Jonathan Goodluck is de nieuwe president van Nigeria (foto: OsunDefender.org)
Nieuws, Afrika, Politiek, Nigeria, Tmd - david van peteghem

Nigeria: het Beloofde Land van Goodluck

Na de dood van de Nigeriaanse president Yar’adua in mei 2010 neemt zijn vicepresident Goodluck de macht over. Terwijl Yar’adua al een breuk teweegbracht met de traditie van corrupt en agressief leiderschap, wordt er van Goodluck gezegd dat hij Nigeria naar het Beloofde Land zal brengen. Een balans.

vrijdag 1 oktober 2010 14:50

Nigeria heeft alles om groot te worden. Het West-Afrikaanse land beschikt over een enorme bodemrijkdom en heeft met een bevolking van honderdveertig miljoen een groot potentieel aan arbeidskrachten en cultureel kapitaal. Sinds 1999 heeft het land ook het tijdperk van militaire dictaturen ingeruild voor democratie en neoliberalisme.

Sindsdien zet het land elk jaar opnieuw een relatief sterk economisch groeipercentage neer. Maar de ongelijkheid, het politieke geweld, de vervuiling en de dreiging van natuurrampen nemen sindsdien ook hand over hand toe.  Met haar enorme olie- en gasreserves blijft het land bovendien een speelbal van Westerse multinationals en het Amerikaanse imperialisme.

Nigeria is traditioneel gezien al een land met grote tegenstellingen. Het democratisch offensief en de neoliberalisering van de economie hebben de tegenstellingen alleen maar groter gemaakt.

Om dit aan te tonen, maken we eerst een bilan op van de economische vooruitgang en de sociale gevolgen ervan. Vervolgens staan we stil bij de problemen van het democratisch transitieproces waarin Olesugun Obasanjo de hoofdrolspeler lijkt te zijn. Vervolgens zoomen we in op de consolidering van de macht door Jonathan Ebele Azikiwe Goodluck sinds het overlijden van zijn voorganger, president Alhaji Umaru Musa Yar’adua.

Een buffer aan kapitaal

Volgens een rapport van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) is Nigeria met een bruto binnenlands product (BNP) van 173,428 miljard dollar de 43ste grootste economie ter wereld en op het Afrikaanse continent de derde grootste economie (1). Sinds Nigeria in 1999 de overgang maakte van een militair bewind naar democratie, groeit de economie jaarlijks met een gemiddelde van ongeveer vijf procent.

Een aantal factoren verklaart waarom de Nigeriaanse economie een relatief sterke economische positie heeft verworven en tijdens de crisis niet frontaal is gecrasht. In 2000 kreeg het land een lening van één miljard dollar van het IMF om enkele structurele aanpassingsprogramma’s toe te passen. In 2002 werd dit programma echter stopgezet omdat het de doelstellingen op gebied van uitgaven en wisselkoers niet haalde.

In 2005 werd alsnog – op voorwaarde van een onmiddellijke terugbetaling van 12 miljard dollar – 18 miljard dollar kwijtgescholden door de Club van Parijs. Nigeria kon daardoor zijn buitenlandse schuld van 30 miljard dollar terugbrengen tot 7 miljard dollar. Dat gaf het budgettaire ademruimte, maar ondertussen is de buitenlandse schuld al terug opgelopen tot 10 miljard dollar.

De introductie van een nieuwe fiscale olieprijsregeling in 2004 en een hervorming van het bankwezen in 2005-2006 zorgde voor een stevige buffer aan kapitaal om de verliezen tijdens de crisis op te vangen. Nigeria kent een geschiedenis van hoge inflatie, maar heeft ondanks fluctuaties het hallucinante percentage van dertig procent en meer tijdens het begin van de jaren negentig sterk teruggedrongen. De naira blijft redelijk stabiel door zijn sterke koppeling aan de Amerikaanse dollar.

Economische groei zonder sociale vooruitgang

Hoewel Nigeria mank blijft lopen qua infrastructuur en de kwaliteit van de organisatie van de economie zwak blijft, heeft de omarming van het neoliberalisme ook geleidt tot een groeiende bouw- en dienstensector en vooral tot een bijzonder sterke heropleving van de landbouwsector.

In 2009 maakte de landbouw 41,84 procent uit van het BNP, de verkoop 18,6 procent. Pas daarna volgt de belangrijke olie- en gasindustrie met 16,05 procent. Volgens het IMF deed de economische groei ook de inkomens stijgen en daalde de armoede. Alleen worden die stellingen niet ondersteund met cijfermateriaal, een flagrant bewijs dat het IMF de toestand van het kapitaal belangrijker vindt dan de sociale werkelijkheid.

Er is nochtans voldoende cijfermateriaal dat aantoont dat de meerderheid van de bevolking niet kon profiteren van de economische vooruitgang. Zelfs de omarming van democratie heeft daar geen verandering in gebracht. Sterker zelfs, de kloof tussen de partij van de rijken en de partij van de armen is er alleen maar groter op geworden, tot een haast onafzienbare kloof (2).

De rijkste man van Nigeria

In 2008 neemt Forbes voor het eerst een Nigeriaans zakenman op in haar lijst van miljardairs; in 2009 wordt daar een tweede aan toegevoegd. De rijkste man van Nigeria, Aliko Dangote, is eigenaar van de Dangote-groep, die zich bezighoudt met vrachtvervoer, voedsel- en cementproductie. Hij beschikt over een vermogen van iets meer dan drie miljard dollar.

Femi Otedola is met een vermogen van tweeënhalf miljard dollar de tweede miljardair van Nigeria. Hij handelt in diesel, een product dat in Nigeria praktisch gezien nog belangrijker is dan olie. De talloze stroomonderbrekingen in Nigeria worden immers opgevangen door stroomgeneratoren die op diesel werken.

Als ceo van Zenon petroleum and gas speelt Femi Otedola ook een belangrijke rol in de Nigeriaanse olie- en gasindustrie. En zoals het een superkapitalist past, zijn beide heren filantroop en hebben ze stevig geïnvesteerd in de herverkiezing (2003) van Olesugun Obasanjo van de Peoples democratic Party (PDP).

Ook politici behoren tot de partij van de rijken. Met een jaarloon van 60 miljoen naira (309.176 euro) verdient de Nigeriaanse president meer dan Barack Obama of David Cameron. Een minister verdient er jaarlijks 32 miljoen naira (164.894 euro), een senator 26 miljoen naira (133.976 euro) en een kabinetsecretaris 28 miljoen naira (144.282 euro). Een politieke benoeming leidt daarnaast natuurlijk ook naar een aantal extralegale voordelen (3). Bovendien blijven de meeste politici corrupt, en blijven ze zichzelf verrijken op kosten van de belastingbetaler en met allerhande hand- en spandiensten.

Kerk krijgt 30.000 dollar per week

Sommige religieuze leiders van allerhande christelijke groeperingen maken ook hun opwachting om toe te treden tot de partij van de rijken. Bisschop David Oyedepo, oprichter van Living Faith World Outreach Ministry, beheert een miljoenenbusiness, alleen al door het geld uit de zakken van aanbidders te trekken.

De kerk beschikt over een uitgeverij, twee vliegtuigen en vierhonderd bussen om haar leden te vervoeren. Met de opbrengst van de boekenverkoop, giften en de geldophaling tijdens de zondagmis rijft ze wekelijks dertigduizend dollar binnen (23.452 euro). Met de Ministry World Mission Agency beschikt de kerk ook over een sterk geoliede liefdadigheidsorganisatie – net om niets ten gronde te veranderen.

Ook pastoor Chris Oyakhilome van Christ Embassy Church heeft geprofiteerd van de neoliberalisering. De godvruchtige man zit tot over zijn oren in de bankwereld, media en het hotelwezen (4).

Stinkend rijk worden is in Nigeria een kardinale deugd. Het doel heiligt alle middelen. Nochtans gelooft het diep religieuze land dat rijkdom een godsgeschenk is. Het verlangen naar rijkdom speelt ook in de populaire verbeelding een onmiskenbare rol: talrijke Nollywood-producties gaan over de intriges bij rijke families. Nigeriaanse kranten spreken bijna poëtisch over de extravagante levensstijl van rijke zakenmensen, politici en militairen of het triumviraat van de heersende elite in Nigeria.

Levensverwachting van 48

Intussen hebben de structurele aanpassingsprogramma’s de partij van de armen alleen maar groter gemaakt. Het BNP per hoofd van slechts 1.969 dollar is daar alvast een indicatie van. Dat is net iets meer dan het BNP per hoofd van 1.312 dollar in het kleine straatarme buurland Benin, dat over geen bodemrijkdom beschikt.

Volgens de Human Development Index (HDI) van 2009 is de gemiddelde leeftijdsverwachting net geen achtenveertig jaar. 37 procent van de bevolking wordt wellicht niet ouder dan veertig jaar. Van de actieve werkbevolking is in Nigeria slechts 10 procent aan het werk in het normale arbeidscircuit. De meesten onder hen werken meer dan veertig uur per week, en vaak nog in kwetsbare omstandigheden.

Volgens het nationale bureau van statistiek in Nigeria steeg de werkloosheid van 11,9 procent in 2005 naar 19,7 procent in 2009. De hoogste werkloosheidspercentages worden zelfs opgetekend in het centrum van de olie-economie. In de Rivers-deelstaat is 27 procent werkloos, in Akwa Ibom 34 procent en in Bayelsa deelstaat maar liefst 39 procent. Van de leeftijdklasse 15-24 jaar heeft 41,6 procent geen werk. (5)

Tenslotte zijn er ook nog ontelbare mensen die overleven in de onzekere informele sector. Volgens de studiedienst van UNHABITAT werkt alleen al tweederde van de vrouwelijke populatie in de informele sector (6).

Lelijk en gewelddadig

Volgens UN-HABITAT wonen in alle Nigeriaanse steden samen bijna tweeënveertig miljoen mensen in sloppenwijken, wat neerkomt op bijna zesenzestig procent van de stedelijke bevolking. En een sloppenwijkbewoner in de Egyptische hoofdstad Cairo is zelfs beter af dan een Nigeriaan die niet in een sloppenwijk woont.

Wie Lagos bezoekt, zal wellicht dezelfde bedenking kunnen maken als het hoofdpersonage in Chris Abani’s roman Graceland: ‘Hoe kan een plaats, zo lelijk en gewelddadig, maar toch zo mooi zijn?’ Lagos, de grootste stad op het Afrikaanse continent, barst met meer dan tien miljoen inwoners in alle opzichten uit zijn voegen. Duizenden mensen kwijnen weg in de goot en onder de bruggen van de megastad. Honderdduizenden wonen in sloppenwijken van wanhoop.

Het banditisme is er een enorm groot probleem geworden. Wijken worden bewaakt door bewapende privémilities en private domeinen worden er afgespannen met prikkeldraad. Zelfs in armzalige wijken. Jonge bandieten van amper 18 jaar halen hun inkomen uit criminaliteit en rijden rond in extreem dure wagens. In internetcafés houden jongeren zich noodgedwongen bezig met het oplichten van mensen.

Wanneer je vanuit het district Ikeja Lagos wil verlaten, in de richting van Benin, rijd je eerst zo’n uur lang voorbij sloppenwijken. Vervolgens begint een gewaagde rit langs tientallen bewapende wachtposten. Het onderscheid tussen politie, soldaten of bendes vervaagt snel. Je moet al iemand kennen om heelhuids langs al de bewapende tollenaars, die op heel wat Nigeriaanse wegen terug te vinden zijn, te passeren. Eens je de grens met Benin oversteekt, krijg je een gevoel van opluchting, net of je de hel hebt verlaten.

Het radicale geweld van armoede en ongelijkheid veroorzaakt ook veel conflicten die zich voornamelijk afspelen in het overwegend Islamitische noorden. Sinds 1999 kwamen er in conflicten met etnische of religieuze dimensie al meer dan twintigduizend mensen om.

Leven in een sterk vervuilde omgeving

Op ecologisch gebied zijn er al enkele rampen aangekondigd, en de vervuiling is al lang over zijn hoogtepunt heen. Terwijl de olie-industrie in de Nigerdelta sinds de jaren zestig ongeveer 600 miljard dollar heeft opgebracht, leven mensen er in bittere armoede en in een sterk vervuilde omgeving, die nog groter is dan de schade in de golf van Mexico. Alleen al het ‘affakkelen’, het verbranden van van overtollig gas, door Shell staat in de Nigerdelta gelijk met veertig procent van het totale aardgasverbruik in Afrika. Miljoenen vaten olie lekken jaarlijks weg.

In die regio wonen ongeveer 30 miljoen mensen. Zo’n zestig procent van hen is er afhankelijk van de natuurlijke omgeving. Maar de massieve vervuiling en het dumpen van industrieel afval heeft de vruchtbare grond beschadigd en het water sterk vervuild. Zo zijn er sinds augustus 2010 in de regio Bonny in de Rivers-deelstaat 6.000 vissers werkloos geworden door olieverspilling. Tien kilometer van de rivier is er bedekt door olie en een strandstrook van veertien kilometer is vernietigd. (7)

Een ander nijpend probleem is de stijging van de zeespiegel langs de kust. Meer dan zestig procent van de bevolking in laaggelegen kuststeden zoals Warri, Bugama, Abonnema en Port Harcourt wordt erdoor bedreigd. De grootste kuststad Lagos beschikt niet over de infrastructuur om zich te beschermen tegen overstromingen. Zelfs bij een gewone regenval lopen sommige buurten onder water.

In het noorden van Nigeria is er dan nog het probleem van woestijnvorming. Volgens statistieken gaat er jaarlijks 350.000 hectare vruchtbare grond verloren. In de tien deelstaten van het noorden rukt de woestijn elk jaar op met 600 meter. Tienduizenden boeren moeten noodgedwongen verhuizen. De woestijnisering is natuurlijk een economisch drama voor de landbouw, maar leidt ook tot etnische conflicten in de strijd om toegang tot materiële bronnen en grond.

Molestatie van het democratisch transitieproces

De uitdrukking ‘Nigeria na war-o!‘ betekent zoveel als ‘we zitten in de problemen’ en geeft aan – zoals vaak wordt geloofd – dat Nigeria een huis is dat op instorten staat of gehuld is in de duisternis van corruptie, etnisch geweld en criminaliteit.

Maar media en analisten zijn er meestal te snel bij om het land en zijn bevolking te demoniseren. Dergelijke op sensatie beluste analyses dragen niets bij tot een beter inzicht van de hardnekkige problemen die Nigeria inderdaad blijven teisteren.

Zoals de bekende schrijver Chinua Achebe al tijdens de jaren tachtig opmerkte, is er niets fundamenteel mis met het Nigeriaanse karakter of met het land op zich (8). In een door het Victoriaanse kolonialisme geschapen land waar 250 etnische groepen samenleven, blijft het antagonisme van bevolkingsgroepen uiteraard een rol spelen. De invoering van democratie in een pluralistisch land vraagt nu eenmaal ook om problemen.

Maar die etnische conflicten moeten ook gerelativeerd worden. Het verdedigen van de etnische of religieuze eigenheid staat immers steevast in het teken van een politieke machtstrijd en weegt bovendien nooit op tegen het vrijwaren van de belangen van de heersende klasse. Vanuit een bepaald oogpunt kan je dan ook zeggen dat er sinds het democratisch offensief en de neoliberalisering van de economie eigenlijk alles heel gesmeerd loopt.

Wat er sinds 1999 in Nigeria gaande is, is niets anders dan het gevolg van een boosaardige ‘heruitvinding’ van democratie en de verwezenlijking van kapitalistische idealen. Er is dus vooral iets grondig mis met de heersende klasse en het economisch systeem dat ze onder druk van het IMF hebben omarmd.

Als de democratische transitie in Nigeriaanse context al een revolutie kan genoemd worden, dan kan die het best nog getypeerd worden als een revolutie zonder revolutie. Het democratische transitieproces heeft niet meer dan een listige democratie zonder de macht van het volk in het leven geroepen.

De oude heersers en de obsessie voor macht

Een aantal elementen verklaart verder waarom de introductie van democratie in Nigeria gepaard blijft gaat met electoraal geweld, etnisch en religieus geïnspireerde conflicten en corruptie.

In de eerste plaats blijft de overgang van een sterk gemilitariseerd tijdperk naar een burgerlijke democratie vaag. De politieke hoofdrolspelers hebben tijdens de overgang in 1999 enkel hun legeruniform omgeruild voor de agbada (burgerlijke kleding).

Het ontbrak de oude heersende klasse niet aan verbeeldingskracht om een democratie te scheppen naar hun evenbeeld: agressief, vals en corrupt. Oude militaire leiders zoals Ibrahim Badamasi Babingada, Muhammadu Buhari en vooral Olusegun Obasanjo spelen nog steeds een niet onaanzienlijke rol op het politieke schouwtoneel.

Ten tweede is er de tragiek van de ‘do or die’-politiek of een Hobbessiaanse obsessie voor macht. Net omdat het land opgedeeld is in 37 staten en talrijke lokale regeringen heeft, zijn er veel postjes te krijgen. Het bemachtigen van zo’n post staat in de verbeelding van politici gelijk met rijk worden en toegang krijgen tot materiële bronnen. Een politicus raakt amper verkozen om zijn ideeën, maar komt steevast op om zichzelf en zijn familie te verrijken en de eigen etnische groep te bevoordelen. Tijdens verkiezingen maken kandidaten dan ook gebruik van artificiële steunploegen en knokploegen om electorale oorlogen uit te vechten.

Niet alleen lokale politici hanteren deze gewelddadige strategie, ook op federaal niveau maakt men er gebruik van. De tot nu toe drie presidentiële verkiezingen gingen telkens gepaard met electoraal geweld. Sympathisanten van een deelnemende partij worden aangemoedigd om verschillende keren te gaan stemmen. Stembussen worden gestolen of verdwijnen op raadselachtige wijze. De oppositie wordt geïntimideerd. Machtige partijen passen ook het principe van repressieve tolerantie toe: ze roepen nieuwe partijen in het leven om zo alle macht te behouden en hun invloed te vergroten. Vooral de huidige regerende PDP, die sinds 1999 aan de macht is, bedient zich van zulke tactieken. Waarnemers vrezen dan ook dat Nigeria opnieuw een eenpartijstaat zal worden.

In de derde plaats trekken leiders er zich niet veel van aan als er iets grondig misloopt, zoals de rellen in Jos of de sterfgevallen in de Nigerdelta waar mensen probeerden olie af te tappen van pijpleidingen. Ze veroordelen de verschrikkelijke gebeurtenis, tonen medeleven met de slachtoffers en beloven hen materieel bij te staan. Bij rellen sturen ze legertroepen ter plaatse om de orde te herstellen, meestal op gewelddadige wijze. En ze beloven ook de daders te vervolgen en beweren plechtstatig een onderzoekscommissie op te starten. Maar van een daadwerkelijke berechting van de daders komt amper iets terecht. Dat zijn immers beleidmakers of invloedrijke personages. Gaat het wel om gewone mensen, dan worden ze meestal genadeloos afgeknald of in de gevangenis gegooid.

Ten slotte is er het probleem van endemische corruptie. Sinds Generaal Babangida, die militair president was van 1985 tot 1993, corruptie aanmoedigde, heerst er een echte corruptiecultuur. In de populaire maar getraumatiseerde verbeelding van de Nigeriaanse bevolking is het begrip 419 scam uitgegroeid tot een idioom om alle mogelijke vormen van corruptie aan te duiden. De meest destructieve vorm van corruptie is en blijft echter de politieke vorm. Zoals vermeld zien de meeste politici hun politieke ambt als een ultieme kans om zichzelf te verrijken. Net daarom stellen ze alles in het werk om terug herkozen te geraken. Er wordt nochtans strijd gevoerd tegen politieke corruptie, maar dat  is niet meer dan een doofpotoperatie om de grootste vormen van corruptie onder de mat te vegen (9). Voor de meerderheid van de bevolking heeft corruptie desastreuze gevolgen.

Het hoeft geen verbazing te wekken dat de het Nigeriaanse volk zijn machthebbers wantrouwt. Vele mensen zoeken daarom hun heil bij de meesters van de lotsbestemming. Het oplossen van problemen wordt meer en meer toevertrouwd aan religieuze en etnische leiders. Tot overmaat van ramp worden die traditionele leiders ook vaak opgevoerd in de verkiezingsstrijd van een politicus, waarbij de nadruk op religieuze en tribale sentimenten komt te liggen. Het op betaling rekruteren van een klein electoraal leger om stemmen te ronselen, is dan slechts een koud kunstje. De mensen die deelnemen aan die electorale oorlogen zijn immers zo arm dat ze voor een beetje geld en sentiment snel gemobiliseerd kunnen worden. De bloederige conflicten die daarop volgen, hebben steeds iets tragisch, net omdat ze geen uitgesproken etnisch of religieuze signatuur dragen. Het gaat telkens om een onvervalste politieke machtstrijd, om de toegang tot en controle van land en natuurlijke bronnen.

De democratische magie van Obasanjo

De belangrijkste regisseur van de democratische transitie is ongetwijfeld Olesugun Obasanjo van de PDP. Al sinds de jaren 70 domineert deze Born Again christen het politieke schouwtoneel. Hij was legeraanvoerder tijdens de Biafraanse oorlog. Na de moord op generaal en militair president Murtala Ramat Mohammed in 1976 werd hij militair president. Tijdens het gruwelijke regime van Sani Abacha werd hij op verdenking van coupplannen in de gevangenis gegooid.

Na de raadselachtige dood van Abacha wint hij in 1999 met de nieuwe partij, de PDP, de presidentsverkiezingen, en in 2003 wint hij die opnieuw. Zijn regeerperiode van 1999 tot 2007 kan samengevat worden als agressief, corrupt en liberaal. Obasanjo is het prototype van een machiavellistisch politicus. Naar de buitenwereld profileerde hij zich als democraat, in werkelijkheid voerde hij een despotisch regime. De beroemde schrijver Wole Soyinka noemde Obasanjo zelfs nog erger dan Abacha. Nochtans kreeg het democratisch transitieproces van Obasanjo de goedkeuring van het Pentagon. Bill Clinton roemde hem voor zijn democratische werk.Tijdens zijn beleid kregen allerhande civiele bewegingen inderdaad terug de ademruimte die ze niet hadden tijdens het regime van Abacha. Maar hun strijd blijft vaak vruchteloos.

Samen met enkele geïmporteerde neoliberale technocraten zette Obasanjo de economie ook terug op de rails. Maar in zijn beleid van privatisering en deregulering liet hij wel een aantal beleidstaken van de regering voor een appel en ei over aan zakenmensen. Samen met zijn vrouwelijke minister van financiën Ngozi Okonjo-Iweala, de voormalige vicepresident van de Wereldbank, kon hij de buitenlandse schuld sterk verminderen, al schoot die daarna terug de hoogte in.

In 2000 trok hij het minimumloon van 5.500 naira (28,3 euro) op tot 7.500 naira (38,6 euro). Deze minimumlonen gelden nog steeds. De werkloosheidscijfers bleven echter steevast schommelen tussen tien en vijftien procent. Het National Poverty Eradication Program (NAPEP) van het IMF heeft niets veranderd aan de abjecte armoede.

Het gebruik van brutaal geweld

In de strijd tegen corruptie hield Obasanjo een financiële en economische misdaadcommissie (EFCC) boven de doopvont, maar hij ving (doelbewust) er slechts kleine vissen mee, vooral dan binnen de eigen partij. Hij trok wel in hoogsteigen persoon naar Zwitserland om daar de tegoeden op de geheime bankrekeningen van Abacha af te halen. Abacha bezat ongeveer 3 miljard dollar. Iets minder dan de helft daarvan is overgemaakt aan zijn familie, waardoor die vandaag tot de rijkste families van Nigeria behoort. Het resterende bedrag vloeide terug naar de staatskas. Hier en daar wordt er echter ook gesuggereerd dat daarvan een deel in de zakken van Obasanjo is verdwenen.

Tijdens zijn beleid bracht de olie-industrie ongeveer 200 miljard dollar op, maar niets daarvan vloeide naar sociale projecten om de meerderheid van de sterk verarmde bevolking uit haar beklagenswaardige levenssituatie te verlossen. De trouwe bondgenoot van het Pentagon beantwoordde de problemen in de Nigerdelta en andere conflicten steevast met brutaal geweld.

Zo wordt Obasanjo beschuldigd van het vernietigen van een stad in de zuidelijke deelstaat Bayelsa en enkele dorpen in de noordelijke deelstaat Benue. Net na zijn eerste frauduleuze verkiezingsoverwinning stuurde de kersverse president, na een aanval van rebellen uit de Nigerdelta op de politiediensten in de stad Odi, het leger erop af om de orde te herstellen. De stad werd bijna met de grond gelijkgemaakt. Ongeveer 2.500 mensen vonden daarbij de dood.

In 2001 gebeurde iets gelijkaardig in Zaki-Biam in Benue. Aanleiding was een uit de hand gelopen etnisch conflict tussen de Tivs en de Jukuns, maar vooral de woestijnvorming lag hiervan aan de basis. Die bracht een volksverhuizing op gang en leidde tot een grensconflict en een strijd om de controle van landbouwgrond. Opnieuw maakte het leger de stad met de grond gelijk en werd een honderdtal mannen afgemaakt. Obasanjo heeft zijn schuld al bekend, maar is tot op heden nog niet veroordeeld voor deze misdaden tegen de mensheid. En ze hebben hem er niet van weerhouden om in 2003 opnieuw frauduleus en met electoraal geweld de verkiezingen te winnen.

Voor ons verhaal is het echter belangrijker verder in te zoomen op de rol die Obasanjo begint te spelen vanaf 2007. Vanaf dan neemt het democratische transitieproces een merkwaardige wending. Tegen het einde van zijn tweede ambtstermijn probeert Obasanjo de grondwet nog te wijzigen om voor een derde keer verkozen te geraken, maar de bevolking verzet zich daartegen.

Ter compensatie van deze mislukking trekt de sluwe generaal als nieuwe voorzitter alle macht in de PDP naar zich toe. En hij geeft zichzelf meteen ook het alleenrecht om een nieuwe presidentskandidaat aan te duiden. Zijn voorkeur viel op Yar’adua, de gouverneur van de deelstaat Katsina.

Op frauduleuze manier wint hij de presidentiële verkiezingen van 2007. Tijdens die verkiezingen vinden minstens 50 mensen de dood. Een onbemande tankwagen deed zelfs bijna een kantoor in vlammen opgaan van de onafhankelijke nationale electorale commissie INEC, die door Obasanjo in een democratische bui tijdens zijn regeerperiode in het leven werd geroepen. Het buitenverblijf van zijn running mate en latere vicepresident Gooduck werd uit onvrede met de verkiezingsuitslag opgeblazen, maar Goodluck was er niet op dat moment.

Een sober en nederig politicus

Yar’adua is de eerste president van Nigeria zonder militair verleden. Hij stamt uit een aristocratische Fulani-familie, behaalde een universitair diploma en geeft als eerste president zijn vermogen bloot. Yar’adua was een sober, introvert en nederig politicus, een ware verademing in een land van agressieve en corrupte leiders.

Nochtans heeft zijn verkiezing iets merkwaardigs. Obasanjo koos voor Yar’adua omdat die hem trouw was gebleven toen hij de grondwet wilde wijzigen. Hij pikte hem er ook uit als eerbetoon aan zijn oude strijdmakker en vicepresident Shehu Musa Yar’adua, de oudere broer van Umaru. Ook zijn benoeming tot gouverneur van Katsina had hij hier aan te danken. Obasanjo’s band met de Yar’adua’s kwam tot stand in de kerkers van Abacha, waar ze eind jaren negentig een tijdlang samen doorbrachten op verdenking van coupplannen.

Opmerkelijker is dat Yar’adua er ook werd uitgepikt omwille van zijn onopvallende en eerlijk karakter. Yar’adua was geen machtig politicus en heeft zich op enkele vriendendiensten na nooit bezondigd aan grove vormen van corruptie. Het meest opvallende is echter dat Yar’adua ook terminaal ziek was. In 2001 werd bij hem al nierkanker vastgesteld; daarna kwamen er nog hartproblemen bij (10). Het leidt geen twijfel dat Obasanjo hiervan op de hoogte was.

De reden voor Obasanjos keuze ligt uiteraard voor de hand. Hij koos voor Yar’adua om zelf buiten schot te blijven. Het is immers een Nigeriaanse traditie dat elke nieuwe president een strijd aanbindt tegen de misdaden en corruptie van zijn voorganger. Yar’adua durfde dat wellicht niet aan. En zelfs als hij dat wel had gewild, dan had hij de tijd niet voor. Na een raadselachtige doodstrijd, die het land maandenlang in rep en roer zette, stierf Yar’adua op 5 mei 2010.

Tijdens zijn korte regeerperiode heeft hij amper iets kunnen verwezenlijken. De belangrijkste erfenis die hij nalaat is zijn zevenpunten programma, een bijdrage voor de verwezenlijking van het megalomane plan ‘Vision 20:20‘. Met dat plan wil de heersende elite van Nigeria tegen 2020 de 20ste sterkste economie van de wereld maken. In zijn programma legde Yar’adua de nadruk op stroomvoorziening, voedselveiligheid, landhervormingen, transportvoorzieningen, creatie van rijkdom en tewerkstelling, veiligheid en kwalitatief onderwijs. Er is niet veel terecht van gekomen.

Door stevige hervormingen in de bankwereld door te voeren heeft Yar’adua wel de strijd tegen corrupte industriëlen ontketend. Hij ondernam ook al enkele stappen om het electorale systeem transparanter te maken en om de rivier Niger te draineren. Tijdens zijn beleid bereikte de werkloosheid echter ook een hoogtepunt, en hij vond geen oplossing voor het aanhoudend conflict in Jos in de deelstaat Plateau en het conflict met fundamentalistische beweging Boko Haram. Net voor zijn dood kende Yar’adua wel een amnestieregeling toe voor de rebellen van de Movement of emancipation of the Niger Delta (MEND) in de Nigerdelta, maar dat betekende nog geen finale oplossing.

Alles bij elkaar genomen betekende Yar’adua vooral een breuk met de traditie van corrupt en agressief leiderschap. Volgens de Nigeriaanse schrijver Wole Soyinka was Yar’adua een onschuldig slachtoffer die door vampiers uit zijn familie en de oude machtselite werd herleid tot een inerte bron om hun diabolische plannen te kunnen realiseren (11). Misschien heeft Soyinka wel gelijk. Niettemin is de oude marxist die Yar’adua nog was in de jaren 70, tijdens zijn beleid overstag gegaan voor een neoliberale koers.

Het toevalsgeluk van Goodluck

Na de dood van Yar’adua wordt vicepresident Goodluck de nieuwe president van Nigeria. Terwijl Yar’adua’s onverwachte installering op het machtsaltaar al tot de verbeelding sprak, heeft Goodlucks greep naar de macht iets titanisch. Net als Yar’adua is partijgenoot Goodluck in het begin nog een onbekend politicus met weinig macht. Bovendien is hij een vrij nieuw gezicht in politieke middens.

Goodluck is van eenvoudige afkomst en als devoot christen is hij lid van de Pentecostale kerk. Als bioloog en als Ijaw – afkomstig van de deelstaat Bayelsa, een regio in de Nigerdelta en thuisbasis van de Ijaws – is hij erg vertrouwd met de problemen in de Nigerdelta. Hij startte er zijn politieke loopbaan als linkerhand van Diepreye Alamieyeseigha, de gouverneur van Bayelsa.

Nadat Alamieyeseigha – tijdens het regime van Obasanjo – op verdenking van corruptie van zijn post wordt gehaald, neemt Goodluck zijn plaats in. Voor de presidentiële verkiezingen van 2007 wordt hij door Obasanjo geselecteerd als running mate van Yar’adua waardoor hij uit het niets vicepresident wordt. Na de dood van Yar’adua neemt hij als nieuw staatshoofd zijn intrek in Aso rock, het presidentiële ambtshuis in hoofdstad Abuja.

Men zegt dat Goodlucks benoeming tot president een kwestie van geluk was en dat het gods wil was. Hij zou alles te danken hebben aan zijn familienaam (Ebele of godswens) en bijnaam (Goodluck). Het is merkwaardig hoe de toevalligheid van geluk en religieus bijgeloof hier hand in hand gaan. Het feit is wel dat Goodluck zijn politieke functies niet te danken heeft aan verkiezingen. Hij was enkel op het juiste moment op de juiste plaats. 

Toch is zijn benoeming tot president een vergiftigd geschenk. De problemen in het land zijn haast onoverzichtelijk en slepen al decennia aan. Als Nigeria tegen 2020 tot de top 20 van sterkste wereldeconomieën wil behoren en tegelijkertijd de levensstandaard van de meerderheid van de sterk verarmde bevolking aanzienlijk wil verbeteren, is er een Chinees mirakel nodig en zelfs meer dan dat. Waar men minstens vijftig jaar vruchtbaar beleid voor nodig heeft, moet in 10 jaar bewaarheid zijn. In een interview met CNNgeeft Goodluck alvast te kennen dat hij voor bepaalde kwesties, zoals het transparanter maken van het kiessysteem, geen honderd jaar nodig heeft, maar dat zijn regering dat zelfs in één jaar geregeld kan krijgen.

De verwachtingen zijn hooggestemd. Tijdens de beëdiging van Goodluck tot nieuwe president beweert de voormalige gouverneur van de Edo-deelstaat, Oserheimen Osuborn, dat Goodluck de Nigerianen naar het beloofde land zal brengen (12). Op zijn succesvolle fanpagina op Facebook werpt Goodluck zich alvast op als diepreligieuze populist. Hij beseft dat de bevolking de loze beloften beu zijn, en belooft meer te doen dan te beloven, maar de berichten op zijn fanpagina zijn een aaneenschakeling van beloften, vooral om het land te voorzien van ononderbroken stroomvoorziening, gas- en olietoevoer.

Populist met de beste intenties

Terwijl Goodluck zich in de virtuele wereld profileert als een populist met de beste intenties, wordt hem eigenlijk geen leiderschap toegedicht. Goodluck is eerder van het administratieve type zonder ideologie, een typische representant van het zogenaamde zielloze postpolitieke tijdperk. Maar die postpolitiek met haar neurotische nadruk op goed beleid en noodzakelijke beleidsbeslissingen heeft de onmiskenbare schaduwzijde van een rücksichtsloze toepassing van de neoliberale ideologie.

Het is natuurlijk nog te vroeg om te oordelen, maar Goodluck fixeert zich wel op het manna van een economische groei van 10 procent. Hij werpt zich op als een voorstander van de vrije markt, maar gelooft tegelijk in het belang van een sterke ondersteunende staat. Zijn positie blijft voorlopig onduidelijk, maar hij heeft alvast het vertrouwen gekregen van de heersende elites in zijn land. Goodluck is immers opnieuw een creatie van Obasanjo, die met duizend en één draden verbonden blijft met de heersende elite.

Toch valt ook op dat Goodluck vastberaden is om zijn eigen weg te volgen en voorlopig doet hij dat zonder potten te breken. Zo zien we dat hij net na de dood van Yar’adua het ministerkabinet zonder enige reden heeft ontbonden. Maar tijdens de samenstelling van zijn nieuw ministerkabinet heeft Obasanjo volgens de krant Vanguard opnieuw zijn lange arm gebruikt (13).

Goodluck heeft ook het vertrouwen gekregen van de VS. Naar aanleiding van de arrestatie van Umar Farouk abdulmutallab, die ervan verdacht wordt een lijnvliegtuig van het Amerikaanse Northwest airlines te hebben willen opblazen, vindt Goodluck de erkenning van zijn land door het Pentagon belangrijk. Zo gaf hij het Pentagon toestemming om enkele van haar medewerkers in te zetten in de werking van het EFCC en het INEC (14). Deze openlijke inmenging van de VS in de strijd tegen corruptie en het transparanter maken van het kiessysteem is natuurlijk een schaduwmantel om haar belangen in de Nigeriaanse olie-industrie te vrijwaren.

Met zijn nieuwe oliebeleid volgt Goodluck een dubbelzinnig parcours. Er wordt namelijk gesuggereerd dat Goodluck met zijn beleid de Chavistische toer wil opgaan, maar hij  is ook niet ongevoelig voor de lange arm van westerse multinationals. Met het wetsvoorstel voor de Petroleum Industry Bill wil de regering van de National Nigerian Petroleum Company (NNPC) opnieuw een sterke, maar transparante staatsonderneming maken. Evengoed wil men binnenlandse en buitenlandse bedrijven meer kansen geven om te investeren in de olie- en gasindustrie.

Buitenlandse bedrijven zullen echter meer taksen moeten betalen. Dat nieuwe fiscale beleid wordt wel krachtig verworpen door buitenlandse multinationals. Alleen al om die reden heeft Shell haar belofte opgezegd om voor 40 miljard dollar te investeren in de diepwatervelden voor de kust van Lagos. Het feit dat het wetsvoorstel nog niet is uitgevoerd, toont aan dat multinationals nog steeds veel invloed uitoefenen op de Nigeriaanse besluitvorming. 

De aanstelling van Diezani Allison-Madueke tot nieuwe minister van petroleum moet hier wel voor iets tussen zitten. Zij was immers nog directeur van Shell Petroleum Development Company, waarin Shell een aandeel heeft van 30 procent. Hoe men het draait of keert: de heersende elites in Nigeria en de westerse multnationals zijn meestal twee handen op één buik.  

Maar tegen de wil in van het Amerikaanse imperialisme en de winsthonger van Westerse multinationals ondertekent Goodluck in mei evengoed een miljardencontract met de Chinese regering voor de bouw van drie raffinaderijen in de deelstaten Kogi en Lagos. Eén van die raffinaderijen zal trouwens gebouwd worden op de plaats waar men voor het eerst olie ontdekte – een symbolisch teken dat de Nigeriaanse regering de intentie heeft om de olieopbrengsten aan te wenden voor sociale investeringen in eigen land?

Als deze bouwplannen daadwerkelijk doorgaan, dan wordt dit de grootste investering van China in Afrika. Voor 23 miljard dollar zullen er dan 750.000 vaten olie per dag kunnen worden geraffineerd, goed voor 20.000 directe en indirecte jobs. Volgens de meest recente berichten gaat de constructie van de raffinaderij in de vrije handelszone Lekki te Lagos ter waarde van 8 miljard dollar alvast door.

Goodlucks aanstelling van Godsday Orubebe als nieuwe minister van de Nigerdelta heeft trouwens ook iets symbolisch –  opnieuw een indicatie dat hij de problemen in de Nigerdelta ernstig neemt en op zoek is naar een finale oplossing. Orubebe is namelijk een Ijaw uit de Rivers-deelstaat, één van de regio’s in de Nigerdelta.

Goodluck kiest wellicht voorlopig voor de middenweg van verzoening omdat hij – zoals hij pas aankondigde – vastberaden is om zich op te werpen als presidentskandidaat voor de volgende verkiezingen. De kans is trouwens vrij groot dat hij die verkiezingen, die plaatsvinden begin 2011, zal winnen. De Nigeriaanse bevolking is de machtswellust van oude leiders grondig beu. Ze willen nieuw jong bloed, een onbeschreven blad.

Het valt echter nog af te wachten of Goodluck zich na een mogelijke verkiezingsoverwinning daadwerkelijk zal profileren als een sterk leider of als een krab. Als sterk leider kan hij het land uit de bodemloze put van despotisme, corruptie en abjecte armoede halen. Als krab – zoals een Yoruba spreekwoord zegt – is het oppassen om met hem vriendschap te sluiten. Er is spijtig genoeg geen noemenswaardig, hoopvol alternatief. Het is Goodluck of opnieuw kiezen voor één van de voortrekkers uit de oude militaire brigade, zoals Babangida of Buhari.

Bronnen

(1)   Het IMF rapport van 2009 voor Nigeria,  http://www.imf.org/external/pubs/ft/scr/2009/cr09315.pdf

(2)  De metaforen ‘partij van de armen’ en de ‘partij van de rijken’ gebruikt Ben Okri in zijn bekendste roman de ‘hongerende weg’ om de onafzienbare kloof tussen de arm en rijk in Nigeria te duiden.

(3)  A Nigerian senator earns more in Salary than Barack Obama and David Cameron, http://www.elombah.com/news/node/3824

(4)  The Richest Nigerian pastors revealed,  http://www.elombah.com/news/node/3824

(5)  National Bureau of Statistics, Labour Force statistics,       http://www.nigerianstat.gov.ng/ext/latest_release/LabourForcestat.pdf

(6)  UN-HABITAT rapport, state of the world’s cities,2008-2009,       http://www.unhabitat.org/categories.asp?catid=9

(7)  Nigeria:Oil spill, 6000 fishermen rendered jobless,         http://africabusiness.com/2010/08/28/nigeria-oil-spill-6000-fishermen-rendered-jobless/

(8)  Chinua Achebe, The trouble with Nigeria, 1983, Heineman, p. 1

(9)  Daniel Jordan Smith, A culture of corruption (Everyday Deception and Popular Discontent in Nigeria),  2008, p 112-138

(10) Nasir el Rufai, Umaru Yar’adua: Great Expectation, Disappointing Outcome,         http://www.nigeriavillagesquare.com

(11) Prof. Wole Soyinka’s interim statement on Yar’adua’s passing,        http://www.pointblanknews.com/News/os3324.html          

(12) Omoh Gabriel, How Far Can Jonathan’s Goodluck Take Nigerian Economy, http://allafrica.com/stories/201005061111.html

(13) Jide Ajani, Goodluck Jonathan: Breaking Loose from Obasanjo’s PDP?,http://allafrica.com/stories/201005310522.html

(14) Daniel Kanu & Austin Oboh, America’s long arm in Nigeria,        http://allafrica.com/stories/201004150060.html

take down
the paywall
steun ons nu!