirplein. Hun belangrijkste eisen zijn het vertrek van Moebarak, de vorming van een interimregering van nationale eenheid en de organisatie van vrije verkiezingen. Ze zoeken geen confrontatie met het leger en hopen de strijdkrachten aan hun kant te krijgen. ElBaradei wordt naar voren geschoven als woordvoerder. Hij wordt voldoende aanvaardbaar geacht voor zowel het leger als de VS.

Hoe moet het verder?

De kansen voor een diepgravende omwenteling zien er op het eerste zicht niet bijster goed uit. De politieke organisatie is zwak, de eisen zeer gering en er is ook geen coherent ideologisch of politiek programma. Bovendien staan de opstandelingen tegenover een zeer goed georganiseerde en getrainde macht.

Daar staat dan tegenover dat ze kunnen rekenen op massale volkssteun. De massa’s hebben op korte tijd ook getoond dat ze in staat zijn zichzelf te organiseren tegen plunderingen en politieagressie. Heel wat politietaken werden spontaan opgenomen door de bevolking. Naarmate de rebellie verder aanhoudt en radicaliseert zal er een begin gemaakt worden van een parallelle staatsmacht. We zien daar nu al de eerste tekenen van.

Revolutionaire processen geven aanleiding tot bewustzijnssprongen. Het zijn collectieve leerprocessen met een turbosnelheid. De repressieve rol van de staat en veiligheidsdiensten komen aan het licht doorheen de gewelddadige confrontaties met de politie en betaalde aanhangers van het regime. Jarenlange zorgvuldig opgebouwde propaganda gaat in enkele dagen tijd verloren. In die zin zal Egypte nooit meer hetzelfde zijn als voorheen.

In het vuur van de opstand ontstaan ook nieuwe organisaties. Zo is er op het Tahrirplein al een nieuwe vakbondsfederatie ontstaan, de Federation of Egyptian Trade Unions, die onafhankelijk zal opereren van de bestaande slaafse vakbonden. De federatie stelt eisen inzake het minimum- en maximumloon, de sociale zekerheid, het recht op vrije vereniging en de vrijlating van politieke gevangenen. Er is ook opgeroepen tot een algemene staking. Vermoedelijk zullen er nog veel meer organisaties het leven zien. Zij zijn de kiemen voor een post-Moebarak tijdperk.

Het is duidelijk dat Moebarak niet vanzelf zal opstappen. Enkel een volgehouden massale mobilisatie, gecombineerd met stakingen, zal in staat zijn het regime onderuit te halen. Enkel op die manier zal men kunnen breken met het verleden. Het is de strijd en de wijze waarop die gevoerd wordt, die de uitkomst zal bepalen van dit historisch gebeuren. Hij verdient onze volle steun en solidariteit.

Bronnen:

‘Egypt protests: secret US document discloses support for protesters’, The Telegraph, 28 januari 2011, http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/africaandindianocean/egypt/8289698/Egypt-protests-secret-US-document-discloses-support-for-protesters.html.
Amin S., ‘Movements in Egypt: The US realigns’, Pambazuka, 2 februari 2011, http://pambazuka.org/en/category/features/70615, zie ook http://www.pvda.be/nieuws/artikel/politiek-analist-samir-amin-over-de-volksbeweging-in-egypte.html.
Becker B., ‘A decisive stage in the Egyptian revolution’, Liberation, 3 februari 2011, http://www.pslweb.org/liberationnews/news/decisive-stage-egypt-revolution.html.
Blair D. & Warrell H., ‘Wikileaks cables portray army riven by factionalism’, The Financial Times, 5/6 februari 2011, p. 2.
Cambanis T., ‘Succession Gives Army a Stiff Test in Egypt’, New York Times, 12 september 2010, p. A8.
Campanini M., ‘Rivolta spontanea, ma il regime è ancora in piedi’, Libertà e Democrazia, 31 januari 2011, http://www.resetdoc.org/story/00000021463.
Catherine L., ‘Over Jasmijn- en andere revoluties’, http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/02/02/over-jasmijn-en-andere-revoluties.
Dreyfus R., ‘Who’s behind the Egyptian revolution?’, The Nation, 31 januari 2011, http://www.thenation.com/blog/158159/whos-behind-egypts-revolt.
Fleishman J., ‘Young Egyptians mount unusual challenge to Mubarak’, Los Angeles Times, 27 januari 2011, http://articles.latimes.com/2011/jan/27/world/la-fg-egypt-youth-20110128.
Khalaf R. & Dombey D., ‘Army torn between loyalty to Egyptians, president and US’, Financial Times, 3 februari 2011, p. 3.
Kirkpatrick D. & El-Naggar M., ‘Protest’s Old Guard Falls In Behind the Young’, New York Times, 31 januari 2011, p. A1.
Springer E., ‘Protests in Egypt Receive Labor Organizations’ Support’, International Labor Rights Forum, http://laborrightsblog.typepad.com/international_labor_right/2011/02/protests-in-egypt-receive-labor-organizations-support.html.
Tudor O. ‘New Egyptian trade unions play their part, http://www.touchstoneblog.org.uk/2011/02/new-egyptian-trade-unions-play-their-part/.
 

take down
the paywall
steun ons nu!